Molensite Herentmolen

inventaris bouwkundig erfgoed \ bouwkundig relict

Locatie

Provincie West-Vlaanderen
Gemeente Meulebeke
Deelgemeente Meulebeke
Straat Gentstraat
Locatie Gentstraat 307, Meulebeke (West-Vlaanderen)
Status Bewaard

Administratieve gegevens

Gebeurtenissen
  • Adrescontrole Meulebeke (adrescontroles: 22-08-2008 - 22-08-2008).
  • Inventarisatie Meulebeke (geografische inventarisatie: 01-06-2007 - 30-06-2008).
Links

Juridische gevolgen

is vastgesteld als bouwkundig erfgoed Herentmolen

Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009.

omvat de bescherming als monument Windmolen Herentmolen
gelegen te Gentstraat 307 (Meulebeke)

Deze bescherming is geldig sinds 14-04-1944.

Beknopte karakterisering

Beschrijving

Herentmolen met molenerf, nieuw molenaarshuis, maalderij, Kleine Herentmolen en miniatuurmolen, gelegen in de wijk Marialoop. Eertijds ook gekend als "hernemuelene" (1575), "herrentmuelen" (1614), "heerentmeulen" (1641), "D'herte Meulen" (1770-1780), "Loncke's molen" (1834), "Aerdemolen" (1845) en "Allaerts molen". Thans de enige nog bestaande windmolen in Meulebeke, ontstaan uit een middeleeuwse staakmolen die zich in oorsprong meer zuidwestwaarts bevindt. Na oorlogsschade in 1922-1923 heropgericht met torenkot op de huidige plaats en nogmaals herbouwd in 1956, telkens met recuperatiemateriaal afkomstig van andere molens. Is de enige thans nog bestaande torenkotmolen in Vlaanderen die met een vliegende gaanderij is uitgerust. Nog in werking zijnde molen, beschermd als monument bij B.S.G. van 14/04/1944, bekrachtigd bij R.B. van 9/02/1946 en opgenomen als puntrelict in de Landschapsatlas.

Historiek

De oudst gekende vermelding van de "hernemuelene" dateert uit 1575, wanneer eigenaar-molenaar François vander Muelene het octrooi aanvraagt en drie jaar later verkrijgt om naast zijn graanwindmolen een rosmolen op "den Herentcautere" op te richten. De benaming van de molen verwijst naar de door haagbeuk omgeven kouter ("hirn-" = hagebeuk; "-ôthu" = collectief, bijvoorbeeld kouter), doch volgens sommige bronnen ook naar de eigenaar, met name de heer van Meulebeke. Tijdens onlusten op het einde van de 16de eeuw wordt de Herentmolen beschadigd, doch kan hersteld worden. Op de overzichtskaart van de kasselrij Kortrijk, opgemaakt door landmeter Lodewijk De Bersaques in 1641, wordt de "heerentmuelen" vermeld en weergegeven. Op een kaart bij het landboek van 1654-1656 wordt de Herentmolen, een houten staakmolen op teerlingen, weergegeven met de nabijgelegen Herentkouter ten oosten ervan. Men maakt melding van de toenmalige eigenaar Jooren De Bruyne en van een stukje aanpalend land "up de westzijde daer de perdemuellen placht te staene". Ten noorden ervan bevindt zich het molenaarshuis met bijgebouwen.

Op de Ferrariskaart (1770-1778) wordt de molen "D'herte Meulen", genoemd. Van circa 1746 tot 1923 is de familie Loncke eigenaar van de Herentmolen. In 1847 is molenaar Leonard Loncke tevens in het bezit van de "Plaatsmolen" gelegen aan de zuidwestzijde van de Gentstraat, en van "Ginste Stampkot", de oliewindmolen in het gehucht de Ginste (Oostrozebeke). In 1878 wordt de molen verworven door de weduwe en de kinderen van Lodewijk Vermeulen-Loncke, olieslager uit Ingelmunster. In 1886 ontsnapt de molen aan een blikseminslag die de bijhorende woning treft. In 1895 wordt de molenwal vergroot door een grenswijziging met de Gentstraat. Op het einde van de 19de eeuw wordt een kapel ten zuidwesten van de molen opgetrokken, pas in 1903 geregistreerd in het kadaster (zie zonder nummer). In 1902 wordt het molenaarshuis afzonderlijk verkocht.

