Decanale kerk Sint-Pietersbanden

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Lommel
Deelgemeente Lommel
Straat Kerkplein
Locatie Kerkplein 1, Lommel (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Lommel (adrescontroles: 12-06-2007 - 12-06-2007).
  • Inventarisatie Lommel (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Decanale kerk Sint-Pietersbanden

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is beschermd als monument Decanale kerk Sint-Pietersbanden

Deze bescherming is geldig sinds 09-07-1996.

omvat de bescherming als monument Decanale kerk Sint-Pietersbanden: toren
gelegen te Kerkplein 1 (Lommel)

Deze bescherming is geldig sinds 19-01-1935.

Beschrijving

Georiënteerd bedehuis, gelegen aan het Kerkplein met één oude linde en verder onder meer jonge linden en esdoorns. Ten oosten onder meer beschaduwd door wilgen, eiken en acacia's.

Historiek

Het huidige kerkgebouw is minstens het derde op dezelfde plaats. Van wanneer de eerste romaanse kerk dateerde, is niet geweten. De oudste vermeldingen over een kerk te Lommel, een zogenaamde "quarta capella", verwijzend naar de lage belasting, namelijk een kwart van wat de meest welvarende kerk, de zogenaamde "ecclesia integra", betaalde, gaan terug tot de jaren 1291, 1293 en 1309.

Het valt niet uit te sluiten dat er in de 10de eeuw reeds een kerk te Lommel was. Sinds de 14de eeuw tot begin 16de eeuw, bediening van volgende vier altaren: altaar van Onze-Lieve-Vrouw, van het Heilig Kruis, van Sint-Barbara en Sint-Niklaas en van de Heilige Geest en Sint-Antonius.

Circa 1500, bouw van de gotische voorstaande kerktoren, mogelijk dankzij de rijke middeleeuwse wolinkomsten. Volgens een oud verhaal, in 1902 door P.N. Panken opgetekend, werden de ongeveer één miljoen stenen in de Weimortels gebakken en door de dorpsbewoners over een afstand van 700 meter tot aan de bouwplaats van hand tot hand doorgegeven.

Op 20 november 1586, vernieling door brandstichting van de kerk en de oorspronkelijke torenspits, door een protestants garnizoen soldaten uit Geertruidenberg.

In 1596, heropbouw van het bedehuis met de stenen van de verwoeste kerk, waarvan de pilaren ook behouden bleven. De nieuwe gotische kerk was 2 meter smaller en 3 meter lager dan de vorige, telde een middenbeuk, twee smalle zijbeuken en een lager koor met driezijdige sluiting.

In 1648, ontruiming door de katholieken en inbeslagname van het bedehuis door de protestanten, die de kerk vanaf 1773 verlieten, waardoor ze leeg kwam te staan. In 1711, gewagmaking van de bouwvallige toestand: dak en glaswerk waren beschadigd, de houten balken rotten weg. Na stormen in 1735, 1738, 1739 en 1741, herstellingen. In 1766, definitieve regeling van het jaarlijkse onderhoud. In 1771, reparatie van stormschade. Bij een storm op 9 november 1800, instorten van de torenspits en daardoor schade aan het schip, ten gevolge van een blikseminslag op 20 augustus van dat jaar. Op 20 januari 1801, goedkeuring van de naasting van de kerk door de katholieken. Vanaf 16 oktober 1801, tijdelijk weer eigendom van de protestanten.

Tussen 1806 en 1808, vrij grootscheepse herstellingen onder impuls van de Rooms-katholieke pastoor G. Pompen, onder meer in 1807, bouw van de huidige lagere torenspits. In 1808, hernieuwde ingebruikname door de Lommelse katholieken; inzegening op 4 december, feest van Sint-Barbara. In de periode 1808-41, kleine herstellingen, onder meer herstelling van het gebinte van de kerktoren door A. Poorters (uitbetaling in 1810), herstelling en onderhoud van het torenuurwerk door F. Janssen (idem dito), herstellingen aan torenspits en westelijke torenmuur door timmerman P. Slegers (uitbetaling in 1833), herstel van glasramen en marbreren van de altaren.

In de Atlas van de Buurtwegen (1845) wordt rond de kerk een ommuurd kerkhof aangeduid. Vroeger was er enkel een voor het eerst in 1705 genoemde omwalling. In 1848-55, grote herstellingswerken onder meer herstel van dak en noordelijke muur, bevloering, voegen van de zuidelijke muur en herstel van het zuidportaal met deur, naar ontwerp van provinciaal architect Lambert Jaminé (1800-71) uit Hasselt (ontwerp van 1845).

