erfgoedobject

Sint-Janshospitaal - Middeleeuwse ziekenzalen

bouwkundig element
ID: 82410   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82410

Juridische gevolgen

Beschrijving

Middeleeuwse ziekenzalen. Drie parallelle hallenzalen in Romaanse en gotische stijl onder zadeldaken (nok loodrecht op de straat, leipannen), ten zuiden palend aan de Reie. Opgetrokken uit veld-, tuf- en baksteen, gebruik van Doornikse steen voor zuilen, scheibogen, lijstwerk, bolkozijnen en van Euvillesteen voor de restauraties.
De huidige plattegrond omvat: (1) de middenzaal (circa 1150-circa 1234), van twee beuken en zes traveeën met aan oostzijde drie dwars geplaatste scheibogen refererend aan de ligging van de oudste ziekenzaal, ingangsportaal; (2) een naar achter versmallende zuidelijke zaal (1285-1290) van twee beuken en negen traveeën met vier aanpalende bijgebouwen aan de Reie (2a tot d); (3) de éénbeukige noordelijke zaal (1268) van vier traveeën met aansluitend de kerk (4a) met apsis van 1473-1474 (4b) en de Sint-Corneliuskapel (eerste helft van de 15de eeuw), (6) en met vierkante toren (circa 1234), (5) aan de noordzijde.

Oostkant, gevel van de middenzaal (1). Verankerde veldstenen puntgevel met Mariaportaal. 1857: slopen van parasietgebouwen en herstellen van de gevel naar ontwerp van architect I. Alleweireldt. Het huidige uitzicht resulteert van de restauratiecampagne van 1911-1913 naar ontwerp van architecten L. Delacenserie en J. Coomans. Wegrestaureren van de muuropeningen op de begane grond en vroegere herstellingen en aanbrengen van een veldstenen parement. Voorts neogotisch portaal van Doornikse steen onder zadeldak van 1911-1912: naar ontwerp van J. Coomans in plaats van het in 1856 gesloopte 16de-eeuwse portaal, het beeldhouwwerk wordt gerestaureerd en nieuwe beelden bijgevoegd door beeldhouwer R. Rooms (Gent). Gebruik van baksteen voor boogvelden van de rondboognissen en omlijsting van de centrale oculus met vierpas en Doornikse steen voor horizontale lijsten en bolkozijnen. Mariaportaal met in de spitsboogvelden bewaard kalkzandstenen beeldhouwwerk beïnvloed door Noord-Franse gotische kathedraalbouw. Voorstellingen uit het leven van Maria van links naar rechts: Maria-ten-Hemelopneming, daarboven Deësis- groep, de dood van Maria, daarboven kroning van Maria. Overig beeldhouwwerk door R. Rooms in 1912-1914 toegevoegd, in de oculus: onder meer Maria, Troosteres der Verdrukten, musicerende engelen in de zwikken, familieleden van Maria tegen de archivolten van de spitsboog, op de middenstijl beeld van Maria op console met twee engelen en wapenschild van Brugge.

Oostkant, gevel van de zuidelijke zaal (2). Verankerde bakstenen puntgevel van vier traveeën. 1857: slopen van parasietgebouwen, openmaken van het eerste venster op de begane grond, aanbrengen maaswerk, zie vierde venster. Restauratie van 1908-1909 behandelt de topgevel: herstellen van het parement, afdekken van de schuine kanten van de topgevel met in spitsboogvorm gekapte bakstenen, bolkozijnen van Doornikse steen in plaats van houten, vernieuwen of aanbrengen van waterlijsten van Doornikse steen ter hoogte van onderdorpels en lateien. Huidig maaswerk en glas in lood van de benedenvensters in 1957 vernieuwd naar ontwerp van architect J. Verbeke. Begane grond met hoge monumentale spitsboogvensters (vierde kwart van de 16de eeuw – eerste kwart van de 17de eeuw). Geveltop belijnd door waterlijsten, onder meer ter hoogte van de onder- en bovendorpels, rechthoekige vensters met blauwstenen tussenstijl gevat in rondboognissen met afgeschuinde dakanten. Bovenste blind venster opengewerkt met kruis.

