Parochiekerk Sint-Jan-Baptist

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Alternatieve naam Ruiterskerk
Provincie Oost-Vlaanderen
Gemeente Waasmunster
Deelgemeente Waasmunster
Straat Sousbeekstraat
Locatie Sousbeekstraat 103, Waasmunster (Oost-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Waasmunster (adrescontroles: 25-04-2008 - 25-04-2008).
  • Inventarisatie Waasmunster (geografische inventarisatie: 01-09-2006 - 30-04-2007).

Juridische gevolgen

is beschermd als monument Parochiekerk Sint-Jan-Baptist

Deze bescherming is geldig sinds 12-07-2012.

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Parochiekerk Sint-Jan-Baptist

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Parochiekerk Sint-Jan-Baptist: orgel
gelegen te Sousbeekstraat 103 (Waasmunster)

Deze bescherming is geldig sinds 14-10-1975.

Beschrijving

Landelijke neogotische kerk ingeplant aan de oostelijke straatzijde op een lichte verhevenheid. Rechts ervan gelegen neogotische pastorie (nummer 101) van dezelfde ontwerper Arthur Verhaegen, en links ervan opgericht katholieke schooltje (nummer 105). Samen bepalend voor het centrum karakter van de wijk Ruiter waarbij de kerk architecturaal de omgeving sterk domineert. Een pad tussen de kerk en de pastorie leidt naar het achterliggende deels omhaagde kerkhof ingewijd op 03.02.1889.

Het initiatief voor de oprichting van de kerk werd genomen door de vroegere onderpastoor van Waasmunster-centrum Adolf Rubbens die sinds 1876 ijverde voor een eigen bedehuis in de afgelegen wijk Ruiter. Met de steun van de gefortuneerde familie Vermeulen uit Gent, bezitters van een buitengoed aan de Belselestraat, thans gekend als "Kasteel Ortegat", kon in 1876 al een noodkerk in gebruik worden genomen. De grond voor kerk en pastorie en aanzienlijke financiële middelen voor de bouw werden ter beschikking gesteld door de weduwe van Jean-Baptiste Vermeulen, barones Dons de Lovendegem en kinderen. Volgens hun wens werd de kerk, opgericht ter ere van het Allerheiligste Hart van Jezus, onder het patroonschap van de Heilige Johannes Baptista geplaatst als nagedachtenis aan haar echtgenoot en hun vader.Georiënteerde driebeukige kruiskerk met basilicale opstand en kruisingstoren. Het zes traveeën lange schip omvat korte rechthoekige transeptarmen; koor van één travee met een vijfzijdige koorsluiting, tussen recht gesloten zijkoren. Middenbeuk voorafgegaan door een ondiep portaal met rond okseltorentje ten noorden. Rechthoekige doopkapel tegen de eerste travee van de noordelijke zijbeuk. Sacristie palend aan het zuidelijke zijkoor en transeptarm; berging tegen de noordelijke kooroksel. Baksteenbouw met sobere verwerking van hardsteen voor: de afschuining van de omlopende sokkel, de onderdorpels met afzaat van de vensters, de waterlijsten en ander lijstwerk zoals ter afdekking van geveltoppen en de versnijdingen van de steunberen. Middenbeuk, transept en even hoge koor onder leien zadeldaken, lagere zijbeuken met lessenaarsdaken. De hoge westelijke voorpuntgevel evenals beide gelijkaardige transeptpuntgevels voorzien van een boogveld doorbroken met drie lancetvensters, opgaand in de punttop met lelieankers en op schouderstukken. Centraal spitsbogig westportaal onder een markerende gebogen druiplijst. Het ranke traptorentje naast het linker zijportaal eindigt met een bogenfries onder een scherpe kegelvormige spits; bekronende ijzeren windvaan opengewerkt met een M. Puntgeveltje van de doopkapel met ijzeren topkruis. Middenbeuk en zijbeuken verlicht door per twee gekoppelde smalle spitsboogvensters, evenals de overige muuropeningen met geprofileerde bakstenen dagkanten. Achthoekige kruisingstoren van twee geledingen op vierkante aanzet. Klokkenkamer met smalle galmgaten. Hoge achtzijdige spits met torenuurwerk en verfijnd torenkruis waarvan het koperen torenhaantje na storm (1985) werd vernieuwd. Het opgaande karakter van de kerk is ook in het koor sterk aanwezig, zoals door de toepassing van lancetvensters alternerend met versneden steunberen. Koor geflankeerd door de puntgevels van sacristie en berging. Gewit Christusbeeld aan houten kruis onder dito afdak tegen het koorfront. Brede voorgevel van de sacristie tegenover de pastorietuin. Lijstgevel met getraliede spitsbogige tweelichten en een lage steekboogdeur onder een beeldnis met driepasboog.

