Kasteel Terbos en tuin

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Hoeselt
Deelgemeente Hoeselt
Straat Hombroekstraat
Locatie Hombroekstraat 22, Hoeselt (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Hoeselt (adrescontroles: 12-04-2007 - 12-04-2007).
  • Inventaris tuinen en parken van Hoeselt en Bilzen (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 01-01-2008).
  • Inventarisatie Hoeselt (geografische inventarisatie: 01-01-1996 - 31-12-1996).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel Terbos

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

Beschrijving

Uit de 19de eeuw daterende neerhof, voorheen horend bij het verdwenen in 1745 heropgebouwde kasteel Terbos, dat van middeleeuwse oorsprong was. Relict van de grachten. Siertuin uit de jaren 1950 met enkele oudere bomen.

Het verloren kasteel

Van het kasteel Terbos, een al in 1330 vermeld cijnshof dat aanvankelijk in handen was van de familie du Bois, bleef de hoeve bewaard. Het goed wisselde later meermaals van eigenaar en werd in 1745 met meer dan 57 bunders grond verkocht aan Jeanne d’Aspremont van Rekkem. Zij liet het oude slot slopen en vervangen door een nieuw landhuis dat voldeed aan de vereisten van haar tijd (confer wapensteen met datering 1746 nu ingemetseld in de Heibrikstraat).

Veertig jaar later wordt de Maastrichtse koopman Jan Gerard Maurissen eigenaar van Ter Bos dat dan meer dan 62 bunders groot is. Het is vermoedelijk diens zoon Marcel Theodore, rentenier in Maastricht die later in het kadaster vermeld wordt als bezitter van het ‘buytengoed tusschen de bosschen gelegen, hebbende gelijkvloers vijf kamers met keuken, op de verdiepen vier kamers voor de heerschap en twee voor de dienstboden, in brik en arduinsteen gebouwd, met schaliën gedekt, omringd door water, met remisen en stallingen en verders ander schoone vermaekelijke aenhorigheden. Door zijn schoone omliggende lustgronden en den goeden staet van onderhoud, maekt er in het schoone jaarsaison een aengenaem verblijf van’. Het Primitief kadasterplan toont deze situatie: binnen eenzelfde brede gracht (perceel nr. 564) ligt het kasteel (nr. 563) voorafgegaan door een grasveld (nr. 562) met er naast het neerhof (nr. 559) met zijn tuin (nr. 560) en zijn boomgaard (nr. 538). Achter het kasteel ligt een grote kavel omringd door smallere grachten, bestemd als tuin en lusttuin ( nr. 565 en 565 bis) met twee ronde paviljoenen in de hoek (nr. 566 en 567). Bij het goed horen ook twee percelen hooiland, twee grote percelen bouwland en een kleine rechthoekige poel.

Deze configuratie is al op de Ferrariskaart een feit. Een niet langer bestaande dreef (Boschdreft op het kadaster) liep in 1774-1775 al vanuit de Groenstraat naar het Château den Boch en sloot haaks aan op de Boschstraat (huidige Hombroekstraat). Het neerhof was bereikbaar van uit de dreef, het kasteel vanuit de Boschstraat, waar een brug en een poortgebouw over de gracht toegang gaven tot de voortuin. Uit een postkaart uit het begin de 20ste eeuw, mag afgeleid dat het poortgebouw in dezelfde periode en in dezelfde classicistische stijl was opgetrokken als het kasteel. In de Atlas van de Buurtwegen (1844) wordt het goed vermeld als Opbosch Château. De globale schikking is grosso modo dezelfde, de hoevegebouwen zijn vernieuwd, getuige de gewijzigde schikking van de bestanddelen.

In 1967 registreert het kadaster de sloping van het kasteel dat toen al lang verlaten was; ook de twee tuinpaviljoenen waren toen al verdwenen. Met het puin werden de grachten gedempt, maar het tracé is nog in het terrein aanwezig en op sommige plaatsen nog van water voorzien. De site werd bij de bedrijfsgronden van de boerderij gevoegd, ook het oude tuinperceel. Van het poortgebouw stortte het dak mettertijd in, maar de zware vierkante pijlers die het droegen bleven tot vandaag overeind, evenals het smeedijzeren hek en de brug over de gracht.

De hoeve en de siertuin

De hoeve vormt een semi-gesloten geheel met een woonhuis in het noordwesten, haaks erop aansluitende dwarsschuur ten westen, en stallen in de overige vleugels. Het woonhuis is een breedhuis van het dubbelhuistype met een recente aanbouw links. De woning telt drie traveeën en twee bouwlagen onder wolfsdak en bezit getoogde muuropeningen. De gevelsteen boven de woonhuisdeur vermeldt het jaartal 1899.

