erfgoedobject

Kerk en klooster van de ongeschoeide karmelieten

bouwkundig element
ID: 82583   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82583

Juridische gevolgen

Beschrijving

Complex bestaande uit kerk, aanpalend klooster met twee kloosterhoven en achteraan een uitgestrekte, ommuurde tuin die ten noorden grenst aan de Jan Boninstraat. Ontstaan als verbouwing van een voormalige, adellijke woning zogenaamd "Hof van Uytkerke". (vierde kwart 15de eeuw tot eerste kwart 16de eeuw), op de kaart van Marcus Gerards (1562) afgebeeld als huizencomplex onder meer bestaande uit twee diephuizen met schermgevel en dwarsvleugel aan tuinzijde.

1633-1634: bij aankomst in Brugge in 1631 gevestigd in voormalige woning "Boninswal" (tussen Schaar-, Gapaardstraat en Boninvest), verhuizen de karmelieten wegens plaatsgebrek naar het bestaande "Hof van Uytkerke". Na aanpassingen bestaat het uit een kleine kerk, refter en dormter.
1667-1668: bouw van een nieuwe, onderkelderde tuinvleugel onder meer met keuken, ziekenafdeling - huidige recreatiezaal - en negen cellen op de bovenverdieping.
1686: ten zuidoosten van de vermelde vleugel, bouw van een - later deels verbouwde en deels in 1906 afgebroken - brouwerij, was- en knechtenhuis; bouw van een kluis in de tuin.
1688-1691: bouw van de huidige kerk naar ontwerp van de Antwerpse broeder Patricius van de Heilge Hubertus; van het oorspronkelijke plan van driebeukige kerk worden - naar verluidt op vraag van Generale Overste -alleen de afgesloten middenbeuk, het brede dwarsschip en het rechthoekige ingebouwde koor afgewerkt en als kloosterkerk in gebruik genomen. De geplande zijbeuken blijven afzonderlijke, aanhorigheden onder balklagen en lessenaarsdak; de noord-ruimte krijgt zes kleine rondboogvensters in de noordelijke zijgevel en een zijportaal in de west-gevel; als tegenhanger komt aan de zuidzijde de westelijke kloostertoegang. Uitvoering onder leiding van broeder Michael van de Heilige Ignatius en timmerman-beeldhouwer broeder Victor van de Heilige Jacobus (J. De Coster). Inwijding in 1691 doch afwerking van het interieur tot 1735.
Voorts ook bouw van de sacristie, bibliotheek en archiefruimte. De bestaande 16de-eeuwse woning van het voormalig "Hof" wordt verbouwd tot noord-west - en noord-oost-pand- gang en inkompartij aan straatzijde.
1723: sloop van een oude tuinvleugel en bouw van een nieuwe reftervleugel, waarin de (nog bestaande) refter, gastenkamers en achttien cellen op de bovenverdieping worden ondergebracht.
1726: doortrekken van de zuidoostelijke- en zuidwestelijke-vleugel van het eerste pand en bouw van de huidige spreekkamers aan straatzijde.
1797: paters worden verdreven, klooster en kerk openbaar verkocht en via stroman teruggekocht voor de rekening van de karmelieten.
Vanaf 1802: geleidelijke terugkeer van de paters; wegens onderbezetting wordt het klooster tussen 1804 en 1835 deels ingenomen door de zusters apostolinnen.
1861-1875: verschillende niet nader bepaalde restauraties onder meer aan vensters en vloeren.
1897: ingrijpende restauratie van de 17de-eeuwse trapgevel aan de Ezelstraat.
1906: afbraak van het later geïntegreerde buurpand en bouw van huidig nummer 26. Ook inrichting van noviciaatkapel in de vleugel aan de straat onder leiding van architect R. van Doome.
1913: verbreden van de kerkruimte naar ontwerp van architect L. Hubrecht (Brugge) door aanpassing van de noordelijke- en zuidelijke aanhorigheden tot overwelfde zijbeuken verbonden met de middenbeuk, en in de noordelijke zijgevel voorzien van vensters naar 17de-eeuws patroon.
1987: bouw van "Sareptha" naar ontwerp van architect H. Davans (Brugge) id est nieuwbouwproject achter gevel van nummer 26.
1994-1996: restauratie van bedaking en dakkapellen van zowel kerk als klooster naar ontwerp van architect H. Davans (Brugge).
2000-2002: uitgebreide consoliderende restauratie van het volledige complex naar ontwerp van zelfde architect onder meer huidige kleurstelling van het kerkinterieur op basis van onderzoek.

