Parochiekerk Sint-Jozef

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Limburg
Gemeente Overpelt
Deelgemeente Overpelt
Straat Kerkstraat
Locatie Kerkstraat zonder nummer, Overpelt (Limburg)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Overpelt (adrescontroles: 12-07-2007 - 12-07-2007).
  • Inventarisatie Overpelt (geografische inventarisatie: 01-01-2005 - 31-12-2005).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Jozef

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

is deel van de vaststelling als bouwkundig erfgoed Tuinwijk Overpelt-Fabriek

Deze vaststelling is geldig sinds 01-02-2018.

Beknopte karakterisering

Typologieparochiekerken
Stijlneoromaans
Dateringvóór WO I

Beschrijving

Tussen Fabrieksstraat en Kerkstraat gelegen, van een geasfalteerde oprit met vier rijen esdoorns voorzien, noord-zuid georiënteerd, neoromaans bedehuis. In 1905 werd de door de fabriek bekostigde bouw aangevat. Op 21 februari 1906, wijding van de klokken. Op 27 september 1906, inzegening door Monseigneur Rutten, bisschop van Luik. De zorg voor de parochie, aanvankelijk waargenomen door de salvatorianen van Hamont, werd in 1908 aan het bisdom overgedragen. In 1928, aanbrengen van de heden overschilderde muurschilderingen door Peter Heidbüchel (Sint-Truiden). Na de Tweede Wereldoorlog, decoratie van het interieur door pastoor Vandeboer. In 1978, verkoop van het bedehuis door de Metallurgie Hoboken-Overpelt aan de kerkfabriek voor de symbolische prijs van één frank. Op 3 april 2000 waren herstellingen van de bedaking aan de gang en werd het metselwerk opnieuw gevoegd.

De plattegrond beschrijft een rechthoekig portaal, een zaalkerk van vijf traveeën, één rechte koortravee met inspringende halfronde sluiting, twee zijkapellen met analoge sluiting, waarbij de oostelijke kapel fungeert als doopkapel, alsook later aan de koorpartij aangebouwde sacristie, met bergruimte ten westen, confer bouwnaad en andere baksteen. Van sierankers voorziene baksteenbouw op gecementeerde plint; gebruik van hardsteen voor afgeschuinde waterlijsten, lekdrempels, lateien, consoles, kraagstenen en afwerking van de ritmerende, versneden, vooraan op elkaar gestelde steunberen; geprofileerde houten kroonlijsten; boven schip: gecombineerde zadeldaken, ten noorden afgewolfd, met twee dakkapellen onder zadeldakjes, met twee schildjes vooraan en bolbekroning, alsook schuin opgestelde, centrale vierkante dakruiter met achtzijdige naaldspits met bekronend smeedijzeren kruis; gelijkaardige bedaking bij de lagere zijkapellen; lessenaarsdak boven het eveneens lager noordelijk portaal, halfconische bedaking, deels met bolbekroning, bij de sluitingen en plat dak met betonnen kroonlijst bij de latere, nog lagere zuidelijke aanbouw. Neoromaans zijn de ordonnerende spaarvelden, lisenen en steunberen, toegepast in alle opstanden, behalve bij het noordportaal met flankerende ijzeren leuningen; ook markante klimmende en rechte rondboogfriezen bij de puntgevelvormige bekroningen van derde en vierde travee, de lagere koorsluiting en de voorgevels van de zijkapellen. Aflijnende geprofileerde baksteenfries met dito rechte muizentand. Rondboogportaal in een afgeschuinde geprofileerde omlijsting; bewaarde vleugeldeur en twee flankerende rondboogvensters. Zijgevels van schip met rondbogige benedenvensters met afgeschuinde neg, ingeschreven in een rondboogomlijsting; lagere, per twee gekoppelde rondbogige bovenvensters, idem dito ingeschreven ter hoogte van de puntgevelvormige bekroning. Analoge muuropeningen bij laatstgenoemde, koorsluiting, zijkapellen en latere aanbouw; getoogde bij de bergruimte; rechthoekige deur onder op kwartronde consoles rustende latei, bij de zijkapellen. Zuidgevel van latere aanbouw met drie rondbogige spaarvelden, het centrale met ingeschreven bakstenen kruis. Alle vensters, behalve bij de aanbouw, met ijzeren roedeverdeling onder meer bestaande uit vierpassen, ruiten en cirkels.

Volledig bepleisterd en beschilderd interieur. Ritmerende pilasters en colonetten, laatstgenoemde tussen de eerste en tweede travee, dragen koepelgewelven met vlakke rondbogige pseudoribben; kruisribgewelf boven derde en vierde travee; koortravee en zijkapellen gelijkaardig overkluisd als schip, met half koepelvormige overkluizing in de sluitingen. Rondbogige gordel-, muraal-, triomf- en scheibogen. Gekorniste lijsten.

Mobilair: Alle van circa 1905, tenzij anders aangeduid. Geschilderde kruisweg, in olieverf op doek, gevat in eiken omlijstingen; witbeschilderde gipsen beelden van Onze-Lieve-Vrouw van het Heilig Hart (1875) en van het Heilig Hart van Jezus (ongedateerd), op neogotische vierkante eiken sokkels; eerder neoromaans hoofdaltaar met eclectische inslag, van witte steen, marmer en koper, met eiken retabel met twee engelenfiguren, links in reliëf de Geboorte van Jezus en rechts de Heilige Familie in het werkhuis van Jozef, door Thomas Watson (Achel); eclectische eiken biechtstoel met in fronton voorstelling van de boetvaardige Maria Magdalena en inscripties IHS en SM, door dezelfde; neoromaanse gehoute orgeltribune, rustend op twee vierkante pijlers met afgeschuinde hoeken; door de zinkfabriek van Overpelt geschonken orgel van 1906 door J. Stevens Duffel), met neoromaanse orgelkast met eclectische inslag; achtzijdige hardstenen doopvont met geelkoperen deksel (begin 20ste eeuw?); eclectische zeszijdige eiken lezenaar, in vorm van pijler, met geprofileerd basement en bladwerkkapiteel.

  • Religieuze neogotiek in de Teutendorpen , (tent.cat.), Neerpelt, 1989, p. 15, 151, 162-163, afbn.
  • Wording en groei van het Salvatorcollege en van de Belgische Salvatoriaanse provincie, Hamont 1977, p. 27.
  • CEULEMANS M. & VAN DEN PUTTE J., Overpelt in woord en beeld, Overpelt, 1986, p.13, prentkaarten op p. 26-27.
  • DE DIJN C.G., red., Het orgelbezit in de provincie Limburg, in Kunst en oudheden in Limburg, 16, St.-Truiden, 1976, p. 179.
  • GEUKENS B., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Limburg. Kanton Neerpelt, Brussel-St.-Truiden, 1977, p. 34-35.
  • LAINÉ D. & VANTHILLO C. (red.), Peter Heidbüchel, een "Kirchenmaler" te Sint-Truiden (1868-1949), in Limburg - Het Oude Land van Loon, 78, 1999, p. 238.
  • SCHREURS R., SCHREURS G. & LEDEGEN G., Het Overpelt van vroeger, Overpelt, 1985, z.pag., prentkaart nr. 12.

Bron: Pauwels D. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kanton Neerpelt, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N2, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Pauwels, Dirk

Datum tekst: 2005

Relaties

maakt deel uit van Tuinwijk Overpelt-Fabriek

Berkenlaan 11-43, Fabrieksstraat 115-143, 138, Haltstraat 1-27, Hospitaalstraat 1-15, 2-16, Hotelstraat...

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.