Groot Goet ten Broucken

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Kerkegoet
Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Tielt
Deelgemeente Kanegem
Straat Neringenstraat
Locatie Neringenstraat 39, Tielt (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Tielt (adrescontroles: 08-06-2007 - 08-06-2007).
  • Inventarisatie Tielt (geografische inventarisatie: 03-01-2006 - 31-12-2006).
Links

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Groot Goet ten Broucken

Deze bescherming is geldig sinds 11-06-2001.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Groot Goet ten Broucken

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Hoeve "Groot Goet ten Broucken", ook "Kerkegoet" genoemd. Historische omwalde hoeve met 18de-eeuws woonhuis met oudere kern, als centrum van de Kanegemse Sint-Baafsheerlijkheid teruggaand tot de 10de eeuw, gelegen ten zuidoosten van de dorpskern. Boerenhuis en begraasde site met omringende, hoefijzervormige omwalling beschermd als monument bij M.B. van 11/06/2001, met uitzondering van de half ingestorte stal. Zogenaamd door haar ligging in de natte, laaggelegen vallei van de Neringbeek. De hoeve werd ook vaak "Groot Goet van Sint-Baefs" genoemd, ten opzichte van het "Goed te Keukelaere" of "Cleen Goet van Sint-Baefs" (zie Vinktse Binnenweg nr. 7). In boekhoudkundige documenten van Sint-Baafs wordt de hoeve soms "'t Hof van Caneghem" genoemd.

Historiek. De geschiedenis van de hoeve gaat terug tot de vroege middeleeuwen. Volgens de legende vestigt een Frankische heer, Cano, zich omstreeks de 6de eeuw op de plaats of in de omgeving van de centrale dorpshoeve, het huidige "Groot Goet ten Broucken". In een oorkonde uit 967, een klaagbrief van abt Othelbond van de Sint-Baafsabdij van Gent aan de graaf van Vlaanderen over herwonnen bezittingen na de Noormanneninvallen, worden de kerk en drie "mansi" (landbouwuitbatingen) teruggeschonken aan de abdij: "In Caningahem aecclesia cum mansis IIIb". De drie hoeves waarvan sprake zijn vermoedelijk het "Groot Goet Ten Broucken", hoeve "Rodekine" (Keizerstraat, verdwenen) en het "Goet te Keukelaere" (Vinktse Binnenweg nr. 7). De centrale administratie van de Sint-Baafsheerlijkheid (dorpsheerlijkheid) is waarschijnlijk al van in den beginne in het "Groot Goet Ten Broucken" gevestigd. Oorspronkelijk worden deze hoeves rechtstreeks door de abdij uitgebaat. Vanaf het begin van de 13de eeuw wordt de hoeve even in cijnspacht gegeven. In de 14de eeuw wordt definitief overgeschakeld op het pachtsysteem.

Volgens beheersdocumenten van de Sint-Baafsabdij bestaat de hoeve in 1562 uit een woonhuis, tiendenschuur, schuur, stallen, wagenhuis, varkenskot, ovenbuur en washuis. Pachter was Cornelis Mestdagh. In 1599 zijn dringend herstellingen nodig, onder meer een zuidoostelijk stuk van het woonhuis was ingestort en strodaken dienden te worden hersteld. Het wagenhuis en het zwingelkot worden heropgebouwd, de spinde en de paardenstal worden hersteld. De schetsmatige kaart van de parochie Kanegem (circa 1600) toont de volgende toestand: een noordelijke dreef leidt via een brug tot de tweeledige omwalling, door een tweede brug van elkaar gescheiden. Het noordelijke deel bestond uit boomgaard, het zuidelijk deel uit vier bouwvolumes: een boerenhuis aan oostzijde, twee parallelle landgebouwen aan westzijde, een haaks gebouw aan zuidzijde.