1. Kerk
Georiënteerde, barokkerk van 1688-1691, opgetrokken op het noordelijk hoekpand aan de huidige Jan Boninstraat en ten zuiden palend aan de eerste kloostergang. Vroegere kruiskerkaanleg in 1913 uitgebreid met de zijbeuken (1a), waardoor het dwarsschip in de driebeukige ruimte wordt herleid tot een pseudo-transept met verbrede altaarnissen aan de oostelijke zijde

De plattegrond ontvouwt in zijn huidige vorm een westelijke portaaltravee, ten noorden geflankeerd door onder meer biechtkamer en vroeger trap naar de orgeltribune en ten zuiden door de verbindingstravee met gang naar het klooster; driebeukig schip van drie traveeën; zijbeuken met ingebouwde biechtstoelen, een breed pseudo-transept van één travee; recht afgesloten koor van één travee, ingebouwd door kleine ruimten onder meer doorgang naar sacristie (noorden), sacristie (noordoosten), paterskoor (oosten) en trappenhal (zuidoosten).

Materialen. Baksteenbouw met verwerking van arduin voor plint en witsteen voor pilasters, deur- en vensteromlijstingen, kordons en andere sierelementen. Geheel onder leien zadeldaken met dakruiter en kleine dakkapellen.

Westgevel gekenmerkt door drieledige opbouw, benadrukt door horizontaliserende, gekorniste entablementen. Hoge onderbouw geritmeerd door pilasters met composietkapitelen; doorgetrokken middentravee met analoge opstand en vleugelstukken onder hoog, klokvormig hoofdgestel. Rechthoekig portaal, toegankelijk via bordes van 2 treden, bekroond door rechthoek waarin medaillon met vernieuwd beeld van Johannes de Doper waaronder datering "1892"; rondboogdeur in zwaar geblokte omlijsting onder druiplijst; houten vleugelpoort met gesculpteerde naald en timpaan. Zijtravee: rondboogpoortje in soortgelijke omlijsting en bekroond door betralied bovenlicht in geprofileerde omlijsting met oren, voluten en een bekronend gebroken fronton met siervaas. In de tweede geleding, licht getoogd venster in geprofileerde omlijsting met voluten en rijke sluitsteen; glas-in-loodraam met ijzeren harnas. In de top, lege rondboognis met gebogen druiplijst en flankerende engeltjes.

Noordelijke zijgevel. Verankerde en van steigergaten voorziene 17de-eeuwse gevel van baksteen. Gedichte 17de-eeuwse vensters met uitzondering van het meest westelijke. Licht getoogde barokke bovenvensters van de middenbeuk.
Zuidelijke gevel. Verankerde bakstenen lijstgevel allicht eveneens opklimmend tot de 17de eeuw doch met verschillende latere aanpassingen: segmentboogvensters: kleine ter hoogte van trappenhal links en grotere voor de bibliotheek, archief en paterskoor; kleine roedeverdelingen. Trap naar dodenkelder.
Interieur. Plastische en kleurrijke uitvoering als resultaat van de herstellingen op grond van onderzoek tijdens de restauratie van 2000-2002.
Schip met tweeledige opstand, ten dele aangepast in 1913: de huidige pijlers met Ionisch getinte barokkapitelen vervangen de 17de-eeuwse pilasters; 't is te zeggen ingebrachte geprofileerde rondboogarcade met cassettenversiering. Boven de versneden architraaf, licht getoogde vensters in geprofileerde omlijstingen met oren en festoenen. Oorspronkelijke kruisribgewelven met ronde sluitstenen tussen brede, met cassetten verlevendigde gordelbogen in de middenbeuk. Analoge over- welving van 1913 in de toen ingerichte zijbeuken. Boven de kruising, schijnkoepel met door cassetten gelede gordelbogen; in de zwikken, medaillons met bustes van kerkvaders; verbrede rondboognis met zijaltaar in de oostwand van de transeptarmen. Apsis toegankelijk via twee classicerende portalen.

Mobilair. Schilderijen. "Offer van Elias" van M. De Visch, 1747. Altaren. Monumentaal gemarmerd hoogaltaar mogelijk van J. De Coster, vierde kwart van de 17de eeuw met beeld van Heilige Jozef met Kind Jezus en ingewerkte portieken waarboven medaillons met buste van Christus en Onze-Lieve-Vrouw. Noordelijk altaar met anoniem schilderij en beeld van Onze-Lieve-Vrouw van Karmel van H. Pickery, 19de eeuw. Zuidelijk altaar van Heilige Theresia van Lisieux, 19de eeuw. Meubilair. Eikenhouten communiebank, tochtportaal, doksaal, preekstoel en biechtstoelen door J. De Coster, eerste tot tweede kwart van de 18de eeuw. Orgel van circa 1904 gebouwd door A. en S. Van Bever.

