erfgoedobject

Sint-Gertrudiscollege

bouwkundig element
ID
85112
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/85112

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Sint-Gertrudiscollege
    Deze vaststelling is geldig sinds 20-09-2010

  • omvat de aanduiding als beschermd monument Villa Julia
    Deze bescherming is geldig sinds 15-10-2002

Beschrijving

Voormalig Sint-Franciscus Salesiuscollege, heden onderdeel van het Sint-Gertrudiscollege, met Villa Julia, kapel annex feestzaal en klaslokalen aan de straat. Het college gaat terug tot de oprichting van de Middelbare School Sint-Pieter en de bouw van vier klassen op 1 mei 1894 door de Broeders van Scheppers achter een burgerhuis dat door de familie Belpaire ter beschikking was gesteld. Na een vergroting in 1906-1907 wordt de school in 1916 door het Bisdom Gent overgenomen en het Sint-Franciscus Salesiuscollege opgericht die ook middelbaar onderwijs aanboden.

In 1930 wordt de Villa Julia aangekocht van de familie Buysse als woonplaats voor de directeur; de bijhorende boomgaard twee jaar later waarop in 1933 een kapel en studiezaal wordt gebouwd. De bestaande schoolgebouwen aan de straat worden in 1946 vervangen door een nieuwe schoolvleugel; een aantal klassen en turnzaal worden nog bijgebouwd in 1952, 1956 en 1960.

Villa Julia

Villa Julia, ook gekend als Het Kasteeltje of Chateau, beschermd als monument bij Ministerieel Besluit van 15 oktober 2002.

Wat verdiept gelegen villa in neo-Vlaamserenaissance-stijl met kleine voortuin aan de straat afgesloten door gesmeed ijzeren hekwerk op lage bakstenen muur met dito toegangshek. In 1894 gebouwd door industrieel Alphonse Buysse, na afbraak van de door hem in 1892 aangekochte gebouwen van weduwe Jeanne Patronile De Meyer - Haegelsteen Casimier. Zeer kwalitatieve realisatie naar ontwerp van de Gentse architect Modeste De Noyette, die mee instond voor de bouw van het gemeentehuis van Wetteren (Markt 1). Interieur naar ontwerp van Séraphin(e) De Maertelaere. Alphonse Buysse behoorde tot de lokale liberale Franstalige burgerij, was medestichter van 'De molens van Wetteren' en politiek actief te Wetteren. Na zijn dood in 1909 betrok zijn zoon Max met echtgenote Julia Baert, aan wie de latere villanaam ontleend is, het kasteeltje.

Tal van opschriften met de initialen "MB" zouden naar deze bewoners verwijzen, die rond 1910 aanpassingswerken uitvoerden (onder meer optrekken van de biljartzaal). Max Buysse overleed drie jaar later en in 1930 verkochten de erfgenamen het perceel aan de vzw Bisschoppelijke Colleges en Gestichten van het Rechterlijk Arrondissement Dendermonde ten dienste van het college. De Villa Julia wordt nu gebruikt als ontvangst-, vergader- en kantoorruimte voor de directie van het college en deels als conciërgewoning.

Oorspronkelijk stonden er naast de villa nog een koetshuis, duiventil, twee serres en een siertuin, die verloren gingen bij de herinrichting tot school. De oorspronkelijke straatafsluiting bleef wel bewaard.

De villa in neo-Vlaamserenaissance-stijl wordt gekenmerkt door de typische combinatie van natuur- en baksteen en verwerking van tal van sierelementen. De voorgevel telt vier traveeën en twee bouwlagen onder een gecombineerd leien zadel- en lessenaarsdak doorbroken door hogeropgaande puntgevels met rolwerk en een achtzijdig torentje. Decoratief uitgewerkte voor- en linkerzijgevel; soberdere achter- en rechterzijgevel.