De plannen voor de nieuw te bouwen Ruiterskerk zouden getekend zijn door ingenieur-architect Arthur Verhaegen (1847-1917) uit Gent (volgens De Potter en Broeckaert); waarschijnlijk gebeurde dit evenals die van de pastorie in 1876. Als leerling-medewerker van Jean Bethune, had hij kort voordien een belangrijk bouwproject in samenwerking met zijn leermeester gerealiseerd namelijk het Groot Begijnhof (1873-1874) te Sint-Amandsberg bij Gent. De stilistische verwantschap met de begijnhofkerk die door Bethune werd ontworpen en zijn eigen ander kerkelijk oeuvre is duidelijk herkenbaar. De slanke Ruiterskerk is een mooi voorbeeld van sobere Sint-Lucasneogotiek geïnspireerd op de 13de-eeuwse Brugse gotiek. Binnen het beperkt bekende architecturale oeuvre van Verhaegen, dat vooral kloosters telt, is de Ruiterskerk dan ook relevant als één van de weinige parochiekerken die hij realiseerde. De bouw van Ruiterskerk zou in 1877 aangevat zijn, jaar waarin de bijhorende pastorie werd gebouwd. De plechtige eerste steenlegging van Ruiterskerk vond plaats op 23 april 1879. Op 20 februari 1880 werd de kerk in gebruik genomen. Bij KB van 27 februari 1886 werd de wijk Ruiter als zelfstandige parochie erkend met Adolf Rubbens als eerste pastoor. De onafgewerkte kruisingstoren (enkel de achthoekige aanzet was aanwezig) werd aanvankelijk met een voorlopig houten dak afgedekt. De voltooiing van de toren vond plaats in 1898 naar de plannen van 1894 opgemaakt door architect Henri Geirnaert (Gent). Melding van gekleurde brandglasramen (1892, ontwerp ?), glazeniersatelier Arthur Verhaegen. Neogotische gekleurde brandglasramen in de koorsluiting met voorstelling van Heilige Carolus Borromeus, Heilige Jozef, Heilig Hart van Jezus (gedateerd 1900), Heilige Anna, Heilige Maria (laatstgenoemde gedateerd 1900 en gesigneerd Jos Casier (nam in 1895 het glazeniersatelier van A. Verhaegen te Gent over). Het voorlopige meubilair waarmee de kerk deels was uitgerust werd pas jaren later vervangen door een nieuw ensemble in typische neogotiek van de Gentse Sint-Lucasschool uitgevoerd (1911) volgens tekeningen van 1909 door beeldhouwer Eduard Vanden Eynde (Gent). De oorspronkelijke neogotische picturale muurdecoratie van het kerkinterieur van 1915 door Marissael (Gent), is thans op bepaalde figuratieve elementen na egaal overschilderd.