In 1629 is sprake van een "behuusde en bewalde hofstede", de kaart gemaakt door landmeter Lodewijk De Bersacques toont een rechthoekig omwalde site, toegankelijk aan noordzijde met een dreef naar de Oosthoekstraat en langs zuidzijde met een dreef oostwaarts naar de Haantjesstraat; het woonhuis staat quasi op de huidige plaats, een klein bijgebouw staat ten noorden daarvan en twee grote schuur- of stalgebouwen ten westen langsheen de omwalling. De noordelijke toegang was voorzien van een klein poortgebouw. Tussen de hoeve en het dorp spreidde zich de Sint-Baafskouter uit. Rond de hoeve lagen meersen.

Uit een "prijsije" van 1630 blijkt dat het woonhuis in metselwerk was uitgevoerd, onder strodak. Het interieur bestond onder meer uit een zuidkamer met voute, een noordkamer met dubbele en enkele voute, onderkelderd. Landgebouwen waren voornamelijk in hout opgebouwd onder strodak (oude schuur, wagenhuis, duivenkot), enkele op een bakstenen sokkel (nieuwe schuur, paardenstal), het bakstenen bakhuisje was voorzien van een strodak. Mogelijk was ook het poortgebouw in hout: er is sprake van een houten brug en een poort in hout- en ijzerwerk. Een ongedateerde kaart uit het archief van het Sint-Baafskapittel, vermoedelijk 17de-eeuws, geeft ongeveer de bovenvermelde situatie weer. Een imposant bakstenen boerenhuis van zeven traveeën onder pannen zadeldak, met haakse oostvleugel en schouderboogvormige deuromlijsting staat op de plaats van het huidige woonhuis; aan westzijde langsheen de omwalling staan een oude houten en een nieuwere bakstenen bergschuur met imposante toegangspoort; aan zuidzijde van het erf staan het wagenhuis en de paardenstal. De bijgebouwen zijn alle met stro gedekt, de oude schuur, de paardenstal en het wagenhuis krijgen de vermelding "(geheel) vervallen". Aan noordzijde van de omwalling staat een poortgebouw, mogelijk in vakwerkbouw. Ten zuiden van het boerenhuis staat een "hovenbuer" of bakhuis.

In het midden van de 18de eeuw is het gebouwenbestand nog grotendeels onveranderd, zie het landboek van Kanegem, kaart 2de kanton (1762). Het bijgebouw ten noorden van boerenhuis is verdwenen, een nieuw bijgebouw is verschenen ten zuiden. Rekeningen vermelden in 1761 het herbouwen van het woonhuis. In 1768 dienen het wagenhuis, de paardenstallen en de koeienstallen te worden hersteld.

Circa 1775 is de zuidelijke onderbreking in de omwalling gedicht, de zuidoostelijke toegangsdreef loopt nu langsheen en rond de omwalling, zie Ferrariskaart (1770-1778). Aan zuidzijde parallel met de omwalling is een nieuw stalgebouw verschenen (huidige half ingestorte stal). Volgens een wezerijregister uit 1784 bestaat het woonhuis uit "keucken, waschhuys, vaute camere, voorcamere, kamer van de knechten, keldere, soldere". Overige gebouwen bestonden uit "groote scheure, lente scheure, peerdestal, koeystalhynge, swijncot, steenhoven". In 1788 wordt de "achterschuur" in steen gebouwd.

Na verbeurdverklaring en verkoop van kerkelijke goederen van de Sint-Baafsabdij in 1798 wordt het "Groot Goet ten Broucken" opgekocht door de laatste pachter, Philippus De Brabandere. Uit de verkoopsakte (1797) blijkt de hoeve te worden gebruikt als een schaapsgoed. Het woonhuis was in steen, gedekt met grote pannen. Er was sprake van twee schuren, paardenstal, koeien- en schapenstal, koetshuis, boomgaard en moestuin. De familie De Brabandere pachtte de hoeve reeds sinds de jaren 1720 en bleef tot in de 20ste eeuw een grote rol spelen in de Kanegemse dorpspolitiek.