De gelijkvloerse verdieping bevat zowel de hoofdtoegang als de dienstingang. De hoofdingang aan de straatzijde, gevormd door een dubbele houten deur onder een gekoppeld bovenlicht is deels opengewerkt met een glaspartij en traliewerk. De flankerende ramen op de benedenverdieping zijn kruisramen, met uitzondering van het kleine neoclassicistisch getinte venstertje (omlijst en met fronton) in de linkertravee. De bovenverdieping wordt gekenmerkt door een groot omlijst rondbogig venster steunend op Ionische zuilen, aanvankelijk opgevat als een open terras en tussen 1905 en 1910 gedicht en beglaasd, in het deurrisaliet dat hoger opgaat in de toren. Het venster wordt bekroond door een natuurstenen kroonlijst die doorloopt over de twee vensters rechts. Links van het centrale bovenvenster ziet men de bouwsporen van de verhoging van de linkertravee van één naar twee bouwlagen. Bij deze verbouwing van rond 1910 werd tevens de open gaanderij op de bovenverdieping (boven de hal en de biljartzaal) die toegang verleende tot het balkon overbouwd. De achtergevel en rechterzijgevel zijn zeer sober uitgewerkt omwille van de interne structuur van het pand. De aanbouw van de school tegen de achtergevel had geen ernstige gevolgen voor de villa; de oorspronkelijke doorbrekingen bleven bewaard.

Interieur 

De onregelmatige plattegrond bleef volledig bewaard. De verbouwing van kort na 1910 noch het opsplitsen van de eetkamer deed afbreuk aan de structuur van 1894, die onder meer gekenmerkt wordt door een duidelijke inwendige scheiding tussen de vertrekken van de familie en het personeel. In het volledige pand bleef het oorspronkelijke binnenschrijnwerk naar ontwerp van Séraphin(e) De Maertelaere (Wetteren) bewaard. De stijl is steeds neo-Vlaamserenaissance maar de rijkdom van uitwerking varieert van kamer tot kamer. De eetkamer en het salon zijn het rijkst uitgewerkt gevolgd door de eetkamer van de bedienden.

De centrale hal, eertijds ook de 'biljartzaal' genoemd, zorgt voor de circulatie tussen alle ruimtes van het huis. De hal is bereikbaar via een voorportaal en wordt rechts en links geflankeerd door een spreekkamer, waarvan de rechtse volledig heringericht is. Aan de rechterzijde van de hal bevindt zich de traphal en een gang naar de bediendevertrekken in de zijvleugel. Tegen de achtergevel liggen salon en eetkamer. De structuur van de benedenverdieping herhaalt zich op de bovenverdieping. Door het optrekken van het linkerdeel van het pand verdween de gaanderij (nu de gang) en werd er extra ruimte gecreëerd boven de hal.

De zolderruimte bewaarde zijn metalen basisstructuur evenals een vergaarbak voor het regenwater. De villa is volledig onderkelderd en voorzien van tegelvloeren. Rechts van het hoofdvolume bevindt zich de bediendevleugel met woonplaats en keuken op de benedenverdieping en slaapkamers op de bovenverdieping. Typisch voor de 19de eeuw is de volledig afzonderlijke circulatie in het hoofdvolume en de bediendevleugel. De bedienden hadden hun eigen ingang (uitzonderlijk in de voorgevel), trappen en leefruimtes.

Het voorportaal in het hoofdvolume wordt overdekt door een bakstenen kruisgewelf en wordt door een vleugeldeur gescheiden van de inkomhal. De kleine spreekkamer heeft eveneens een kruisgewelf en bovendien een eenvoudige houten lambrisering. De ruimte gaf correspondentie met de biljartzaal.