Georiënteerde driebeukige kruiskerk met basilicale opstand en kruisingstoren. Het zes traveeën lange schip omvat korte rechthoekige transeptarmen; koor van één travee met een vijfzijdige koorsluiting, tussen recht gesloten zijkoren. Middenbeuk voorafgegaan door een ondiep portaal met rond okseltorentje ten noorden. Rechthoekige doopkapel tegen de eerste travee van de noordelijke zijbeuk. Sacristie palend aan het zuidelijke zijkoor en transeptarm; berging tegen de noordelijke kooroksel. Baksteenbouw met sobere verwerking van hardsteen voor: de afschuining van de omlopende sokkel, de onderdorpels met afzaat van de vensters, de waterlijsten en ander lijstwerk zoals ter afdekking van geveltoppen en de versnijdingen van de steunberen. Middenbeuk, transept en even hoge koor onder leien zadeldaken, lagere zijbeuken met lessenaarsdaken. De hoge westelijke voorpuntgevel evenals beide gelijkaardige transeptpuntgevels voorzien van een boogveld doorbroken met drie lancetvensters, opgaand in de punttop met lelieankers en op schouderstukken. Centraal spitsbogig westportaal onder een markerende gebogen druiplijst. Het ranke traptorentje naast het linker zijportaal eindigt met een bogenfries onder een scherpe kegelvormige spits; bekronende ijzeren windvaan opengewerkt met een M. Puntgeveltje van de doopkapel met ijzeren topkruis. Middenbeuk en zijbeuken verlicht door per twee gekoppelde smalle spitsboogvensters, evenals de overige muuropeningen met geprofileerde bakstenen dagkanten. Achthoekige kruisingstoren van twee geledingen op vierkante aanzet. Klokkenkamer met smalle galmgaten. Hoge achtzijdige spits met torenuurwerk en verfijnd torenkruis waarvan het koperen torenhaantje na storm (1985) werd vernieuwd. Het opgaande karakter van de kerk is ook in het koor sterk aanwezig, zoals door de toepassing van lancetvensters alternerend met versneden steunberen. Koor geflankeerd door de puntgevels van sacristie en berging. Gewit Christusbeeld aan houten kruis onder dito afdak tegen het koorfront. Brede voorgevel van de sacristie tegenover de pastorietuin. Lijstgevel met getraliede spitsbogige tweelichten en een lage steekboogdeur onder een beeldnis met driepasboog.

Interieur. Neogotische houten overwelving, namelijk spitse tongewelven geleed door bogen en fijnere kruisribben en met trekbalken rustend op geprofileerde consoles; in de zijbeuken een half gewelf. Hardstenen zuilen met knoppenkapiteel dragen de spitsbogige scheibogen. De hoge bogen van de kruising op met hardsteen beklede pijlers. Witgeschilderde bepleisterde wanden met resten van de vroegere polychromie in de middenbeuk: ronde medaillons met bustes van de 12 apostelen. Op de zijwanden van het koor voorstelling van de vier evangelisten. Twee herdenkingsstenen met opschrift aangebracht binnen een uitsparing van de koorlambrisering in de koorsluiting; rechts van het altaar met verwijzing naar de twee opeenvolgende pastoors van de parochie Ruiter met wie de bouw van de kerk begon en voltooid werd, links met vermelding van de plechtige eerste steenlegging en de opdracht van de weldoeners (familie Vermeulen). Basècles vloerstenen met spaarzame verwerking van witte marmeren tegels. Doksaal met neogotische opengewerkte stenen balustrade. Doopkapelletje afgesloten door ijzeren hek. Ingelijste steen met opschrift als oorlogsgedenkteken aan de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog tegen de portaalwand. Houten tochtportalen en drie dubbele portaaldeuren van 1911 door E. Vanden Eynde gelijktijdig geplaatst met de door hem geleverde nieuwe meubilering.

