Kasteelsite de Lanier

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Beernem
Deelgemeente Sint-Joris
Straat Maria-Aaltersteenweg
Locatie Maria-Aaltersteenweg 33, 33A, 34, 35, Beernem (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Beernem (adrescontroles: 22-04-2008 - 22-04-2008).
  • Inventarisatie Beernem (geografische inventarisatie: 04-01-2006 - 31-12-2006).

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteelsite de Lanier

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

Beschrijving

Kasteelsite zogenaamd "de Lanier" met kasteel, hoeve, jachtwachterwoning, serre, ommuurde tuinen op een domein met parkaanleg binnen een omwalling.

Van hieruit vertrekken verschillende dreven richting dorp, het kanaal, het Galgeveld en de Leiedreef. De kasteelsite bevindt zich op de grens van twee middeleeuwse heerlijkheden, namelijk de heerlijkheid van "Sint-Joris" ten noorden van de Zuidleie en het centrum rond de kerk en de heerlijkheid van het "Houtshe" of de "Oudse", ten zuiden van de Zuidleie. Het kasteeldomein is het oude goed "van den Berghe" en het verblijf van de laatste dorpsheren van Sint-Joris.

Maria-Aaltersesteenweg nummer 34. Zogenaamd "Kasteel de Lanier" of "kasteel van Pottelsberghe" naar de huidige eigenaars of "Waterland".

Historiek

1349: Aanwezigheid van een burgslot of zogenaamd "chateaux fort", eigendom van de familie de Baenst, heren van Sint-Joris sedert 1349.

1635: Vermelding van "een foncier van 100 gemet lant, metten casteele, neerhof, wallen, singelen (...)".

1640-1642: Opgetekend op een kaart van de Zuidleie als een omwald kasteel bestaande uit het hoofdgebouw op L-vormige plattegrond met in de oksel een traptoren. Aangeduid met de naam "Casteel van myn Heere van Gidts". Buiten de omwalling bevond zich nog een landgebouw.

1700-1750: Het oorspronkelijke kasteel wordt deels afgebroken met behoud van de oudere kelders.

1770-1778: Optekening op de Ferrariskaart als een U-vormig kasteel binnen een rechthoekige omwalling.

1787: Kasteel opgetekend als een langwerpig volume met twee kleine volumes aan de achterzijde binnen een quasi vierkante omwalling. Naastliggend een ruime tuin aangelegd volgens geometrisch grondplan. 1829: Weergave op het primitief kadasterplan van het kasteel met onregelmatig grondplan binnen een vierkante gracht.

1862: Volgens het kadaster wordt ten westen van het kasteel een vrijstaand, parallel volume gebouwd.

1876: Niet gesigneerd aquarel "Le chateau de St. Georges-ten-Distel 1876" toont het kasteel met negen traveeën en twee en een halve bouwlaag onder een leien zadeldak. De vlakke voorgevel is wit-bepleisterd en opengewerkt met rechthoekige vensteropeningen (gelijkvloerse en eerste verdieping) en op de gelijkvloerse verdieping drie centrale rondboogvormige, beglaasde deuropeningen. In de bovenste halve bouwlaag waaiervormige vensteropeningen met kleine roedeverdeling. Het volume van 1862 wordt afgebeeld als een gebouw van één bouwlaag onder een zadeldak, met opmerkelijk hoge bakstenen schoorsteen.

1880: Volgens de huidige eigenaars zou het kasteel in deze periode met een bouwlaag zijn verhoogd.

1898: Het nieuw gebouwde volume van 1862 wordt met het kasteel verbonden, zodat een symmetrische opstand ontstaat.

1998: Het kasteel wordt getroffen door een brand die de kapconstructie en het interieur volledig vernielt. De daaropvolgende restauratie herstelt het kasteel in zijn oorspronkelijke staat.