Reiegevel van de zuidelijke zaal (2). Zie Marcus Gerards (1562), stond aan de oostzijde van de gevel een aanbouw, afgebroken in het vierde kwart van de 16de eeuw – eerste kwart van de 17de eeuw. Verankerde bakstenen lijstgevel met uitkragende borstwering op tandenlijst; resultaat van verschillende bouwfases. Ongelijke travee-indeling: van links naar rechts twee smalle segmentboogvensters onder de borstwering, twee spitsboogvensters op plaats van vroeger dwarsgebouw, daarboven sporen van vier spitsboogopeningen, twee spitsboogvensters met maaswerk en daarboven vier spitsboogopeningen; oudste openingen dateren vermoedelijk van de opbouw van de zuidelijke zaal. Rechts drie hoge spitsboogvensters (vierde kwart van de 16de eeuw – eerste kwart van de 17de eeuwa), het maaswerk is vernieuwd in 1957 naar ontwerp van J. Verbeke.

Bijgebouwen Reiegevel (2, a-b-c-d van links naar rechts). (2 a): palend aan de trapgevel van het zusterklooster: bakstenen gebouw onder lessenaarsdak, kruisribgewelf in de benedenruimte vermoedelijk van 1540 met aanpalende latrines van de tweede helft van de 13de eeuw en vernieuwd in 1516. Afdakje aan de zuidzijde vervangt in 1862 oudere constructie; dwarsmuur met twee spitsboogramen. (2 b): restant van hoger dwarsgebouw, baksteenbouw onder lessenaarsdak en met hoekketting in Doornikse steen. (2 c en d): bakstenen gebouwtjes in neogotische stijl, rustend op gewelven en op resten van oudere constructies gebouwd, tweede kwart van de 19de eeuw (?) met poortje toegang verlenend tot de Reie. Rondboogdeur en korfboogven- sters met maaswerk.

Oostkant, gevel van de noordvleugel (4). Driezijdige apsis (1473-1474) van de kerk: baksteenbouw met Ledesteen onder spits dak (daktegels) op geprofileerde kalkzandsteen plint en met uitkragende gootmuur. Twee geprofileerde onversierde spitsboogvensters, hoekkettingen.

Romaanse toren (5). Ten oosten palend aan de Mariastraat, ten noorden aan het broederklooster, ten westen aan de Corneliuskapel, ten zuiden aan de kerk. Opgetrokken (circa 1234) uit baksteen en aan de noordkant gedeeltelijk uit tufsteen. Tijdens de restauratie van 1908-1909: hermetselen van de topgevels. Massieve toren onder zadeldak (daktegels) en met aan noord- en zuidkant gootmuren. Aan oostzijde doorbroken door zandstenen kruiskozijnen met vensterkorf, rondboogluik met bakstenen waterlijst, in de top twee rondbogige galmgaten en rondboogopening met veellob; steigergaten. Noord- en westzijden hebben gelijkaardige muuropeningen en galmgaten. Twee kleine dakkapelletjes.

Noordkant (6) en (4). Van links naar rechts: vooruitspringende bakstenen lijstgevel met verschillende baksteenformaten, gevel van de Sint-Corneliuskapel (6) met zandstenen plint en hoekketting, op begane grond twee spitsboogvensters met maaswerk en rechts spitsboognis; op de bovenverdieping en in de achtergevel zandstenen kruiskozijnen. Rechts van de kapel dieperliggend portaal en daarnaast segmentboogdeur in spitsboognis met portiek onder zadeldak, beide in neostijl en afgewerkt met houten wimberg; voormalige ingangen via de noordelijke ziekenzaal.
Verankerde bakstenen lijstgevel (1268) van de noordelijke zaal (3), vier traveeën worden afgescheiden door zware steunberen, op de begane grond drie gekoppelde bakstenen spitsboogvensters ingeschreven in een gedrukte rondboog, daarboven per travee twee spitsboogvensters. Aan het binnenplein wordt toegang uit het eerste kwart van de 19de eeuw in 1906 vervangen door huidig neogotisch poortgebouw naar ontwerp van L. Delacenserie: één bouwlaag onder zadeldak, tuitgevels met aan voorzijde gevelsteen met opschrift "ST.- JANS-HOSPITAAL" en aan achterzijde met wapen van het hospitaal en afbeelding van een lam; doorgang via tudorboogopeningen .

