Kasteel Pecsteen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Oostkamp
Deelgemeente Ruddervoorde
Straat Hillestraat
Locatie Hillestraat 41, Oostkamp (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Oostkamp (adrescontroles: 17-10-2007 - 17-10-2007).
  • Inventarisatie Oostkamp (geografische inventarisatie: 04-01-2006 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel Pecsteen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Hillestraat nr. 41. Kasteel "Pecsteen". Kasteeldomein, dat zeker opklimt tot het begin van de 18de eeuw, gelegen langs de Hillestraat en bestaande uit een kasteel in neorenaissancestijl van circa 1900, met een loodrecht er op geënte dreef, twee koetsgebouwen en een deels bewaarde omwalling achter het kasteel.

Historiek.
18de eeuw. Eerste bebouwing vermoedelijk uit het begin van de 18de eeuw. Op de ommeloper van Ruddervoorde, getekend tussen 1724 en 1729, staat bij de toenmalige woning: "1784 Mr. Chs Dhondt Mr. Carolus de Cuyper aen de oostsyde daeraen VC 4 roeden onder boomgaert hoveniershof ende walgrachten met een speelhuys ende anden woonhuys mitsgaders scheuringe en stallinge daer op staende daer andries van gaever jeghenwoordig woont, palende met de noortsyde ende westhende aen syn selfs lant streckende met het oosthende aen de Hillestraete". De oorspronkelijke dreef naar het kasteel, die vertrekt vanuit de huidige Terluchtestraat, wordt omschreven als "Dreve van dheer Tortelboom". Het toenmalige gebouw wordt voorgesteld als een omwalde woning van twee bouwlagen en een vijftal traveeën met een centrale doorgang, met als bijschrift "Den advokaat Cuypers speelhuis". Het buitenverblijf is eigendom van Charles Martin de Cuyper, advocaat in de Raad van Vlaanderen, en Anna-Françoise van Waesberghe. In 1758 wordt het domein verkocht aan een zekere J. Andri, die het in 1783 doorverkoopt aan de rijke burger, ondernemer, stokhouder van de baronieën Male en Vyve, griffier van het feodaal hof op de Burg van Brugge en tresorier van Damme, Charles-Jean Dhont (1723-1798). Een Caerte Figuratif van 1758, in privé-bezit, geeft een zeer gedetailleerde afbeelding weer van het woonhuis met de omwalling, het toegangshekken, de koetsgebouwen etc. Op de Kabinetskaart van de Oostenrijkse Nederlanden, opgenomen op initiatief van Graaf de Ferraris (1770-1778), weergegeven met als benaming het "Hille straete goet", bestaande uit het speelhuis met twee achterliggende bijgebouwtjes en het meest noordelijke van beide huidige koetsgebouwen.
Aangezien het huwelijk van Charles Dhont met Isabelle Claesman († 1768) en ook het tweede huwelijk met Anne le Bailly (1751-1830) kinderloos blijft, wordt de aanzienlijke erfenis van Charles Dhont op het einde van de 18de eeuw verdeeld onder de nakomelingen van zijn broer. Zo erft Anne-Marie Dhont in 1798 het kasteeldomein.

19de eeuw. Anne-Marie Dhont trouwt in 1800 met Jacques-Philippe Pecsteen (1769-1849), die van 1813 tot 1830 burgemeester van Ruddervoorde zal zijn. Vanaf 1800 tot heden is het kasteeldomein onafgebroken in handen van de familie Pecsteen.
Circa 1815 breidt Pecsteen de toenmalige woonst uit met drie torens, op de locatie van de huidige. Op het primitief kadasterplan (circa 1835) verschijnt het kasteel samen met de twee koetsgebouwen binnen een rechthoekige gracht. In 1869 registreert het kadaster de bouw van de broeikassen ten noorden van de moestuin en de uitbreiding van het kasteel met een imposante wintertuin aan de zuidkant cf. oude foto. In 1889 laat baron Gustave Pecsteen de Maldeghem-de Vrière (1804-1894) het noordoostelijk gelegen koetsgebouw uitbreiden met een oranjerie. Ten oosten van de moestuin wordt een lange broeikas bijgebouwd.

20ste eeuw. Volgens Paul Arren wordt het kasteel circa 1900-1906 herbouwd door de provinciale architect van Oost-Vlaanderen Stephan Mortier (1857-1934), die talrijke openbare gebouwen ontwerpt in bij voorkeur de neogotiek. Daarnaast tekent hij ook voor verschillende restauraties, doch eerder in beperkte mate voor privé-personen. Niettemin ontwerpt hij in Oostkamp in dezelfde periode het kasteel "De Herten" voor Pierre-Octave van der Plancke (cf. Oostkamp, Hertsbergsestraat nrs. 2-4). Het kadaster registreert de nieuwbouw van het kasteel en de bijgebouwen te Ruddervoorde in 1906. Het kasteel is ondertussen, na het overlijden van barones Gustave Pecsteen in 1901 geërfd door zijn kleinzoon baron Raymond Pecsteen-de Meester (1867-1965).
Tijdens de Eerste Wereldoorlog dient het kasteel naar verluidt als onderkomen van de Duitse kroonprins.