In 1864-71, ingrijpende restauratie en consolidatie van de toren, naar ontwerp van provinciaal onderarchitect Herman Jaminé (1826-85) uit Hasselt (ontwerp van 1862); pas in 1881-82, goedkeuring van de afrekeningen. In 1880, vervanging van het torenuurwerk. In 1897, verplaatsing van het oude kerkhof naar de oostzijde van de kerk. Dit nieuwe, op 26 oktober 1897 door deken Hollanders van Peer ingewijde kerkhof werd op zijn beurt ontruimd in de jaren 1968-69.

In 1900, afbraak van de tweede kerk en bouw van een noodkerk in de Poststraat, de huidige Frans Van Hamstraat.

In 1900-02, onder het pastoraat van J.-V. Claykens (1888-1914), bouw van het neogotische schip naar ontwerp van architecten H. Martens (Stevoort) en V. Lenertz (Leuven); plannen van 1896-98; niet uitgevoerde plannen van 1898-99 door andere architecten, J.H. Tonnaer (Den Haag), een leerling van P.J.H. Cuypers, en F. Lohest (Luik); twee eerdere pogingen om tot een nieuwe kerk te komen faalden in 1874 en 1891-92. De aanvankelijke plannen van Martens werden door de Koninklijke Commissie voor Monumenten radikaal afgewezen. Onder zware druk van haar voorzitter Lagasse de Locht en haar ondervoorzitter, bouwingenieur J. Helleputte (Leuven), werd de bouwmeester gedwongen tot samenwerking met architect Lenertz. Na een onderling akkoord tussen beide architecten, op 28 januari 1898, werden de initiale plannen door Lenertz aangepast. De ruwbouw werd gestart op 13 juli 1900. In januari 1902, einde van de bouwwerken. Op 20 maart 1902, voorlopige wijding en ingebruikname door pastoor Claykens. De volledige binneninrichting werd in één beweging tussen 1902 en 1914 voltooid. Op 27 juni 1903, inwijding door Monseigneur M. Rutten, bisschop van Luik.

Tot in de kleinste datails van de architectuur en de inrichting werd gekozen voor de vormentaal van de 14de eeuw, omdat men toen aannam dat de toren in die eeuw was gebouwd. In 1905-06, lichte aanpassingswerken aan de toren, onder meer nieuwe ingangsdeur naar ontwerp van architect V. Lenertz (Leuven). In 1924-27, herstellingswerken aan de toren naar ontwerp van architect Moers, mogelijk F. Moers (Sint-Truiden). In 1943, nogmaals herstellingswerken aan de toren. In 1947, restauratie van het schip naar ontwerp van architect F. Theuwissen (Lommel). In 1961, restauratie van orgel en orgeltribune. In 1971, herstellingswerken aan daken en goten. In 1979 en volgende, herstellingswerken aan de toren naar ontwerp van ingenieur M. Ceusters, hoofd van de gemeentelijke technische dienst. In 1985-90, herstellings- en renovatiewerken aan de gebrandschilderde glas-in-loodramen naar ontwerp van architectenbureau E. Martens (Maaseik). In 1988-94, restauratiewerken aan de toren naar ontwerp van Libost-groep NV (Hasselt). In oktober 1989, restauratie van de dakruiter. In 1998-2000, restauratie van dak en gevels naar ontwerp van architectenbureau L. Vandebroek (Lommel). Op 16 september 2000, inspeling van de nieuwe stadsbeiaard met 63 klokken, waarvoor bouwkundige aanpassingen voor plaatsing naar ontwerp van Libost-groep NV (Hasselt).

Beschrijving

De plattegrond beschrijft een driebeukig schip van zes traveeën met voorstaande westtoren en vijfzijdige noordwest gelegen doopkapel, een transept met twee armen van twee traveeën en een koor van twee rechte traveeën met driezijdige sluiting, aan beide zijden geflankeerd door twee nevenkoren en ten zuiden door de sacristie.