Westkant, gevel van de noordelijke zaal (3). Verankerde bakstenen puntgevel (1268) op zandstenen plint. Tegen de begane grond stond tot circa 1856 een gebouw van één bouwlaag. Gevel wordt tijdens restauratie van 1907 grotendeels vernieuwd: over het al dan niet oorspronkelijke karakter van de begane grond met spitsboogpoort en -vensters bestaat geen uitsluitsel omdat de oorspronkelijke toestand niet gekend is. Verticale geleding door versneden steunberen, daartussen op de bovenverdieping drie bolkozijnen in rondboognissen en met doorlopende onderdorpels en lateien, links en rechts van de steunberen gedrukte spitsboogopening. Topgevel met centrale oculus en spitsboogvensters, sommige blind en in de top met verticale verluchtingsspleet.

Westkant, Middengevel (1). Verankerde bakstenen puntgevel (circa 1234) met aangebouwd bakstenen gotisch portaal (vierde kwart van de 13de eeuw?) en rechts een driezijdige 15de-eeuwse traptoren onder half puntdak (leien), gevel met verschillende baksteenformaten. In 1911 consoliderende restauratie van de Romaanse gevel en het gotische portaal. Links van het portaal bestaat het oudste parement gedeeltelijk uit tufsteen. Steunberen aan beide zijden van het portaal. Topgevel: centrale oculus waarin vierpas met bakstenen omlijsting omgeven door smalle rondboogopeningen met fijne bakstenen waterlijst. In de hoeken van het portaal vangen bakstenen colonnetten met zandstenen loofwerkkapiteeltjes vijf archivolten van baksteen op, middenstijl van Doornikse steen met console en baldakijn en met 19de-eeuws beeld van een profeet afkomstig van het stadhuis. Afgezien van twee kleine rechthoekige vensteropeningen zijn de muren van de traptoren blind.

Westkant, zuidgevel (2). Monumentale verankerde bakstenen puntgevel van 1285-1290. Weinig gewijzigd in de loop van de tijd; neogotisch bovenlicht van segmentboogpoort dateert van restauratie van 1909-1910. Gebruik van Doornikse steen voor lijsten ter hoogte van onderdorpels en lateien, kruis- en bolkozijnen. Verjongende steunbeer tussen eerste en tweede travee. Op de begane grond drie onversierde spitsboogvensters. Bovenbouw met rechthoekige vensters en luiken gevat in rondboognissen, ronde oculus en blinde rondboognis met opengewerkt kruis. Rechts in de top vierkante kalkzandstenen zonnewijzer met Romeinse cijfers, van 1961 in plaats van bepleisterde zonnewijzer van 1909. Aandaken van de topgevel afgewerkt met spitsboogvormige bakstenen.

Interieur. Drie zalen met zolderingen op verschillende hoogten vormen één doorlopende ruimte. Een in situ bewaard schilderij van J. Beerblock toont vanuit het westen de inrichting aan van de ziekenzalen circa 1778: de functionele rug aan rug opstelling van de houten alkoven voor en tussen de zuilenrijen schenkt voldoende ruimte voor de circulaties en enige afzondering.

