Kasteel van Wemmel

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie Vlaams-Brabant
Gemeente Wemmel
Deelgemeente Wemmel
Straat Dr. H. Folletlaan
Locatie Dr. H. Folletlaan 28, Wemmel (Vlaams-Brabant)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Wemmel (adrescontroles: 01-07-2008 - 01-07-2008).
  • Herinventarisatie Wemmel (geografische herinventarisatie: 01-01-2006 - 31-12-2006).
  • Inventarisatie Wemmel (geografische inventarisatie: 01-01-1975 - 31-12-1975).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Kasteel van Wemmel

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Kasteel van Wemmel: gevels en daken
gelegen te Dr. H. Folletlaan 28 (Wemmel)

Deze bescherming is geldig sinds 13-08-1953.

is deel van de bescherming als cultuurhistorisch landschap Kasteel van Wemmel met omgeving

Deze bescherming is geldig sinds 13-08-1953.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Het "kasteel van Wemmel" met omringend park, heden ingericht als gemeentehuis, is gelegen in het dorpscentrum van Wemmel ten zuiden van de kerk. Het voormalige waterkasteel met middeleeuwse oorsprong werd in de 17de eeuw (zie jaarsteen 1649) als lustkasteel heropgebouwd en behoorde van oudsher toe aan de heren van Wemmel.

Historiek

Het kasteel werd beschermd als monument en de onmiddellijke omgeving als landschap bij Koninklijk Besluit van 13 augustus 1953.

De heerlijkheid van Wemmel heeft steeds toebehoord aan de hertogen van Brabant en werd in leen gegeven aan de familie van Wemmel waarvan de oudste vermelding teruggaat tot 1111 (Goswinus van Wambelne). In 1263 ging de heerlijkheid via huwelijk over naar het geslacht Kraainem en eind 14de eeuw naar het geslacht Taye. De familie Taye maakte deel uit van de "Coudenbergs", één van de zeven belangrijke Brusselse schepengeslachten die de stad bestuurden. Onder hun bewind verkreeg Wemmel dan ook in 1559 (volgens Wauters) of 1578 (volgens Dessaer) de hoge rechtspraak en werd de gemeente onder Engelbert Taye († 1638) in 1628 verheven tot baronie, en onder Filips-Albert Taye († 1698) in 1688 tot markizaat. In 1792 ging Wemmel via huwelijk over naar het geslacht Vander Noot die in 1838 het kasteel verkochten aan Willem Bernard, graaf de Limburg Stirum. Hij werd opgevolgd door zijn zoon Engelbertus die het burgemeesterschap zal waarnemen van 1888 tot aan zijn dood in 1907. Twee van zijn zussen bleven het kasteel bewonen tot 1926 waarna zij het kasteeldomein van 31 a 47 ca aan de gemeente schonken, mits omvorming tot gemeentehuis en openbaar park. De officiële schenkingsakte dateert van 04 maart 1936, de akte van definitieve aanvaarding van 24 juli 1937.

De versterkte middeleeuwse waterburcht waarvan geen iconografische bronnen bekend zijn, werd opgetrokken in de Maalbeekvallei ten zuiden van de kerkberg en wordt voor het eerst vermeld in de 14de eeuw. Geheel volgens de toenmalige tijdsgeest verving Filips Taye († 1673) in 1649 de burcht door het huidige traditionele barokke "hof van plaisantie" dat reeds in het derde kwart van de 18de eeuw tot haar huidige configuratie was gekomen, met uitzondering van het meest noordelijk volume.

De sterk gedetailleerde en nauwkeurige gravure van 1694 van Jacob Harrewijn (1662-1732) gecombineerd met iconografische en cartografische bronnen uit de 17de- tot de 20ste eeuw geven een duidelijk beeld van de ontwikkelingsgeschiedenis van de kasteelsite (Joos De Deken, Atlas van het Sint-Janshospitaal, 1711; C. J. Everaert, figuratieve kaarten van 1769-1770, circa 1770 en 1776; Ferrariskaart, 1771-1775; G. De Wautier, Carte de Bruxelles et de ses environs, circa 1810; S. Sablon, Primitief kadasterplan, 1821; Poppkaart, circa 1860 en kadastrale mutatieschetsen).

