erfgoedobject

Gerardsmolen

bouwkundig element
ID: 87626   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/87626

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Korenwindmolen
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

  • is aangeduid als beschermd monument Windmolen Gerardsmolen
    Deze bescherming is geldig sinds 30-04-1945

Beschrijving

Stenen bergmolen uit 1864 met binnenkruiwerk, opgetrokken aan de Burggravenstroom in Wippelgem (Evergem) ter vervanging van een houten staakmolen uit 1645. De molen wordt Gerardsmolen genoemd, naar Gerard Neyt die er de stenen molen liet optrekken. In 1870 werd er een stoommachine in de molen geplaatst.

Op deze locatie was een houten staakmolen opgetrokken in 1645. Deze kwam in 1756 in handen van de molenaarsfamilie Neyt. In 1787 zou de houten staakmolen zijn afgebrand, maar ze werd heropgebouwd. Gerard Neyt liet in 1863-1864 de houten staakmolen vervangen door de huidige stenen bergmolen. Bij de houten staakmolen was in 1717 een houten rosmolen opgetrokken, die later herbouwd werd als een achtkante stenen rosmolen met een strodak. Deze rosmolen werd na 1955 afgebroken. 

De stenen molen is een binnenkruier, wat betekent dat het kruiwerk binnenin ter hoogte van de kap is aangebracht. Het betreft de enige bewaarde Oost-Vlaamse kettingkruier. Gezien de aanwezigheid van een conisch houten tandwiel onderaan de molen, fungeerde de molen mogelijk ook als olieslagerij. In 1870 werd een stoommachine in de molen geplaatst, waardoor de rosmolen in onbruik geraakte. De windmolen werd tot 1940 gebruikt. Hij raakte in verval en werd in 1965 verkocht aan de gemeente Evergem. Er volgde een restauratie in 1966. Een tweede restauratie werd in de periode 1984-1986 onder leiding van architect Pascal Mariman uitgevoerd door molenbouwer Mariman uit Zele. In oktober 1994 ging de concessie van de molen over naar de vzw Gerardsmolen. In 2002-2003 volgde een derde restauratie van het molentechnisch werk door molenbouwer ‘t Gebint, terwijl er ook een nieuw geklinknageld gevlucht gestoken werd.

Ronde bakstenen bergmolen op een opvallend hoge belt. Het betreft een vrij hoge, slanke conische molen, van de basis tot de nok ongeveer 19,30 m hoog. De molen bevat een stapelvloer, een meelzolder, steenzolder, luizolder en kapzolder. Het baksteenmetselwerk is niet geschilderd.

In de belt zijn aan zuidoostelijke en noordwestelijke zijde twee poorten aangebracht, die toegang verschaffen tot de stapelvloer. In de molenromp boven deze twee poorten zitten er twee deuren. De muuropeningen zijn getoogd, onder een gebogen druiplijst. Er steken twee vensteropeningen met ijzeren roedeverdeling ter hoogte van de meelzolder, vier ter hoogte van de steenzolder en twee ter hoogte van de luizolder. Bovenaan de molenromp zitten twintig stellinggaten.

De kap is van het Oost-Vlaamse type en bedekt met leien van gekliefd eikenhout. Er zitten twee windvensters ter hoogte van de askop en vier jaloezieluiken aan de kant van het kruimechanisme. Op de kap staat een windvaan met de afbeelding van een everzwijn. Het kruisysteem achteraan in de kap betreft een binnenkruiwerk met Engelse rollenring. Het kruimechanisme bestaat uit een gang met opstaande kammen die zich aan de buitenkant van de Engelse rollenring bevindt, een kruihaspel met klauwen, een sterrenwiel dat in de kammen grijpt, een kruiketting en een stormketting met metalen verankeringsogen, die bevestigd zijn aan de binnenzijde van de Engelse rollenring. Op de molenbelt zijn er vier stormpalen. In de molenromp zitten op handhoogte ijzeren haken voor het vastleggen van de kruiketting, die vanaf de dam aangetrokken wordt en als een 8 gekruist wordt.

Het gevlucht, 24 meter lang, bestaat uit nieuwe geklinknagelde roeden, vervaardigd door molenbouwer Wieme uit Deinze. De askop is van makelij Van Aerschot uit Herentals, met een eiken liggende as. De staande as is van pitch-pine en ontkoppelbaar onder het spoorwiel, zodat de maalstenen niet via mechanische aandrijving gebruikt kunnen worden.

Op de stapelvloer in de molenbelt is een mechanische maalderij ondergebracht. Deze werd vroeger met een stoommachine via onderaandrijving in werking gesteld. Nu gebeurt dit elektrisch. De vloer is deels met kasseien, deels met bakstenen geplaveid. Hier bevindt zich nog een conisch tandwiel dat wellicht diende voor de aandrijving van de olieslagmolen. Op de meelvloer is een kleine haverpletter aanwezig. Er zijn twee steenkoppels uit Franse natuursteen en één koppel stenen uit basaltlava aanwezig. Om de molen af te remmen is er een olmen vangplank met een vangtrommel. Er is een licht conisch houten sleepluiwerk om zakken graan op te trekken en meel neer te laten.

  • Archief Bestuur voor Monumenten en Landschappen, Buitendienst Oost-Vlaanderen.
  • BAUTERS P. 1985: Eeuwen onder wind en wolken. Windmolens in Oost-Vlaanderen, Gent, 257-267.
  • BAUTERS P. 1986: Het Oostvlaams molenbestand in 1986, Kultureel Jaarboek voor de Provincie Oost-Vlaanderen, bijdragen Nieuwe Reeks, nummer 25, Gent, 116.
  • DE VOS A. 1960: Tweehonderd jaar strijd om een eigen parochie te Doornzele (Evergem), Appeltjes van het Meetjesland, Jaarboek nummer 11, 201-208.
  • KINT F. & VERDEGEM W. 2018: Gerardsmolen of Wippelgemmolen, onuitgegeven inspectierapport Monumentenwacht Oost-Vlaanderen.
  • LANCLUS K. & VERBEECK M. 1993: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Gent, Kantons Evergem - Lochristi, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 12N4, Brussel - Turnhout.

Bron     : -
Auteurs :  Decoodt, Hannelore, Lanclus, Kathleen, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Gerardsmolen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/87626 (Geraadpleegd op 20-09-2020)