Circa 1830 is aan noordzijde van de omwalling het poortgebouw nog waar te nemen, zie primitief kadasterplan. In 1848 wordt volgens kadaster aan westzijde van het boerenhuis een vleugel toegevoegd. Het zuidelijke stalvolume wordt vergroot aan oostzijde (bijbouw van het wagenhuis). Het kleine varkensstalletje ten oosten daarvan wordt verlengd aan noordzijde. Een bakhuisje wordt afgebroken. Aan oostzijde wordt het zuidelijke landgebouw afgebroken en de noordelijke schuur vergroot en verbreed (mogelijk nieuwbouw). In 1853 worden noordelijke en zuidoostelijke dreef volledig beboomd weergegeven. Vermelding toponiem: "Vosse Brugge". Na aanleg van kasseiweg Kanegem-Aarsele in 1856-1857 wordt een verbinding gemaakt tussen de hoeve en de *Neringenstraat, later verworden tot hoofdtoegang. De zuidoostelijke dreef raakt in onbruik. In 1858 wordt door eigenaar Leo De Brabandere aan noordzijde van het varkensstalletje een stokerij gebouwd.

Vermoedelijk circa 1941 wordt het poortgebouw afgebroken. De dwarse aanbouw aan het woonhuis wordt doorgetrokken tot half over de walgracht. Ten noorden van het boerenhuis verschijnt een klein bijgebouw. Schuur en stal worden door een aanbouw met elkaar verbonden. In 1976-1977 wordt de hoeve door de familie De Brabandere verkocht aan Philippe Vande Vyvere, vanaf dat moment wordt de hoeve verhuurd. Tijdens een winterstorm in 1986 stort de schuur in. In 1990 wordt het boerenhuis gerenoveerd, ook het interieur wordt ingrijpend gewijzigd. De restanten van de schuur, de stal met voormalige stokerij en de haakse vleugel aan oostzijde van boerenhuis worden afgebroken. Enkel de zuidelijke stal met wagenhuis wordt behouden, circa 2000 is een stuk van de stal ingestort. De stal werd vrij ingrijpend gerestaureerd in 2011.

Beschrijving. Hoeve met losstaande bestanddelen, gelegen rondom een begraasd erf met centrale poel en met boomgaard aan zuidzijde, het geheel wordt rondom omsloten door een hoefijzervormige omwalling. Ten westen leidt een lange toegangsdreef in grind vanaf de Neringenstraat naar de hoeve; ten noorden ligt een zandwegel als restant van de voormalige toegangsdreef vanaf de Oosthoekstraat. Een oudere toegangsdreef aan zuidoostzijde is nog in het landschap herkenbaar.

Aan oostzijde van het erf staat een éénlaags boerenhuis in witgekalkte verankerde baksteenbouw, van tien traveeën onder overkragend zadeldak, aan oostzijde gedragen door houten kardoezen (nok parallel met Neringenstraat, Vlaamse pannen). Voegwerk afgewerkt met dagstreep. Woonhuis vermoedelijk grotendeels daterend uit 1761, maar met oudere kern. Erfgevel met getoogde en beluikte vensteropeningen waarin vernieuwd houtwerk (T-ramen), geschilderde hardstenen onderdorpels en natuurstenen negblokken. Eerste drie traveeën aan noordzijde met lagere rechthoekige muuropeningen onder betonnen lateien, vermoedelijk in de 19de of het begin van de 20ste eeuw aangebouwd. Centrale lage getoogde deuropening met gepleisterde omlijsting van strekboog en oculus. Kasseien stoepen.

Achtergevel van acht ongelijke traveeën, met getoogde keldergaten en rechthoekige vensters onder houten lateien, onder meer getralied en met betegelde onderdorpels. Centrale opkamer van twee traveeën onder zelfde nok. Talrijke bouwsporen zichtbaar in het gevelparement, o.m. gedichte getoogde deur- en kelderopeningen, bouwnaad van noordelijke aanbouw. Rechterzijgevel met oculus, zoldervenster en sporen van nokverhoging aan oostzijde, zie ingebouwde vlechtingen.

