erfgoedobject

Herenhuis Arentshuis en Arentshof

bouwkundig element
ID: 82343   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82343

Juridische gevolgen

Beschrijving

Voormalige herenwoning met tuin, vanaf 1910 ingericht als museum. Oorspronkelijk deel uitmakend van het Gruuthusedomein tot het in 1662 definitief een afzonderlijk perceel wordt. Huidig geheel op onregelmatige plattegrond: ten noorden begrensd door de Dijver, ten westen door de Reie, aan zuid- en oostkant door Groeninge. Bestaande uit huis aan de Dijver, gedeeltelijk over de Reie gebouwd, voormalig koetshuis en tuin met prieeltje. Vóór 1663 was geschiedenis van het pand verbonden met domein van Gruuthuse. Huidig uitzicht is fasegewijs tot stand gekomen.

1562: Marcus Gerards tekent een ommuurde lusttuin, brug over de Reie met een houten galerij aansluitend bij de Gruuthusekeuken en afgescheiden van de Dijver door een lage muur met pijlertjes, daarachter diephuis met tuitgevel, in de noordoostelijke hoek, aan de Dijver, twee diephuizen met puntgevels ter hoogte van het huidige koetshuis, daarachter een klein huisje palend aan Groeninge, in de zuidoostelijke hoek een rond torentje, in de zuidelijke muur geeft een poortje toegang tot Groeninge.

Tekst

vóór 1580: splitsen van het Gruuthusedomein in twee delen, ten oosten en ten westen van de Reie. 1637: samenvoeging van beide delen; sedert 1628 was het Gruuthusedomein ingericht als Berg van Barmhartigheid. 641: Sanderus tekent op de brug een gebouw van één bouwlaag met vijf getraliede vensters in rondboognissen, ter hoogte van de vierde travee is er een scheidingsmuur met de toenmalige Berg van Barmhartigheid, uit de ommuurde tuin, nu ingericht als moestuin, zijn naar verluidt behalve de twee diephuizen aan de Dijver de gebouwen verdwenen, in de zuidoostelijke hoek is het torentje vervangen door een tuinhuisje met trapgevel en op palen, in de zuidelijke muur een poortje met toegang tot Groeninge. 1662: definitieve splitsing van beide percelen, het linkerdeel wordt verkocht aan A. Vander Zijpe. Een stenen brug vervangt de houten galerij over de Reie, daarop komt een nieuw huis met integratie van de oudere constructie met vijf traveeën. 1693: behoud van de verbinding, via ingang in de westelijke zijgevel, met de toenmalige Berg van Barmhartigheid maar ze mag evenwel niet worden gebruikt. 1745: Custis tekent een breedhuis van acht traveeën en twee bouwlagen met een barokgevel getypeerd door gebruik van negblokken, speklagen, vensters op de begane grond in rondboognissen, oculi op de bovenverdieping, drie dakvensters met flankerende voluten. Links van het huis een barokpoort geflankeerd door: enerzijds, een aanbouw, aanleunend tegen het huis, van twee traveeën en één bouwlaag met halve volutegevel, anderzijds een vleugel met blinde volutegevel. In de loop van de tweede helft van de 18de eeuw: verbouwing van huis, zie huidige toestand maar zonder twee huidige linker traveeën. Oprichting op de hoek met Groeninge van stallingen en dienstruimten. In de tuin aanplanten van fruitbomen, er is sprake van een basin en gloriette (het huidige paviljoen?). 1785: toevoeging van een oculus in de westgevel, wellicht ten behoeve van het herschikken van de bovenverdieping. Vierde kwart van de 18de eeuw - eerste kwart van de 19de eeuw: toevoeging van twee linker traveeën met ingangsportiek en interieuraanpassingen in Egyptiserende stijl naar ontwerp van meestermetselaar E. Goddyn (Brugge). 19de eeuw: beschrijving van de tuin als "Engelse tuin" met serres voor meloenen en ananassen. Er staan 32 bomen en 235 struiken. Vierde kwart van de 19de eeuw: A. Arents wordt eigenaar, classicistisch interieur wordt grondig gewijzigd in een romantisch-klassieke stijl. 1906-1908: onteigening door de stad ten behoeve van het in te richten Gruuthusemuseum, dit kadert in de uitbreiding van het museumparcours tussen Gruuthuse en het nieuw te bouwen Groeningemuseum (zie Dijver nummer 12). 1910: inrichting als museum en tentoonstellingsruimte onder meer met prenten en tekeningen in 1864 door J. Steinmetz (1795-1883) aan de Stad geschonken. 1911-1912: de tuin wordt openbaar domein en fungeert als verbinding tussen het Gruuthuse- en het nieuw te bouwen Groeningemuseum. Ontwerp van stadsingenieur C. Salmon en architect J. Viérin (Brugge) bevat: een wandelas naar het nieuw te bouwen Bonifaciusbrugje (in plaats van sluisje) met overdekte doorgang; een nieuwe toegangspoort in de zuidelijke muur, verlagen van de muur aan de waterkant, heraanleggen van de tuinen, ook op het voormalige kerkhof van de Onze-Lieve-Vrouwekerk en bouwen van de pastorie (Onze-Lieve-Vrouwekerkhof-Zuid nummer 2), plaatsen van twee zuilen van Doornikse steen afkomstig van de in 1787-1791 afgebroken waterhal (zie Markt, 18n a p. 184-186). 1929: aanbrengen aan Groeningezijde, tegenover het Groeningemuseum, van het poortje met 18de-eeuwse omlijsting. 1936: schenking door kunstschilder F. Brangwyn (1867-1956) van een deel van zijn oeuvre dat een plaats krijgt in het museum. 1954-1968: vestiging van administratie van de latere Dienst van de Stedelijke Musea. 1973: hermaken van oorspronkelijke gang en deur aansluitend bij het terras. 1983: heraanleg van het park, onder meer met bestrating, haagjes. 1987: plaatsen in het park van de vier ruiters van de Apocalyps, bronzen beelden naar ontwerp van beeldhouwer R. Poot (°1924). 1990: kanttentoonstelling, nadien krijgt de collectie naast die van Brangwyn een permanente plaats. 2002: in het kader van Brugge 2002, culturele hoofdstad van Europa, onderbrengen van de Brangwyncollectie op de bovenverdieping en inrichten van begane grond ten behoeve van tijdelijke tentoonstellingen van het Groeningemuseum; de kantcollectie zal een nieuwe locatie krijgen.