Beschrijving. Oranje baksteenbouw, in beperkte mate gecombineerd met natuursteen (als imitatie van de bak- en zandsteenstijl) en afgedekt door een mansardedak met leien. Kasteel op rechthoekig grondplan opgebouwd uit een halfondergrondse bouwlaag en twee verdiepingen. De vijf centrale traveeën van de voorgevel worden ten oosten geflankeerd door een klein, hoekig en half ingebouwd torenvolume en ten westen door een zware, licht voorgeplaatste toren op een vierkante plattegrond en afgedekt door een ingesnoerde peerspits. Centrale ingang bereikbaar door een brede, arduinen trappenpartij tussen balusters. De ingang zelf wordt geflankeerd door twee smeedijzeren lantaarns. Rechthoekige openingen met geprofileerde arduinen omlijstingen met sluitstenen, doorgetrokken lekdrempels. Ribben van het hoofdvolume en de torenvolumes zijn afgeboord met zandstenen hoekblokken. Bedaking voorzien van fraaie vorstkam en verschillende dakvensters (o.m. enkele uitgewerkte, arduinen dakvensters). Houten kroonlijst op klossen. Koetsgebouwen, ten noorden en ten oosten gesitueerd langs de oprit naar het kasteel. Soortgelijke baksteenbouw onder pannen schilddaken. Voorgevels geritmeerd door rondboognissen, al dan niet voorzien van een venster.

Park. Parkaanleg met bewaarde kenmerken van een vroeg 20ste-eeuwse pittoresk-landschappelijke vormgeving met bewaarde meerledige vijverpartij, brede gazonpartijen, parkboomgroepen (o.m. Tamme kastanje en Oosterse plataan), solitaire parkbomen (o.m. Ceder, Zilverspar, Weymouthden) en parkbosgordels (o.m. Bruine beuk, Witte paardenkastanje, Hemelboom, Robinia, Esdoorn, …), heestermassieven (Rododendron, Hortensia, …) en rondgaande padenstructuur, geënt op de vroegere 18de-eeuwse parkaanleg met dubbele toegangsdreef in Beuk. Aanvankelijk formele parkstructuur cf. bewaard figuratief plan (gedateerd 1758), evenwichtig opgebouwd vanuit een nog steeds bewaarde centrale hoofdas en een thans verdwenen rechthoekige kasteelomwalling met moestuinen, bereikbaar via sierlijke brug- en poorttoegangen. Volgens de Ferrariskaart (1770-1778) klassiek landgoed, ingeplant op de valleirand van de Waardammebeek, met hooiland- en hooiweidecomplexen, pachtgronden met weiland en akkerland, boomgaarden, dreven, jacht- en geriefhoutbossen.
Naar het laatste kwart van de 19de-eeuw herhaaldelijk aangepaste parkstructuur met meer landschappelijke aanleg binnen de vroegere kasteelomwalling en met moestuinruimte incl. broeikassen en oranjerie ten noorden. Centrale parkaanleg laatst aangepast door de bekende Brusselse landschapsarchitect Jules Buyssens (1872-1958) cf. bewaarde planafdruk gedateerd 1904, met een in gemengde stijl opgebouwde hiërarchische toegang ten oosten, geaccentueerd door boulingrin, thans nog afgesloten door arduinen pilasters verbonden met kettingen en siervaas, aanvankelijk met bloemenperken en sierstruiken en centraal, ten zuiden en ten westen een breed uitgewerkt landschappelijk park met een langgerekte vijverpartij. Ten noorden thans grotendeels verlaten moestuinruimte met gedeeltelijk bewaarde hoge fruitmuren met steunberen, afgedekt door pannen, voorts vervallen broeikas en schuur. Diverse bewaarde doorzichten op het westelijk gelegen valleilandschap. Oorspronkelijk rijke detaillering met parkconstructies, waaronder een hondenkennel met bakhuis, bruggen, een speelveld met schuilplaats, een ijskelder, een cementrustieke grot, een acetyleenfabriekje, evt. ook een boothuis. Thans enkel nog een bewaarde grot en ijskelder. Halfverharde toegangswegen in fijne blauwe porfiersteenslag, overige paden onverhard en licht verdiept in gemodelleerd reliëf.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN TE BRUGGE, 207: Mutatieschetsen, Ruddervoorde, 1869/25.
RIJKSARCHIEF BRUGGE, Landmetersarchief Peper, nr. 400-401: Ruddervoorde: Ommeloper van de parochie Ruddervoorde naar Cornelis Verhaeghe, J. Ghuuse, Simon Vandewalle, 1724-1729, 1e kohier, 10de begin.
ARREN P., Ruddervoorde, in Van kasteel naar kasteel, volume VII, Kapellen, 1999, p. 219-223.
BOULJON B., Het Oostkamp, Ruddervoorde, Hertsberge en Waardamme van toen. Een verzameling foto's van de vier Oostkampse deelgemeenten in de 19de en de eerste helft van de 20ste eeuw, Brugge, 1984, p. 133.
RIDERFORT, Kleine geschiedenis van Ruddervoorde. Het kasteel van wijlen baron Raymond Pecsteen, in De Merel, jg. 9, nr. 2, 1979, p. 28-31.
VERHAEGHE A., Onze straatnamen, in De Merel, jg. 26, nr. 1, 1996, p. 29-30.
users.skynet.be/fa416695/pecsteen.htm

Bron: Vanwalleghem A. met medewerking van Creyf S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Oostkamp, Deel I: Deelgemeente Oostkamp, Deel II: Deelgemeenten Hertsberge, Ruddervoorde en Waardamme, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL30, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Vanwalleghem, Aagje

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Hillestraat

Hillestraat (Oostkamp)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.