Cisterciënzerinnenklooster van Spermalie

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Zusters van de Kindsheid van Maria ter Spermalie
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Brugge
Deelgemeente Brugge
Straat Snaggaardstraat
Locatie Snaggaardstraat 11, Brugge (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Brugge (adrescontroles: 01-11-2007 - 30-11-2007).
  • Inventarisatie Brugge - deel B (geografische inventarisatie: 01-01-2004 - 31-12-2004).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kloostercomplex

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Cisterciënzerinnenklooster van Spermalie: kapel
gelegen te Snaggaardstraat 11 (Brugge)

Deze bescherming is geldig sinds 10-12-1980.

Beschrijving

Heden Instituut "Spermalie" voor doven en blinden en Hotelschool, ondergebracht in een complex tussen de Potterierei en Hemelrijk enerzijds en de Snaggaardstraat en de Oliebaan anderzijds. Gebouwencomplex is geleidelijk aan tot stand gekomen op een ruim, voorheen ten dele begroend en beboomd perceel.


1600: aankoop van het refugium van de Duinheren aan de Snaggaardstraat door de Cisterciënzerinnen van Spermalie die hun abdij in Sijsele - ook zogenaamd Nieuw Jeruzalem - moeten verlaten tijdens de godsdienstoorlogen (1578); ze komen over naar Brugge en betrekken voorlopige locaties.
1607: definitieve vestiging aan de Snaggaardstraat in het zogenaamde "Duinenhof" dat bleef bestaan tot 1600 toen het werd verkocht aan de Cisterciënzerinnen.
1613-1616: uitvoering van belangrijke bouwwerken waarvoor de cisterciënzerinnen in totaal 1000 ponden groten besteden voor timmerwerk, aankoop van hout, metselwerk, dakwerken.
1614: eerste steenlegging voor de nieuwbouw.
1614-1634: oprichting van de georiënteerde kerk aan de Snaggaardstraat en palend aan het torentje van het zogenaamde "Duinenhof".
Voor 1620-circa 1640: oprichting van de kloostergang met vier panden tegen de noordgevel van de kerk.
1633-1642: ten noordoosten van de kerk,oprichting van de vleugel met de kapittelzaal, de nieuwe ziekenkamer, de parloren, mevrouwens cantoor, de brouwerij, een koestal en een molenhok.
1771-1772: verbouwing van het noordelijk pand en aanpassing van het trappenhuis.
1772-1773: sloop van de bovenverdieping van de vleugel aan de noordzijde van het pand en bouw van een nieuwe bovenverdieping voor het nieuw dormitorium van de monialen.
1796: opheffing en sekwestratie van de abdij.
Eind 18de eeuw: Jan Beerblock tekent de gebouwen van de Spermalieabdij, die tot op heden grosso modo bewaard zijn.
1840: aankoop van het domein aan de Snaggaardstraat door de nieuwe kloostergemeenschap, de Zusters van de Kindsheid van Maria, gesticht door Kanunnik Ch. Carton. Ze richten hier een bewaarschool op en wijden zich toe tot op heden aan het onderwijs en de opvoeding van dove en blinde kinderen.
Vierde kwart van de 19de eeuw: verwijdering van de kruiskozijnen en verhoging met een halve verdieping van het gebouw ten noorden van de kloostergang.
1974: restauratie van de gevels van de kapel naar ontwerp van architect P. Delva (Gent).
1986: bouw van het didactisch hotel, klaslokalen en parking.
1990-1994: restauratie van gevels en daken van de kapel naar ontwerp van architect L. Vermeersch (Brugge).

In zijn huidige vorm, grosso modo overeenstemmend met de afbeelding van de kloostergebouwen door Jan Beerblock en de plattegrond opgetekend door Karel Everaert. Aan de Snaggaardstraat de hoofdingang met imposante 18de-eeuwse deuromlijsting die via de kloostergang in verbinding staat met twee 17de-eeuwse huizen waar onder andere het verblijf was van de abdis. Dominerende kapel aan de Snaggaardstraat met achterin liggende kloostergang.

De hoofdingang met de spreekkamers is nu volledig verbouwd met behoud van de 18de-eeuwse deuromlijsting. Grenzend aan het koor van de kerk, was het oorspronkelijk een gebouw van één bouwlaag onder mansardedak. Bepleisterde deurtravee opgenomen in het middenrisaliet met driehoekige frontonbekroning en imitatievoegen. Geprofileerde segmentboogdeur in een arduinen omlijsting aanzettend op neuten ter hoogte van de plint; uitgewerkte sluitsteen, festoenen en rocaillemotieven die een cartouche omzomen. De 18de-eeuwse steenhouwersmerken zijn te identificeren met P.C. Trigalet en A. Mondron (Arquennes).