Sacristie en paterskoor. Rijk uitgewerkt stucplafond onder meer met monogram "IHS".
Trappenhal. Natuurstenen bordestrap met telkens een baroknis met Mariabeeld met Kind (begane grond) en baldakijn met beeld van "HEILIGE JOZEF" (bovenverdieping).

2. Eerste kloostergang met spreekkamers en reftervleugel
Eerste kloosterhof met bewaarde pandgangen; aantal spreekkamers ondergebracht aan straatzijde en een een refter aan tuinzijde.
Straatvleugel: breedhuis van tien traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen, vier kleine dakkapellen), waarvan twee linker traveeën opgetrokken tijdens de bouw van de kerk (1688-1691) en overige traveeën in 1726, telkens als verbouwing en uitbreiding van een deels onderkelderde 15de- tot 16de-eeuwse constructie. Verankerde, bakstenen lijstgevel doorbroken door segmentboogvensters in natuurstenen omlijstingen; ingang via rechter zijtravee van kerk.
Interieur. Uiterst links, restant van kelder van het 15de- tot 16de-eeuws woonhuis: tweeledige kelder met aan straatzijde gedrukt kruisribgewelf en een haaks tongewelf. Inkom met moerbalken (één met twee sleutelstukken), bepleisterd en versierd met 18de-eeuws lijstwerk onder meer medaillon met wapenschild; links vleugeldeur naar kerk. Voorts aan straatkant en aansluitend bij het westpand, portierskamer met soortgelijke aankleding, en drie spreekkamers met moerbalken op natuurstenen consoles. Achter de straatvleugel, kloostergang van vijf traveeën en één bouwlaag onder lessenaarsdaken en aan west-zijde - waar het pand verder loopt naar de ziekenboeg - opgenomen onder het zadeldak van de straatvleugel. Noord-ostelijk- en noordwestelijk pand opgetrokken circa 1688-1691 en Zuidoostelijke en zuidwestelijke vleugel in 1726. Verankerde, bakstenen tuinmuren met licht getoogde openingen.

Interieur. Pand overwelfd door bepleisterde en witbeschilderde kuisribgewelven tussen gordelbogen op gelede kraagstenen.
Aan tuinzijde, reftervleugel van tien/elf traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (nok parallel aan de straat, Vlaamse pannen; vijf dakkapellen), gebouwd in 1723 ter vervanging van vleugel uit het tweede kwart van de 17de eeuw. Verankerde, bakstenen tuingevel met licht getoogde openingen onder strek onder meer in rechter travee, deur met bordestrap van 4 treden waarvan bovenste gedateerd "1735" .
Interieur. De gang evenwijdig met oost-pand bewaart bepleisterde moerbalken. Refter met deels bewaarde 18de-eeuwse plankenvloer van naaldhout, omgeven door rode Boomse tegels; zolder met van met sleutelstukken voorziene moerbalken.

