Hoeve De Groote Hoef

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Lommel
Deelgemeente Lommel
Straat Hoeverdijk
Locatie Hoeverdijk 11, Lommel (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Lommel (adrescontroles: 12-06-2007 - 12-06-2007).
  • Inventarisatie Lommel (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Hoeve De Groote Hoef

Deze bescherming is geldig sinds 21-03-1974.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Hoeve De Groote Hoef

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als cultuurhistorisch landschap Hoeve De Groote Hoef: omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 21-03-1974.

Beschrijving

Zogenaamd De Groote Hoef, daar ze ook werkelijk de grootste boerderij van Lommel was en ook de enige die over meer dan 100 hectare landbouwgrond en weiden beschikte.

Historiek

Eertijds goed van de abdij van Averbode. In 990, schenking door een zekere graaf Ansfried van zijn landgoed te Lommel aan de kapittelkerk van Hilvarenbeek (Nederland).

Begin 13de eeuw, twisten over dit goed tussen Averbode en Hilvarenbeek. In juli 1227, einde van deze betwisting: Hilvarenbeek stond haar goed te Lommel aan Averbode af tegen een jaarlijkse cijns. Complex grosso modo gelegen tussen het Einde (ten westen), de Karrestraat (ten noorden), de Norbert Neeckxlaan (ten oosten), de Spoorwegstraat en de rand der bossen van de Karrestraterheide (ten zuiden). Twee beken, de Einderloop en de Eindergatloop, maakten de grond er minder droog en aldus geschikt voor landbouw. De nieuwe bestratingen, met uitzondering van de Ringlaan, volgen vrij trouw de vroegere perceelsindelingen.

Aanvankelijk was er op het domein blijkbaar slechts één hoeve, gelegen ten zuiden van de Karrestraat, op de plaats van de huidige gebouwen van de Grote Hoef. Later is er een tweede hoeve gebouwd, ten noorden van de Karrestraat, de thans verdwenen "Kleine Hoef", waarvan de oudste vermelding van 1378 zou dateren.

Bij de Grote Hoef hoorde oorspronkelijk een kapel met altaar, in 1426 vermeld als reeds lang geleden vernield. Grote en Kleine Hoef, beide omgeven door boomgaard en moestuin, functioneerden eerder onafhankelijk van elkaar en werden later telkens afzonderlijk verpacht. Het ging om gemengde bedrijven, hoogstwaarschijnlijk aanvankelijk door broeders van Averbode uitgebaat en reeds vóór 1300 door pachters, meestal Lommelse ingezetenen.

Op 6 februari 1486, afbranden van het woonhuis, door toedoen van een bende vrijbuiters uit het garnizoen van Willem van Arenberg, het "everzwijn der ardennen", te Hasselt. In 1511, in de as leggen van beide hoeven. Op 20 november 1586, platbranden van de Grote Hoef door een groep protestantse soldaten uit Geertruidenberg. In 1587, wederopbouw. In 1670 en 1687, sterke beschading van beide hoeven en moeizame herstelling. In 1702-05 tijdens de Spaanse Successieoorlog, plundering van de Kleine Hoef. Op 9 september 1735, afbranden van de schuur van de Grote Hoef door landlopers, mogelijk Bokkenrijders. In 1736, heropbouw van de schuur, waarbij het vakwerk in de abdij van Averbode werd klaargemaakt. Op 2 april 1798, verkoop door de abdij van haar goederen te Lommel aan de laatste pachters, namelijk de echtgenoten Hendrik Verbeek en Johanna Aarts, met uitzondering van de "Vijftig Bunder".

In de Atlas van de Buurtwegen (1845) aangeduid als een meerledig complex met naast het woonstalhuis, de langsschuur ten zuiden en de huidige schaapskooi ten noordwesten, toen mogelijk paardenstal met aangehechte karrenschob, die na 1845 in een schaapskooi werd veranderd, tevens volgende heden verdwenen onderdelen: ten noorden mogelijk een bakhuis en een assekot of secreet, ten zuidoosten mogelijk de oorspronkelijke schaapskooi, die na 1845 aan de overkant van de Hoeverdijk (zonder nummer) terechtkwam.

In 1975, aankoop door een stichting "Groote Hoef". In 1977, beschermingswerkzaamheden aan woonstalhuis en schaapskooi en volgende ingrepen bij het woonstalhuis: verwijdering van 20ste-eeuwse verbouwingen en pleisterlagen, vrijmaking van de oorspronkelijke bouwonderdelen. In 1979, restauratie van de schuur, naar ontwerp van architect L. Vandebroek (Lommel), en dringende beveiligingswerken aan stalwoning en schaapskooi. In 1984-85, restauratie van het woonstalhuis, naar ontwerp van dezelfde. Tevens werd de omgeving hersteld naar ontwerp van tuinarchitect H. Bruggen (Lommel): opnieuw aanplanten van de boomgaard, bewerking van de moestuin door de VELT (Vereniging voor Ecologische Leef- en Teeltwijze), herplanten van de hagen, onderhoud van de lindebomen.