Imposant laatclassicistisch herenhuis, verankerde crè mekleurige beschilderde baksteenbouw van twee bouwlagen bestaande uit twee parallelle vleugels onder samengestelde zadeldaken (nok parallel aan de straat, leien en Vlaamse pannen). Alle ramen hebben kleine roedeverdelingen; dakvlakken aan oost- en zuidzijde doorbroken door dakkapellen. Voorgevel: lijstgevel van acht verankerde + latere twee traveeën op grijze plint. Sporen van de oudste bouwfase: natuurstenen muurfragmenten in de vijf rechter traveeën, op de bovenverdieping twee vensters met afgeschuinde dagkanten, sporen van negblokken en doorlopende banden. Rechthoekige vensters, persiennes voor de acht rechtse traveeën en de vensters, op de bovenverdieping twee typische, ondiepe erkers in Lodewijk XVI-stijl, waarschijnlijk geplaatst in het eerste kwart van de 20Ste eeuw. Omlopend entablement met blanco fries, geprofileerde waterlijst en kroonlijst op klossen. Oostgevel: lijstgevel met monumentaal portiek uit het vierde kwart van de 18de eeuw tot eerste kwart van de 19de eeuw. Acht traveeën, waarvan drie blinde linker traveeën en dito uiterst rechtse travee op de verhoogde begane grond (terreinhelling). Kelderverdieping met rechthoekige houten luiken in het souterrain. Portiek van drie trav en brede buitentrap van arduin: colonnade van vier slanke zuilen op postamenten en met egyptiserende palmbladkapitelen bekroond door een omlopend hoofdgestel met kroonlijst op klossen, aan gevelzijde zijn het gelijksoortige pilasters die de drie traveeën met rondboogdeuren ritmeren. Voorts rondboogopeningen op de begane grond, rechthoekig op de bovenverdieping. Zuidgevel: lijstgevel van negen traveeën: links dieperliggend deel van vier traveeën met lagere nok overbrugt de Reie met zijn gedrukt tongewelf afgeboord door boogrug van Doornikse steen; waarboven enkele natuurstenen consoles. Steekboogvensters, op de begane grond met inspringende dagkanten, geblokte ontlastingsbogen en beluikt of met duimen, op de bovenverdieping afgeschuinde dagkanten. Ter hoogte van drie rechtse traveeën: royaal terras met sierlijke smeedijzeren hek en arduinen trap leidend naar de tuin. Westgevel: twee per baksteenlaag getrapte topgevels uitlopend op een schoorsteenschacht. Linkergevel: dichtgemetselde ingang uit het derde kwart van de 15de eeuw oorspronkelijk deeluitmakend van Gruuthusedomein: rechthoekige deuropening in rondboognis met geprofileerde rechtstanden op zandstenen sokkels, zandstenen latei met gebeiteld Gruuthuse- devies "PLUS EST EN VOUS", rondboognis met bakstenen maaswerk. Daarboven gedichte oculus en in de top twee rondboogvensters. Rechtergevel: rondboogpoortje met geblokte bakstenen omlijsting en arduinen buitentrapje. Interieur. Gecompartimenteerd souterrain onder meer tweebeukige kelder (vóór 1663) onder graatgewelven opgevangen door een middenzuil, geprofileerd voetstuk en kapiteel, 18de-eeuwse comfoortjes; tweebeukige wijnkelder met middenpijler.

