Tombeelmolen ()

De Tombeelmolen is een bakstenen bergmolen die in 1923 gebouwd wordt na vernieling in de eerste wereldoorlog van een houten molen met dezelfde naam. De staakmolen die ervoor op dezelfde plaats stond ging minstens terug tot de 17de eeuw. De huidige molen is een zeldzame wederopbouwmolen en één van de laatste windmolens die gebouwd werden vooraleer hun rol werd overgenomen door mechanische maalderijen.

De geschiedenis van de Tombeelmolen gaat minstens terug tot de 17de eeuw. Op de kaart van de Kasselrij Oudenaarde van 1669 staat de molen aangeduid als een staakmolen. Op de Villaretkaart in 1745-1748 staat de molen met de naam "Moulin d’Autryve" en op de Ferrariskaart (1775) is de molen een staakmolen met de naam "Moulin de Tombeele". Alhoewel de molen tot 1884 in adellijk bezit was, wordt de molen ook wel eens Planckes molen genoemd naar de pachtersfamilie van Pieter Van Der Plancke en zijn nazaten. In 1884 wordt de molen verkocht aan de Cyriel De Coster die de molen uitbaat tot de Duitse bezetter de molen gebruikt als waarnemingspost en soldatenverblijf. Op 25 oktober 1918 steken de terugtrekkende troepen de molen in brand waarna hij helemaal afbrandt. Na de oorlog en het overlijden van hun vader bouwen de kinderen De Coster met de vergoeding voor de oorlogsschade een nieuwe molen op dezelfde molendam, ditmaal echter een bakstenen bergmolen, ingericht als korenmolen. De stenen molenromp werd vervaardigd door bouwmeester Pollet uit het naburige Pottes en het molenwerk door molenmaker Alfred Adam uit Kruishoutem, waarbij hij veelvuldig ijzer gebruikte in plaats van hout. Georges De Coster baatte vanaf 1926 de molen uit en bracht gaandeweg veranderingen toe. In 1930 voegt hij een dieselmotor toe om bij windstilte te kunnen malen. Op 14 november 1940 beschadigt een herfststorm de molen en wordt hij hersteld. Het jaar daarop worden de wieken geoptimaliseerd door verdekkering en een jaar later wordt de molen ook van een elektrische aandrijving voorzien. In 1951 stopt de molen met draaien. De gemeente Avelgem koopt de intussen vervallen molen in 1989 en maakt na de bescherming in 1994 een restauratiedossier op. Bij de restauratie van de romp in 1999-2000 werd de molen baksteenrood geschilderd. De firma Verstraete uit Rumbeke verzorgde de restauratie van de molentechnische uitrusting en Roland Wieme uit Deinze herstelde het gevlucht. Deze vrij kleine molen is één van de laatste beltkorenmolens die nog gebouwd werden in Vlaanderen, op het ogenblik dat windmolens vanuit economisch standpunt eigenlijk niet meer rendabel geacht werden; vandaar ook de plaatsing van de dieselmoter. De ijzeren koning en aanwezigheid van verschillende hulptoestellen in ijzer verwijzen eveneens naar de bouwperiode.

De datum van oprichting van de bakstenen bergmolen "1923" is verwerkt in het metselwerk middels een aantal halfverheven bakstenen in een dito cartouche net onder de zichtbare stellinggaten en de kap. De conische romp onder gebroken kap telt 4 verdiepingen met onderaan de meelzolder, daarboven de steen- en luizolder en bovenaan de kapzolder. De benedenverdieping heeft een doorgang aan beide zijden doorheen de molenberg voor aan- en afvoer van graan en meel. De molenromp ter hoogte van de molenberg/meelzolder heeft getoogde deur- en vensteropeningen. Op de steen- en luizolder zijn er identieke geschrankt geplaatste getoogde vensters, alle met kleinhouten verdelingen. De molenkap onder zinken dakbekleding draait op Engels kruiwerk met 13 gietijzeren rollen op een rail, een systeem geconcipieerd en geïnstalleerd door molenmaker Baerdeman uit Velzeke. De roeden hebben een lengte van 24 meter. Het binnenwerk is grotendeels behouden met twee koppels maalstenen, het roerend werk, het luiwerk en de hulptoestellen.

