erfgoedobject

Historisch kasteeldomein De Blauwe Toren

bouwkundig element
ID: 88853   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/88853

Juridische gevolgen

Beschrijving

"De Blauwe Toren" is een historisch kasteeldomein dat anno 2006 bestaat uit een rechthoekig park van ca. 14 ha, begrensd door de Legeweg ten zuiden, de Hogeweg ten noorden, de grens met Sint-Andries ten oosten en ten westen de de Manlaan, eigenlijk de dreef naar het domein vanaf de Gistelsteenweg, die pas in 1960 is verhard en aan de gemeente overgedragen. Centraal in het park, het kasteel "De Blauwe Toren" dat in twee belangrijke fases tot zijn huidige samenstelling kwam: in de 19de eeuw als residentie voor de familie de Man, en in de jaren 1930 voor de Witte Paters, die er hun noviciaat in onderbrachten. Rechthoekig parkdomein met bos, weiland en waterpartijen, nog deels door de 19de-eeuwse muren omheind; toegang via smeedijzeren hek tussen hardstenen pijlers met zware uitgewerkte balusters. Verspreid over het park enkele 19de-eeuwse gebouwen: de "de Mans Rots" die in de zuidwesthoek van het domein op een ijskelder wordt gebouwd (cf. De Manlaan z.nr.), een theepaviljoentje ten noordwesten van het kasteel, en enkele gebouwen die resten van het neerhof. De begraafplaats van de Witte Paters werd aangelegd ten oosten van de rotskapel.

Historiek.

"'t Goet ten Blaeuwen Torren" wordt voor het eerst vermeld in 1531; uit die tijd dateert ook de "Blauwe Torredreve", die de verbinding gaf met de "wech die te Ghistele ward liep". De Blauwe Toren kreeg haar naam omdat het oude kasteel met blauwe schaliën was bedekt. Dit is een detail dat op de Grote Kaart van het Brugse Vrije van Pieter Pourbus (1561-1571) kan bevestigd worden: het kasteel "Bleauwen Torre" is een stenen gebouw met enkele hoektorens, afgedekt met blauw dak; het kasteel ligt op een rond omwald terrein, met ten zuidwesten de neerhofgebouwen binnen een twee ronde omwalling, die met een poortgebouw uitgeeft op de westelijk gelegen dreef. De Ferrariskaart van 1771-1778 geeft eveneens een opperhof-neerhofsite binnen een dubbele omwalling neer, maar met een vierkante in plaats van ronde weergave van de walgrachten; binnen de omsingeling bestaat het grondgebruik uit moestuinen, loof- en dennenbomen. Het Primitief Kadasterplan van de gemeente Varsenare, opgemaakt in 1834 toont een combinatie van de twee: opperhof binnen een onregelmatige omwalling, omgeven door een vierkant omwald neerhof met ten zuidwesten de neerhofgebouwen. Het domein is op dat moment eigendom van de Brugse familie van Caloen; door huwelijk en overerving komt het in handen van de familie de Man. Mevrouw van Caloen, echtgenote van Edmond de Man, laat in 1852 het kasteel uitbreiden. In 1878 vinden belangrijke wijzigingen plaats op het domein in opdracht van dezelfde eigenaars, waarbij het kasteel nogmaals wordt vergroot en de omwallingen om opper- en neerhof grotendeels worden gedempt. Het neerhof wordt grotendeels omgevormd tot 'lustgrond' waarop een nieuw boerenhuis, een lustprieeltje en drie broeikassen worden gebouwd, het bestaande 'huis' wordt verbouwd tot landgebouw (stal en koetshuis). Opvallend is dat de gronden tussen neerhof en Legeweg worden omgracht. In 1880 wordt het stalletje deels afgebroken, in 1901 volgt een broeikas. Vanaf 1886 is Alfred de Man eigenaar van het domein; hij vestigt zich definitief op het kasteel. Zijn dochters blijven op het domein wonen tot 1936, wanneer ze het verkopen aan de Witte Paters van kardinaal Lavigerie. De jonkvrouwen Marie en Jeanne de Man nemen hun intrek in de Villa Avondrust in de dorpskern. Architect Frans Peeters (Berchem-Antwerpen) wordt meteen aangesproken voor verbouwing en uitbreiding van het kasteel voor een nieuw noviciaat; vanaf 1937 nemen de novicen er hun intrek. Architect Peeters ontwierp voor de Witte Paters ook gebouwen in Boechout en in Thy-le-Château (1932-39); de drie ontwerpen behoren tot de belangrijkste bijdragen van Peeters tot de vernieuwing van de religieuze architectuur in België tijdens het interbellum.
In de tweede helft van de 20ste eeuw worden een aantal bijgebouwen in het park afgebroken. De belangrijkste wijziging is de bouw van het rusthuis "Avondrust" ten noorden van het kasteel in 1986; in 1988 uitgebreid met een kapel.

