is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Pastorie Sint-Mauritiusparochie met tuin
Deze vaststelling is geldig sinds
is deel van de aanduiding als beschermd stads- of dorpsgezicht, intrinsiek Parochiekerk Sint-Mauritius met motte en omgeving
Deze bescherming is geldig sinds
is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Pastorie Sint-Mauritius
Deze vaststelling was geldig van tot
Pastorie gelegen ten noorden van de kerk en opgericht in 1896 ter vervanging van een oudere voorganger. Op deze locatie wordt immers ten tijde van de Ferrariskaart een gebouw afgebeeld. Ten westen-noordwesten zijn nog het met walgracht omgeven neer- en opperhof van de motte ingetekend.
In het archief van de Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen (KCML) zijn ontwerpplannen bewaard voor de pastorie, opgemaakt door Hendrik Geirnaert en gedateerd 10 augustus 1895. Bij de bouw van deze nieuwe pastorie werd toen een deel van de oude pastorie behouden, met name het deel aan de noordzijde, haaks ingeplant op de weg. Ook de bakstenen omheiningsmuur langs de noordzijde van de site is vermoedelijk nog een deel van de oudere pastorie. In de documenten voor de openbare aanbesteding was onder meer vastgelegd dat de buitengevel van de nieuwe pastorie moest afgewerkt worden met een bepleistering van cementmortel en twee pleisterlagen en dat een zwartgeverfde, ijzeren omheining moest geplaatst worden.
Over de evolutie van de pastorietuin is weinig bekend. Het eerste pastoriegebouw bezat een ommuurde (sier?)tuin ten zuiden, met een poortje verbonden met het perceel tussen de pastorie en de motte waar zich de moestuin bevond.
De nieuwe pastorie werd in 1896 ingeplant tussen een voorhofje en de achtertuin. De tuinaanleg met het centrale pad dat vanaf de pastorie via een bruggetje over de ringgracht naar de motte leidt en de symmetrische aanplanting van bomen op deze motte, dateert vermoedelijk van vlak na de bouw van de pastorie. De afsluitingsmuur uit de eerste helft van de 20ste eeuw is deels opgebouwd uit bakstenen van groot formaat, mogelijk recuperatiestenen van de afbraak van de oude pastorie. Op een opmetingsplan van de site uit de jaren 1930 staat het zuidelijke tuingedeelte aangegeven als ‘tuin’ en het oostelijke als ‘lusttuin’.
Na WO II werd de pastorie hersteld waarbij een deel van het gebouw aan de achterzijde gesloopt werd. Hierdoor bleef een deel van de oude pastorie als losstaand gebouw over. Tussen pastorie en kerkhof werd een nieuwe afsluitingsmuur opgetrokken. Rondom de walgracht werd in 1994 een betonnen pad voorzien van kleine visplatformen voor de lokale hengelclub aangelegd.
Sinds 2013 doet het gebouw dienst als gemeentelijk ontmoetingscentrum. In 2024 werden de bijgebouwen gesloopt en werd aansluitend bij de pastorie een eenlaags gebouw opgetrokken.
Parallel aan de straat ingeplante pastorie van het dubbelhuistype met twee bouwlagen van drie traveeën onder leien zadeldak met klokkenruiter. Aflijnende lisenen en dubbele baksteenfries met dropmotief. Middenrisaliet met bekronende dakkapel. Voorgevel met sierankers. Getoogde muuropeningen op arduinen lekdrempels. Achtergevel met vereenvoudigde ordonnantie.
Ommuurd voortuintje met bakstenen ingangspoort. Langs de west- en zuidzijde van de tuin bleef de bakstenen omheiningsmuur deels bewaard. De zone ten zuiden van de pastorie deed vroeger dienst als moestuin. De eigenlijke siertuin strekt zich ten oosten van de pastorie uit. Het centraal pad in grind leidt naar de motte, de begeleidende beplanting verhoogt de perspectiefwerking en leidt de blik van de bezoeker naar de motte. Tussen dit centrale pad en twee zijpaden ten noorden en zuiden ligt een gazon beplant met enkele bomen.
Op de bewaarde motteheuvel met walgracht staan aan de oost- en westzijde telkens vier symmetrische aangeplante taxussen en langs de noord- en zuidzijde telkens drie op rij aangeplante knotlinden. Tussen de oostelijke taxusgroep groeien eveneens twee lindes. Op de flanken van de motte groeit spontane opslag van gewone beuk, esdoorn, populier en linde. Verder staan in het oostelijke tuingedeelte drie op rij aangeplante beuken. De drie oude taxussen langs de omheining zijn vermoedelijk uitgegroeide restanten van een voormalige haag. In de tuin staat eveneens witbonte scherpe hulst en peterselievlier. Bewaard restant van vermoedelijk een Mariagrot.
Bron: D'HUYVETTER C., DE LONGIE B. & EEMAN M. met medewerking van LINTERS A. 1978: Inventaris van het cultuurbezit in België, Architectuur, Provincie Oost-Vlaanderen, Arrondissement Aalst, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen 5n2 (H-Z), Brussel - Gent.
Auteurs: d'Huyvetter, Clio; de Longie, Bea; Eeman, Michèle; Vandeweghe, Evert; Michiels, Marijke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)