Verschillende bouwfasen zijn nog afleesbaar. In de huidige onthaalruimte (1) stond de eerste zaal (circa 1150) evenwijdig met de straat en met de ingang vermoedelijk ter hoogte van het huidige portaal. Het tracé van de funderingsresten van veldsteen werd in de vloer ingewerkt. Heden tweebeukige ruimte met drie traveeën, zoldering met moer- en kinderbalken ondersteund door houten pijlers met standvinken.

Middenzaal (1). Bij het bouwen van de middelste zaal (circa 1234) werd de oude constructie ingewerkt in de nu dwars georiënteerde zaal en verbonden via drie schei- bogen rustend op twee Doornikse zuilen, de knoppenkapitelen hebben aan elke zijde een bladmotief. Aan de noordkant van de middelste zaal zitten nog sporen van de oorspronkelijke Romaanse buitengevel: fragmenten van rondboogopeningen met tuf- en baksteen, sporen van steunberen, op de bovenverdieping twee rijen rondboog- vensters met bakstenen waterlijsten, bovenste vensters zitten in een uitkragende gootmuur. Tweebeukige zaal van zes traveeën De lage zoldering met moer- en kinder- balken wordt centraal ondersteund door eenvoudige zuilen in Doornikse steen en met knoppenkapitelen die een doorlopende houten balk dragen. Spitse scheibogen- arcades en zuilen met knoppenkapitelen van Doornikse steen geven toegang tot de flankerende zalen, de scheiboogarcades werden aangebracht bij de bouw van de flankerende zalen, aan noordzijde vermoedelijk circa 1268, aan zuidzijde vermoedelijk circa 1285-1290.
Aan westzijde geeft een zandstenen spiltrap (midden 15de eeuw) toegang tot de zolder, de bakstenen trapkoker is in de westgevel ingebouwd. Zolder onder monumentale sporenkap (circa 1234) met twee hanenbalken verbonden en versterkt door negen schaargebinten met kromhouten uitgewerkt als tongewelf.

Noordzaal. Hoge eenbeukige zaal oorspronkelijk met een bovenverdieping waarschijnlijk ingericht ten behoeve van de zustercellen. In de westmuur duidt een in 1906 aangebrachte strijkbalk de plaats van de nu verdwenen vloer aan. Noordelijke muur op de begane grond doorbroken met segmentboognissen, horend bij elk ziekbed(?), waarin vloertje met geglazuurde tegels. Op de voormalige bovenverdieping tussen de rondboogvensters kaarsnissen met driepas, horend bij elke kloostercel(?). Voorts consoles, versierd met bladmotieven, van de nu verdwenen muurstijlen met korbelen en ter ondersteuning van de zoldering. Zoldering met moer- en kinderbalken. Zolder met sporenkap circa 1268 verbonden door twee hanenbalken.

Kerk en Sint-Corneliuskapel (4a, 4b) en (6), aansluitend op de noordzaal. Eenbeukige kerk (4a) van vijf traveeën met aan oostzijde driezijdige apsis (4b), (1473-1475); spitsboogfries onder het bepleisterd gedrukt tongewelf. Herinrichting in de 17de eeuw, zie koorbanken, biechtstoel en deuren van kerk en Sint-Corneliuskapel. In de 19de eeuw uitbreiding van de kerk in westelijke richting, gedeeltelijk overbouwen van de ziekenzalen met twee tribunes en orgel. Dakgebinte van de kerk van 1268, met eiken sporenkap verbonden door twee hanenbalken.
Sint-Corneliuskapel (eerste helft van de 15de eeuw), (6). Twee traveeën onder kruisribgewelf op gebeeldhouwde en beschilderde consoles. Boven de kapel resten van een oudere bouwfase in een kamer palend aan de toren en in verbinding met de slaapzaal van het broederklooster: metselwerk gedeeltelijk in tufsteen, in oost- en zuidmuur sporen van 12de-eeuwse (?)-openingen: een halfronde rookvang van een schouw, daarboven de aanzetten van een brede vensteropening met rolstaven aan de dagkanten en rechts daarvan een kleiner venster; houten tongewelf. De aanpalende kamer heeft een zoldering met moer- en kinderbalken.