In de 17de eeuw bestond het kasteeldomein uit een opperhof ten oosten en een neerhof ten westen beiden omwald door een eerder smalle -vermoedelijk initiële- slotgracht; in een tweede fase uitgebreid met enorme omringende vijvers van elkaar gescheiden en ingedeeld door dijken waarop een netwerk van dreven was uitgebouwd. De grachten en vijvers werden gevoed door de Maal- en Reekbeek. Ten oosten van de site waren de banwatermolen (gesloopt circa 1958) en de bankamme gesitueerd.

Het opperhof was omgeven door een gekanteelde muur met hoektorens en toegankelijk via een poortgebouw vooraf gegaan door een boogbrug. Het U-vormige kasteel bestond uit een breed gericht volume tussen trapgevels, aan de linkerzijde vergezeld van een diep gericht volume tussen trapgevels en een smalle vierkante traptoren in de oksel en aan de rechterzijde van een diep gericht volume met barokke topgevel en een vooruitspringende woontoren. De toegang was gesitueerd in het breed gerichte volume en werd voorafgegaan door een imposante trappenpartij. Achter het volume rijst een derde torenspits op. De huidige achtergebouwen ten zuidoosten worden reeds gedeeltelijk afgebeeld op de kaart van 1711. Het meest oostelijke volume en de noordwestelijke woontoren verschijnen voor het eerst op kaarten van circa 1770 en 1776; de traptoren aan het binnenplein is dan verdwenen. Het noordelijke volume in het verlengde van laatstgenoemde woontoren wordt voor het eerst weergegeven op het primitief kadasterplan van 1821.

De zuidelijke uitbreiding van het neerhof eveneens omgeven door een smalle gracht gebeurde reeds in de 17de eeuw, vermoedelijk samen met de aanleg van de grote vijvers. De grote open binnenplaats voor het kasteel werd aan de noordzijde afgesloten door het koetshuis en aan de zuidzijde door het boerenhuis waarachter een U-vormige hoeve, geopend naar het oosten, zich uitstrekte. Vanuit het kasteel had men een perfect uitzicht op de besloten geometrische barokke tuin aan de overzijde van de binnenplaats. Achter de hoeve en aan het zicht onttrokken bevonden zich de moestuinen en boomgaard. Het koetshuis, het boerenhuis en de schuur waren geopend door geïncorporeerde rondboogpoorten gelegen in de as van de privé-dreef die een verbinding vormde tussen de kerk en baan naar Brussel en het domein verticaal in twee deelde. Volgens archiefbronnen werd de dreef tussen het kasteel en de kerk aangelegd in 1677. Al de toegangswegen, dijken en vijvers waren trouwens door bomen omzoomd; de dreven rond het opperhof werden onderbroken door merkwaardige rechthoekige latwerkpriëlen zonder dak.

Tussen 1711 en 1770 werd de gracht tussen opper- en neerhof gedempt en het poortgebouw, de gekanteelde omheiningsmuur met hoektorens en enkele hoevegebouwen gesloopt.

Deze site bleef ongeveer 150 jaar onveranderd met uitzondering van het dempen van de paardenvijver aan de overzijde van de huidige Kaasmarkt tussen 1821 en 1860 en de sloop van het laatste hoevegebouw circa 1865 (mutatieschets). De vijver ten noorden van de voormalige siertuin wordt verland weergegeven op stafkaarten vanaf 1877, doch op de mutatieschets van 1920 en de bijhorende legger als vijver aangeduid. In 1920 veranderde het kasteeldomein dan grondig door het dempen van alle waterpartijen en grachten ten westen van het kasteel alsook de smalle slotgracht rond het kasteel.

De gemeente Wemmel liet circa 1936 het koetshuis afbreken (mutatieschets), vormde het kasteel om tot gemeentehuis en legde een klein omringend parkje aan. De gevels werden in 1937-38 gecementeerd en voorzien van een plint in imitatie blauwe hardsteen en venster- en deuromlijstingen in imitatie zandsteen. De toegangsdreef werd omgevormd tot de huidige Dr. H. Folletlaan (mutatieschets 1938) waardoor het domein definitief werd opgesplitst. In de as van het kasteel werd een weg voorzien en de gronden er rond verkaveld (mutatieschets 1942). Een tiental jaren later kocht de gemeente deze gronden terug op om ze in te richten als park. In 1950 werd een bijkomende zij-ingang gecreëerd aan de noordwestelijke zijgevel. Het dempen van de laatste omwalling -op een ovaalvormige vijver met eilandje en een zuidelijke uitloper na-, en de aanleg van de Maalbeekstraat aan de zuidoostelijke perceelgrens, werden op het kadaster ingetekend in 1981. De vrijgekomen gronden en een deel van de aanpalende pastorietuin werden ingericht als gemeentelijk park. Voor het gemeentehuis werd een half cirkelvormige oprit aangelegd en aan de overzijde van de straat een parking.