Beschrijving.

Het kasteel "De Blauwe Toren" klimt op tot in de 16de eeuw, maar dankt zijn huidige eclectische uitzicht met neoclassicistische kenmerken aan grondige verbouwingen in 1878 in opdracht van Alfred de Man. De architect is niet gekend. Rood bakstenen gebouw van twee bouwlagen met sterke volumewerking, gevat onder een grillige leien bedaking met talrijke oeils-de-boeuf: mansardedak boven hoofdvolume van zeven traveeën, tentdak ten noorden, koepel boven de zuidelijke inkompartij en helm op de hoge belvédère op de zuidwesthoek. De lijstgevels zijn horizontaal geritmeerd met baksteenbanden en doorlopende onderdorpels. Inkompartij en toren voorzien van balkons met smeedijzeren leuningen op hardstenen consoles; in het ijzerwerk jaartal en initialen van opdrachtgever: "ANNO AM 1877". De bovenste geleding van de toren is voorzien van uurwerk; mechaniek bewaard. Licht getoogde muuropeningen met vlakke hardstenen omlijsting voor de benedenvensters; de bovenvensters in de inkompartij kregen en hardstenen hanenkam. Houtwerk vervangen door kunststof. In de oostgevel worden de drie centrale traveeën geaccentueerd door een rond onderbroken fronton op vier pilasters met hardstenen negblokken. De oorspronkelijke vooruitgeschoven arcade werd weggehaald bij de uitbreiding van 1936 naar ontwerp van architect Frans Peeters.

Interieur. Centrale gang vanuit de inkomhall met deuren die uitgeven op de salons aan voor- en tuinzijde; de centrale hall die uitkeek op de tuin is onderverdeeld in kamers. Dubbelhoge huiskapel in de noordoosthoek van het kasteel. Achthoekig salon aan voorzijde, in de zuidoosthoek, met neoclassicistische aankleding: uitgewerkt stucplafond met grote centrale roset; lambrisering waarboven wandbespanning, wit marmeren schouw, dubbele paneeldeur in omlijsting met oren, planken vloer. Andere salons aan voorzijde gemoderniseerd; centrale kamer bevat schouw in Rouge Royal met zwarte accenten. Aan tuinzijde is de rondboogarcade van de vroeger hall naar de tuin bewaard. Witgeschilderde eenbeukige neogotische kapel van drie traveeën, nu onderverdeeld in twee niveaus; fraaie kruisribgewelven op slanke pilasters met knoppenkapitelen in schip en straalgewelf in koor; twee rondboogvensters met neogotische traceringen; glas-in-lood verdwenen.