Het oudste gedeelte is de L-vormige vleugel met zadeldaken en schilddak (Vlaamse pannen) ten westen van het erf, de dwarsschuur en het oorspronkelijke koetshuis en paardenstallen van het kasteel. De erfzijde is sober, met getoogde en korfboogvormige, bakstenen poorten, deuren en vensters. De buitengevels van stallen en schuur werden daarentegen, vermoedelijk in 1863, alleen aan de noordelijke en westelijke zijden voorzien van architecturaal uitgewerkte schermgevels om het zicht vanuit het kasteel te verfraaien, een werkwijze die onder meer ook werd toegepast in het domein Nieuwenhoven bij Sint-Truiden. Deze schermgevels zijn geritmeerd door al of niet opengewerkte dubbele spitsbogen van baksteen, onderling verbonden door imposten van arduin en met fijn uitgewerkte houten roeden in de waaiers; sommige werden naderhand verbreed tot getoogde poorten en zijn door een open stelplaats aan het oog onttrokken. Eveneens kleine zoldervensters met houten roedeverdeling. De oostelijke stal met zadeldak schijnt vrij recent, mogelijk daterend uit de periode van de bouw van het woonhuis. De oorspronkelijke muuropeningen zijn getoogd.

Het neerhof met zijn witgekalkte, bakstenen gebouwen en rode pannendaken rond een ruim, in beton gelegd erf, heeft zijn geïsoleerde, door enkele volgroeide bomen gemarkeerde ligging in het open landschap bewaard. In de noordwestelijke hoek is het boerenerf afgesloten met een eenvoudig smeedijzeren spijlenhek tussen bakstenen pilasters. Het hek heeft vierkante stijlen en regels met ronde, van lanspunten voorziene spijlen.

In 1953 werd het kort voor 1900 gebouwde huis verlengd met een garage en korte tijd later moet de oude moestuinsite als siertuin zijn aangelegd, met behoud van enkele oudere bomen die nu beeldbepaald zijn in de straat. Het resultaat is een nu volgroeide, mooie tuin die zich in L-vorm uitstrekt aan de voet van de zuidelijke en westelijke vleugels en ook het tracé van de grachtarmen beslaat; die werden als droge grachten behouden wat de tuin een mooi reliëf bezorgt. Aan de straatkant is de tuin afgeschermd door een haag van rode beuk en haagbeuk, gedubbeld door een gesnoeid plantsoen van gemengde struiken (hulst, laurierkers, forsytia, boerenjasmijn, sneeuwbes, hazelaar); langs de haakse oprit (voormalige dreef) wordt de lage, geschoren haag van rode beuk onderbroken door twee identieke blauw geschilderde, lage metalen hekjes tussen bakstenen pijlers. Het zuidelijk, door haagjes gedetermineerde deel is een voortuin in grind, met ook tegen de huisgevel een haagje als groene voet. Een haag van liguster vormt de scheiding met de beboomde siertuin waardoor een smal pad loopt parallel met de oude gracht, tussen de haag en de struiklaag. Tegen de westelijke stalgevel, aan de tuinzijde, groeien oude leiperen.

BOMEN

Een solitaire mooie zilverlinde (Tilia tomentosa) (291 cm stamomtrek, standaard gemeten op 150 cm hoogte), niet ouder dan 35 jaar; vederesdoorn met geel blad (Acer negundo ‘Auratum') (180 cm); scherpe hulst (Ilex aquifolium) (65 cm); een mooie solitaire gewone esdoorn (Acer pseudoplantanus) (312 cm) bij de inrit en daterend van ca 1899; met taxus (Taxus baccata) aan de voet in de hoek van de straat en de haakse oprit; plataan (Platanus x hispanica) (395 cm); Amerikaanse tulpenboom (Liriodendron tulipifera) (175 cm); blauwe Atlasceder (Cedrus atlantica ‘Glauca') (210 cm); twee bruine beuken (Fagus sylvatica ‘Atropunicea') (195 cm); gewone hazelaar (Corylus avellana) als solitair bij de droge gracht, een rij okkernoten (Juglans regia) van ongeveer 20 jaar en een magnolia (Magnolia x soulangeana).

  • Kadasterarchief Limburg, Stukken voorbereidend tot de kadastrale schatting. Tabel, 1843.
  • Kadasterarchief Limburg, Primitief kadaster Hoeselt, afdeling I (Hoeselt), sectie B, Verzamelplan van 1812, herzien in 1842.
  • Kadasterarchief Limburg, Mutatieschetsen Hoeselt, afdeling I (Hoeselt), 1863/6, 1900/7, 1952/87, 1953/7 en 1967/17.
  • VAN DE WEERD H., Uit het verleden van Hoeselt, Het oude land van Loon, 26.
  • SCHLUSMANS F. 1996: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Tongeren, Kantons Bilzen - Maasmechelen, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 14N3, Brussel - Turnhout, 189-190.
  • DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1., Brussel, 123.

Bron: DE MAEGD C. & VAN DEN BOSSCHE H. 2003: Historische tuinen en parken van Vlaanderen. Inventaris Limburg. Deel 1: Gingelom, Halen, Herk-de-Stad, Nieuwerkerken, Sint-Truiden, Brussel, Agentschap RO-Vlaanderen. Onroerend Erfgoed.

Auteurs: De Maegd, Christiane & Van den Broeck, Myriam

Datum tekst: 2008

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Hoeselt

Hoeselt (Hoeselt)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.