erfgoedobject

Sint-Janshospitaal - Ziekenzalen van 1856-1864

bouwkundig element
ID: 82413   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82413

Juridische gevolgen

Beschrijving

Ziekenzalen van 1856-1864. Hospitaalcomplex in neoclassicistische stijl naar ontwerp van architect I. Alleweireldt (Brugge).

1847: het oude hospitaal kampt met plaatsgebrek, de gebouwen verkeren in slechte staat en voldoen niet aan de medische behoeften. Afbraak van de middeleeuwse zalen overwogen door Commissie van Burgerlijke Godshuizen met de bedoeling nieuwe gebouwen op te trekken in navolging van het nieuwe maar ruimer en monumentaler opgevatte Sint-Janshospitaal (1838) van Brussel naar ontwerp van architect H.L.F. Partoes: hier sluiten achteraan gescheiden ziekenzalen haaks aan op de U-vormige galerij die de langwerpige binnenplaats afzoomt.
Tussen 1848 en 1852: reeks ontwerpen van architect P. Buyck, in dienst van de Commissie; eerste in traditionele Brugse stijl en uiteindelijk in neoclassicistische, zie het Brusselse complex. In 1848 beslist men om een wedstrijd in te richten. De daartoe in 1849 samengestelde jury buigt zich vooreerst over de plannen van P. Buyck met een voortdurende onenigheid als gevolg. Vanuit het Ministerie van Justitie rijst het plan om het seminarie aan de Potterierei om te vormen tot hospitaal en visa versa. Door deze polemiek wordt de hele onderneming op de lange baan geschoven.
1852: de Commissie schrijft een openbare wedstrijd uit en selecteert het plan van de architect V. Cousin (Brussel), eveneens geïnspireerd op het Brusselse Sint- Janshospitaal.
1854: onderzoek van de mogelijkheid om het ziekenhuis op te richten op de nieuw aangelegde Gentpoortvest; de oorspronkelijke locatie blijft evenwel uiteindelijk behouden. Achterwege laten van het ontwerp van V. Cousin; opdracht toevertrouwd aan P. Buyck die zijn vroegere plannen moet aanpassen. Het nieuwe ontwerp voorziet een U-vormige plattegrond met zeven ziekenzalen en dienstgebouwen opgesteld rondom een grote binnenplaats.
Eind 1856: opstarten van de bouw van de ziekenzalen, nu onder leiding van architect I. Alleweireldt die P. Buyck opvolgde. Herwerking van de plannen en toevoeging van een achtste zaal, twee operatiezalen en een apotheek: hierdoor wordt de binnentuin afgesloten aan de westzijde. Het nieuwe complex, gelegen vlak tgov. de oude ziekenzalen, neemt de plaats in van de vroegere tuingronden, kerkhof met kapel en bedrijfsgebouwen.
In de loop van de 20ste eeuw: toevoegen van verschillende aanbouwen en oprichten van prefabgebouwen in de tuin.
1976-1991: in 1976 verhuist het hospitaal naar een nieuw complex op Sint-Pieters. De leegstaande gebouwen vallen ten prooi aan verkrotting. Overwogen wordt de ziekenzalen te slopen en een groot hotel met congresruimte te bouwen.
Vanaf 1988: zalen met onmiddellijke omgeving door de Stad in erfpacht gegeven aan het N.V. Kunstencentrum Sint-Jan.
Vanaf 1992: restauratie naar ontwerp van architect P. Salens (Brugge). Afbraak van alle parasietgebouwen, herstel van de 19de-eeuwse vormgeving. Aan oostzijde worden twee linkse en rechtse traveeën teruggebracht tot één bouwlaag, restauratie van het parement en behoud van oorspronkelijke deuren en ramen, en de indeling van de binnenruimten. Aan zuidwestzijde wordt het operatiekwartier vervangen door nieuwbouw, onder meer met onthaalruimte, naar ontwerp van architect L. Vermeersch (Brugge) en refererend aan de 19de-eeuwse architectuur. Voorts, afbraak van de viaduct over het Zonnekemeers naar de Minnewaterkliniek, heraanleg van park en parking, afleiding van de Reie in een nieuwe waterinham voorzien van kaaimuren.