Het kasteel werd gerestaureerd aan de gevels en bedaking in 1962-1963 -waarbij onder meer de kalkzandstenen plint vrij werd gemaakt en een nieuwe trap in blauwe hardsteen werd geplaatst-, en in 1990-1994 naar plannen van 1978.

Beschrijving

Ruitvormig kasteeldomein omvat door de Maalbeekstraat ten zuidoosten, de Kaasmarkt ten zuidwesten, de Pastorijstraat en pastorietuin ten noordwesten en de Steenweg op Merchtem ten noordoosten en verticaal doorsneden door de Dr. H. Folletlaan. Het kasteel met achterliggende vijver bevindt zich aan de oostzijde van de straat.

Kasteel

Het kasteel is een asymmetrisch, complex geheel van meerdere vleugels en torens, in verschillende fasen opgetrokken in de 17de-, 18de en mogelijk begin 19de eeuw met behoud van een oudere kern, doch met homogeen uitzicht door de circa 1937 aangebrachte en sedert 1962-1963 witgeschilderde beraapte cementering. Verankerde volumes van twee en drie bouwlagen op een hoge kalkzandstenen sokkel onder al dan niet gecombineerde leien bedaking, voorzien van gedichte steigergaten en geopend door hoge, rechthoekige vensters met luiken, aangebracht in de 18de eeuw ter vervanging van de oorspronkelijke kruisvensters. De lijstgevels aan de voorzijde zijn afgelijnd door een kwartbolle daklijst in kalkzandsteen, de overige lijstgevels door een houten kroonlijst op modillons.

Centraal breedgericht volume onder steil zadeldak tussen trapgevels (7 treden + topstuk) minstens opklimmend tot de 17de eeuw maar vermoedelijk met oudere kern (zie gewelfde kelders en schouw uit de eerste helft van de 16de eeuw). Rechthoekige hoofdingang met brede kalkzandstenen dagkanten bereikbaar via een hardstenen uitwaaierende bordestrap (circa 1962). Aan de linkerzijde L-vormig uitgebouwd met een haakse vleugel onder lager zadeldak gevat tussen tuitgevels met aandaken (voorheen trapgevels, zie gravure 1694), opklimmend tot de 17de eeuw en uitgebreid in de 18de eeuw (vóór 1770) met een hoektoren van drie geledingen onder tentdak, heden met achthoekige peerspitsbekroning. In het verlengde van de hoektoren diep gericht volume van twee bouwlagen onder afgesnuit zadeldak vermoedelijk opgetrokken tussen 1776 en het eerste kwart van de 19de eeuw (figuratieve kaart van Everaert en primitief kadasterplan) en uitgebreid met een zijingang in 1950.

Aan de rechterzijde van het centrale middendeel, breed gericht volume met lagere nok en zijtuitgevel; aan de voorzijde uitgewerkt met een elegante, licht vooruitspringende, verhoogde halsgevel door middel van een cartouche "1649" gedateerd. De geveltop is opgebouwd uit twee geledingen met cordons, vleugelstukken, cartouche en gebogen fronton in kalkzandsteen. Flankerende, vermoedelijk gelijktijdig opgetrokken, vooruitspringende hoektoren van drie geledingen onder tentdak met achthoekige peerspitsbekroning. De derde geleding wordt afgelijnd door een kalkzandstenen cordon en is aan de zuidkant voorzien van twee zeer mooie barokke korfboogvensters in een geprofileerde kalkzandstenen omlijsting met imposten, sterk uitgewerkte sleutel en druiplijstje (oorspronkelijk gelijkaardige vensters aan de voorzijde en dito dakvensters, zie tekening 1711 en voorzien van kalkzandstenen vleugelstukken, zie foto's van 1977). Achter de hoektoren (zuidkant) vooruitspringende kleine uitbouw (heden traptoren) van twee bouwlagen onder zadeldak uitgewerkt met een trapgevel (4 treden + topstuk), mogelijk opklimmend tot de 17de eeuw.