Kapel
Vormgeving en bouwwijze naar gotische traditie hoewel teruggaand op 1614-1634 en hierdoor blijkbaar het laatste laatgotisch bedehuis in Brugge. Religieuze bestemming tot op heden behouden.
De plattegrond ontvouwt een driebeukig schip met twee smalle zijbeuken en één brede middenbeuk en koor met driezijdige sluiting. Zadeldak met drieledige afwolving aan oostzijde; leien bedaking aan de straatkant en Vlaamse pannen aan de tuinzijde.
Donkerrode baksteenbouw met natuurstenen plint. Spitsboogvensters voorzien van afgeschuinde dagkanten. Dakgoot op kwartholle lijst waaronder steigergaten Aanleunend tegen de noordgevel, oostelijk pand van de kloostergang waarboven een soort van wintertuin. Koor: spitsboogvenster met afgeschuinde dagkanten en met vernieuwd laatgotisch maaswerk, erboven rechthoekig venster met bolkozijn gevat in rondboognis met afgeschuinde dagkanten en gekoppelde spitsboogjes in boogveld.

Interieur. Bepleisterde en beschilderde ruimte. Schip van de zijbeuken afgescheiden door een spitsboogarcade op zuilen met achtkantige basis. Gedrukte kruisribgewelven gescheiden door zware gordelbogen met trekankers. Driezijdig koor en ingang worden geflankeerd door halfzuilen. In het koor spitsboogvensters met tweelicht en driepassen. Westelijke zijde met zusterkoor op de bovenverdieping. Zeer smalle zijbeuken eveneens afgewerkt met kruisribgewelven met zware gordelbogen en trekankers.

Mobilair. 19de-eeuws altaar van zandsteen en hout met beelden van H. Pickery. Beelden onder meer van Onze-Lieve-Vrouw met Kind uit de 17de-18de eeuw. Kalvarie met Onze-Lieve-Vrouw en de Heilige Joannes uit de 18de eeuw. Kruisbeeld van gepolychromeerd hout uit de 17de eeuw.

Kloostergang.
Vermoedelijk gebouwd met materiaal van de afbraak van de resten van de abdij van Spermalie te Sijsele/ Rechthoekig kloosterhof afgezet met de verankerde bakstenen lijstgevels van de pandgangen. Grenzend aan de noordelijke langsgevel van de kerk, zuidelijke pandgang van negen traveeën, uit de 17de eeuw, verhoogd begin 20ste eeuw met één bouwlaag. Benedenvensters en deur zijn rondbogig met afgeschuinde dagkanten en doorgetrokken onderdorpels van zandsteen.

Interieur. Twaalf graatgewelven tussen geprofileerde gordelbogen met peerkraalmotief op consooltjes. Middenin, toegangsdeur naar de kerk.

Westelijke pandgang van zes traveeën uit de 17de eeuw, in de loop van de 19de eeuw opgenomen in een nieuwe constructie van twee bouwlagen. Rondboogvensters met afgeschuinde dagkanten en kordon vormende natuurstenen onderdorpels. Interieur. Zeven graatgewelven tussen geprofileerde gordelbogen van kalkzandsteen met peerkraalprofiel, op consooltjes. Sluitsteen met wapen van abdis Gertrude.
Pecsteen met het jaartal 1360 en een afbeelding van een krulstaf. Oostelijke pandgang met verankerde bakstenen lijstgevel van zeven traveeën uit de 18de eeuw, in de loop van de 20ste eeuw verhoogd met een bouwlaag. Rondboogvensters met afgeschuinde dagkanten en doorgetrokken onderdorpel van zandsteen. Gedichte deur die toegang verleende tot de latere Lourdesgrot.

Interieur. Acht graatgewelven tussen geprofileerde gordelbogen met peerkraalmotief op consooltjes. Boven de gedichte deur sluitsteen waarop jaartal 1637 en afbeelding van krulstaf.

Noordelijke pandgang van dertien traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak vormt één geheel met de kapittelzaal. Verankerde bakstenen lijstgevel, begane grond opgetrokken in hergebruikbaksteen. Sporen van centrale grote rondboogopening. Voorts rechthoekige muuropeningen met afgeschuinde dagkanten en fragmenten van de vroegere kruisvensters. Op de bovenverdieping sporen van ontlastingsbogen.