Beschrijving

Kasteel

Exterieur. Kasteel gelegen binnen een omwalling, toegankelijk via een brug over de omwalling voorzien van sierlijk gietijzeren leuning. Vrijstaand volume van negen traveeën en twee bouwlagen onder mansardedak bedekt met natuurleien, waarop een vierkante dakruiter. Ten westen een aangebouwd volume van één bouwlaag en drie traveeën met plat dak waarop een arduinen balustrade. Sterk symmetrische opbouw met middenrisaliet van drie traveeën en drie bouwlagen bekroond door een driehoekig fronton in geprofileerde omlijsting en voorzien van een oculus gedecoreerd met gepleisterde guirlandes en festoenen. Frontonbekroning in de vorm van smeedijzeren armilaarsfeer. Sterk verticaal belijnd door de geblokte muurkettingen. Centraal op de begane grond een deurvenster met schouderboog en rondboogvormige deurvensters. Op de verdieping centraal een deurvenster uitgewerkt als beglaasde deur voorzien van sierlijk gietijzeren balkon rustend op arduinen fraai uitgewerkte consoles. Op de derde bouwlaag een rondboogvenster. Hoekrisalieten van twee bouwlagen hoog bekroond door een centraal dakvenster voorzien van een boogvormig fronton, geflankeerd door oculi. Bepleisterde baksteenbouw voorzien van gepleisterde hoekkettingen en een arduinen plint. Rechthoekige vensteropeningen voorzien van persiennes (oorspronkelijk eerste en twee bouwlaag, nu enkel gelijkvloerse verdieping).

De eenvoudiger uitgewerkte achtergevel wordt horizontaal belijnd door de doorgetrokken lekdrempels. Op de tweede bouwlaag rondboogvensters met sierlijk schrijnwerk. Op de begane grond en de derde bouwlaag rechthoekige muuropeningen, waarvan die op de derde bouwlaag verdiept liggen.

Interieur. Grotendeels heraangekleed na de brand van 1998. Ruime inkomhal met marmeren vloertegels geflankeerd door eetkamer en klein salon. Ten noorden hiervan bevindt zich het groot salon door klassieke zuilen in twee verdeeld en aan de korte zijde voorzien van een schouwmantel. Decoratief stucwerk.

Voormalige woning van de jachtopziener

Zogenaamd "Le Pavillon" (nummers 33 en 33A). Haaks op de dreef gebouwd. Het volume is reeds opgetekend op de kaart van Ferraris (1770-1778) samen met een haaks, vrijstaand landgebouw gelegen in een boomgaard binnen een U-vormige omwalling. Volgens het kadaster werd de woning in 1862 verbreed en in 1878 werd ze opgedeeld in twee wooneenheden.

Vrijstaand breedhuis van negen traveeën en een bouwlaag onder een pannen zadeldak met drie dakkapellen. Rode verankerde baksteenbouw met gecementeerde plint. Eindpuntgevel met muurvlechtingen. Rechthoekige vensteropeningen met gebruik van zandsteen voor de boven- en onderdorpels, het geprofileerd middenmoneel en de negblokken. Oorspronkelijk beluikt, zie duimen. Deur voorzien van een bovenlicht opgevat als kloosterkozijn met zandstenen negblokken. De oorspronkelijke korfboogvormige deuropening werd ontlast door een rollaag en was waarschijnlijk voorzien van een tweeledige deur (zie duimen). Ten noorden een lager aangebouwd volume onder lessenaarsdak.

Bijhorend wagenhuis. Aan de overzijde van de gekasseide dreef bevindt zich een wagenhuis nu verbouwd tot dubbele garage. Bakstenen gebouw van twee bouwlagen en twee traveeën onder een pannen zadeldak. Vermoedelijk oorspronkelijk onder een tentdak zie de onderbroken rondboog in de zijgevel. Ten oosten hiervan is een lager volume onder lessenaarsdak aangebouwd. Het huidige volume is reeds opgetekend op de Ferrariskaart van 1770-1778. Verankerde baksteenbouw voorzien van een nu gedichte staande ellipsboogvormige muuropening. De voor- en achtergevel waren oorspronkelijk voorzien van een segmentboogvormige doorrit gevat in een bakstenen rondboogvormige spaarnis op geprofileerde aanzetsteen boven pilasters. In de voorgevel een beluikte, segmentboogvormige muuropening onder rollaag en in de achtergevel twee rechthoekige vensteropeningen onder een houten latei. Het geheel was oorspronkelijk wit-bepleisterd, nu enkel nog de oostelijke gevel.

