erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Martinus

bouwkundig element
ID: 80375   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80375

Juridische gevolgen

Beschrijving

Georiënteerd bedehuis, ten noorden aan de Rodenbachlaan voorzien van een latere bakstenen muur, met dito pijlers en ijzeren hekken, in het verlengde waarvan een laag breukstenen muurtje is aangebracht; aldaar te midden van een grasperk met bomen en planten, zandstenen Heilig-Hartbeeld, met inscriptie: J. DE VISSCHER/ GENT, op geprofileerde hardstenen sokkel.

De eerste kerk werd vermoedelijk in de 13de eeuw gesticht. Volgens oude historische kaarten waren kerk en kerkhof omgeven door een wal en fungeerden ze blijkbaar in woelige tijden als schans. In 1568, herhaaldelijke vlucht van de bewoners van Overpelt op de kerktoren en uitzetting van wachtposten. Circa 1600, herstellingen aan het kerkschip tijdens de godsdiensttroebelen. In 1611, overeenkomst waarbij het onderhoud van de kerk volledig ten laste kwam van de abdij van Floreffe. In 1614, bouw van een sacristie en een nieuwe portiek voor de kerkdeur. In 1865, demping van de gracht met ophaalbrug, aangegeven op de Ferrariskaart (1771-77) en in de Atlas van de Buurtwegen (1845). Op laatstgenoemde historische kaart komt binnen de omgrachting nog een heden verdwenen, langgestrekt element voor ten zuiden van de voormalige kerk. In 1912, afbraak van de oude kerk. Dit voormalige ommuurde bedehuis had een deels ingebouwde toren van drie geledingen met voorstaand portaal, twee spitsbogige galmgaten aan elke zijde en ingesnoerde naaldspits, een schip van vijf travee met getoogde vensters voorzien van negblokken in een regelmatig verband en een iets lager inspringend koor van één travee met vlakke sluiting, met aansluitend lager aanbouwsel, waarschijnlijk de sacristie, confer oude foto’s en prentkaarten, alsook plan door Missotten (1877).

In 1911-12, bouw van de huidige neoromaanse kerk, naar ontwerp van de architecten H. Martens (Stevoort) en V. Lenertz (Leuven), (plannen van 1910). Op 2 oktober 1919, inzegening door bisschop Rutten van Luik. In 1928 en 1935, aanbrengen van heden overschilderde muurschilderingen door Peter Heidbüchel (Sint-Truiden).

De plattegrond beschrijft een deels in een rechthoek, ten noorden van een halfronde doopkapel, voorzien dwarsblok ingebouwde, vierkante westtoren, een driebeukig schip van vijf traveeën met merkelijk smallere zijbeuken, een transept met armen van telkens één travee met vlakke sluiting, ten zuidwesten en noordwesten voorzien van een driezijdig portaal, een koor van twee rechte traveeën met halfronde sluiting, geflankeerd door twee nevenkoren met dito inspringende sluiting, en een haakse rechthoekige sacristie ten zuidoosten, met rechthoekige aanbouw.

Baksteenbouw met gebruik van rodere baksteen voor dagkanten van muuropeningen; hardsteen voor afzaat van plint, banden, water- en druiplijsten, op consoles rustende daklijsten, afgeschuinde lekdrempels, hoekblokken, steigergaten van toren en afwerking van steunberen, schouder-, topstukken en westportaal; breuksteen voor plint; houten kroonlijsten voorzien van ijzeren lelies; zadeldaken (kunstleien, deels met aandaken) boven westwerk, middenbeuk, transept, koor, zijkoren en sacristie (met dakschild ten noorden), met in totaal twaalf dakkapellen onder zadeldakjes met schild vooraan en bolbekroning; dito lessenaarsdaken boven zijbeuken; dito halfconische bedaking boven voormalige doopkapel en sluitingen van nevenkoren; krul- en lelievormige ankers bij geveltoppen; grotendeels versneden steunberen, aan de hoeken doorgaans op elkaar gesteld. Neoromaans zijn de ordonnerende spaarvelden in de opstanden van toren, westwerk, voormalige doopkapel en koorpartij, alsook de al dan niet gekoppelde rondbogige muuropeningen en oculi.