De hal wordt beheerst door in rode baksteen gemetselde kruisribgewelven met een vierkante plattegrond. Als steunpunt voor de gewelven fungeren twee hardstenen Ionische zuilen en een bogenarcade in het midden van de hal. De rechterhelft van de hal (oorspronkelijk biljartkamer) werd gedecoreerd met Ionische pilasters en een doorlopende lijst in stucwerk. Boven elke deur werd een blinde oculus geplaatst. De volledige hal, traphal en overloop zijn voorzien van imitatievoegen in het stucwerk van de wanden.

De aansluitende linkerhelft van de hal werd oorspronkelijk gedeeltelijk afgesloten door gedrukte dwarstongewelven en een schuin hellend glazen dak tot aan de muur. Het dak verdween bij het verhoging van de muur tussen 1905 en 1910. De muur zelf heeft een grote partij gebrandschilderd glas, aangebracht in 1894 en wegens oorlogsschade volledig hersteld in 1950, het glas is zowel 1894 als 1950 gedateerd en bevat centraal het wapenschild van de patroonheilige van de school, Sint-Franciscus van Sales. In het raam werden tevens de spreuken aangebracht, centraal: "man's wijsheid en geduld met vrouwen dat kan het huys in ruste behouwen", "Werk vereedelt luyheid verstompt", "De dwaasheid loopt de wijsheid gaat en dat is vrij den besten raad" en "Nyt kryt waar eere rydt"; het linkerraam draagt volgende teksten: "Handelt gij 't pek krijgt gij een vlek", "Eigen haerd is goud waerd", "Staat maar een wijl gij verliest een mijl" en "Oost West thuis best; het rechterraam: "Niemand is in waarde in zijn eigen aarde", "Een rijpe peer dalt ligt ter neer", "Die struikelt en niet en valt vordert zijnen weg", "schoon verdoen is half verkocht".

De eetkamer werd recenter verbouwd. Oorspronkelijk bezat deze ruimte vier deuren naar de biljartkamer, hal, salon en tuin. De kamer werd dusdanig opgedeeld dat er een gang ontstond tussen salon en eetkamer met verbinding tussen hal en achterdeur. De eetkamer werd ingericht in uiterst rijke neo-Vlaamserenaissance-stijl van de hoogste kwaliteit. De blankhouten lambrisering, schouwmantel, beschilderd cassettenplafond en het schrijnwerk beheersen de ruimte. Door het opsplitsen van de ruimte werd de lambrisering gedeeltelijk beschadigd en verdwenen delen van de tegelfries in Delftse stijl. De lambrisering was voorzien van gesculpteerde volkse tafereeltjes. De afbeeldingen roepen herinneringen op aan het werk van Breughel. Tevens waren er twee tegelfriezen in Delftse stijl waarvan de bovenste met volgende tafelwijsheid: "Vrienden syt ghy tafelwijs/ eet de vleugels van 't patrijs/ van den sallem eet het hooft/ soo ghy lekker tongh ghelooft/ van den kabelja den steert/ die es vrijwel 't eetensweert/ Voorts de lenden van 't konijn/ en de horingh van het swijn/ en de dyen van den hoen/ ghy en sult niet qualick doen".

De schouw bestaat uit een stenen onderbouw en een houten bovenschouw. Schouwwangen van natuursteen met in half-reliëf twee figuren (Adam en Eva?). De schouw werd eveneens met tegels in Delftse stijl gedecoreerd; de onderbouw met twee grote afbeeldingen van een man met een zwaard en een vrouw met bloemen; boven het haardvuur prijkt twee keer de Vlaamse Leeuw en de spreuk "Eygen heert is gout weert". De houten bovenbouw draagt op de boezem de tekst "Oost, West, thuys best." En heeft boven aan een groot tableau met een man en vrouw op twee steigerende paarden op leeuwenjacht en de tekst "Denkt in geluk". Aen pyn en druk". De bovenste reeks met wapenschilden is in tegenstelling tot al het andere werk niet het traditionele Delftse Blauw maar wel purper van kleur. Het geschilderde plafond draagt de spreuken: "Laet u dranck en eeten geeven/ niet uyt lust maer om te leeven", "Die es et die de lusten dwingt/ die weinich eet en minder drinckt", "Die wel eet wel lost wel rust/ heeft nog tot den doot geen lust".