Verankerde baksteenbouw met schaars gebruik van mergelsteen bij de toren voor geprofileerde afzaat van de sokkel, maaswerk, muurbanden, gesculpteerde monsterkopconsoles van derde geleding van traptoren, aflijnende spitsboogfries en van vierde geleding van overhoekse steunberen, alsook voor hoekblokken van westportaal; zwarte baksteen bij de toren voor drie metseltekens in de vorm van Sint-Andrieskruisen onderaan in de tweede geleding van de zuid- en westgevels; ijzerzandsteen bij de toren voor muurbanden, waterlijsten, geprofileerde consoles van de tweede geleding en lichtgleuven van traptoren; gebruik van hardsteen bij neogotisch gedeelte voor afzaat van sokkel, afwerking van versneden, bij zuidportaal en sluiting van doopkapel, koor en transept overhoekse, bij zijbeuken ten westen op elkaar gestelde steunberen, deklijsten, afgeschuinde lekdrempels, lateien, druip- en waterlijsten, kruisbloemen, kraagstenen van spitsboogfries van middenbeuk en afwerking van schouderstukken, zuidportaal en sacristie; zandsteen bij neogotisch deel voor venstertraceringen en deuromlijsting met hoekblokken van het zuidportaal; ankers bij toren; sierankers en geprofileerde houten kroonlijsten bij neogotisch gedeelte; overal leien bedaking.

De gotische toren heeft vier geledingen, gescheiden door waterlijsten en gestut door versneden en vanaf de tweede geleding met spitsbogige en tweelobbige spaarvelden versierde overhoekse steunberen; vijfzijdig zuidoostelijk traptorentje, samengevoegd met de steunbeer aldaar en waarschijnlijk eertijds van een spitsje voorzien. Alle muuropeningen hebben afgeschuinde neggen.

Blinde eerste geleding met uitzondering van spitsbogig westportaal met dieper liggende geprofileerde korfboogdeur in dito omlijsting met flamboyant maaswerk in het bekronend drielicht; gerestaureerde eiken deur met ijzerbeslag en makelaar met beeldje van Sint-Pieter onder gotisch baldakijntje en op dito bundelpijlertje met sierlijke kapiteeltjes; zijwanden van portiek met telkens één spitsboognis, waarschijnlijk oorspronkelijk als zitbanken bedoeld, de noordelijke met witbeschilderd terracotta (?) beeld van Sint-Pieters-Banden (19de eeuw ?).

Tweede geleding met telkens twee spitsboogvenstertjes en twee dito spaarvelden van telkens drie boogjes tussen drie muurdammen aan west-, noord- en zuidzijde; blind oculus ten westen, mogelijk eertijds torenuurwerk.

Derde geleding met aan elke zijde twee spaarvelden met tweelobbig maaswerk bovenaan. Vierde geleding met aan elke zijde twee spitsbogige galmgaten met drielobbig maaswerk, door een moneel in twee openingen verdeeld en met kleine nisjes in het boogveld boven de galmopeningen; aflijnende drielobbige boogfries met spiongat, gestut door gebeeldhouwde hoofden met grijnslachende gezichten, die ook voorkomen aan de boogfriezen tussen de muurdammen van lager gelegen geledingen en aan de traptoren. De huidige goot onttrekt waarschijnlijk de omlopende geprofileerde daklijst aan het oog, zo de lijst niet is weggehakt. Ingesnoerde naaldspits met bolbekroning, smeedijzeren kruis en gouden windhaan.

Sober uitgevoerd neogotisch gedeelte; verspringende bedaking: middenschip, transept, koor, sacristie en zuidportaal onder zadeldaken, met zeszijdige, van een smeedijzeren kruis voorziene dakruiter op de kruising, veelal aandaken, in totaal negen dakkapellen onder zadeldakjes en smeedijzeren kruis ten oosten van het koor; zijbeuken en nevenkoren onder lessenaarsdak, laatst genoemde met oostelijk aandak. Aflijnende rechte muizentanden en spitsboogfriezen. Schip met ritmerende steunberen waartussen spitsboogvensters met drielobbig maaswerk, beneden twee- en boven drielichten. Gelijkaardig uitgewerkte noordwestelijke doopkapel. Spitsbogig zuidportaal met korfboogdeur in geprofileerde omlijsting; bewaard houtwerk, ijzerbeslag en makelaar met heiligenbeeldje onder neogotisch baldakijntje op geprofileerd zuiltje met sierlijk kapiteeltje; boogveld met drie gekoppelde spitsbogige spaarveldjes, het centrale als nis opgevat; geprofileerde druiplijst, waarboven een spitsbogige lichtgleuf; bekronend kruis; telkens een spitsboogvenstertje in de zijgevels.

