Kasteel de Groote

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Kasteel van Houthulst
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Houthulst
Deelgemeente Houthulst
Straat Eug. de Grootelaan
Locatie Eug. de Grootelaan 66, Houthulst (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Houthulst (adrescontroles: 08-02-2008 - 08-02-2008).
  • Inventarisatie Houthulst (geografische inventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel de Groote

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Kasteel van Houthulst, zogenaamd "Kasteel de Groote", met omringend park, gelegen in het "Bos van Houthulst", een restant van het historische "Vrijbos". Kasteel uit de wederopbouwperiode teruggaand op het kasteel gebouwd door Jan-Pieter Cassiers in 1848. Kasteel en park gericht op de Eugène de Grootelaan en de Melanedreef.

Geschiedenis van de site

Jan-Pieter Cassiers (in 1788 geboren te Antwerpen) koopt in 1838 een stuk bosgrond, dit met het oog op bosopbrengst. Dit kadert in de privatisering van het "Bos van Houthulst", opgestart onder het Hollandse bewind. Daarvoor was Cassiers - gehuwd met burggravin Caroline de de Patin de Langemarck, geboren te Langemark in 1823 - reeds eigenaar van honderden ha landerijen en bossen in midden West-Vlaanderen. In 1848 bouwt hij een kasteel, in de nabijheid van het enkele jaren eerder opgetrokken jachtpaviljoen. In datzelfde jaar kan Cassiers zich tot burgemeester van de gemeente Klerken-Houthulst laten benoemen. De eerste aandachtspunten van de nieuwe burgemeester zijn de aanleg van de weg Poelkapelle-Diksmuide (1853) en hieropvolgend de parochie- en dorpsstichting van Houthulst in 1853-1857 (zie dorpsinleiding). De nieuwe wegenstructuur en het dorp Houthulst zorgen ervoor dat het kasteel niet langer geïsoleerd ligt, maar aan de rand van het nieuwe dorp Houthulst.

Na de dood van de Cassiers (Pieter in 1870, zijn vrouw in 1882) wordt de erfenis in vijf verdeeld: het kasteel met een deel van het park en vier andere delen bestaande uit landerijen en bossen. Raymond de Groote - opzichter van de familie - krijgt voorrang bij de keuze en kiest het lot met het kasteel dat tot op vandaag zijn naam draagt.

In oktober 1914 valt het "Bos van Houthulst" in Duitse handen. Hier opvolgend nemen de Duitsers hun intrek in de nog rechtstaande gebouwen van Houthulst en richten ze het "Bos van Houthulst" in als een knooppunt van verdedigingswerken met loopgraven en prikkeldraadversperringen. Er wordt een netwerk van spoorwegen aangelegd met het oog op materiaalaanvoer en -afvoer naar de nabije eerste Duitse linie. In het kasteel wordt een verzorgingscentrum voor gewonden en een uitkijkpost geïnstalleerd. Tevens zijn er een funerarium, meerdere begraafplaatsen, boskapellen, toneelzaaltjes, oefenvelden enzomeer in het bos. Van hieruit wordt Ieper op 22 november 1914 door Duitse kanonnen beschoten. Bij het eindoffensief van 28 september 1918, waar een groot deel van het Belgische leger aan deelneemt, wordt de herovering van het "Bos van Houthulst" als een cruciaal punt gezien. De 7de Infanteriedivisie herovert het bos, echter niet zonder aanzienlijke verliezen.
Het kasteel van Houthulst komt zwaar beschadigd uit de Eerste Wereldoorlog. In de jaren 1920 gaat men over tot de wederopbouw, naar verluidt naar ontwerp van architect Jozef Viérin (Brugge).

