is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Windmolen Bonne Chiere
Deze vaststelling is geldig sinds
is aangeduid als beschermd monument Windmolen Bonne Chiere
Deze bescherming is geldig sinds
is deel van de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Brugse geplantsoeneerde stadsomwalling
Deze vaststelling is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Brugse geplantsoeneerde stadsomwalling
Deze bescherming is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd cultuurhistorisch landschap Stadswal met omgeving
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Bonne Chieremolen
Deze vaststelling was geldig van tot
De windmolen Bonne Chiere is een houten staakmolen uit Olsene die in 1911 langs de Kruisvest in Brugge heropgebouwd werd op de plaats waar sedert 1487 een windmolen stond.
Op deze locatie langs de Kruisvest stond in 1487 een windmolen, die in historische bronnen als “Bonnesiere” (1519) en als “Beilschiere” (1529) wordt vermeld. De molen was aanvankelijk een schorsmolen, in het bezit van het huidenvettersambacht. De molen werd in 1529 te koop gesteld en werd vervolgens omgevormd tot een korenmolen. In 1541 wordt de molen ook wel vermeld als molen “De Boone”. De molen staat aangeduid op de kaarten van Marcus Gerards (1562) en Jacob van Deventer (1558-1575). De molen werd in 1720 heropgericht. Op 21 november 1903 waaide de molen omver. De oude molenwal werd in 1906 door de stad Brugge aangekocht. In 1911 werd de driezolder uit Olsene aangekocht dankzij giften van aannemer Emmanuel De Cloedt.
Deze houten staakmolen stond op de Olieberg in Olsene tussen de Kreupelstraat en de Oliebergstraat en was ingericht als koren- en boekweitmolen. Deze molen was op zijn beurt in 1844 overgebracht uit de Heirweg, waar hij vóór 1824 was opgericht als de Oliebergmolen.
De molen werd op zijn nieuwe plaats langs de Kruisvest aangeduid met de “Bonne Chiere” molen, naar zijn voorgangers op deze plek. De molen is nooit in werking gebracht. De molenkast is nagenoeg leeg. Tijdens de Tweede Wereldoorlog raakten de buitendeur en enkele weegbanden los bij het dynamiteren van de Kruispoort. Een sloop van de molen omwille van brandhout kon verhinderd worden.
In 1938 werden nieuwe geklinknagelde roeden (fabricaat Verhaeghe uit Ruddervoorde) aangebracht. In 1961 werden de kruisplaten, teerlingblokken, staart, papen en bekleding van de molenkast vernieuwd door molenmaker Robert Van de Kerkhove uit Ingelmunster. In 1968 werden nieuwe gelaste roeden door molenmakers Peel uit Gistel aangebracht. Zij brachten in 1987 ook een nieuwe steenbalk aan. In 1992 werd de versierde borstnaald van de windweeg vernieuwd, in 1995 werden er schilderwerken uitgevoerd. Ook in 2009 werden onderhouds- en herstellingswerken uitgevoerd aan de molenkast.
De standaardmolen met open voet staat op een zes meter hoge molenbelt. De teerlingen zijn gemetst met verschillende steensoorten. De voor- en zijkanten van de molenkast zijn met een verticale beplanking bekleed, tegen de windveeg en op de kap zijn kunstleien aangebracht. De kap wordt gekenmerkt door een mansardedak en geprofileerde windveren. Aan de staartzijde zijn luikapje, trap met twee leuningen en kruiwerk met houten kruiklos aanwezig. Het gevlucht bestaat uit gelaste stalen roeden van ongeveer 25 meter.
De molen bevat drie zolders. Er zouden verschillende opschriften terug te vinden zijn, waaronder “V. LEEUWEN 1842” en “BRUNO DE PAEPE 1888”. Er is geen maalinrichting aanwezig, behalve een as, een vangwiel met 78 kammen en vang.
Auteurs: Decoodt, Hannelore; Gilté, Stefanie; Vanwalleghem, Aagje; Van Vlaenderen, Patricia
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)