In 1936-1937 wordt naar ontwerp van architect Frans Peeters (Berchem) aan de tuinzijde van het kasteel een noviciaat voor de Witte Paters gerealiseerd. Modernistisch bruin bakstenen kloostercomplex geschikt rond vierkante kloostertuin met pandgangen. De zuidwestelijke vleugel wordt gedomineerd door de kapel, met ten zuiden aansluitend een ontvangstruimte en een inkomvolume. Noordvleugel met gemeenschappelijke zalen op gelijkvloers en kamers op verdiepingen, met ten zuiden hierbij aansluitend het trapgebouw dat tevens de verbinding vormt met het kasteel; eind-20ste-eeuwse liftkoker met imitatie-galmgaten.
Zuidvleugel: Inkompartij met verticale vensterregisters op de hoek. Hoofdvolume met ten zuidwesten de ontvangstruimte van drie traveeën bepaald door een sokkel op de hoek en laag spitsbogig drielicht waarboven een groot rechthoekig venster. Aansluitend, de naar het noordoosten gerichte éénbeukige kapel onder een laag leien schilddak; schip van vijf traveeën en koor van drie traveeën, waarvan de langsgevel van negen traveeën en drie bouwlagen op souterrain is doorbroken met rondbogige lancetvensters. Boven het koor, een vierkante robuuste klokkentoren versierd met galmgaten en een tot boven het dak doorlopend, betonnen kruis.
Sobere, witgeschilderde binnenruimte met warme kleuraccenten door de glas-in-loodinvulling van de vensters en deuren en de bruin-gele tegels voor vloer en lambrisering. Vlak plafond met zichtbare betonstructuur boven het schip. Het koor is door een koepel afgedekt; zijkoren achter hoge scheiboogarcades, zwart marmeren trappen verbinden schip en koor, geflankeerd door ambo's. Sober, eigentijds meubilair; schilderij aan inkomportaal gesigneerd "Jean Remy"; symbolistische kruiswegstaties op houten paneeltjes; slanke houten beelden van Jezus en Maria bij de ambo's.
Noordvleugel: trapgebouw gekenmerkt door verticale vensterregisters op de hoek. Vleugel van negen traveeën en drie bouwlagen op souterrain, onder plat dak. Rondbogige benedenvensters met hardstenen waterlijst; rechthoekige bovenvensters gevat in grote omvattende horizontale omlijsting. Mooi uitgewerkt trapgebouw, gekenmerkt door patrijsbootvormige ramen met zwarte tegelomlijsting, rode granito tredes en een tegellambrisering met gele en zwarte banden die herhaald worden in het volledige gebouw. Sobere woonruimtes.

Theepaviljoen opgetrokken in 1878 in de lusttuin van het totaal vernieuwde kasteel op een ronde verhoging, naar verluidt de tweede ijskelder op het domein. Rood bakstenen gebouwtje op zeshoekig grondplan, met slanke zuiltjes opengewerkt naar het oosten. Gevat onder sterk overkragend leien dak met belvédère waarin glas-in-loodvenstertjes.

De gebouwen van het neerhof bevinden zich vlakbij het kasteel en worden nu als opslagruimte gebruikt. Het witgeschilderde bakstenen woonhuis onder blauw pannen zadeldak, met torentje met leien spits aan westzijde, is wellicht een verbouwing die in 1880 werd gerealiseerd aan een ouder gebouw. Het torentje bevat een deels uitgebroken steile steektrap; de kleine ruimtes zijn met troggewelven overwelfd. Haaks daarop, een geel bakstenen landgebouw onder blauw pannen zadeldak, opgetrokken in 1878. Verbouwd.

Ten zuiden van het domein, de begraafplaats dat de Witte Paters midden 20ste eeuw aanlegden. Rechthoekig omhaagd terrein waarin rijen eenvoudige betonnen zerkjes; centraal pad leidt naar kruisbeeld. Aan de ingang van het kerkhof, grof gehouwen hardstenen stèle voor de in Afrika omgebrachte paters.

KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Varsenare, 1852/8, 1878/6, 1880/21, 1901/4, 1912/2, 1937/3, 1959/1, 1982/1, 1986/1, 1988/1, 1996/1.

FRANCHOO A., Uit het familiealbum van de Heren van Caloen en de Man te Varsenare, in Brugs ommeland, jg. 1, nr. 2, 1961, p. 19-25.
FRANCHOO A., Bij de inhuldiging van de nieuwe "de Manlaan" te Varsenare, in Brugs ommeland, jg. 2, nr. 3, 1962, p. 117-118.
FRANCHOO A., De Blauwe Huizen te Varsenare en hun eerste bewoners, in Brugs ommeland, jg. 7, nr. 4, 1967, p. 137-142.
FRANCHOO A., Varsenare van weleer in woord en beeld, Brugge, 1985, p. 117-128.
PEETERS H., Frans Peeters architekt, kerkelijke bouwkunst 1928-1942, Edegem, 1985, p.
VAN LOO A. (red.), Repertorium van de architectuur in België van 1830 tot heden, Antwerpen, 2003, p. 447-448.
VANDEWALLE M., L'architecte Frans Peeters, in L'Artisan liturgique, 1939, nr. 52, p. 1122-1129.


Bron     : Hooft E. met medewerking van Boone B., Callaert G., De Bodt V. & Santy P. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Jabbeke, Deelgemeenten Snellegem, Stalhille, Varsenare en Zerkegem, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL35, (onuitgegeven werkdocumenten).                                                                   
Auteurs :  Hooft, Elise


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Historisch kasteeldomein De Blauwe Toren [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/88853 (Geraadpleegd op 26-10-2020)