Interieur met renaissance-barok inslag. Dertien overwelfde traveeën gescheiden door eenvoudige platte gordelbogen op geprofileerde consoles.

Noordvleugel van het klooster uit het tweede kwart van de 17de eeuw. Zuidgevel van twaalf traveeën en twee bouwlagen; mansardedak. Verankerde bakstenen lijstgevels boven een gecementeerde plint. Rondbogige benedenvensters met zandstenen doorlopende dorpel. Van zandsteen. Rondboogdeur met afgeschuinde dagkanten. Segmentbogige bovenvensters. Noordgevel: rechthoekige benedenvensters met afgeschuinde dagkanten. Twee rechthoekige middendeuren waarboven sporen van een grote rondboog. Segmentbogige bovenvensters, centraal twee vensters onder elkaar.

Interieur. Begane grond is onderverdeeld in vier lokalen met centrale trappenhal. Ruimte uiterst rechts drie moerbalken met sleutelstukken op consoles en kinderbalken. Tussen trappenhal en ruimte uiterst rechts klein lokaaltje met één moerbalk en twee strijkbalken op consooltjes. Bepleisterde moerbalken en ertussen ingebrachte plafonds met eenvoudige lijstwerkversiering. In de kapittelzaal, brede, geprofileerde deuromlijsting van zandsteen onder een gebeeldhouwd en beschilderd wapenschild van Spermalie met jaartal 1631. Drie moerbalken met sleutelstukken op witstenen consoles waarop wapenschild met initialen onder andere "M.D.R." (Maria de Ramires, vroegere abdis) en "L.V." (Laurentius Vandevelde). Twee strijkbalken op consoles met kinderbalken. Uiterst links bureel met kinderbalken en twee moerbalken waarvan een met sleutelstukken en twee strijkbalken.

Twee 17de-eeuwse huizen aan de noordoostelijke zijde van de kerk, parallel lopend met de straat en gebouwd in elkaars verlengde. Links woning van vijf traveeën en één bouwlaag onder zadeldak. Verankerde bakstenen lijstgevel met rechthoekige vensters. Zijgevel met puntgevel aangebouwd tegen oostelijke pandgang. Top voorzien van rechthoekig venster gevat in rondboognis met drielobversiering. Interieur. Drie rechthoekige achter elkaar liggende kelders afgedekt met tongewelf. Beklede moerbalken op de bovenverdieping.

Rechts breedhuis van respectievelijk drie en één traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak. Verankerde bepleisterde lijstgevels met rechthoekige muuropeningen. Oude dakkapel met tuitgeveltje waarin rechthoekig venster met houten latei en dorpel gevat in rondboognis. Zijgevel: bepleisterde tuitgevel met schouderstuk. Rechthoekige beneden- en bovenvensters. Rechthoekig venster met afgeschuinde dagkanten en tussenstijl in de top.

Interieur. Links twee beklede moerbalken waartussen plafond lijstwerkversiering, rechts kamertje onder één graatgewelf. Op de bovenverdieping één moerbalk en twee strijkbalken. Op de zolderverdieping 2 x 1 schaargebinte en nokgebinte met telmerken, houten pennen, nokbalk en vier gordingen, ronde kepers, sommige schoorstukken werden verwijderd, één schaargebinte is niet zichtbaar door mansardekamer. Oude plankenvloer. Oude zolderdeur in rabat.

  • Afdeling Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumentenzorg West-Vlaanderen, Cel Monumenten en Landschappen, archief, dossier DW000381.
  • DIRO, Bouwvergunningen, nummer 1231/1986, nummer 1650/1990, nummer 228/1991, nummer 500/1994.
  • BEERNAERT B., Open Monumentendag Vlaanderen. 17de-eeuwse architectuur in de binnenstad, Brugge, 1993.
  • ESTHER J., De bouwgeschiedenis van de abdij Nieuw Jeruzalem in Brugge in de zeventiende en achttiende eeuw, in Tentoonstellingscatalogus 800 jaar Spermalie, 1986, p. 67-91.
  • ROTSAERT K., De eerste bewaarscholen, in Brugs Ommeland, XXXI, 1999, nummer 1, p. 6-9.

Bron: Gilté S., Vanwalleghem A. & Van Vlaenderen P. 2004: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Stad Brugge, Middeleeuwse stadsuitbreiding,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 18NB Noord, Brussel - Turnhout.

Auteurs: Gilté, Stefanie; Van Vlaenderen, Patricia & Vanwalleghem, Aagje

Datum tekst: 2004

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Snaggaardstraat

Snaggaardstraat (Brugge)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.