Dwarsbeuk met gelijkaardige, tevens van driepassen voorziene tweelichten, met in de geveltop drie gekoppelde spitsboogvenstertjes. Koor en nevenkoren met analoge drielichten. Sacristie met betralied rechthoekig venster waarboven spitsbogige ontlastingsboogjes. Analoog opgevatte deur met hoekblokken, bewaard houtwerk en hardstenen trap; twee aanbouwsels met betraliede rechthoekige muuropeningen.

Interieur

Benedenverdieping van toren overkluisd door middel van een kruisribgewelf, de gewelven van baksteen en de ribben met sluitsteen van ijzerzandsteen; spitsboogvormige muraalbogen. Homogeen, grotendeels bepleisterd en witbeschilderd neogotisch interieur. Basilicale opstand van het schip geritmeerd door geprofileerde spitsboogvormige zandstenen scheibogen rustend op zuilen met achtzijdige geprofileerde hardstenen sokkel en achtzijdig knoppenkapiteel. Aansluitende colonnetten met geprofileerde, van knopwerk voorziene sokkeltjes en bladwerkkapiteeltjes, die de geprofileerde zandstenen ribben van de bakstenen kruisribgewelven opvangen. Analoge overwelving in de zijbeuken, maar hier uitlopend op pilasters met afgeschuinde hoeken, voorzien van geprofileerde driezijdige imposten en dito rechthoekig hardstenen basement. Transeptarmen en nevenkoren met analoge gewelven, rustend op gesculpteerde, deels figuratieve kraagstenen. Kruising met gelijkaardig opgevat stergewelf op dito kraagstenen. Analoge kruisribgewelven in het koor, op gelijkaardige colonnetten als in de middenbeuk; straalgewelf boven de sluiting.

Mobilair

Uit de oude kerk: Schilderijen met voorstelling van Kruisafneming, een kopie naar P.P. Rubens (19de eeuw ?), Onze-Lieve-Vrouw schenkt de rozenkrans aan de Heilige Dominicus (circa 1848) door een leerling van Lambert Mathieu uit Leuven, mogelijk Louis Daels, de Laatste Communie van de Heilige Dominicus (circa 1848) door dezelfde; gepolychromeerde houten beelden van Sint-Bernardus (datum?) en Sint-Jozef met Jezus als kind (datum?); gipsen beeld van Onze-Lieve-Vrouw, mogelijk een kopie van een gepolychromeerd houten beeld uit de 15de eeuw.

Marmeren doopvont met deksel van messing (1846); orgel volgens Humblet, Lemmens en Vente door atelier Arnold Clerinx (Sint-Truiden), gebouwd in 1843-44 en het oudste nog bewaarde instrument van deze begaafde orgelbouwer, in de periode 1874-95 onderhouden en hersteld door Peter-Jan Vermeulen (Weert), in 1903 gemonteerd in de nieuwe kerk door orgelbouwer Theodoor Ruef, in 1960-62 gerenoveerd door orgelbouwer Gerard d'Hondt (Herselt) en in 1994-95 zo goed mogelijk in zijn originele toestand gereconstrueerd, volgens De Dijn van 1839 en gebouwd door Smet en Vermeersch (Duffel), uitzonderlijke eiken orgelkast met vooral neoclassicistische en spaarzame neobarokke elementen (verkoop van het oude orgel in 1844).

Neogotische stoffering (1900-14): Geschilderde kruisweg op doek op koper, door L. Beyaert (Brugge) in eiken omlijstingen door Paul Roemaet uit Leuven (1903); heden grotendeels overschilderde muurschilderingen met heiligenfiguren en bijbelse taferelen die verwijzen naar de Eucharistie, zoals het joodse paasfeest en het wonder van het manna in de woestijn, naar ontwerp van Adolphe Tassin (Luik), deels uitgevoerd door Albert Huppen van Hasselt (1913-14); gepolychromeerde houten beelden van Onze-Lieve-Vrouw van Lourdes, Sint-Bernardus van Clervaux en Sint-Antonius door Thomas Watson uit Achel (1903); dito beeld van Sint-Rochus mogelijk van Watson (eerste kwart van de 20ste eeuw).

