erfgoedobject

Dekenij van de Sint-Pieterskerk

bouwkundig element
ID: 86681   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/86681

Juridische gevolgen

Beschrijving

Dekenij van de Sint-Pieterskerk, met ommuurde tuin langsheen de Krommewalstraat en de Kistestraat.

Historiek

Op de plaats van de huidige dekenij stonden voorheen enkele kleinere huisjes, zie de kaarten opgemaakt door Lodewijk de Bersacques bij het landboek van Tielt-binnen van 1635 en de kopergravure opgenomen in "Flandria Illustrata" van Antoon Sanderus (1641-1644). In de middeleeuwen beschikken Tieltse pastoors niet over een eigen pastorie maar wonen in een huurwoning nabij de kerk, met een grote ommuurde tuin. Net als vele huizen in het stadscentrum, brandt de "priesterage" met schuur, brouwerij en wagenhuis af in 1645 wanneer verscheidene compagnieën van het Spaanse leger de streek teisteren. De gekende pastoor-deken Jan De Mol (1585-1657) (zie Deken Demolstraat) woont dan een tijdje in het huis "De Vliegende Weerelt", gelegen aan de zuidzijde van de huidige Krommewalstraat. Op het stadsplan van 1786 van Philip Jan Lemaieur wordt op de zuidwestelijke hoek met de Krommewalstraat een onbebouwd perceel weergegeven, met uitzondering van een muur en twee kleine gebouwtjes aan de noordzijde ervan, langs de Kistestraat.


Vermoedelijk in het laatste kwart van de 18de eeuw of in het begin van de 19de eeuw (vóór 1813) wordt hier de dekenij opgetrokken, die in de loop van de eeuw meerdere verbouwingen ondergaat. Naar aanleiding van het verbreden en bestraten van de doorgang van de Ieperstraat naar de Krommewalstraat na de verkoop van een deel van het oude kerkhof aan de stad (zie Kerkstraat), wordt in de jaren 1869-1872 het washok gesloopt en onder deken Karel Denys het "pastoreel huis" grondig herbouwd en vergroot. De plannen zijn van de stadsarchitect Angelus De Lancker; de uitvoering gebeurt door aannemers Constant Vande Walle en Basyle Lagrange. Behalve het witpleisteren van de gevel is er tevens een uitbreiding met een nieuwe keuken en de bouw van een oostelijke afscheidingsmuur; een bijgebouwtje achterin de tuin wordt afgebroken. Een hoekpand van twee bouwlagen onder schilddak met bijgebouw aan de westzijde en ommuurde tuin wordt weergegeven op het stadsplan getekend door onderwijzer Edmond De Slypere circa 1880.
In 1899 gebeuren herstellingswerken van het schrijnwerk. In 1901 wordt de dekenij aan de tuinzijde gedeeltelijk herbouwd en uitgebreid met een washuis, strijkkamer en bergplaats naar ontwerp van architect Gustaaf Hoste (Tielt). In 1910 gebeurt opnieuw een vergroting met een centrale achterbouw.
In 1914 maakt architect Jules Carette (Kortrijk) plannen voor het volledig vernieuwen van het schrijnwerk. Dit wordt pas gerealiseerd in 1923, na een grondige verbouwing in 1919 door architect Antoine Carette.
Een prentkaart van de jaren 1920 toont de dekenij onder een groot zadeldak met onder meer een bepleisterde en geschilderde neoclassicistische lijstgevel, beluikte vensters op de begane grond en een natuurstenen deuromlijsting met recht hoofdgestel. Aan de westzijde bevindt zich een eenlaags poortgebouw met grote houten rondboogpoort.
In 1934 gebeurt een historiserende herstelling naar ontwerp van architect Gerard Vande Weghe (Tielt) (signering rechts in plint), waarbij de dekenij onder meer wordt voorzien van een nieuw bakstenen gevelparement en van een nieuwe eiken voordeur.
De dekenij wordt beschadigd tijdens de Tweede Wereldoorlog, vooral aan de achterzijde en in het interieur.
In 1953 en in 1963 worden nog enkele herstellings- en aanpassingswerken uitgevoerd naar verluidt naar ontwerp van architect Albert Impe (Tielt), zonder het uitzicht van de gevel te wijzigen. Langsheen de Kistestraat wordt een afsluitingsmuur gebouwd en op een perceel aan de noordwestzijde van de tuin een onderpastorie met garage opgetrokken (Kistestraat nr. 2).
Het kadaster registreert in 1981 nog een uitbreiding aan de tuinzijde.

