erfgoedobject

Parochiekerk Sint-Anna

bouwkundig element
ID: 86171   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/86171

Juridische gevolgen

Beschrijving

De huidige parochiekerk is de oorspronkelijke munsterkerk van het kapittel van Aldeneik, oorspronkelijk toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw, gebouwd op de plaats van de kloosterkerk van Harlindis en Relindis.

Historiek

De primitieve kerk was een houten gebouw. De lichamen van Harlindis en Relindis werden bewaard in sarcofagen die hier stonden opgesteld. Abdis Ava laat de bouwvallige houten kerk afbreken en vervangen door een stenen, laat-Karolingisch gebouw. De relieken van de heiligen worden circa 870 door de Luikse bisschop Franco naar hun nieuwe rustplaats in de nieuwe kerk overgebracht; waarschijnlijk was dit in een crypte in of naast het koor. Nadat het vrouwenklooster in de eerste helft van de 10de eeuw vervangen was door een seculier kapittel van twaalf kanunniken, bouwen dezen in 12de en 13de eeuw twee kerken: de oude kloosterkerk van abdis Ava wordt vervangen door een nieuwe munsterkerk, en er wordt voor de parochie een parochiekerk gebouwd, toegewijd aan Sint-Pieter. De crypte verdween, de relieken werden nu bewaard in een schrijn, dat opgesteld stond in de camera sancta van de westelijke bouw. Tijdens de burgeroorlog tussen de de la Marcks en de van Hornes worden de beide kerken van Aldeneik in 1485 gebruikt door de clan de la Marck als uitvalsbasis tegen Maaseik en de omgeving. Volgens sommige bronnen werd de westbouw van de kapittelkerk na de burgeroorlog afgebroken, zodat het niet meer als bolwerk tegen de stad zou kunnen gebruikt worden; dit kan in ieder geval niet volledig zijn uitgevoerd, aangezien in 19de eeuw nog resten van dit westwerk bestonden. Het gotische koor werd in de 15de eeuw aan de binnenzijde vernieuwd, met aanpassing aan de nieuwe cultische behoeften: een muurtabernakel een een relikwiekast aan de noordzijde, een overhuiving voor de zitplaats van de officianten aan de zuidzijde en een zogenaamde dubbele credens; als vloer ligt in de credens een oude altaarsteen van kleine afmeting, waarschijnlijk uit de Karolingische kerk. Wanneer het kapittel in 1570 werd overgebracht naar Maaseik is een tweede kerk in Aldeneik overbodig geworden, en de parochiekerk werd afgebroken, terwijl de munsterkerk de functie van parochiekerk van Aldeneik kreeg. Deze kerk is echter te groot voor de nu kleine parochie: waarschijnlijk worden enkel het koor en de middenbeuk gebruikt, terwijl de zijbeuken en de narthex vervielen; de scheibogen tussen middenschip en zijbeuken werden gedicht. Mogelijk dateert de huidige westingang uit eind 18de eeuw, terwijl de tribune op de bovenverdieping van de westbouw verloren ging. Het verval van de niet meer gebruikte delen was zover gevorderd dat men midden 19de eeuw zelfs niet meer zeker was of de kerk oorspronkelijk één of drie beuken geteld had. In 1876 werd de kerk door de Belgische Commissie van Monumenten als monument van de tweede klas beschermd. In 1854 had H. Jaminé reeds een volledig restauratieplan getekend. De eerste werken (1854-57) hadden tot doel het gotisch koor met de zoldering van het schip en de zijbeuken te herstellen. De toren werd tegen instorting gevrijwaard. In 1875 restaureerde de aannemer Lejeune het bovengedeelte van de toren en de spits. In 1890 werd onder leiding van M. Christiaens (Tongeren) de narthex gerestaureerd. Deze restauratie mag eigenlijk een reconstructie genoemd worden, aangezien er nog zeer weinig resten van de oorspronkelijke narthex aanwezig waren. Restauratie door E. Martens (Maaseik) in 2001.