Westtoren van vier geledingen van ongelijke hoogte onder ingesnoerde naaldspits (leien) met aan elke zijde een uurwerk, waarboven een dakkapelleje met drie schilden en bolbekroning met smeedijzeren kruis en windhaan. Rondboogportaal naar Romaans patroon; geprofileerde dagkanten met gekoppelde zuiltjes, voorzien van bladwerkkapiteel en dekplaat met bloemversiering, onder een driehoekige latei met in een centrale cirkel ingeschreven kruis, geprofileerde archivolten met bakstenen boogveld en puntgevelvormige bekroning met drie gekoppelde rondboognissen waarin centraal beeld van witte steen met voorstelling van Sint-Martinus die zijn mantel deelt en flankerende bedelaars; bekronend kruis en flankerende, smalle rechthoekige venstertjes met bewaard traliewerk, het rechtse venster met latei voorzien van inscriptie: A.DNI/ MCMXI; rechthoekige vleugeldeur met behouden houtwerk en ijzerbeslag; vóór portaal, hernieuwde trap. Tweede geleding ten westen voorzien van een groot rondbogig spaarveld met twee ingeschreven rondboogvensters waarboven een groot oculus met zespas. Op de derde geleding, ten westen, noorden en zuiden, telkens twee drielobbige spaarvelden met ingeschreven smalle rechthoekige venstertjes. Op de vierde geleding, aan elke zijde, vier gekoppelde rondbogige spaarveldjes waarboven twee biforen als galmgaten met centraal zuiltje met bladwerkkapiteel. Ten zuidoosten aanleunende ronde traptoren, reikend tot de derde geleding, met van een smeedijzeren bekroning voorziene, conische spits. Middenbeuk met rondbogige drielichten in bovenmuren en zijbeuken met eenvoudige rondboogvensters. Westwerk en transept met analoge muuropeningen, alsook met oculi, waaronder één groot centraal met zespas in transeptsluiting; aldaar ten zuiden, betralied rechthoekig keldergat. Eveneens rondbogige muuropeningen bij de lagere koorpartij met ten oosten bekronende kruisen van smeedijzer en hardsteen. Sacristie met betraliede rechthoekige muuropeningen onder mijterboogvormige lateien; analoge openingen bij de rechthoekige aanbouw en de ten noord- en zuidwesten aan het transept aangebouwde portalen.

Bepleisterd en beschilderd interieur op hardstenen plint. Basilicale opstand. In de middenbeuk, geprofileerde rondbogige kalkstenen scheibogen opgevangen door achtzijdige hardstenen pijlers met dito geprofileerd basement en dito bladwerkkapiteel; oplopende pilasters met kalkstenen basement en bladwerkkapiteel dragen de van imitatievoegen voorziene kruisribgewelven met ribben en gordelbogen van kalksteen. Analoge graatgewelven van de zijbeuken rustend op pilasters met kalkstenen bladwerkkapiteel; rondbogige gordel- en muraalbogen. Gelijkaardige overkluizing van kruising, rustend op pijlers met flankerende kalkstenen halfzuilen, alsook van transeptarmen en koortravee, rustend op kalkstenen bladwerkkraagstenen. Rondbogige scheibogen van koortravee opgevangen door hardstenen zuil met oplopend halfzuiltje. Koorsluiting met straalgewelf op gelijkaardige pilasters als in de zijbeuken. Nevenkoren en voormalige doopkapel met schelpvormige overkluizing. Analoge kruisribgewelven boven westportaal en orgeltribune.

Mobilair uit de oude kerk: Schilderij met de voorstelling van Sint-Martinus die zijn mantel deelt met een bedelaar (1761), door Willem-Jacob Herreyns (1743-1827); gepolychromeerde houten beelden van Sint-Antonius abt (Maasland, begin 16de eeuw), polychromie vernieuw, Sint-Jan de Doper (18de eeuw), Sint-Jan in disco (eind 18de eeuw); (wit)geschilderde houten beelden van Jezus (18de eeuw) aan vernieuwd kruis, Sint-Anna en Maria (18de of eerste helft 19de eeuw), Onze-Lieve-Vrouw met Jezus (idem dito) en Sint-Antonius van Padua (19de eeuw?); houten beelden van Sint-Genoveva (eerste helft 16de eeuw), Lam Gods (eind 18de eeuw?, deels van metaal), Sint-Lucia (1820); twee eiken biechtstoelen (circa 1800 of midden 19de eeuw); panelen met muziekinstrumenten van balustrade van orgeltribune (tweede helft 18de eeuw), deels gerecupereerd in zuidelijk nevenkoor als altaar van huidige doopkapel; doopvont van rood marmer met roodkoperen deksel (midden 19de eeuw);

Voormalig orgel, gedemonteerd opgeslagen in de ruimte naast de orgeltribune, een werk van J. Beerens (Weert) van circa 1775, het enige nog bewaarde orgel van deze bouwer, waarvan niet enkel de orgelkast behouden bleef, maar ook vele onderdelen van het instrument.