Imposante druivenserre van een zeventigtal meter lang, naar het "Hoeilaarttype". Volgens het kadaster opgetrokken in 1881. Sinds 1878 bevonden zich op het perceel nog zes andere broeikassen, alle afgebroken in de eerste helft van de 20ste eeuw. Spitsboogvormige serre op een lage bakstenen sokkel. Glas vastgezet met gietijzeren roeden.

Hoeve

Kasteelhoeve met losse bestanddelen gegroepeerd rond een rechthoekig gekasseid binnenerf met een centraal grasperk, oorspronkelijk voorzien van mestvaalt.

Woonhuis. De woning wordt reeds weergegeven op de Ferrariskaart van 1770-1778 en werd volgens het kadaster in 1862 een weinig uitgebreid in noordelijke richting. Woonhuis met geïntegreerde stalling. Vrijstaand volume van negen traveeën en anderhalve bouwlaag onder een pannen zadeldak. Zuidelijke zijpuntgevel voorzien van muurvlechtingen. Verankerde witbeschilderde baksteenbouw boven een grijze gecementeerde plint. Oorspronkelijk segmentboogvormige muuropeningen. Verbouwde gevelopstand met verschillende openingsvormen. In de achtergevel van het woonhuis behouden schuiframen met houten roedeverdeling, onder een houten latei.

Hoevegebouwen. Bestaande uit twee parallelle vleugels en een hoofdvleugel met verhoogde middenpartij parallel aan het woonhuis. De gebouwen werden volgens het kadaster tijdens eenzelfde bouwfase opgetrokken in 1878 na afbraak van de oudere bedrijfsgebouwen. Oorspronkelijk bevond zich op de centrale binnenplaats een overdekte mestvaalt. De gebouwen dienden vooral als opslagplaats van de oogst met onder andere een grote schuur, een aardappelkelder, een fruitkelder en daarnaast ook een smederij en werkplaats, opslagruimte voor karren, gespannen, werk- en voertuigen. De twee parallelle vleugels vertonen een identieke opbouw: verankerde baksteenbouw van tien traveeën en twee bouwlagen onder een pannen schilddak. Horizontale ritmering door middel van doorlopende banden en een geprofileerde kroonlijst in imitatie-natuurstenen bepleistering. De korte voorgevels van drie traveeën zijn symmetrisch opgebouwd uit een oorspronkelijke poortdoorgang geflankeerd door twee rechthoekige vensteropeningen. Het geheel is gevat in drie spaarvelden bekroond door rondbogen met geprofileerde, bepleisterde omlijsting. Verticale openwerking van de lange gevels door een rondbogenarcade aanzettend op bakstenen pilasters waartussen spaarvelden. Bij de noordelijke vleugel bevinden zich daarin segmentboogvormige vensteropeningen onder rollaag in de eerste bouwlaag met daarboven rondboogvormige vensteropeningen waarin ramen met metalen roedeverdeling. De rondboogarcade van de zuidelijke vleugel was oorspronkelijk deels (vijf traveeën) opengewerkt, nu gedicht met baksteenmetselwerk en houten panelen. Dak bekroond door een weerhaan. Zoldering gelijkvloerse verdieping opgebouwd uit troggewelfjes en daarboven een behouden kapconstructie. Hoofdvleugel tegenover het woonhuis slechts gedeeltelijk bewaard. Deze laatste is recent deels ingestort tijdens een storm. Sterk symmetrische opbouw met centrale toegangstravee van twee bouwlagen geflankeerd door twee traveeën van een bouwlaag met daarin telkens een rechthoekige poortopening. Rode baksteenbouw in combinatie met gepleisterde natuursteenimitatie voor horizontale banden en omlijsting rondbogen. Centrale rondboog met spaarveld waarin een rondboogvormige vensteropening boven een rechthoekige deuropening.