Op 21 juni 1985, afbranden van de gerestaureerde schuur. In 1985-86, heropbouw van de schuur naar ontwerp van architect L. Vandebroek (Lommel). In 1988-89, dringende instandhoudingswerken aan de schaapskooi, naar ontwerp van dezelfde. In 1994, oprichting in de voormalige schapenstal van een molenmuseum door de vzw Levende Molens Noord-Limburg. In 1995-97, bouw van een buitenrosmolen, een korenmolen, ten noordoosten van de schaapskooi, door genoemde vzw, naar ontwerp van architect T. Theuwissen (Lommel). In 1998, inwendige aanpassingswerken naar ontwerp van L. Vandebroek (Lommel), onder andere installatie van een keuken en een verbruikerszaal in het woonstalhuis, verfrissingswerken in de schuur. In 1999, bouw van een overdekte bedieningstoog, ten oosten van het woonstalhuis, naar ontwerp van laatstgenoemde architect. In 2000, herstelling van daknok van woonhuis.

Wat achterin, op een met meerdere linden beboomd erf gelegen hoeve met losstaande bestanddelen; hoofdgebouw met ordonnantie: stal-woonhuis, ten noordwesten haakse schaapskooi, heden vzw "Levende Molens Noord-Limburg", en ten zuiden parallelle langsschuur; funderingsresten en nieuwe karrestal ten noorden; boomgaard ten zuidoosten.

Beschrijving

Door twee oude linden beschaduwde, ten noorden en ten oosten van kasseien stoep voorzien langgestrekt hoofdgebouw met lagere stal en vooruitspringend woonhuis; zeven traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (nok loodrecht op de straat, grotendeels gedreven riet, voor de rest Vlaamse pannen), afgewolfd ten oosten en met relatief hoge dakhelling, het woonhuis mogelijk in kern daterend van de 15de eeuw en 1587, het stalgedeelte in de 18de en 19de eeuw verbouwd.

Verankerde versteende vakwerkbouw met deels vernieuwd houtwerk. Rechthoekige muuropeningen op hardstenen lekdrempels, onder meer beluikte vensters en twee stalpoorten onder houten lateien. Blinde westzijgevel. Voor de Kempen unieke, om statusredenen overkragende oostzijgevel met betralied keldergat, gevat in een houten kozijn onder dito latei, waarboven opkamer; centraal gedeelte in vakwerk met tussenbalkstandjuk en lemen vullingen op bakstenen stoel. Achtergevel met veelal betraliede houten kozijnen, waarvan één beluikt. In de nabijheid van de achterdeur werd een fragment (5 m²) van een keienvloer teuggevonden.

Achter het woonhuis, ronde bakstenen waterput. Eertijds liep hier een moestuinpad richting kerk, eind 19sz - begin 20ste eeuw omzoomd met eikenbomen.

Interieur van woonstalhuis: latere kelder overkluisd door middel van bakstenen tongewelven tussen eiken balken; twee van Brabantse invloed getuigende wandhaarden met gezamenlijke schouw (mogelijk 15de eeuw), een constructie enig voor de Kempen, in de kamer voorzien van ijzerzandstenen schouwdragers met kwartronde wangstukken met eenvoudig afgeschuind profiel, aan de huiskant met bakstenen schouwfrijten voorzien van een afgeschuind gotisch profiel. Westelijk woongedeelte met enkelvoudige haard (19de eeuw); keuken met hardstenen gootsteen; tien ankerbalkgebinten met in het woonhuis grotendeels binnenmetselwerk van snelbouwsteen; inscriptie op gebint tussen woongedeelte en stalpartij: PVB 1803, mogelijk wijzend op een verbouwing door de toenmalige eigenaar Peter Verbeek. In de wand tussen de keuken en de stal waren vroeger vermoedelijk de alkoven of beddenkoetsen ingebouwd.

Heden tweebeukige, oorspronkelijk éénbeukige schaapskooi van vijf traveeën en één bouwlaag onder schilddak (stro en nokpannen), ten noorden overkragend, uit de 19de eeuw. Sporen van stijl- en regelwerk met bakstenen vullingen; rechth. poort; achteraan, aanbouw onder doorlopend dakschild. Interieur: achtkant houtzaagwindmolen, oliemolen, papiermolen, dieselmotoren, stoommachine, graankuisers, molensteensoorten, molensteenscherpmachine, steenliften, allerlei molenaarsgereedschappen, vuurmolen, haverpletter, onderdelen van wind- en watermolens, werkende maquettes van molens.