Trappenhuis met slingertrap op ovale plattegrond, zuilen met palmbladkapitelen, plafond met cirkelvormig empirelijstwerk. Aansluitend bij het trappenhuis de gang met links en rechts verschillende salons met bepleisterde balken, lijst- en stucwerk, vleugeldeuren. Salons aan tuinzijde met laatclassicistische elementen: marmeren empireschouwen met naast de schouwboezem zuiltjes met palmbladkapitelen; stucwerk onder meer voorstellend de tuinkunst en de jacht. Aan straatzijde hebben de salons een neoclassicistische aankleding. Op de bovenverdieping bepleisterde balken met sleutelstukken, eenvoudige marmeren en houten schouwen. Zolder: bewaarde 17de-eeuwse dakconstructie met dubbele schaargebinten en nokgebinte, telmerken.

Hof toegankelijk via barokke korfboogpoort met hoofdgestel geblokte omlijsting van arduin, 17de-eeuwse steenhouwersmerken te identificeren met F. Lisse (Arquennes, Feluy), ijzeren hek. Aan tuinzijde, klein afdak boven laatclassicitisch getinte halfzuilen op hoge sokkels. Koetshuis. Teruggaand tot de 18de eeuw, mogelijk met oudere kern zie voorgevel met bouwnaden en hoekstenen die blijkbaar verwijzen naar een constructie van één bouwlaag met topgevel aan straatzijde; alleszins sterk verbouwd. In 2002 ingericht als museumshop; aan de straatkant een electriciteitscabine. In zijn huidige vorm, twee bouwlagen onder schilddak (nok loodrecht op de straat, Vlaamse pannen); verankerde bakstenen lijstgevels. Straatgevel: één travee, op de begane grond rondboogdeur met geblokte zandstenen omlijsting met sluitsteen uit de eerste helft van de 18de eeuw, misschien afkomstig van de vroegere Corps-de-Garde (1714) aan de Vrijdagmarkt, deur met waaiervormig bovenlicht; op de bovenverdieping rechthoekig luik. Brede afgeschuinde hoek met zandstenen hoekblokken. Tuingevel: van zeven traveeën, op de begane grond geritmeerd door verankerde en heden aangepaste rondbooggalerij, in de vijf rechter traveeën heden beglaasd onder een houten kalf met oculi in de duidelijk later opgevulde boogvelden; volledig gedichte rondboogopeningen in de twee rechter traveeën. Haast vierkante bovenvensters met kleine roedeverdeling; aanbouw van één bouwlaag en twee traveeën. Straatgevel kant Groeninge: ongelijke travee-indeling met segmentboogvensters, sporen van oudere openingen.