Beschrijving

Neoclassicistisch hoekpand met oudere, vermoedelijk laat-18de-eeuwse kern en historiserend uitzicht met traditionele inslag na de verbouwing in 1934. Breedhuis van acht traveeën en twee bouwlagen onder schilddak (nok evenwijdig met straat; zwarte mechanische pannen); afgeronde hoektravee. Baksteenbouw op hoge natuurstenen sokkel in kruisverband. Risaliserende lijstgevel verticaal afgelijnd door geblokte banden onder meer aan de hoeken. Witgeschilderde houten kroonlijst op consoles. Natuurstenen onderdorpels en dito omlopende kordonlijst. Rechthoekige muuropeningen, op begane grond voorzien van in het metselwerk inspringende omlijsting en centrale witstenen sluitsteen; op verdieping met bakstenen omlijsting op oren en sierlijst met dropmotief onder dorpels. Blinde vensters aan de hoektravee. Schrijnwerk (T-ramen) met kleine roedeverdeling in bovendelen. Natuurstenen gevelstenen met wapenschilden en inscriptie "IN CARITATE CHRISTI" en "IN LUMEN CREDO". Natuurstenen deuromlijsting op oren met rozetmotief in uitgespaarde hoeken onder recht hoofdgestel; in 1934 voorzien van driehoekig fronton met wapenschilden en banderollen met spreuken, jaartallen en bisschopsstaven, o.m. verwijzend naar Jan De Mol, deken van 1616 tot 1657. Houten vleugeldeur met gedeeld bovenlicht waarin glas in lood. Natuurstenen trap (twee treden). Lage kelderopeningen.
Aan westzijde, aangebouwd laag bijgebouw in aansluitende bouwtrant met nieuwe inrijpoort.
Langsheen de Krommewal- en de Kistestraat, hoge omlopende bakstenen tuinmuur met blinde muurvakken en voorzien van lage pijlers waarop verlichtingsarmatuur. Ingewerkte elektriciteitscabine langs de Krommewalstraat.

DECANAAL ARCHIEF TIELT, nrs. 102 (1869-1870), 105 (1934) en 107 (1953).

HEEMKUNDIGE KRING DE ROEDE VAN TIELT, Fototheek.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207 : Mutatieschetsen, Tielt, Afdeling 1, 1864/118, 1869/15, 1902/25, 1911/38, 1970/32, 1981/34.

DE GRYSE P., Tielt graag gezien, Aarsele-Kanegem-Schuiferskapelle-Tielt, Tielt, 2003, nr. 115.
OSTYN R., Het verhaal van de Ieperstraat, Tielt, onuitgegeven nota, s.d., s.p.
OSTYN R., Historische stedenatlas van België, Tielt, Brussel, 1993, p. 107.
MAES A., VANDEPITTE P., Woonhuizen. Onbewust monumenten, Tielt, 1990, p. 40-41.
VAN ACKER L., De inkomsten van de pastoor van Tielt in 1787, Biekorf 94.3, 1994, p. 279-283.
VANDEPITTE P., Van Thielt tot Tielt, Tielt, 1975, nr. 16.


Bron     : Callaert G. & Santy P. met medewerking van Boone B., Devooght K. & Moeykens S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Tielt, Deel I: Stad Tielt (straten A-R), Deel II: Stad Tielt (straten S-Z), Deelgemeenten Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL29, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Callaert, Gonda, Santy, Pieter
Datum  : 2007


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Dekenij van de Sint-Pieterskerk [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/86681 (Geraadpleegd op 12-12-2019)