erfgoedobject

Leeuwenhuis

bouwkundig element
ID: 87078   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/87078

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Leeuwenhuis
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

Beschrijving

Vrouwenstraat nr. 10. "Leeuwenhuis", thans notariswoning en -praktijk. Oorspronkelijk een 18de-eeuwse classicistische herenwoning, in het begin van de 20ste eeuw uitgebreid met een verbouwing in neorococo.
In het midden van de 18de eeuw wordt het Leeuwenhuis gebouwd, een rijkelijke herenwoning in de dorpskern van Aarsele, op de plaats van de vroegere hofstede "Swaenhof", cf. landboek Aarsele (1653). Het huis wordt vermoedelijk opgetrokken door Cesar-Louis Verhulst, baljuw (1777-1795) en later meier (1810-1813) van Aarsele. Zoon Eugeen Verhulst is eveneens een tijdlang meier van Aarsele (1813-1820). In de jaren 1820 is de woning door huwelijk overgegaan op Macarius Tytgat, een lakenkoopman die in het Leeuwenhuis een winkel houdt en tevens de functie van gemeenteontvanger en kerkmeester (1827-1865) bekleedt. In 1865 wordt het huis gekocht door August Van Wambeke, kandidaat-notaris en burgemeester van Aarsele (1861-1872). Volgens kadaster laat Van Wambeke veel veranderen, aan de westzijde van het woonhuis wordt een uitbreiding gerealiseerd en in de tuin worden bijgebouwen opgericht, afgebroken en uitgebreid. In 1873 wordt de eigendom overgelaten aan notaris Gustaf Wibo, tevens gemeenteraadslid en schepen van Aarsele. Na enkele eigendomswissels wordt het pand ca. 1908 gekocht door notarisfamilie Viaene en vervolgens is de woning overgegaan van vader op zoon. In 1914 wordt bij kadaster de neorococoverbouwing en -aanbouw geregistreerd. In 1918 heeft de Franse maarschalk Pétain op doortocht enkele dagen in het huis verbleven.
In de jaren 1950 wordt het huisje ten noordoosten afgebroken om plaats te maken voor een oprit. In 1954 vindt ook een grote interieurvernieuwing plaats onder leiding van architect Baeyens. Enkel de hall behoudt zijn 'oorspronkelijke' aankleding. Ook het bureel aan de zuidwestzijde wordt bijgebouwd. Ca. 1966 worden bijgebouwen in de tuin afgebroken. De vroegere geometrische tuinaanleg is verdwenen na heraanleg van de tuin in 2001. Ook alle bijgebouwen die ooit in de tuin stonden zijn thans verdwenen (o.m. kapelletje, serres, ...).

De woning was ca. 1900 afgescheiden van de straat door gietijzeren hekwerk, thans door een haag op natuurstenen trede. Een bakstenen pad geflankeerd door twee liggende leeuwenbeelden, leidt via een trap van drie hardstenen treden tot de voordeur.
Breedhuis van zes traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (nok parallel met straat), oorspronkelijk in Vlaamse pannen, ca. 1914 gedekt met leien en voorzien van twee dakvensters met oeil-de-boeufs en centrale driehoekige dakkapel. Aanbouw uit 1914 onder klokvormig dak met naaldbekroning en fronton met oculus (qua vormgeving mogelijk gebaseerd op de Hoofdwacht te Gent). Gepleisterde lijstgevel met horizontale voegwerkimitatie, kroonlijst ondersteund door klossen en muizentandfries. Gebruik van blauwe hardsteen voor onderdorpels en plint. Getoogde muuropeningen, met vernieuwd houten schrijnwerk. In de achtergevel zijn de oorspronkelijk ramen vervangen door aluminium. Centrale muuropeningen van neorococotravee voorzien van rocailles, op tweede bouwlaag met schouderboogomlijsting. Fraaie uitgewerkte houten voordeur met beglaasd schouderboogvormig bovenlicht, voorzien van waaiervormig smeedwerk. Deurkalf met centraal schelpvormig motief. Gevat in een hardstenen schouderboogvormige omlijsting onder gedrukte segmentbooglijst en voluutvormige sluitsteen.
Borstweringen op de tweede bouwlaag voorzien van kransen, guirlandes en festoenen. In de voordeurtravee voorzien van een weegschaal, zwaard en scepter, versierd met rankwerk, waarboven inscriptie "IN UTROQUE JURE", wat letterlijk betekent: "in beide rechten" en waarmee vermoedelijk het burgerlijk en canoniek recht wordt bedoeld. Dit is wellicht een verwijzing naar de machtspositie van de bewoner/ eigenaar en verwijst mogelijk naar baljuw Verhulst. Classicistische stijlkenmerken in de borstwering (kransen, festoenen, guirlandes) en de deuruitwerking (lijsten gedragen door voluutvormige consoles, platgedrukte rozetten). Rococo stijlelementen in de rocailles en het klokvormige dak van de erkeruitbouw.
Grondig vernieuwd interieur sedert de jaren 1950. De hall vertoont oudere stijlkenmerken maar werd vermoedelijk eveneens vernieuwd met recuperatie van oudere elementen. Nieuwe vloer, houten omkadering/ lambrisering rondom voordeur en vensters. Muren in simili- of cementbepleistering, afgewerkt in Lodewijk XVI-stijl: wanden met gecanneleerde Ionische pilasters; muurvelden met uitgespaarde hoeken en platgedrukte rozetten; supraporta's met rankwerk, kransen en strikmotief.
Naastliggend bureel van één bouwlaag en twee traveeën onder leien zadeldak.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Aarsele, 1868/2, 1915/1, 1966/3, 1997/32.
Aarsele. Verleden en heden, Aarsele, 1978, nrs. 78, 107.
DE GRYSE P. (red.), Tielt graag gezien, Tielt, 2003, nrs. 37-39.
DE CLERCQ E., Geschiedenis van Aarsele, Brugge, 1881, p. 88, 97-98.


Bron     : Callaert G. & Santy P. met medewerking van Boone B., Devooght K. & Moeykens S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Tielt, Deel I: Stad Tielt (straten A-R), Deel II: Stad Tielt (straten S-Z), Deelgemeenten Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL29, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs : Santy, Pieter, Callaert, Gonda


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Leeuwenhuis [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/87078 (Geraadpleegd op 19-06-2019)