Werken naar ontwerp van architecten H. Martens (Stevoort) en V. Lenertz (Leuven), waarvan eiken houtsnijwerk uitgevoerd door Paul Roemaet (Leuven): hoofdaltaar van witte en blauwe steen, met deels gepolychromeerd eikenhouten retabel met Laatste Avondmaal, Calvariegroep, Bruiloft van Kana, vier evangelisten, vier kerkvaders en op de predella links en rechts drie biddende engelen (ontwerp van 1901), met tabernakel door J. Wilmotte uit Luik (19O2); altaar van Onze-Lieve-Vrouw van witte steen met retabel met Heilige Joachim, Opdracht van Maria in de tempel, Maria-Boodschap, Geboorte van Jezus, Kroning van Maria en Heilige Anna met Maria (1907, ontwerp van 1905).

Sint-Pietersaltaar van witte steen met retabel met taferelen uit het leven van de heilige en weergaven van Sint-Andreas en Sint-Paulus (1907, ontwerp van 1905), met tabernakel door J. Wilmotte uit Luik (1906); preekstoel (1903, ontwerp van 1902)) met Christus-leraar, kerkvaders en vier evangelisten; koorgestoelte met onder meer Sint-Jan-de-Doper (1912, ontwerp van 1911); vier biechtstoelen (1904 en circa 1910, ontwerpen van 1903 en 1911) met H. Pastoor van Ars en Sint-Johannes Chrysostomos of Nepomucenus, Sint-Augustinus en Sint-Paulus, Sint-Petrus en Sint-Maria Magdalena, Christus en de Samaritaanse vrouw.

Communiebank met eucharistische symbolen (circa 1903, ontwerp van dat jaar). Tochtportaal ten zuiden naar ontwerp van architect V. Lenertz (Leuven), (1910-11). Beelden van het Heilig Hart van Maria en Heilig Hart van Jezus, vermoedelijk door Paul Roemaet en naar ontwerp van architect V. Lenertz (Leuven), (begin 20ste eeuw).

Verder eikenhouten mobilair, hoofdzakelijk uit het eerste kwart van de 20ste eeuw: orgeltribune, bidstoel, sokkel, altaarlezenaar, lezenaar en zitbanken (na de Tweede Wereldoorlog). Decoratieve en figuratieve glasramen door G. Ladon uit Gent (1904-12), de figuratieve met voorstelling van heiligen, profeten, Sint-Pieter die in het water zinkt, de wonderbare visvangst, de kroning van Maria, attributen van Sint-Pieter, het roepingsverhaal van de patroonheilige, de vier evangelisten, de twaalf apostelen, koning Melchisedek, het manna, het wonder van Kana, de druiventros, het offer van Isaak met de ram in de doornstruik, de twaalf toonbroden uit de tempel van Jeruzalem, het Emmasverhaal, het pelikaansymbool, de Verrezen Christus en Gregorius de Grote.

Twee schilderijen door Piet Raymaekers uit Lommel (na de Tweede Wereldoorlog) met het doopsel van de eunuch van Kandike; houten beeld van het Heilig Hart van Jezus door dezelfde kunstenaar (midden 20ste eeuw). Tegen de zuidgevel: hardstenen, van bekronend kruis voorziene stèle van eerwaarde heer Carolus Gaethofs († 1888).

