erfgoedobject

Pastorie van de Sint-Jan-Baptistparochie

bouwkundig element
ID: 88581   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/88581

Juridische gevolgen

Beschrijving

Gelegen binnen een grote beboomde tuin ten oosten van de in dezelfde periode opgerichte Sint-Jan-Baptistkerk of Ruiterskerk (in 1886 erkend als zelfstandige parochie). Kerk en pastorie kwamen tot stand onder impuls van onderpastoor A. Rubbens van Waasmunster centrum, in 1876 aangesteld tot proost van de noodkerk te Ruiter en later pastoor van de Ruitersparochie. Grond en financiële middelen voor de bouw afkomstig van de familie Vermeulen, grote weldoeners in de gemeente. Bewaarde plannen van 1876 voor de neogotische pastorie, evenals de kerk toegeschreven aan ingenieur-architect Arthur Verhaegen uit Gent. De bouw van de pastorie vond plaats in 1877 (in 1879 gekadastreerd). De kwalitatieve architectuur van de pastorie, representatief voor de “rijpe neogotiek”, de bewaarde ontwerptekeningen met initialen AV, en de stilistische vergelijking met onder meer de huizen en conventen van het in 1873 door A. Verhaegen gerealiseerde Groot Begijnhof van Sint-Amandsberg laten weinig twijfel bestaan om het ontwerp toe te schrijven aan ingenieur-architect Arthur Verhaegen (Brussel, 1847-1917). Als volgeling en medewerker van Bethune, medestichter van de Sint-Lucasscholen en de Gilde van Sint-Thomas en Sint-Lucas, dé promotor van de neogotiek in België, werd Verhaegen een neogotisch architect. Slecht een 25- tal architecturale projecten zijn door zijn voorlopige oeuvrecatalogus gekend waarvan het Groot Begijnhof te Sint-Amandsberg, het Poortakkerbegijnhof aan de Oude Houtlei in Gent en het Sint-Barbaraweeshuis te Wetteren in Oost-Vlaanderen de belangrijkste zijn, tevens als monument beschermd.

Samen met de kerk en het kerkhof werd de pastorie van Ruiter door Alfred G. Vermeulen op 18 maart 1887 geschonken aan de in 1886 opgerichte kerkfabriek van Ruiter. Aanbouw in 1981 van een garage rechts van de woning waardoor de oorspronkelijke verhoudingen enigszins verstoord werden. Tot 1994 werd de pastorie bewoond door de pastoor, sindsdien een huurhuis met uitzondering van twee kamers vooraan door de kerkfabriek in gebruik als vergaderruimte en ontvangstplaats.

De pastorie is vooraan ingeplant in de deels ommuurde en omhaagde tuin (meidooornhaag). Voortuin met twee ijzeren hekken, één in de as van de voordeur tussen vierkante gemetste pijlers met hardstenen dekstenen en een betegeld pad naar de voordeur; een recenter toegangshek rechts naar de garage. Vrijstaande neogotische pastorie met hoofdvolume in een omgekeerde L-vorm en twee bouwlagen met aansluitende lagere aanbouwsels. Opgetrokken uit Rupelmondse baksteen in zeer verzorgd metselwerk in kruisverband, met verwerking van Franse hardsteen voor vensterkruisen en consoles. Snijdende of verspringende zadeldaken met nieuwe mechanische pannen in plaats van de oorspronkelijke Boomse pannen, dekken het hoofdvolume af; lessenaarsdaken op de lagere aanbouwsels. Naar het zuidwesten gerichte voorgevel gemarkeerd door een drie traveeën brede puntgevel afgewerkt met vlechtingen en schouderstukken op hardstenen consoles. Geritmeerd door typische Brugse traveeën met rondboogvormige spaarvelden (spitsboogvormig op het ontwerpplan) met drielobbige bakstenen traceringen. De witgeschilderde hardstenen kruiskozijnen onder dubbele ontlastingsboogjes leggen levendige accenten. Rechts deurtravee met hoge deur voorzien van drie treden en bolkozijnen bovenlicht op lateiconsooltjes; originele eikenhouten deur met smeedijzeren beslag, deurklopper en kijkvenstertje. In de linker penant ingewerkte witgeschilderde hardstenen gevelnis met geschilderd beeld van Sint-Jan Baptist, patroonheilige van de parochie, achter glas. De topgevel, verrijkt met sierankers, is doorbroken door een bolkozijn en een klein zoldervenstertje onder boogvelden met gelijkaardige bakstenen tracering. Rechts van deur leunt een lage travee met bolkozijn aan.