Het interieur is ingrijpend gewijzigd in 1990. Onder de opkamer ligt een kelder met natuurstenen vloer, twee ruimtes afgedekt met tongewelven (haaks op nok) en met elkaar verbonden. Ten noorden daarvan, onder de recentere noordelijke traveeën ligt een tweede kelder met tongewelf (parallel met nok). Op de begane grond liggen de oorspronkelijke vloeren vermoedelijk bewaard onder de huidige. Plafonds in balkenroostering met moer- en kinderbalken, enkele bewaarde balksleutels onder meer met verfijnd houtsnijwerk en peerkraalprofiel. De meeste moerbalken zijn bekapt, eertijds voorzien van bepleistering of stucwerk. Een grote keukenschouw in kleine zwarte baksteentjes wordt geflankeerd door een ingebouwd kastje aan linkerzijde. De opkamer bezit een resterende moerbalk van een vroegere haakse vleugel, met verdwenen balksleutels. Op de zolderverdieping bestaat de kapconstructie uit eiken spanten, flieringbalken en naaldhouten kepers. De spanten zijn voorzien van telmerken. Gemetselde robuuste schouwkanalen, onder meer met steunbogen en vlechtingen.

Aan zuidzijde van het erf staat een lange lage stalvleugel met oostelijk wagenhuisgedeelte, opklimmend tot de tweede helft van de 18de eeuw. Sinds 1999 in sterk vervallen toestand, thans is het centrale gedeelte met doorrit ingestort. Verankerde witgekalkte baksteenbouw met gepekte plint, geblokte pilasters en getrapte kroonlijst onder kort overkragend zadeldak (nok haaks op boerenhuis, Vlaamse pannen). Getoogde muuropeningen, onder meer gedichte poortopeningen en kleine stalvenstertjes, afgewisseld met later ingebrachte rechthoekige stalvensters onder betonnen lateien. Centrale poortdoorrit, aan erfzijde onder korfboogpoort tussen geblokte pilasters (thans ingestort). Aan oostzijde een rechthoekige wagenhuisinrit onder houten latei. Oostelijke zijgevel met uitvliegopeningen in geveltop; westelijke zijgevel vernieuwd. Interieur: 19de-eeuws troggewelf, slieten in blauwe hardsteen.

  • ARCHIEF R-O WEST-VLAANDEREN - ONROEREND ERFGOED, Archiefnrs. W/01667 en DW002139.
  • RIJKSARCHIEF GENT, Sint- Baafs / Bisdom Gent, K 2570 (16362): Meting met kaart van het Goed ten Broeke, en Idem van het goed te Keukelare, door Lowijs de Bersaque, 1629, met aangenaaide meting met kaart van landerijen te Kanegem en Aarsele door dezelfde, 21/10/1628.
  • RIJKSARCHIEF GENT, Sint- Baafs / Bisdom Gent, K 19325 (116386A), Plan van een hof met alle bijgebouwen te Kanegem, 1750.
  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Kanegem, 1848/18, 1853/6, 1864/17, 1941/51, 1990/13.
  • DE BRABANDERE R., De strijd om de titel "heer van Kanegem", in De Roede van Tielt, jg. 23, nr. 4, 1992, p. 130-150.
  • DE BRABANDERE R., Het Groot Goet ten Broucken en de Kanegemse dorpsheerlijkheid Sint-Baafs, in De Roede van Tielt, jg. 20, nr. 3-4, 1989, p. 102-154.

Bron: Callaert G. & Santy P. met medewerking van Boone B., Devooght K. & Moeykens S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Tielt, Deel I: Stad Tielt (straten A-R), Deel II: Stad Tielt (straten S-Z), Deelgemeenten Aarsele, Kanegem en Schuiferskapelle, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL29, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda & Santy, Pieter

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Neringenstraat (Kanegem)

Neringenstraat (Tielt)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.