In het salon overheerst het hout met de rijke lambrisering, raamomlijsting, cassettenplafond, parket en schouwmantel. De bovenste panelen zijn allen voorzien van verstekpanelen met centraal een houten hoofdje. Het pronkstuk is de volledige houten schouw die van vloer tot plafond reikt. Twee zuilen met Korinthische kapitelen, bekroond met een vrouwen- en mannenhoofd, steunen een zwaar uitgewerkte schouwboezem. De achterwand is voorzien van purperkleurige tegels in Delftse stijl met een leeuwenmotief. De bovenbouw is links en rechts voorzien van twee hermen. Ertussen een purperkleurig tegeltableau met een fictief zicht op Wetteren. De schouw wordt bovenaan bekroond door vier gesculpteerde muzikanten en ertussen drie (bronzen?) platen met de afbeelding van Marnix van Sint Aldegonde, Willem de Zwijger en Louise de Coligny.

Houten bordestrap met smeedijzeren leuning in neo-Vlaamserenaissance-stijl; eerste twee bordestreden in zwarte marmer, losstaande trappaal in natuursteen. Een glas-in-loodraam verlicht de traphal. Centraal staat een steenhouwerhouweel op een molensteen, omgeven door een renaissancecartouche en korenaren. Het motief verwijst naar de bouwheer, Alphonse Buysse, stichter van 'De molens van Wetteren'.

De bovenverdieping is eveneens rijkelijk uitgewerkt. Wat vermoedelijk ooit de slaapkamer van Blanche Malengreau was, echtgenote van de bouwheer Alphonse Buysse, fungeert nu als woonkamer. Het cassettenplafond en de houten schouwmantel, beide in neo-Vlaamserenaissance, werden fraai uitgewerkt. De slaapkamers zijn voorzien van typische 19de-eeuwse marmeren schouwmantels. Samen met het optrekken van de biljartzaal na 1910 werd tevens de gaanderij aangepast. Een gevernist vurenhouten plafond en schrijnwerk werd aangebracht.

De bediendevleugel is op de gelijkvloerse verdieping uitzonderlijk rijk uitgewerkt. De eetkamer van de bedienden, aansluitend bij het grote salon, is voorzien van een vurenhouten lambrisering, hoge schouw met blauwe en tweekleurige tegels in Delftse stijl (gedateerd 1894) en balkenlaag. De keuken heeft eveneens een vurenhouten lambrisering en een eenvoudige sierschoorsteen met eveneens tegels in Delftse stijl. De slaapkamers zijn uitermate sober.

kapel annex feestzaal

De kapel annex feestzaal van het voormalige Sint-Franciscus Salesiuscollege, ligt achter de Villa Julia. Volgens bewaard bouwplan gebouwd in 1933 naar de plannen van de Gentse bouwmeester Gustaaf Volckaert door de Gentse firma Van Herrewege – De Wilde. Op 7 november 1933 door monseigneur Coppieters plechtig ingezegend.

Roodbakstenen volume op bruine plint van zes traveeën en twee bouwlagen onder leien zadeldak, met aan noordzijde een smaller koor van één travee en driezijdige sluiting onder lagere bedaking, bekroond door een ijzeren kruis op de nok. Ten zuiden van de kapel situeert zich een brede toegangstravee onder lager uitgelengd zadeldak met portiek getypeerd door vier art-decogetinte zuilen in blauwe hardsteen en een betonnen kruis. Het hoofdvolume wordt geritmeerd door lisenen en spaarvelden, op het gelijkvloers opengebroken door grote rechthoekige vensters en op de verdieping door per twee gekoppelde mijtervormige muuropeningen.