3. Tweede pand met ziekenboeg en noviciaat
Rondom het tweede kloosterhof met oostelijke gang, ligt aan straat- en tuinzijde telkens een novicevleugel.
Aan straatzijde, huidige ziekenboeg ondergebracht in diephuis van drie traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (Vlaamse pannen). In oorsprong zogenaamd "Hof van Uytkerke" met bewaarde kern uit het vierde kwart van de 15de eeuw tot het eerste kwart van de 16de eeuw, zie balklagen. Neo-Brugse, verankerde bakstenen trapgevel (10 treden + topstuk), van 1897, op gecementeerde plint. Ordonnerende Brugse travee, type III met oorspronkelijk maaswerk in boogvelden van beneden- en zoldervensters; natuurstenen kruis- en bolkozijnen onder oorspronkelijke ontlastingsboogjes. Achtergevel van zes/zeven traveeën, bekroond door twee dakvensters met tuitgevel op schouderstukken; ingeschreven rechthoekig venster in korfboognis met afgeschuinde dagkanten; eerste twee traveeën geleed door Brugse travee, type I met steekboogvormige afsluiting. Licht getoogde of rechthoekige vensters (bovenverdieping) met strek. Interieur. Links, kleine ruimte en erachter lange gang, waarop ziekenkamers uitkomen: overal bewaarde moerbalken door natuurstenen consoles opgevangen sleutelstukken: drie ervan zijn versierd onder meer met schild, helm en kroon en met een engel als schildhouder.
Rechts, aanpalend breedhuis van zes traveeën en één bouwlaag onder zadeldak (Vlaamse pannen), van 1726, zie moerbalken met geprofileerde sleutelstukken. Verankerde, bakstenen, gekanteelde gevel (5, 8 en 5 treden), doorbroken door twee getrapte dakvensters (3 treden + topstuk). Hoge, rechthoekige vensters met geprofileerde dagkanten waarvan de tweede en vijfde samen met bolkozijn van dakvensters is gevat in samengestelde rondboognis met afgeschuinde dagkanten en maaswerk. Glas-in-loodramen. Aan kloosterhofzijde: verankerde bakstenen gevel van zeven traveeën; sporen van arduinen plint. Eén dakkapel met tuitgevel op schouderstukken; rechthoekige luikopening in korfboognis. Rechthoekige vensters onder strek, op begane grond met afgeschuinde dagkanten; oorspronkelijk kleinere bovenvensters gevat in tudorboognissen zie sporen van nissen onder dakgoot.
Interieur. Op de bovenverdieping, voormalige novicekapel uit het eerste kwart van de 20ste eeuw; heden vergaderzaal, overdekt door middel van een bepleisterd tongewelf. Aan tuinzijde, novicevleugel van tien traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (nok loodrecht op de straat, Vlaamse pannen), van 1667-1668. Verankerde bakstenen lijstgevel bekroond met dakkapel opgevat als tuitgeveltje met schouderstukken en rechtoekig venster in korfboognis. Korfbogige vensters, op kleiner op de bovenverdieping dan op begane grond. Aan oostzijde is pandgang van vier traveeën onder lessenaardak gebouwd.
Interieur. Kloostergang overspannen door kruisgewelven. Voorts bewaarde moerbalken met geprofileerde sleutelstukken.

In de loop van de 17de eeuw ommuurde tuin, toegankelijk via Jan Boninstraat door middel van dubbele, houten poort van 1921. Monumentale, geschraagde zuidelijke muur met tudorboognissen zowel in de muur als in de steunberen. Tuin aangelegd in de loop van de jaren 1990 onder meer met vijvertje. In zuidoosthoek een 17de-eeuws pesthuisje: klein gebouw met verankerde en beschilderde bakstenen puntgevel waarin rondboogdeur in rechthoekige omlijsting afgeboord met pseudo-hoekblokken; rondboognis met Sint-Jozefbeeld; zijgevel van twee traveeën met korfboogvensters. Sint-Eliaskluis: rechthoekige constructie onder tentdak, geflankeerd door rondbogengalerij. Bepleisterd en beschilderd prieeltje (19de eeuw?) op achthoekig grondplan onder tentdak; grote rechthoekige openingen.
In het verlengde van de tuinmuur bevindt zich achter Ezelstraat nummer 24 een deel van de brouwerijmuur uit de tweede helft van de 17de eeuw, heden opgenomen in een garage waarvan de inkom - afgeschuinde korfboogpoort - de oude doorgang naar de kloostertuin is.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, Archief, dossier DW000290 en DW000460.
  • Stadsarchief Brugge, Bouwvergunningen, nummer 132/1913.
  • BEERNAERT B., Open Monumentendag Vlaanderen. Ezelstraatkwartier, Brugge, 1989, nummer 26.
  • BEERNAERT B., Open Monumentendag Vlaanderen. 17de-eeuwse architectuur in de binnenstad, Brugge, 1993, nummer 4.
  • BEERNAERT B., Open Monumentendag Vlaanderen. Monumenten en Tijd, Brugge, 2000, pagina's 36-43.
  • DE GROOTE S., Het klooster en de kerk van de ongeschoeide karmelieten te Brugge. Een architectuurhistorische studie, onuitgegeven licentiaatverhandeling, KUL, 2001.
  • DEVLIEGHER L. 1975: De huizen van Brugge, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen 2-3, Tielt, 75.
  • ROTSAERT J., De Karmelieten van de Theresiaanse hervorming of karmelieten Discalsen te Brugge, in Brugs Ommeland, XXII, 1982, nummer 1, pagina's 5-44.
  • VROMMAN F., Kunstwerken in de Brugse kerken en kapellen, Brugge, 1986, pagina's 199-211.

Bron     : Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Noord, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Gilté, Stefanie, Van Vlaenderen, Patricia, Vanwalleghem, Aagje
Datum  : 2004


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Kerk en klooster van de ongeschoeide karmelieten [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/82583 (Geraadpleegd op 17-07-2019)