Voor de Limburgse Kempen zeldzame driebeukige langsschuur (drie beuken in de lengte) van zeven traveeën en één bouwlaag onder schilddak (Vlaamse pannen en gedreven riet), in kern van 1736, bestaande uit een langsgerichte dorsvloer, karrenstalling en hooischuur. Vakwerk met deels lemen, deels witbeschilderde gecementeerde vullingen op bakstenen stoel; versteende westgevel. Rechthoekige westpoort en twee dito noordoost- en oostdeuren, laatstgenoemde eertijds een poort.

Achteraan, bakstenen aanbouw onder parallel zadeldak (Vlaamse pannen), van 1985-86. Tegen de schuur aan lag de manège, die aangedreven werd door een paard en die op haar beurt de dorsmolen in de schuur aandreef.

Tussen hoofdgebouw en schaapskooi in, houten rosmolen van 1995-97 op bakstenen voet en met pannendak. Vierkante vorm met afgeschuinde hoeken. West-Vlaams type. Horizontale beplanking.

Eertijds stond er ten oosten van het woonhuis een vrijstaand parallel dienstgebouw onder zadeldak, alsook een aanbouwseltje onder lessenaarsdak, confer oude prentkaart. Aan de westkant van het erf, in de nabijheid van de schuur, lag de groenkuil, waarin het groene veevoeder gewassen werd. Op het erf lag, op 10 meter afstand van de voorgevel van het woonstalhuis verwijderd, het assenkot. Hierin werden de assen van de openhaard bewaard die moesten dienen voor de bemesting op het veld. Een afzonderlijk bakhuis is er waarschijnlijk nooit geweest, aangezien er in de openhaard in de keuken een bakoven aanwezig was.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg Limburg, Cel Monumenten en Landschappen, dossier nummer 141.
  • Belgisch Molenbestand, Molendatabase van vzw Molenzorg (in verband met rosmolen).
  • GEERTS F. e.a., Door het zand getekend. Bijdragen over landschap en verleden van de Kempense grensgemeente Lommel. Uitgegeven naar aanleiding van de millenniumviering in 1990, Lommel, 1990, p. 76-77, 128, 142-150, 213-216, afbeeldingen.
  • GERITS J. e.a., Heropstanding van het Averboodse abdijgoed "De Groote Hoef" te Lommel. Uitgave naar aanleiding van de restauratie van het woonstalhuis, Publikaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 2, Lommel, 1985.
  • INDEKEU B. & GEERTS F., Hoelang zal de tol nog draaien? Mijmerend wandelen langs een 150-tal Lommelse ansichten uit het begin van deze eeuw, Publikaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 3, Lommel, 1987, p. 36, prentkaart nummer 68.
  • KNAEPEN R. & SMEULDERS F.V. (red.), Zo was... Lommel, Antwerpen, 1973, prentkaarten op p. 52-53.
  • LEYSEN V. & INDEKEU B., Van teutendorp tot bruisende stad. Lommel in de voorbije twee euwen (1800-2000), Publicaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 18, Lommel, 2001, p. 8, 64, 151-152, afbeeldingen op p. 9, 64, 151, 152.
  • MENNEN V., Van Vriesput tot Klein Duitsland. Acht eeuwen Lommelse plaatsnamen, Publicaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 10, Lommel, 1992, p. 353-355, 359.
  • S.N., De Groote Hoef van Lommel, in: Een verhaal over water en wind 4, 12, 1992, p. 14-16, afbeelding.
  • S.N., Molen op paardenkracht, in: Een verhaal over water en wind 10, 35, 1998, p. 13-14, afbeelding.
  • S.N., Onze rosmolen te Lommel, in Een verhaal over water en wind 8, 28, 1996, p. 3.
  • S.N., Te Lomelle op die Campine 9, 1983, p. 27-34.
  • S.N., VZW Levende Molens Noord-Limburg opent museum in Groote Hoef te Lommel, in Een verhaal over water en wind 6, 20, 1994, p. 15-20.
  • S.N., Waar nog groene ruimte is en men de stilte nog hoort: Lommel, brochure, Lommel, s.a., zonder pagina.
  • THIJS C. & VAN STEEN C. , Lommel. Proeve van een geschiedenis onzer gemeente, Lommel, 1941, p. 20, 50-51.
  • VANDEN BOER A. , Historisch schets "Groote Hoef" te Lommel, onuitggegeven nota's, Lommel, 1976.

Bron: Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Pauwels, Dirk

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Hoeverdijk

Hoeverdijk (Lommel)

omvat Gekandelaarde schaduwlinde bij De Groote Hoef

Hoeverdijk 11 (Lommel)

omvat Gekandelaarde schermlinde bij De Groote Hoef

Hoeverdijk 11 (Lommel)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.