Interieur 

Kapel op bovenverdieping met art-decogetinte inrichting en vormgeving, bereikbaar via bordestrap in blauwe hardsteen tussen betegelde leuning en lambrisering. Toegang via dubbele houten deur met glas-in-loodvenstertjes. Ruimte met gespikkelde rood-bruin-beige tegelvloer overwelfd door geknikt mijtervormig en bepleisterd gewelf. Koor met driezijdige sluiting, Christusbeeld en glas-in-loodraam afgescheiden door wand (deels nieuw) met nis met zelfde boogstelling. Wanden geleed door smalle vlakke pilasters waarboven een zwartgeschilderde boord met druivenranken en symbolen uit de eucharistie. Glas-in-loodramen met vermelding van verschillende heiligen en familienaam van de schenkers, evangelische symbolen en bovenlicht met geometrisch motief in de bovenlichten. Naast de toegangsdeur bevindt zich een biechtstoel in art-decostijl, erboven het doksaal met rondbogig gewelf en achterwand met glas-in-loodvenster. Voormalige feestzaal op gelijkvloers, heden studiezaal, met rechthoekig grondplan bevloerd met gespikkelde tegels en onder vlak verlaagd plafond.

Klaslokalen

Langs de straat gelegen klaslokalen van het voormalige Sint-Franciscus Salesiuscollege, gebouwd in 1946 naar een ontwerp van Adriaan (Frans) Bressers uit Gent door de Wetterse firma Jozef De Schepper en zonen, ter vervanging van het gebouw van de vroegere "Ecole Moyenne" of "Middelbare School Sint-Pieter". Donkerrode baksteenbouw van twee traveeën en drie bouwlagen op een bruine plint en onder platte bedaking. Grote vensterpartijen, geleed door vensterposten in blauwe hardsteen, op de bovenverdiepingen in de vorm van pilasters, op het gelijkvloers bekroond door een reeks frontons. Tevens gebruik van blauwe hardsteen voor de plint, banden en de omlijsting van de deur met rondbogig bovenlicht, geflankeerd door twee bolornamenten. Gedeeltelijk bewaard houtwerk.

  • Gemeentearchief Wetteren, Bouwplannen, XV.
  • Plaatselijke Bibliotheek Wetteren, Documentatiemap 12/2.
  • Vlaams Ministerie van RWO, Agentschap R-O Vlaanderen, R-O Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, Archief.
  • Kunsthistorische nota opgesteld door de Culturele Dienst en de Technische Dienst van de Gemeente Wetteren (juni 2000).
  • BERGVELT E., Van neorenaissance tot postmodernisme honderdvijftig jaar Nederlandse interieurs 1870-1995, Rotterdam, 1996.
  • DE MOL D., Wetteriana 1882 - 1982, Wetteren, 1986, p. 67-68.
  • JOORIS G., Villa Julia, artistieke smaak de burgerij in de 19de eeuw, in ¿kwets, december 2008, p. 18-20.
  • UYTTENDAELE R., Wetteren 1900-1952. Kroniek van een gemeente, Wetteren, 1993, p. 238-239, 244-246.
  • VAN CLEVEN J. (e.a.), Neogotiek in België, Tielt, 1994.
  • VAN DAMME F., De Academie voor Teken- en Bouwkunst van Wetteren. Geschiedenis van het beeldend kunstonderwijs in Wetteren van 1823 tot 1985, Wetteren, 1999, p. 167-169.
  • VANDENBREEDEN J., DIERKENS-AUBRY F. & BASTIN C., De 19de eeuw in België: Architectuur en interieurs, Tielt, 1994.
  • VANDENDAELE R., Poelaert en zijn tijd, Brussel, 1982.

Bron     : Bogaert C., Duchêne H., Lanclus K. & Verbeeck M. s.d.: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Dendermonde, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Duchêne, Helena, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2003


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Sint-Gertrudiscollege [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/85112 (Geraadpleegd op 25-06-2021)