erfgoedobject

Poortgebouw van de proosdij van Onze-Lieve-Vrouw

bouwkundig element
ID: 82339   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82339

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voormalig poortgebouw van de proosdij van Onze-Lieve-Vrouw, heden ingang van het Groeningemuseum, zie smeedijzeren uithangbord met opschrift "GROENINGE / MUSEUM"/. Poortgebouw van 1749 met parement van arduin; drie traveeën en één bouwlaag onder leien zadeldak. Travee-indeling gemarkeerd door lisenen met Franse voegen onder een gekornist entablement en kroonlijst laatst genoemde omlopend boven het centrale gebogen fronton; cartouche in het boogveld, vroeger voorzien van wapen en spreuk van Johannes van der Stricht, proost van het Onze-Lieve-Vrouwekapittel van 1742 tot 1775; 18de-eeuwse steenhouwermerken, te identificeren met J. Lisse, N.-J. Marcq, P.-C. Trigalet (Arquennes). Centrale rondboogpoort in kwartholle geblokte omlijsting met rocaillesluitsteen, rondboogvensters in geriemde omlijsting met sluitsteen in de zijtravee. Originele, houten vleugelpoort met houten tussendorpel gemarkeerd door schelpmotief. De raamindeling met kleine roeden gaat terug op toestand van vóór 1853.

Deels geplaveide tuin met twee dooreenlopende diephuizen en rechts rondboogdoorgang met ijzeren rondbooghek naar tweede tuin. Vooraan, pand van vier traveeën en twee bouwlagen onder afgeknot zadeldak (dakvenster), uit de 18de eeuw. Beschilderde bakstenen lijstgevel afgelijnd door een geprofileerde lijst onder de latere houten goot. Rechthoekige vensters, oorspronkelijk in een bepleisterde omlijsting met oren en op doorgetrokken lekdrempels, zie sporen. Rechthoekige, rococogetinte deur met bovenlicht, voorzien van waaiervormige roedeverdeling in het bovenlicht, afkomstig uit het Gruuthusemuseum. Houten dakgoot met geprofileerde kooflijst. Zijgevel: bepleisterde lijstgevel van vijf traveeën. Rechthoekige openingen met 19de-eeuws houtwerk met kleine roedeverdelingen.

Interieur. Oorspronkelijke balklagen met sleutelstukken, soms bepleisterd en voorzien van lijstwerkversiering. Eiken steektrap met bordes, gedateerd 1742. Bewaarde dakconstructie bestaande uit kruk-, schaar- en nokgebinten met ronde kepers, nokbalk telmerken en vier gordingen. Salon op begane grond met witmarmeren schouw in Lodewijk XVI-stijl en op bovenverdieping faienceschouw in Lodewijk XVI-stijl van H. Pulinx, afkomstig uit een herenhuis aan de Hoogstraat.

Achterhuis van vier traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak, uit 16de-17de eeuw. Verankerde, beschilderde, bakstenen zijgevel. Lage begane grond met rechthoekige openingen. Hoge, voorheen beluikte bovenvensters. Twee dakvensters met tuitgevel voorzien van schouderstukken en rechthoekige opening met afgeschuinde dagkanten. In de achtergevel, ovaal omlijst oculus onder druiplijst.

Interieur. Oorspronkelijke balklagen met sleutelstukken en dakconstructie bestaande uit schaargebinten met hanenbalken en gordingen. Op bovenverdieping, neogotische huiskapel ingericht in de tweede helft van de 19de eeuw naar ontwerp van architect J. (de) Bethune, heden in gebruik als bibliotheek.

Ommuurde tuin met als pilasters uitgewerkt steunberen en bloemperken en struiken; arduinen armpomp met bronzen dolfijn als tuitstuk, vervaardigd in de loop van het tweede-derde kwart van de 18de eeuw door J. Dumery.