Centraal aan de achterzijde van het kasteel robuuste 17de-eeuwse traptoren (gravure 1694) onder geknikt tentdak met dakkapellen, bekroond door een achtzijdig gesloten dakruiter onder een dito overkragend spits dakje op houten modillons met peerspitsbekroning (spits reeds duidelijk afgebeeld in 1776). Links van de toren breed gericht volume van drie bouwlagen met entresol onder mank zadeldak en linker zijtuitgevel met aandak, opgetrokken vóór 1776. Aan de rechterzijde in de oksel torentje van drie bouwlagen onder licht geknikt tentdakje.

Aan de voet van de achtergevel van het kasteel, ruïneuze overblijfselen van de middeleeuwse burcht in traditionele bak- en zandsteenstijl, volgens de literatuur eertijds de gevangenis van het leengoed van de heren van Wemmel.

Interieur

Onderkelderde, sterk verhoogde begane grond. Centrale inkomhal met zichtbare moerbalken met geprofileerde balksleutels; vermoedelijk in de 19de eeuw opgesplitst door drie rondbogen op pijlers met imposten waarin houten vleugeldeuren met vast bovenlicht en voorzien van een kleurrijke cementtegelvloer met florale motieven rond vier fabeldieren. Achter de hal opengewerkte traptoren met houten bordestrap, hardstenen aanzettrede en sierlijke trappaal mogelijk opklimmend tot eind 18de eeuw; de balusterleuning en trappaalbekroning dateren van later. Links van de hal huidige trouwzaal gedomineerd door een schouw in blauwe hardsteen met twee verschillende steenkappersmerken uit de eerste helft van de 16de eeuw waarvan één geïdentificeerd als "G. Le Prince en familie". De haardwangen zijn uitgewerkt als gotische bundelpijlers, de schouwbalk bevat in het midden een halfronde uitstulping waarin het wapenschild van de familie Taye in reliëf, links en rechts vergezeld van 16 geschilderde wapenschildjes van aanverwante families.

Park

Omringend en beboomd gemeentepark van circa 3,5 hectare met geasfalteerde slingerpaden. Ovaalvormige vijver met beboomd eilandje en een smalle uitloper naar het zuiden. Van de drie rustieke bruggetjes in beton met leuningen uitgewerkt als knoestige takken, is deze naar het eilandje het best bewaard.

Voor het gemeentehuis staat het herdenkingsbeeld "Het Kind" ter ere van de gesneuvelde soldaten van de Eerste en Tweede Wereldoorlog, uitgevoerd door de Roemeense beeldhouwer Ianchelevici (1909-1994) in 1961 (zie inscripties).

  • Agentschap Ruimtelijke Ordening Vlaanderen, archief Onroerend Erfgoed Vlaams-Brabant: archief Koninklijke Commissie voor Monumenten en Landschappen, beschermings- en restauratiedossiers.
  • Kadaster Vlaams-Brabant, mutatieschetsen Wemmel: 1865/7, 1920/12, 1936/5, 1938/9, 1940/21/3, 1942/8, 1981/36 en eigendomsregister.
  • ARREN P. 1989: Van kasteel naar kasteel, deel 3, Kapellen, 258-262.
  • Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen. Inventaris van het cultuurbezit in België. Architectuur, deel 2n, Vlaams Brabant. Halle-Vilvoorde, Gent, 1975, p. 763-764.
  • DELMELLE J. 1962: Wemmel et son Chateau in Brabant, s.l., 11-13.
  • DESSAER R. 1945: Geschiedenis van Wemmel, Anderlecht-Brussel, 71-78.
  • JACOBS R. 1997: Brussel en Vlaams-Brabant: Gooik en Wemmel (11), in Vlaams-Brabant, nummer 6, Leuven, 16-27.
  • VAN DER KAA M.-H. 1985: Wemmel. Origine et transformation jusque' en 1838 d'un village de l'agglomeration bruxelloise, onuitgegeven licenciaatsverhandeling, Louvain-La-Neuve, 148-160.

Bron: Van Damme M. met medewerking van Kennes H. & Steyaert R. 2006: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie Vlaams-Brabant, Gemeente Wemmel, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen VLB10, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Van Damme, Marjolijn

Datum tekst: 2006

Alle teksten

Relaties

maakt deel uit van Kasteeldomein Wemmel

Dr. H. Folletlaan 28 (Wemmel)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.