De linker zijgevel telt vier traveeën en wordt geritmeerd door dezelfde spaarvelden met witgeschilderde kruiskozijnen en verzorgde baksteentracering in de boogvelden. Een bakstenen daklijst met muizentand lijnt de gevel af. De rechter vleugel vertoont een gelijkaardige puntgevel met vlechtingen, schouderstukken en sierankers. Drie Brugse traveeën ritmeren ook deze gevel; de rechter hoger oplopende travee met smal benedenvenstertje verlicht het trappenhuis dat doorloopt tot de zolderverdieping. Rechts leunt het toilet onder lessenaarsdak aan. Een thans gesloten galerij met toegevoegde deur vormt de verbinding met de oorspronkelijke keuken. Haaks tegen de achterpuntgevel leunt nog de oorspronkelijke keuken van twee traveeën en het waskot (thans moderne keuken) onder zadeldak en lessenaarsdak aan.

Oorspronkelijke indeling van de pastorie gekenmerkt door een dubbelhuisaanleg met centrale gang van waaruit de verschillende vertrekken bereikbaar zijn: links het salon, met dubbele deur naar de eetkamer, rechts de kleine spreekkamer, het bureau en achteraan het trappenhuis; de keuken aan de achterzijde. Vanuit de keuken is de bijkeuken links en de gedichte galerij met toilet rechts bereikbaar. De gang met originele geruite rode en gele tegelvloer wordt van het toegangsportaal afgesloten door een dubbele paneeldeur met glas-in-loodvulling en typisch neogotisch briefpaneel. De overige deuren in gevernist rood riga hout vertonen hetzelfde briefpaneelmotief en behielden de originele klinken. Alle plafonds bestaan uit traditionele samengestelde balklagen; de moerbalkuiteinden zijn versierd met kleine rozetten en rusten op geprofileerde witgeschilderde hardstenen consoles. Alle vensters uitgerust met vouwbare houten binnenluiken en getraliede bovenlichten. De verschillende benedenkamers uitgerust met eenzelfde eenvoudige neogotische schouwmantel met geprofileerde wangen, uitgevoerd in witte steen van Caen en witgeschilderd. Enkel in het vroegere bureau rechts, thans dokterskabinet, is de schouw versierd met medaillons met ingeschreven vierpas en reliëfs met de passiewerktuigen, identiek aan die op het altaar in de Sint-Jan-Baptistkerk (bewaarde ontwerptekening). Trappenhuis met beukenhouten bordestrap met eenvoudige trappaal, thans afgesloten door een dubbele deur van de gang. Ook op de bovenverdieping bleven de deuren, vensters met binnenluiken, plankenvloeren en eenvoudige schouwen met houten bekleding ongewijzigd behouden. De ruime gewelfde kelders onder het salon en de eetkamer zijn toegankelijk via een stenen trap onder het trappenhuis. Brede gemetste en witgekalkte gordelbogen verdelen de kelder in drie traveeën, aan de rechter zijde doorbroken door getoogde keldervensters. De achterwand is voorzien van gemetste wijnrekken. Keldervloer uit typische gebakken rode tegels.

Ten noordoosten achter het woonhuis, palend aan de grintweg naar het kerkhof, werd oorspronkelijk een kleine stal gebouwd, volgens het kadasterarchief uitgebreid tot zijn huidig volume in 1887. Het bakstenen gebouw met één bouwlaag en steil pannen zadeldak tussen aandaken met vlechtingen is opgetrokken in verzorgd baksteenmetselwerk. Twee deurtjes in de nagenoeg blinde achtergevel verlenen toegang tot het kerkhofpad en de aanpalende kerk. Tuingevel met verschillende staldeuren en een getralied venster.

  • Waasmunster, parochiaal archief Ruiter.
  • DE MAEYER J., De Sint-Lucasscholen en de neogotiek, 1862-1914, Leuven, 1988.
  • DE MAEYER J., De rode baron, Arthur Verhaegen, 1847-1917, Leuven, 1994.
  • DIRIKEN P., Geogids Waasmunster: toeristisch recreatieve atlas van Oost-Vlaanderen. De Oostvlaamse zandstreek, Kortessem: Georeto, 1992, p. 51.
  • SERGEANT N., De Parochie Waasmunster geschiedenis en patrimonium, Tielt, 1991, p. 129-132.
  • VAN CAUTEREN Ph. Studie van een negentiende eeuws woonhuis, (onuitgegeven oefening bouwkunst, Universiteit Gent, 1994-1995).
  • VERMEIREN R., (m.m.v. BERGMANS A.), Inventaris van het neogotisch tekeningenarchief Bressers-Blanchaert ca. 1860-1914, Leuven, 1993, p. 151, 152.

Bron     : Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Oost-Vlaanderen, Gemeenten: Berlare, Buggenhout, Lebbeke, Waasmunster, Hamme en Zele,Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 20N, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Duchêne, Helena, Verbeeck, Mieke
Datum  : 2007


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Pastorie van de Sint-Jan-Baptistparochie [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/88581 (Geraadpleegd op 10-12-2019)