Beschrijving

Het grondplan beschrijft een basilica van zeven traveeën met westpartij van twee traveeën (ingebouwde toren), en een koor van één rechte travee en vijfzijdige sluiting. Het schip dateert van circa 1200, de westbouw van circa 1220-30 en het huidige koor uit de tweede helft van de 13de eeuw; de oorspronkelijke romaanse apsis was niet zo hoog als het huidige koor. In zijn huidige vorm dateert de narthex echter vrijwel volledig van de restauratie van 1890. Ze is opgetrokken uit gebouchardeerde hardsteen. Twee traveeën in de zijgevels, drie in de voorgevel; drie bouwlagen onder lessenaarsdaken, aan drie zijden rondom de ingebouwde, vierkante toren. Plint met een geprofileerde lijst. De traveeën zijn gemarkeerd door vlakke, kalkstenen pilasters. Rondboogfriezen onder de dakrand. In elke travee een rondboogvenster in een geprofileerde omlijsting. Rondboogportaal in een geprofileerde omlijsting met zuiltjes op de posten. Erboven een tribune met een drieledige rondbooggalerij op zuiltjes met bladkapiteel; borstwering met panelenmotief. De toren steekt met één bouwlaag boven deze westbouw uit. Op elke zijde twee spitsboogvormige galmgaten met kordon vormende, geprofileerde lekdrempels. Sterk ingesnoerde naaldspits (leien). Een fout in de reconstructie van de narthex is de huidige portaalfunctie, die dit gedeelte oorspronkelijk niet had; het oorspronkelijk portaal bevond zich in de eerste travee van de linkse zijde.

De middenbeuk uit de tweede helft van de 12de eeuw is opgetrokken uit hardstenen blokken, mogelijk grès houiller van Vivignis, van middelmatige grootte in vrij regelmatig verband. Zadeldak (leien). Geprofileerde mergelstenen kroonlijsten op modillons. De zuidelijke kroonlijst is gesculpteerd; deze sculptering was vrij goed bewaard, zodat ze gemakkelijk kon hersteld en gereconstrueerd worden; op de noordelijke kroonlijst is geen spoor van sculptering bewaard, mogelijk is ze nooit aanwezig geweest; deze in haar soort zeldzame sculptering is zeer rijk en stelt monsters voor met uit hun muilen lopend rankwerk en geometrische versiering. Rondboogvensters in geprofileerde, mergelstenen omlijsting met negblokken. De zijbeuken onder lessenaarsdaken (leien) werden in 1855 bijgebouwd op de grondvesten van de verdwenen oorspronkelijke zijbeuken.

Mergelstenen gotisch koor uit de 13de eeuw op een breukstenen plint. Geprofileerde kroonlijst met een rondboogfries op bladvormige consooltjes eronder. Een roosvenster in een geprofileerde omlijsting in de rechte travee. Hoge, smalle spitsboogvensters met geprofileerde druiplijsten en onderling verbonden imposten; afgeschuinde onderdorpels. Mergelstenen interieur. Overdekking door middel van een houten zoldering in vierkante panelen met gesculpteerde sleutels. Scheiding tussen middenschip en zijbeuken door middel van een rondboogarcade op vierkante pijlers van hardsteen van verschillende tinten, op mergelstenen sokkel. De buitenwanden zijn van bepleisterde baksteen. De zijbeuken hebben een overwelving van kruisgewelven tussen rondbooggordelbogen. Geprofileerde mergelstenen spitsboogscheiboog tussen schip en koor. Het koor is voorzien van een kruisribgewelf en een straalgewelf boven de apsis, de ribben gedragen door zwart marmeren zuiltjes.

De toren steunt inwendig op vier zware pijlers, door bogen met elkaar verbonden; dit middenportaal geeft aan weerszijden via rondbogen uit op een smalle gang van twee verdiepingen, die op beide verdiepingen een ambulatorium rond de toren vormt; deze reconstructie is waarschijnlijk foutief: mogelijk ging het oorspronkelijk om twee volledig afgesloten verdiepingen, elk met een gewelf; de open ruimte ontstond waarschijnlijk, toen eind 18de eeuw een westingang in de kerk aangebracht werd. Een trap, in de muur uitgespaard leidt naar de bovenverdieping. Hier bevindt zich ook de galerij van de westzijde. Rondboogvormige scheiboog tussen schip en westpartij; de oorspronkelijke westbouw bood vanuit de beide verdiepingen met een brede boog uitzicht op de middenbeuk. De bovenverdieping diende waarschijnlijk oorspronkelijk als berging van de schat, het archief en de relieken.