Mobilair: Neogotische gepolychromeerde heiligenbeelden: Heilig Hart van Jezus en Onze-Lieve-Vrouw met Kind beide op een hoge gepolychromeerde neogotische sokkel met baldakijn; Christusbeeld aan decoratief uitgewerkt gepolychromeerd neogotisch kruis. Een reeks heiligenbeelden op wandsokkel in de zijbeuken thans egaal wit overschilderd. Neogotisch gepolychromeerd stenen hoofdaltaar (vermoedelijk eind 19de eeuw en door het atelier Bressers-Blanchaert) waarvan retabel met calvarie als centraal tafereel; stenen altaartafel op het front voorzien van drie ronde medaillons met ingeschreven vierpas en voorstelling van de passiesymbolen aan weerszij van gekroond IHS monogram.Neogotische zijaltaren door E. Vanden Eynde (1909-1911) naar concept en stilistisch een ensemble vormend met het hoofdaltaar, toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw (noordzijde) en aan Sint-Jan Baptist (zuidzijde). Beide eikenhouten retabels met gepolychromeerd heiligenbeeld en twee reliëftaferelen. Stenen altaartafels op de frontzijde versierd met polychroom medaillon voorzien van monogram. Neogotische eikenhouten koorbanken en lambrisering door E. Vanden Eynde (1909-1911). Neogotische eikenhouten communiebank waarvan het al bestaande stuk later aansluitend in de zijbeuken verlengd werd door E. Vanden Eynde (1909-1911); thans onderdeel omgevormd tot altaar. Neogotische houten preekstoel met reliëfvoorstellingen van de vier evangelisten op de kuip. Twee neogotische eikenhouten biechtstoelen door E. Vanden Eynde (1909-1911). Natuurstenen doopvont met koperen deksel; achthoekige kuip met reliëfdecoratie in medaillonvorm vertoont sterke verwering (recuperatie ?), op neogotische voet.

Orgel beschermd als monument bij KB van 14.10.1975. Binnenwerk van een orgel gebouwd in 1726 door Joannes Thomas Forceville (Brussel) afkomstig uit de Sint-Laurentiuskerk van Lokeren, herhaaldelijk later getransformeerd (onder meer door Van Peteghem). Omgebouwd in een neogotische orgelkast door Charles Anneessens en verplaatst naar Ruiterskerk. Instrument nog verbouwd in 1962 door de firma Stevens (Duffel). Neogotische kruisweg met gepolychromeerde reliëftaferelen gevat in houten omlijsting van 1913 door E. Vanden Eynde.

  • Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woning en Onroerend Erfgoed, Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, Ruimtelijke Ordening Oost-Vlaanderen, Onroerend erfgoed, Archief.
  • Vlaams Ministerie van Ruimtelijke Ordening, Woning en Onroerend Erfgoed, Vlaams Instituut voor het Onroerend Erfgoed, Archief Koninklijke Commissie voor het Onroerend Erfgoed.
  • DE MAEYER J., De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, 1862-1914, Leuven, 1988.
  • DE MAEYER J., De rode baron, Arthur Verhaegen, 1847-1917, Leuven, 1994.
  • DE POTTER F. & BROECKAERT J., Geschiedenis van de gemeenten der provincie Oost-Vlaanderen, Vierde reeks, 45ste deel Waasmunster, Gent, 1890.
  • Honderd jaar Sint Jan Baptist- kerk Ruiter, (Heemkring ‘Het Sireentje’, V, 1 ,1980, p. 114-116).
  • MOENS B., De identiteit van Waasmunster, Nieuwkerken, 1982, p. 40-45.
  • ROOSE-MEIER B., Fotorepertorium van het meubilair van de Belgische bedehuizen. Provincie Oost-Vlaanderen Kanton Hamme, Brussel, 1980, p.32.
  • SERGEANT N., De Parochie Waasmunster geschiedenis en patrimonium, Tielt, 1991, p. 129-132.
  • VAN CAUTEREN Ph., Studie van een negentiende eeuws woonhuis, (onuitgegeven oefening bouwkunst, Universiteit Gent, 1994-1995).
  • VERMEIREN R., (m.m.v. BERGMANS A.), Inventaris van het neogotisch tekeningenarchief Bressers-Blanchaert ca. 1860-1914, Leuven, 1993, p.151, 152.

Bron: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Duchêne, Helena & Verbeeck, Mieke

Datum tekst: 2007

Relaties

Geen afbeelding beschikbaar

maakt deel uit van Sousbeekstraat

Sousbeekstraat (Waasmunster)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.