Mobilair. Schilderijen: "Kleine jacht op de Heilige Ursula", anoniem, 14de eeuw; "Klein Ursulaschrijn", anoniem circa 1400; van H. Memling: "Reliekschrijn van de Heilige Ursula", vóór 1489; "Triptiek van Adriaan Reins", 1480; "Triptiek van Jan Floreins", 1479: "Triptiek van Johannes de Evangelist en Johannes de Doper", 1479; "Portret van een jonge vrouw", 1480; "Diptiek van Maarten van Nieuwenhove", 1487.
Beeldhouwwerk: boven de kerkingang eiken gepolychromeerd beeld van de Heilige Cornelius, vierde kwart van de 14de eeuw; zandstenen laatgotisch muurtabernakel met reliëf van Christus in de Olijfhof, circa 1410-1420; eikenhouten beelden van 1500 tot de 19de eeuw.
Meubilair: toegangsdeur naar de kerk, 17de eeuw; eikenhouten barokke en rijk versierde toegangsdeuren tot de Corneliuskapel met Heilige Apolloniabeeld op de deurnaald, tweede helft van de 17de eeuw; rijk gesculpteerde koorbanken, 1661; biechtstoel, circa 1630; 17de-eeuwse tribune uitgebreid in 1906.

Zuidelijke zaal (2). Tweebeukige zaal van negen traveeën. Aan oostzijde vangt een centrale, monumentale houten pijler (22 meter) op een sokkel in Doornikse steen, door middel van zijn ingewerkte dubbele standvinken, de balklagen op van de twee hoger opgaande traveeën. De overige traveeën hebben een lagere zoldering met moer- en kinderbalken met centrale ondersteuning door houten pijlers op eenvoudige sokkels van Doornikse steen en met standvinken. De balklaag wordt aan de zijkant opgevangen door muurstijlen met korbelen op blauwstenen consoles versierd met gebeeldhouwd loofwerk en soms verlevendigd met hoofden. Op de bovenverdieping, novicenzolder van zeven traveeën, zoldering met moer- en kinderbalken ondersteund door houten pijlers met standvinken en muurstijlen met korbeelstukken. Fragment van 14de-eeuwse tegelvloer. Rest van een schouw met zuiltjes met knoppenkapitelen van Doornikse steen tegen de zuidwand. Zolder met monumentale eikenhouten gebinte circa 1285-1290: keperparen verbonden door twee hanenbalken.

Toren (5). De begane grond, verbonden met koor van de kerk, is overkluisd met bakstenen kruisgewelf. Vertrek op de bovenverdieping: kruisribgewelf uit het eerste kwart van de 16de eeuw waarvan gewelfvlakken versierd zijn met geschilderde geometrische motieven in trompe-l'oeil, eiken deur met briefpanelen, geglazuurde tegelvloer in dambordpatroon, eiken lambrisering en zitbanken aan drie wanden, venster uit het eerste kwart van de 16de eeuw met luikjes en hang- en sluitwerk. Derde bouwlaag: moer- en kinderbalken met balksleutels, muurstijlen met korbelen. Op de zolder: eiken klokkenstoel met klokken uit het eerste kwart van de 19de eeuw.

  • DE BAERE P. C., Een studie over het St. Janshospitaal te Brugge, onuitgegeven.
  • ESTHER J., 800 jaar Sint-Janshospitaal deel I, 1976, p. 265-288.
  • JANSE H., DEVLIEGHER L., Middeleeuwse dakbekappingen in het vroegere graafschap Vlaanderen (Bulletin van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, 1962, nr. 13, p. 299-380).

Bron     : Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Zuid, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Gilté, Stefanie, Van Vlaenderen, Patricia, Vanwalleghem, Aagje
Datum  : 2004


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Sint-Janshospitaal - Middeleeuwse ziekenzalen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82410 (Geraadpleegd op 12-11-2019)