Mobilair voor de nieuwe kerk: (Wit)geschilderde houten beelden van Onze-Lieve-Vrouw (begin 20ste eeuw?), Heilig-Hart van Jezus (begin 20ste eeuw?), Sint-Martinus door J.A. Gussé uit Hasselt (1918), Onze-Lieve-Vrouw (1912) door dezelfde en Sint-Jozef (1912); hoofdaltaar van hardsteen (begin 20ste eeuw), door dezelfde naar ontwerp van architect V. Lenertz (Leuven), met voorstelling van zegende Christus omringd door de vier dieren van de Apocalyps en vier profeten; tabernakel met baldakijn en kandelaars, van koper, door de ateliers van Emile Pirotte (Luik); twee zijaltaren van hardsteen door Paul Roemaat uit Leuven (jaren 1930); op kuip van vier evangelistensymbolen voorziene preekstoel (circa 1925) van hardsteen en witte steen, door dezelfde; twee eiken biechtstoelen met neogotische inslag (begin 20ste eeuw), mogelijk naar ontwerp van architect V. Lenertz (Leuven, 1923); eclectische eiken orgeltribune (begin 20ste eeuw); neorenaissance kruisweg van biscuit in neogotische eiken omlijsting (tussen 1899 en 1912); decoratieve en figuratieve glasramen (begin 20ste eeuw en later); waardeloos orgel van circa 1910, waarvan de bouwer onbekend is, in 1935 hersteld en omgebouwd door V. Van de Loo & Zoon uit Rotselaar en dito in 1972 door B. Pels-D’Hondt uit Herselt.

Ten Noorden van de kerk, drie hardstenen grafkruisen van Maria Van de Hoef († 1680) en man Simon Antonis Tevwis, met Christus aan het kruis tussen Onze-Lieve-Vrouw en Sint-Jan, van Anthonis Tevwis († 1650) en echtgenote Ienneken (?), met Christusmonogran, en van Emelius Hubertus Wouters († 1822), zijn zus Anna Barbara, huisvrouw van H. Leen († 1823) met haar twee kinderen.

  • Afdeling ROHM Limburg, Cel Monumenten en Landschappen, dossier nr. 2296 (i.v.m. orgel van J. Beerens).
  • Archief A.M.L.-Brussel, plannenfonds K.C.M.L., provincie Limburg, Overpelt, parochiekerk St.-Martinus.
  • Drossaard Clercx feesten, Overpelt, 18-26 juni 1960, s.l., 1960.
  • H. Martens, bouwmeester, Stevoort, 1983, p. 21.
  • Laat-gotische beeldsnijkunst uit Limburg en Grensland, (tent.cat.), St.-Truiden, 1990, inv.nr. 415.
  • Religieuze neogotiek in de Teutendorpen , (tent.cat.), Neerpelt, 1989, p. 7, 15, 17, 150-151, 154-159, afbn.
  • CEULEMANS M. & VAN DEN PUTTE J., Overpelt in woord en beeld, Overpelt, 1986, p. 7, prentkaarten op p. 8 (oude kerk), 10, 39 (oude kerk), 50, 52-53 (oude kerk), 54, 89 (oude kerk), foto’s op p. 60 (oude kerk), 80, 86, 87 (oude kerk).
  • CLAASSEN A., Torenburchten, heerlijke torens, kerktorens, in Limburg, 59, 1980, p. 10.
  • DE DIJN C.G., red., Het orgelbezit in de provincie Limburg, in Kunst en oudheden in Limburg, 16, St.-Truiden, 1976, p. 180.
  • GEUKENS B., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Limburg. Kanton Neerpelt, Brussel-St.-Truiden, 1977, p. 35-36.
  • LAINÉ D. & VANTHILLO C. (red.), Peter Heidbüchel, een "Kirchenmaler" te Sint-Truiden (1868-1949), in Limburg - Het Oude Land van Loon, 78, 1999, p. 238.
  • LEYNEN H., Overpelt tegen Floreffe, (Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundigen Studiekring te Hasselt, 18, 1943.), p. 103-104, 125.
  • LEYNEN H., Overpeltana, (Limburg, 12, p. 227; 13, 1931-32, p. 30-31).
  • MOLEMANS J., Historisch-naamkundige studie van Sint-Huibrechts-Lille, St.-Huibrechts-Lille, 1976, p. 192.
  • SCHREURS R., SCHREURS G. & LEDEGEN G., Het Overpelt van vroeger, Overpelt, 1985, foto’s nrs. 2 (oude kerk)-5, 28 (oude kerk), 36 (oude kerk), 40, 50, 57.
  • VERMEULEN G., De Limburgse Sint-Antonius-abt-kroniek anno 1992, (Antoniana, 1992, p. 161, afb. van St.-Antoniusbeeld).
  • VERPOEST L., Architectuurgids neogotiek in België, Antwerpen-Baarn, 1989, p. 109.

Bron     : Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Pauwels, Dirk
Datum  : 2005


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Martinus [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/80375 (Geraadpleegd op 16-07-2019)