Spitsboogdoorgang in tuinmuur leidt naar het eigenlijke Groeningemuseum, ontstaan in 1929-1930 na samenvoeging van de in 1716 opgerichte Academie voor Teken- en Schilderkunst en het in 1898 opgerichte Museum voor Moderne Kunst. Gesloten constructie met enkel bovenverlichting in de tentoonstellingszalen zoals gebruikelijk in de toenmalige vooruitstrevende museumbouw. Complex op rechthoekige plattegrond; opgetrokken in 1929-1930 naar ontwerp van toenmalig schepen en architect J. Viérin (Brugge). Kenmerkende overhoekse inplanting ten opzichte van omliggende bebouwing; oorspronkelijk inkompaviljoen op de noordwesthoek: massieve onderbouw en veelzijdige trommel onder een kleinere lantaarn; aanleunende toren met lichtgleuven. In 1995-1996 uitgebreid met postmodernistische vleugel naar ontwerp van architect F. Sohier (Brugge) voor onderbrengen van museumshop en als verbinding met de nabijgelegen, neogotische "Kapel van de Cistjes". Herinrichting van het museum door het Architectenbureau 51 NE 4 onder leiding van P. Swinnen en heropening op 1 maart 2003.

Deze kapel ligt ten zuiden van het oudste deel van het museum en fungeert sinds de herinrichting als inkomhal. Opgetrokken in 1876 voor aartsbroederschap van Heilige Francisus-Xaverius naar ontwerp van architect J. (de) Bethune (Brugge) en uitgevoerd door aannemer-metser L. Bulckaert (Loppem), oorspronkelijk bestaande uit kapel en feestzaal op de bovenverdieping. In 1913 uitgebreid met dwarsvleugel naar ontwerp van architect A. De Pauw (Brugge). Na de Tweede Wereldoorlog in gebruik als scoutslokaal, in jaren 1980 aangekocht door Stad en sinds 1996 ingericht als museum.

Complex op L-vormige plattegrond. Hoofdvolume bestaande uit een breedhuis van zeven traveeën en twee bouwlagen onder leien zadeldak (kleine dakvensters). Verankerde, bakstenen lijstgevel, geschraagd door versneden steunberen; baksteenfries onder de goot. Op de begane grond omschrijven spitsboognissen twee lancetvensters; soortgelijke openingen in segmentboognissen op de bovenverdieping. Sterk verticaliserend opgevatte noordoostelijke zijgevel door steunberen en spitsboognis met lancetvensters. Tegen drie rechter traveeën van voorgevel, haakse uitbreiding van 1913, leien zadeldak met dakruiter; inkompartij opgenomen in een risaliet met steek- boognis en ingeschreven rechthoekige deur met versierde gevelsteen waarop opschrift "SOCIETEIT FRANCISCUS XAVERIUS" en "QUIS RESIST TIBI"; achterin liggende gevel geritmeerd door drielichten.

Interieur. Voormalige kapel (begane grond) overwelfd met bepleisterde graatgewelven tussen gordelbogen en op vierkante pijlers. Voormalige feestzaal (bovenverdieping) overkluisd met houten spitsbooggewelf met dennenhouten betimmering; per travee geritmeerd door beschilderde ribben met peerkraalprofileringen; trekijzers; noordoostelijke gevel, vijf polychrome glasramen van gebroeders Coucke met jaartal "1900". Het museum herbergt een collectie schilderijen, voornamelijk beperkt tot de productie van de vroegere Zuidelijke Nederlanden en het huidige België , en dan nog hoofdzakelijk. werken van de Brugse school.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, dossier 202.
  • Stadsarchief Brugge, Bouwvergunningen, nr. 58/1853, nr. 692/1980.
  • Dienst Monumentenzorg en Stadsvernieuwing Brugge, Nota, 19 augustus 1991.
  • DEVLIEGHER L. 1975: De huizen van Brugge, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen 2-3, Tielt, 56, 58.
  • DE VOS D., Groeningemuseum Brugge. De volledige verzameling, Brugge, 1983, p. 9-11.
  • VAN BELLE J.L., Signes Lapidaires. Nouveau dictionnaire. Belgique et Nord de la France, Louvain-la-Neuve, 1994, nr. 433, p. 22, 58, 157, 686; nr. 1130, p. 23, 58, 156, 692.
  • VAN BIERVLIET L., Het Groeningemuseum in de Kapel van de Cistjes, in Kontaktblad Gidsenbond Brugge & West-Vlaanderen, XVII, 1996, nr. 3, p. 33-35.

Bron     : Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Zuid, Brussel - Turnhout.
Auteurs : Gilté, Stefanie, Van Vlaenderen, Patricia, Vanwalleghem, Aagje
Datum  : 2004


Relaties

  • Is deel van
    Dijver
    Dijver (Brugge)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Poortgebouw van de proosdij van Onze-Lieve-Vrouw [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82339 (Geraadpleegd op 21-06-2019)