erfgoedobject

Molensite De Tomp

bouwkundig element
ID
80087
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80087

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed De Tomp
    Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018

  • omvat de aanduiding als beschermd monument Tomp van Grevenbos
    Deze bescherming is geldig sinds 24-09-1947

  • is deel van de aanduiding als beschermd cultuurhistorisch landschap Tomp van Grevenbos met omgeving
    Deze bescherming is geldig sinds 24-09-1947

Beschrijving

De Tomp gaat terug op de romp van een korenmolen, van het type stenen bovenkruier, grondzeiler, daterend van kort voor 1424. Lang werd aangenomen dat de ruïne van de Tomp terugging op een middeleeuwse mottetoren (woontoren) van een burcht, opklimmend tot de 13de-begin 14de eeuw, waardoor deze in 1967-1968 foutief tot woontoren werd gerestaureerd. Later onderzoek in de jaren 1990 wees echter uit dat de ruïne oorspronkelijk een stenen windmolen, meer bepaald een ‘torenmolen’ uit begin 15de eeuw was. Dergelijk type van molen, verspreid in Nederland, het Rijnland en Noord-Frankrijk, wordt doorgaans gekenmerkt door een zware cilindrische bouw, meestal zonder staart en met een binnenkrui-inrichting. Het valt niet uit te sluiten dat deze molentypes ook voor andere doeleinden (verdedigings-, wacht- of vluchttoren) werden gebruikt. Tussen de eigenaars van een aantal torenmolens zijn duidelijke genealogische verbanden aan te tonen, zie de torenmolen van Well (Venlo, NL).

Samen met de op de Warmbeek gelegen watermolen (onderslagmolen) in Achel was de Tomp een banmolen van de heren van Grevenbroek. Grevenbroek was een heerlijkheid die de plaatsen Achel, Hamont en Sint-Huibrechts-Lille omvatte. De familie van Grevenbroek, ontstaan uit een bastaardtak van de bekende adellijke familie van Arckel en sinds 1380 "heren van Grevenbroek", verhuisde de molenactiviteiten in de richting van hun slot, het vroegere "huijs van Boxtel”. Na de belegering van Grevenbroek door de prins-bisschoppelijke legers in 1401 en de verwoesting van het slot van Grevenbroek en de burcht van Hamont, werd de heerlijkheid in 1405 overgedragen aan ridder Jan van Grevenbroek. Toen zijn oudste zoon, Robrecht, na het overlijden van zijn vader, op achttienjarige leeftijd de heerlijkheid overnam, werden ook een windmolen en een olieslagmolen vermeld. De windmolen is geïdentificeerd als de stenen windmolen, de "Tomp". Bouwhistorici en bouwkundigen dateren de molen uit het begin van de 15de eeuw.

In 1596 waaide de stenen molen van Grevenbroek stuk. In 1598 werd de molen weer hersteld en kreeg deze een nieuwe standaard. Voor 1630 was de molen buiten gebruik geraakt en werd zijn functie overgenomen door een standaardmolen op een andere plaats in Achel (verdwenen standaardmolen aan de Waag, Wagerdijk in Achel). De Tomp verviel tot een ruïne, maar de molenaar bleef er vlakbij, in een hoevecomplex wonen.

Vanaf de 19de eeuw werd de Tomp het centrum van een romantisch domein in eigendom van diverse adellijke families. In deze tijd ontstond de legende van de Tomp als "kasteeltoren" van Grevenbroek.

In 1963 vond archeologisch onderzoek plaats onder leiding van H. Roosens en werd de  oorspronkelijke ringsloot vrijgelegd. Tot vóór de restauratie van 1967-68, naar ontwerp van architect A.M. Boonen (Hasselt), was de Tomp slechts een ruïne van twee niveaus en enkele muurfragmenten van een derde. Op basis van een verkeerde interpretatie van historische gegevens, resulteerde de restauratie in een reconstructie als middeleeuwse motte- of woontoren, en werd deze naar theoretisch model van Violllet-Le-Duc hoger opgetrokken. Uit onderzoek in de jaren 1990 bleek echter dat de vroegere constructie alle kenmerken vertoonde van een zogenaamde ’torenmolen’.

De met eiken omringde molen/toren wordt omgeven door een ringgracht met twee houten bruggen. In deze gracht werden scherven en potten aangetroffen uit de 13de, 14de, 16de en 17de eeuw alsook een aantal paalrestanten. Vanaf het recente toegangshek tot aan de Tomp stond vroeger een oude meidoornhaag waarvan slechts een gedeelte bewaard bleef.

De molen de Tomp heeft heden het uitzicht van een toren in de vorm van een cilindrische baksteenbouw (met een diameter van 8,5 meter) op een geprofileerde sokkel, van vier niveaus onder een ingesnoerde kegelvormige spits (leien) met schoorsteen. De muren hebben een dikte van ongeveer twee meter en zijn voorzien van getoogde deur- en vensteropeningen. De vierde bouwlaag kenmerkt zich door smalle verticale openingen (pseudo-schietgaten?). Een lange, smalle houten loopbrug met leuningen van knoestig hout leidt naar de inkomdeur ter hoogte van de tweede bouwlaag, de vroegere maalzolder. Dit niveau is thans ingericht als een leefruimte met een nisvormige schouw en een kaarsnis.

Ten noorden van de Tomp bevindt zich de vroegere molenaarswoning van thans vier traveeën en één bouwlaag onder een zadeldak (Vlaamse blauwe pannen) met schoorsteen, enkele decennia geleden op de oude funderingen gedeeltelijk heropgebouwd. Dit was het woonhuis van de familie Nagelmaekers (vanaf 1635), molenaars van Grevenbroek, en geboortehuis van Peter Nagelmaekers (° 1705), stichter van de grote bank Nagelmackers Fils et Cie in Luik, zie recente gedenkplaat. Rond 1825 werd het gebouw verlaten waarna verval optrad. Thans is het een gerenoveerde baksteenbouw met een gewijzigde ordonnantie en deels nieuw, deels herbruikt stijl- en regelwerk van het voormalige vakwerk.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Limburg, Cel Monumenten en Landschappen, dossier nr. 89.
  • PAUWELS D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs :  De Sadeleer, Sibylle, Pauwels, Dirk
Datum  : 2020


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Molensite De Tomp [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80087 (Geraadpleegd op 06-05-2021)