Beschrijving van het kasteel

Het kasteel van 1848 is opgetrokken in een sobere baksteenarchitectuur met neoclassicistische inslag cf. de sober geritmeerde gevels met hoekpilasters, echter ook een aantal eclectische elementen. Volledig onderkelderd gebouw (verhoogde plint als volwaardige bouwlaag met dienstvertrekken). Centrale gedeelte van drie traveeën en twee bouwlagen onder schilddak, geaccentueerd door verzorgde kroonlijst. Trappartij met (arduinen) leuningen naar portaalrisaliet, geflankeerd door oculi. Het centrale gedeelte is aan weerszijden geflankeerd door lagere vleugels van één travee, afgeboord door kantelen. Deze vleugels lopen aan de achterzijde door alwaar ze een houten loggia omsluiten. Voor het kasteel is een grote vijver gelegen waarin het kasteel weerspiegeld wordt.

Bij de wederopbouw in de jaren 1920 worden de verhoogde plint (kelderverdieping) en vooral de trap voor een deel behouden. Aldus refereert het kasteel in grondplan en in bepaalde aspecten naar de vooroorlogse situatie, maar krijgt het een veel zwaardere dakenstructuur met centrale dakruiter. De plattegrond wordt enkel aan de westzijde gewijzigd door de uitbouw met een polygonale toren met loggia onder het dak en garage.
Verzorgde baksteenbouw met hoekpilasters en portaalrisaliet refererend aan het vooroorlogse kasteel, gevat onder een U-vormig leien schilddak, bij de drie centrale traveeën echter met hoger oplopend schilddak onder dakruiter met sierlijk ijzeren topstuk. Verzorgde dakvensters, evenals de nokuiteinden van het dak telkens met bolbekroning. Schouderboogvormige en rechthoekige muuropeningen. Bewaard houtwerk met kruisindeling en kleine roedeverdeling. Aan de achterzijde, bewaarde, vereenvoudigde loggiastructuur. Trap met arduinen leuning, postamenten met bolbekroning.

Interieur. Centrale hall met samengestelde balkenlaag van moer- en kinderbalken, geprofileerd en deels gepolychromeerd. Schouw met Brugse moefen, schouwmond ingevuld met gesinterde baksteentjes en tegeltableaus met voorstelling van dieren, schouwboezem met tegeltableau met calvarie. 'Vlaamse kamer' met lambrisering, wandkasten, wandbespanning, binnenluiken, parketvloer. Voorts schouw met stijlen eindigend op hoofden, schouwmond ingevuld met gesinterde baksteentjes en schouwboezem met opschrift in gotische letters: "ONZE VRAUWE BEVRYDT DEZEN HUYSE VAN ORLOGHE PESTE EN ONGESPUYSE".
Kelderverdieping deels met bewaarde balkenstructuur. Voorts kelder met bewaarde gewelven en Boomse tegeltjes.

Slechts een deel van de vooroorlogse vijver is bewaard, echter met behoud van een kanalensysteem. Ook een 19de-eeuwse ijskelder is bewaard. Park overgaand in bosstructuur.

  • PRIEM V., Kastelen en landhuizen in de Westhoek, Tweede Deel, Ieper, 1998, p. 61-66.
  • LESAGE X., Elementen van de landschapsgeschiedenis van het huidige "Houthulst", in Bijdrage tot de geschiedenis van Houthulst. Van 19de-eeuwse parochiestichting tot gemeente (1928), Brussel, 1988, p. 17 (iconografie).
  • LESAGE X., SCHACHT J e.a., Houthulst als zelfstandige gemeente, in Bijdrage tot de geschiedenis van Houthulst. Van 19de-eeuwse parochiestichting tot gemeente (1928), Brussel, 1988, p. 57-70.
  • VERSCHUREN R., Houthulst in oorlog en verzet, in Bijdrage tot de geschiedenis van Houthulst. Van 19de-eeuwse parochiestichting tot gemeente (1928), Brussel, 1988, p. 45-56.

Bron: Missiaen H. & Vanneste P. met medewerking van Gherardts F. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente  Houthulst, Deelgemeenten Jonkershove, Klerken en Merkem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL24, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Missiaen, Halewijn & Vanneste, Pol

Datum tekst: 2006

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Eug. de Grootelaan

Eug. de Grootelaan (Houthulst)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.