Ten westen van de molen kleine recente bakstenen wegkapel met hergebruikte gevelsteen waarop "ANNO 1750" staat is vermoedelijk afkomstig van een oudere kapel.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archiefnummer W/00293.
  • CORNILLY J. 2001: Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen, deel I, Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt, Brugge, 38.
  • DENEWET L. 1991: Een esthetische molenrestauratie te Outryve, Molenecho’s 19, 12-13.
  • DENEWET L. 1999: Vijf goedgekeurde West-Vlaamse molenprojecten in 1999, Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens 15, 68-75.
  • DEVLIEGHER L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Tielt, 124-125.
  • DEVYT C. 1966: Westvlaamse windmolens, Brugge, 99.
  • DEWEER F. 1999: Restauratie Tombeelmolen, In de steigers 6, 84-85.
  • S.N. 2000: De Tombeelmolen werkt en maalt te Outryve, Outryve.

Auteurs:  Lenaerts, Tom; De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: Lenaerts T. & De Gunsch A. & De Leeuw S. 2020: Tombeelmolen [online], https://id.erfgoed.net/teksten/360605 (geraadpleegd op ).


Molen Decoster of Tombeelmolen ()

Bakstenen bergmolen van 1923 (zie datering in metselwerk), opgetrokken in opdracht van G. Decoster zie naam. De molen is gebouwd op de plaats van een houten standaardmolen, die in 1918 getroffen was door Duitse bombardementen. Deze vrij kleine molen is één van de laatste beltkorenmolens die nog gebouwd werden in Vlaanderen, op het ogenblik dat windmolens vanuit economisch standpunt niet meer rendabel geacht werden; vandaar dieselmoter. IJzeren koning en aanwezigheid van verschillende hulptoestellen verwijzen naar de bouwperiode.

In 1999-2000 werd de molen gerestaureerd. Recent roodgeschilderde bergmolen met drie zolders (inclusief kapzolder) en twee gangen. Conische bakstenen molenromp onder zadeldak met breuk-gordingen. IJzeren kruis van geklonken platen. Geschrankt geplaatste segmentboogvormige vensters en vlak afgedekte toegangspoorten. Datering (1923) door halfverheven baksteenmetselwerk. Grotendeels behouden binnenwerk met twee koppels maalstenen, roerend werk, luiwerk en hulptoestellen.

Ten westen van de molen kleine recente bakstenen wegkapel met gevelsteen "ANNO 1750", vervangt vermoedelijk een oudere kapel.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archiefnummer W/00293.
  • CORNILLY J. 2001: Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen, deel I, Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt, Brugge, 38.
  • DENEWET L. 1991: Een esthetische molenrestauratie te Outryve, Molenecho’s 19, 12-13.
  • DENEWET L. 1999: Vijf goedgekeurde West-Vlaamse molenprojecten in 1999, Mededelingenblad Werkgroep West-Vlaamse Molens 15, 68-75.
  • DEVLIEGHER L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Tielt, 124-125.
  • DEVYT C. 1966: Westvlaamse windmolens, Brugge, 99.
  • DEWEER F. 1999: Restauratie Tombeelmolen, In de steigers 6, 84-85.
  • S.N. 2000: De Tombeelmolen werkt en maalt te Outryve, Outryve.

Bron: DE GUNSCH A. & DE LEEUW S. met medewerking van CALLENS T. 2005: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Avelgem, Deelgemeenten Avelgem, Bossuit, Kerkhove, Outrijve en Waarmaarde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL23, onuitgegeven werkdocumenten.
Auteurs:  De Gunsch, Ann; De Leeuw, Sofie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)


Je kan deze tekst citeren als: De Gunsch A. & De Leeuw S. 2005: Tombeelmolen [online], https://id.erfgoed.net/teksten/79324 (geraadpleegd op ).