Publieke tuin, ommuurd aan oost- en zuidzijde en gestut door middel van versneden steunberen, kaaimuur aan het water; brede kasseibestrating leidt naar toegangen aan noord-, oost- en zuidkant. Heden resten nog 15 bomen waaronder acacia, esdoorns, witte en rode kastanjes, plantsoenen afgeboord met taxushagen. In de zuidoostelijke hoek laat-classicistisch rond paviljoen op trapjes. Ionische zuilen met kapitelen dragen het hoofdgestel en koepelvormige bedaking; kunststenen beeld (circa 1972) van vechtende putti: kopie door beeldhouwer A. Standaert (Brugge) naar het beeld van 1781 naar ontwerp van beeldhouwer P. Pepers. In de oostelijke muur poortje met arduinen 18de-eeuwse omlijsting in Lodewijk XV-stijl. In de zuidmuur rondboogpoort met arduinen geprofileerde omlijsting, twee schampbollen. In de zuidwestelijke hoek Bonifatiusbrugje en galerij van 1911 naar ontwerp van architect J. Viérin (Brugge). Oorspronkelijke plaats van het spui van Gruuthuse met nog bewaarde slagstijlen. Naamgeving geïnspireerd op Sint-Bonifacius, de vermeende stichter van de Onze-Lieve-Vrouwekerk. Bakstenen voetgangersbruggetje met gekasseide trapjes, bakstenen bankjes met arduinen dekplaten, die van de borstweringen waarschijnlijk afkomstig van oude grafstenen; booggewelf afgewerkt met blauwe en witte hardsteen. Aan de voet van de brug grenssteen met jaartal 1634. Doorgang ontworpen als huisje onder zadeldak (leipannen) in neo-16de-eeuwse-stijl; aanleunend tegen Groeninge nummer 2. Bakstenen verankerde tuit- en lijstgevels, doorgang via twee tudorboogopeningen met natuurstenen waterlijst. Aan brugzijde zandstenen gevelsteen, afkomstig van Nieuwpoort, met afbeelding van een schipje en met opschrift "IN 'T SCHIP MET ROER EN MAST / LOGIEST VOOR GOEDEN GAST".

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, doss. DW000240.
  • ADRIANSSENS W. (e.a), Groen Brugge, Brugge, 1987, p. 69-70.
  • BEERNAERT B., Open…, 2001, p. 28-37.
  • BEERNAERT B., D' HONDT J., Jaarboek Stedelijke Musea, 1995-1996, p. 174-189.
  • DEVLIEGHER L. 1975: De huizen van Brugge, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen 2-3, Tielt, 58-59 en p. 114-115.
  • GEVAERT H., Brugse bruggen, Brugge, 2001, p. 12.
  • JANSSENS DE BISTHOVEN A., Catalogus stadsgezichten, Geschiedenis van het Arentshuis, 1977, p. 3-14.
  • VAN BELLE J.L., Signes Lapidaires. Nouveau dictionnaire. Belgique et Nord de la France, Louvain-la-Neuve, 1994, nr. 1336, p. 70, p. 157, p. 827.

Bron     : Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Zuid, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Gilté, Stefanie, Van Vlaenderen, Patricia, Vanwalleghem, Aagje
Datum  : 2004


Relaties

  • Is deel van
    Dijver
    Dijver (Brugge)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Herenhuis Arentshuis en Arentshof [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82343 (Geraadpleegd op 18-08-2019)