Mobilair: triomfkruis, gotisch (eind 14de eeuw); beeld van Sint-Petrus, steen (15de eeuw); beeld van Sint-Anna ten Drieën (begin 16de eeuw); beeld van de Verrezen Christus, albast (16de eeuw); Piëta (eind 16de eeuw); aantal beelden uit de 19de eeuw. Resten van vroeggotische muurschilderingen boven de scheibogen tussen schip en zijbeuken, waarschijnlijk uit 13de eeuw, ontdekt in 1842, onder meer voorstelling van het kaarsenwonder; de schilderingen aan de zuidzijde zijn beter bewaard dan die aan de noordzijde. Sacramentshuisje (circa 1300). Doopvont op romaans voetstuk (12de eeuw), hardsteen met deksel van messing (18de eeuw). Zogenaamde kleefsteen, een steen met de afdruk van een hand, teruggaand op het godsoordeel van een heks in 1596. Grafstenen (15de-17de eeuw) en grafkruisen (18de eeuw). Glasramen in de zijbeuken van na 1860, de laatste werden circa 1867 geplaatst.

  • Muurschilderingen in Limburgse kerken en abdijen, ed. Provinciaal Museum voor Religieuze Kunst, Sint-Truiden, 1983.
  • BRIGODE S., Les églises romanes de Belgique, Brussel, 1944, pl. XVI.
  • BROENS M., De Heks van Aldeneik, De Maaseikenaar, 3, (1), 1972, p. 13-15.
  • COENEN J., De drie munsters der Maasgouw, Publications de la Société historique et archéologique dans le Limbourg, 16, 1920, p. 71-141.
  • GENICOT L., Les églises mosanes du XIe siècle, Leuven, 1972, p. 159, 185, 202.
  • GERITS J., Gids voor Vlaanderen, Antwerpen, 1985, p. 667.
  • GESSLER J., La sorcière d'Aldeneyck; recherches folkloriques et bibliographiques, Verzamelde Opstellen uitgegeven door den Geschied- en Oudheidkundige Studiekring te Hasselt, 6, 1930, p. 58-78.
  • GIELEN J., Promenade à l'église romane d'Alden-Eyck, Annales de l'Académie royale d'Archéologie de Belgique, 23, 1867, p. 294-301.
  • GIELEN J., Peintures murales d'Alden-Eyck, Jaarboek van het oudheid- en geschiedkundig verbond van België, 1902, p. 249-250.
  • KUBACH H.E. - VERBEEK A., Romanische Baukunst an Rhein und Maas. Katalog der vorromanische und romanische Denkmäler, Berlin, 1976, I, p. 26-27.
  • LEMAIRE R., De romaanse bouwkunst in de Nederlanden, Leuven, 1954, p. 167-168.
  • LEURS C., De romaanse architectuur. In: Geschiedenis van de vlaamsche kunst, Antwerpen, 1938, p. 37, 40, 55.
  • MERSCH G., Ontstaan en groei van een grensstad, Antwerpen, 1994, p. 98-147.
  • MEUL V. & JAMINE W., Van Waterstaatskerk tot Mijncité. Een historiek van het bouwen in Limburg door drie generaties provinciale bouwmeesters Jaminé (1832-1921),Cultureel erfgoed in Limburg 2, Hasselt, 1999, p. 229.
  • MICHEL E., Abbayes et monastères de Belgique, Brussel-Paris, 1923, p. 203.
  • SANGERS W. - DANIELS G., Aldeneik Architectuur en Historie, Beek, 1975.
  • SCHAEPKENS A., L'église d'Eyck dans le Lm, Messager des sciences historiques de Belgique, 1861.
  • TIMMERS J.J.M., De kunst van het Maasland, Assen, 1971, p. 57-59, 151, 154.
  • von FISENNE L. , Kunstdenkmale des Mittelalters, I, 1 , Aken, 1880.

Bron     : Schlusmans F. 2005: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Limburg, Arrondissement Maaseik, Kantons Bree - Maaseik, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 19N1, Brussel - Turnhout.
Auteurs :  Schlusmans, Frieda
Datum  : 2005


Relaties

  • Is deel van
    Aldeneik
    Maaseik (Maaseik)

  • Omvat
    Muurschilderingen en -polychromie Sint-Annakerk
    Hamontweg 112 (Maaseik)

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Parochiekerk Sint-Anna [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/86171 (Geraadpleegd op 18-07-2019)