Plattegrond: symmetrische aanleg rondom een rechthoekige binnentuin afgeboord door vier vleugels waarop aan noord- en zuidzijden telkens vier haakse ziekenzalen zijn geënt en afgescheiden door kleine binnenplaatsen; oostvleugel gemarkeerd door centraal paviljoen met de hoofdingang. In de westvleugel vormde het operatieblok zowat zijn tegenhanger.
Baksteenbouw van twee bouwlagen onder licht hellende afgesnuite zadeldaken en schilddaken, strakke architectuur gericht op utilitair gebruik. De ziekenzalen en gang rondom de binnenplaats rusten op een soort van souterrain.
Oostgevel van negen traveeën waarvan middelste vijf traveeën, afgescheiden door pilasters, opgevat als paviljoen van twee bouwlagen onder tentdak, centrale inkom toegankelijk via bordestrap.
Aan de lange zijden zijn de haakse ziekenzalen geflankeerd door lagere aanbouwen. De sobere gevels worden geritmeerd onder meer door gebruik van (hoek)pilasters, geprofileerde kordons, afwisseling van brede en smallere vensters. Spaarzaam gebruik van spiegels op de muurdammen en bakstenen versieringsmotieven. Enkele grote rondboogvensters, voorts voornamelijk segmentboogopeningen, afzonderlijk of per travee gevat in bakstenen omlijstingen, soms met sluitsteen, oren en neuten of met gietijzeren verluchtingsroosters. De vensters van de aanbouwen zijn soms gekoppeld. De kopgevels van de ziekenzalen worden doorbroken door aaneengesloten monumentale deur- en vensterpartijen met smeedijzeren balkon. Bewaard houtwerk met grote roeden soms met karakteristieke geometrische patronen en versierd met smeedijzeren elementen.
Aan de binnentuin, gevels van één bouwlaag waarin de aaneenschakeling van hoge rondboogopeningen afgescheiden door pilasters de indruk wekt van een galerij en hiermee refereert aan deze die te Brussel ten volle is uitgewerkt. Alternerend inpassen van drie vensters en één monumentale glasdeur, laatst genoemde opgenomen in een portiektravee met brede pilasters onder een massieve, uitstekende attiek. Vensters met verticale ijzeren roedeverdeling en waaiervormig bovenlicht . Nieuwbouw van de westvleugel qua volume geïntegreerd in het ensemble.

Interieur. Hygiënische bezorgdheid -onder meer degelijke verluchting, verlichting, contact met buiten enzomeer - uitgedrukt in opstelling en materiaalgebruik. Horizontale circulaties op niveau van het souterrain en de ziekenzalen voorzien aan de binnentuinzijde. Als voorbeeld van de verticale verbindingen kan alvast in de zuidoosthoek één typische behouden bordestrap met ijzeren leuning gelden. In de souterrains resten gangen onder gedrukte overwelving; de haakse ruimten zijn afgedekt door troggewelven tussen ijzeren I-profielen opgevangen door een gelijksoortige onderslagbalk steunend op gietijzeren colonnetten. Zelfde troggewelvensysteem in de gangen en in de eenvoudige bovenkamers; in de tussenliggende haakse ziekenzalen steunen de balken evenwel evenwel op metalen korbelen.

Aan zuidzijde: bronzen beeld "Pax", oorspronkelijk als grafmonument bedoeld, is een schenking van Dr. Dewinter, van 1924 naar ontwerp van beeldhouwer O. Rotsaert (Brugge) en gegoten in 1947.

  • Dienst Infrastructuur en Ruimtelijke Ordening Brugge, Bouwvergunningen, nummer 1861/1986, nummers 112 en 2940/1990, nummers 1448, 1599 en 2093/1991.
  • CONSTANDT L., Behoedzaam omgaan. Monumentenzorg in Brugge 1988-1993, 1994, p. 84-85.
  • ESTHER J., 800 jaar Sint-Janshospitaal deel I, 1976, p. 323-331.
  • VAN DEN ABEELE A., Het negentiende eeuws St-Jan: een monument, 1981.

Bron     : Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Zuid, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Gilté, Stefanie, Van Vlaenderen, Patricia, Vanwalleghem, Aagje
Datum  : 2004


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Sint-Janshospitaal - Ziekenzalen van 1856-1864 [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82413 (Geraadpleegd op 13-11-2019)