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten & Landschappen Limburg, Cel Monumenten en Landschappen, dossier nummers 25 en 2016.
  • Archief Afdeling Monumenten en Landschappen -Brussel, plannenfonds Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, provincie Limburg, Lommel, parochiekerk Sint-Pietersbanden.
  • DE DIJN C.G., red., Het orgelbezit in de provincie Limburg, in Kunst en oudheden in Limburg 16, Sint-Truiden, 1976, p. 132-133, afbeelding 8 op p. 285.
  • DUSAR A., Beknopte beschrijving van de gerangschikte monumenten en landschappen op het grondgebied van de provincie Limburg, in De Tijdspiegel 25, 1, 1970, p. 18, afbeelding.
  • DUSAR A., Limburgs kunstbezit. Van prehistorie tot classicisme, Hasselt, 1970, p. 143, afbeelding 100 op p. 145.
  • GEERTS F. e.a., Door het zand getekend. Bijdragen over landschap en verleden van de Kempense grensgemeente Lommel, uitgegeven naar aanleiding van de millenniumviering in 1990, Lommel, 1990, p. 110-120, 129, 228, afbeeldingen.
  • GEUKENS B., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen, Provincie Limburg, Kanton Neerpelt, Brussel, 1977, p. 29-30.
  • HUMBLET E., Een St.-Truidens orgelmaker: Arnold Clerinx (1816-1898), in De Praestant 12, 1963, p. 99.
  • INDEKEU B., Bouwhistorische nota. De Lommelse kerktoren en de vroegere Sint-Pieterskerk, onuitgegeven nota, Lommel, 1983.
  • INDEKEU B., De Lommelse kerktoren en de vroegere Sint-Pieterskerk. Enkele historische en bouwkundige gegevens, in Limburg 62, 1983, p. 215-227).
  • INDEKEU B., red., Vijf eeuwen bouwgeschiedenis van de Lommelse St. Pietersbandenkerk, in Publikaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 11, Lommel, 1993.
  • INDEKEU B. & GEERTS F., Hoelang zal de tol nog draaien? Mijmerend wandelen langs een 150-tal Lommelse ansichten uit het begin van deze eeuw, Publikaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 3, Lommel, 1987, p. 5-8, 17, 25, 27, 29, 34, 65, 66, prentkaarten nummers 1-3, 5-8, 24, 45, 48, 52-53, 64, 128, 131.
  • KNAEPEN R. & SMEULDERS F.V. (red.), Zo was... Lommel, Antwerpen, 1973, prentkaarten op p. 23-25, 27, 30, 32-34, 36, 40, 44.
  • LEMMENS M., Arnold Clerinx (1816-1898), een ambachtelijk orgelmaker met grote persoonlijkheid, in Sint-Truiden ingekaderd 1830-1914 (tentoonstellingscatalogus), Sint-Truiden, 1998, p. 194, 198, 203.
  • LEYSEN V. & INDEKEU B., Van teutendorp tot bruisende stad. Lommel in de voorbije twee eeuwen (1800-2000), Publicaties van de V.Z.W. Museum Kempenland te Lommel 18, Lommel, 2001, p. 79-84, 193-198, afbeeldingen op p. 79 (grondplan van de kerk uit de periode voor 1900), 81 (grafmonument van pastoor Gaethofs), 195-198.
  • MEUL V. & JAMINÉ W., Van Waterstaatskerk tot Mijncité. Een historiek van het bouwen in Limburg door drie generaties provinciale bouwmeesters Jaminé (1832-1921), Cultureel erfgoed in Limburg 2, Hasselt, 1999, p. 228.
  • MENNEN V., Van Vriesput tot Klein Duitsland. Acht eeuwen Lommelse plaatsnamen, Publicaties van de vzw Museum Kempenland te Lommel 10, Lommel, 1992, p. 362-64, afbeeldingen.
  • MERTENS Th., red., De kerk van Sint-Pietersbanden te Lommel, in DELBEKE G., Toeren tussen torens. "Naar en rond de abdij van Achel". Zondag 7 mei 2000, Brussel, 2000, p. 3-5, afbeelding op p. 3.
  • MERTENS Th., red., De Sint-Pietersbandenkerk in Lommel en de kerkramen van Ladon, werkdocument 5/004 van Studiedag neogotiek in Noord-Limburg, Lommel, 9 juni 1990, afbeeldingen.
  • MICHIELS G., De parochiepriesters van de kerk St.-Pietersbanden te Lommel vanaf 1841, in Limburg, 55, 1976, p. 49-65.
  • RÉMON R., Adolphe Tassin, historieschilder, in CLEVEN J. VAN e.a., Neogotiek in België, Tielt, 1994, p. 138.
  • S.N.,H. Martens, bouwmeester, Stevoort, 1983, p. 21.
  • S.N., Religieuze neogotiek in de Teutendorpen , (tentoonstellingscatalogus), Neerpelt, 1989, p. 7, 8, 9, 15, 16, 17, 112-131, afbeeldingen.
  • S.N., Waar nog groene ruimte is en men de stilte nog hoort: Lommel, brochure, Lommel, s.a., zonder pagina.
  • THIJS C. & VAN STEEN C., Lommel. Proeve van een geschiedenis onzer gemeente, Lommel, 1941, p. 9, 11-15, pentekening op p. 14.
  • VENTE M., Oude orgels in Limburg, in De Praestant 1, 1952, p. 72-73.
  • VERPOEST L., Architectuurgids neogotiek in België, Antwerpen-Baarn, 1989, p. 100.
  • VERPOEST L., Neogotiek in Limburg, werkdocument 5/001 van Studiedag neogotiek in Noord-Limburg, Lommel, 9 juni 1990, p. 6, 7, 8, 10, 11, 12.

Bron: Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Pauwels, Dirk

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Lommel

Lommel (Lommel)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.