Park

Parkaanleg met kenmerken van laat 19de-eeuwse landschappelijke vormgeving, bewaarde omwalling met vijverarm, kasteeleiland, parkboomgroepen en solitaire parkbomen (onder meer zilverlinde, Italiaanse populier, treures, wijnbladige linde, ceder, levensboom, ginkgo, voorheen ook tulpenboom), heestermassieven (rododendron, taxus, hortensia,…), sierperken (onder meer sierrabarber, begonia), en parkbos ten westen van kasteel (onder meer beuk, zomerlinde, tamme kastanje, haagbeuk, vederbeuk, hemelboom, esdoorn,…), geënt op vroegere aanleg met strakke drevenpatronen. Aanvankelijk omwalde bewoningssite opklimmend tot minstens 1ste helft 18de eeuw, met aan westzijde grachtenrijke formele tuinstructuur zie bewaard figuratief plan (gedateerd 1787), met heden nog bewaarde dreven, onder meer richting Sint-Joris (noord) en richting Kanaal (noordoost). Volgens de Ferrariskaart (circa 1770) landgoed, ingeplant op de rand van het voormalige Bulskampveld, met pachthoeve, gras- en akkerlanden, boomgaarden, dreven, jacht- en geriefhoutbossen. Bewaarde merkwaardige ijskelder (voor 1829) met bakstenen koepelgewelven en ontlastingsbogen, thans nog met gebogen oostelijke toegang gedecoreerd met veldsteen en rotsimitatie. Naar het derde en laatste kwart van de 19de eeuw herhaaldelijk aangepaste parkbosstructuur met meer landschappelijke aanleg, licht gemodelleerd reliëf en gewijzigde waterpartijen inclusief vijverarm met bewaarde boogbruggen en tuinbeeld; later toegevoegd tennisterrein. Ten zuiden resterende dubbele moestuinruimte met hoge omsluitende fruitmuren, plaatselijk afgedekt met pannen. Bewaard smeedijzeren toegangshek. Tegenaan de noordmuur pottenstal (bergruimte om onder meer potten op te bergen) en kippenhok onder pannendak. Vervaagd kruispadenpatroon nog gedeeltelijk afgezet met laagstamfruit en kleinfruit. Ten westen met bewaarde lange spitsboogvormig druivenserre en ten zuiden met bewaarde kweekserre, beide op bakstenen sokkel. Overige broeikassen verdwenen. Herstelde hoogstamboomgaarden met bewaarde meidoornhagen en beukendreven ten oosten. Toegangsweg in kassei, overige paden half verhard in siergrind; hekwerken plaatselijk met bakstenen pijlers.

Moestuin

Ten zuiden van de hoeve bevindt zich de ommuurde moestuin met centraal in de zuidelijke muur een gebouw met vierkante plattegrond en lijstgevel uitstekend boven de tuinmuur. Gebouw gebruikt als opslagplaats voor tuiniergerief. Datering niet gekend, maar op basis van stijlkenmerken is de bouwfase mogelijk dezelfde als deze van het wagenhuis, namelijk eind 18de -begin 19de eeuw. Baksteenbouw met natuursteenimitatie in bepleistering en beschildering, als bossage uitgewerkt. Tentdak met zinken bekleding en smeedijzeren jachthoorn als nokbekroning. Symmetrische opbouw met centraal een segmentboogvormige deuropening ingevuld door een dubbele, beglaasde deur. Druiplijst horizontaal verder lopend in de dekplaat van de tuinmuren. Sterk overkragende houten kroonlijst op tandlijst.

  • KADASTERARCHIEF WEST-VLAANDEREN, 207: Mutatieschetsen, Sint-Joris, 1862/42 en 57, 1878/8, 1881/39, 1898/6.
  • RIJKSARCHIEF BRUGGE, Collectie kaarten en plannen, nummer 417.
  • STADSARCHIEF BRUGGE, Verzameling Kaarten en Plannen, nummer 41.
  • Brochure Open Monumentendag Vlaanderen 1997. Gemeente Beernem, Beernem, 1997, p. 10-11.
  • RYSERHOVE A., Mengelingen over Sint-Joris-ten-Distel, in Bos en Beverveld, jaarboek 1978, p. 35.

Bron: Gilté S. met medewerking van Baert S. 2007: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Beernem, Deelgemeenten Beernem, Oedelem en Sint-Joris, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL31, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Gilté, Stefanie

Datum tekst: 2007

Relaties

maakt deel uit van Maria-Aaltersteenweg

Maria-Aaltersteenweg (Beernem)

is gerelateerd aan Kooldreef

Lattenklieversstraat zonder nummer, Beernem (West-Vlaanderen)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.