Tijdens de Eerste Wereldoorlog wordt de Herentmolen totaal vernield. In 1919 wordt de kavel opgedeeld, waarbij het noordelijke deel eigendom wordt van Eugenie Vandekerckhove en landbouwer Gustaaf D'Hoore, beiden uit Ingelmunster, en het bouwland met de molen in het bezit komt van molenaar Arthur Loncke. Deze laat in 1922-1923 de molen volledig afbreken en op de huidige plaats een windkorenmolen met achterliggende maalderij oprichten, uitgevoerd door Jules Caene. Het betreft een staakmolen op torenkot met vliegende gaanderij en molenkast afkomstig uit een eind 18de-eeuwse Tieltse molen. In 1927 wordt de molen verkocht aan de familie Allaert, die het torenkot bewoont en er enkele jaren café "Molenhuis" uitbaat. Circa 1939 wordt het huidige molenaarshuis gebouwd met een kippenhok aan de noordwestzijde, dat in 1942 een aanbouw krijgt; tevens wordt de maalderij uitgebreid. In 1946 wordt het woonhuis vergroot, de bergplaats aan het kippenhok afgebroken, een nieuw bijgebouw opgetrokken aan de westzijde en de maalderij verhoogd. In 1951 verkoopt men een stukje bouwland aan de westzijde voor de plaatsing van een elektriciteitscabine (zie Buysveldstraat). Doordat in 1953 de standaard van de korenmolen breekt, wordt de molen in 1956 volledig afgebroken; alleen het torenkot blijft staan en wordt extra versterkt. De molen wordt heropgericht door molenbouwer Robert Van de Kerckhove uit Ingelmunster, waarbij onderdelen van drie verschillende molens worden gebruikt, met name van de "Bearellemolen" te Aarsele (buitenroede), van de stenen Termotemolen te Ruddervoorde (binnenroede en askop) en van de staakmolen van Vollezele (staak, steenbalk en gebinte). Vanaf 1967 is de molen eigendom van Michel Allaert, tot op heden nog steeds de eigenaar-molenaar.

Bij de instelling van de Molenlandroute in 1972 wordt het torenkot omgebouwd tot ontvangstplaats voor bezoekers en landelijke herberg " 't Oud Molenhuis", thans niet meer in uitbating. In 1975 worden belangrijke herstellingswerken uitgevoerd door de molenbouwers Peel uit Gistel; het hekwerk, de vliegende gaanderij, de staart en de trap worden volledig vernieuwd en de molen wordt herschilderd. In 1979-1983 bouwt de eigenaar-molenaar op een perceel ten noorden van de Herentmolen een bedrijfsklare miniatuur-staakmolen op teerlingen, de zogenaamde "Kleine Herentmolen". Later bouwt hij nog een miniatuurmolen die hij opstelt in de voortuin. In 2005 gebeuren onderhouds- en restauratiewerken aan de Herentmolen, onder meer aanbrengen van een rode, roestwerende verflaag, vervanging van enkele onderdelen, herschilderen van roeden en windplanken, herstelling en gedeeltelijke vervanging van de vliegende gaanderij, vernieuwen van de onderste traptreden, papen en loopschoren, en behandeling van buitenhout, muren en de bedekking van het torenkot.

Beschrijving

Molenerf met kasseibestrating en losse verharding, aan noordzijde afgezet door betonnen muur. Herentmolen. Staakmolen op torenkot met vliegende gaanderij bereikbaar via een laddertje vanuit de meelzolder. Ruim, witgekalkt bakstenen torenkot van twee bouwlagen, thans voorzien van betonnen versterking voor de kruisplaten, twee I-ijzers die rusten op vier betonnen pijlers tegen de binnenwand. Segmentbogige muuropeningen waarin houtwerk met verticale roedeverdeling in bovenlichten. Huidige molenkast opgericht in 1956 met recuperatiemateriaal afkomstig van verschillende molens; bewaarde stijlen en regels van de oude voorwand; verticale beschieting op de zij- en voorkant. Mansardevormige gebroken kap met witgeschilderde houten bebording; kap, windveeg en dakuitbouw bedekt met eternitleien. Geklinknageld wiekenkruis met vlucht van circa 24 meter. Meelzolder te bereiken langs zeer lange en steile buitentrap.

Inrichting. Korenmolen met meelzolder via luik verbonden met hangende gaanderij. Steenzolder met drie steenkoppels: voormolen met bovenaandrijving en twee achtermolens met onderaandrijving en moderne kamwielen. Naar verluidt zijn twee maalstoelen afkomstig uit de "Kapellemolen" of "Bals Molen" te Schuiferskapelle. Haverpletter; builmolen. Op het klauwijzer van de voormolen staat datering "1843".

Ten zuidwesten van de Herentmolen, nieuw molenaarshuis daterend van circa 1939 ter vervanging van het oude in de Buysveldstraat. Eenlagige baksteenbouw onder overkragend, gemansardeerd schilddak (mechanische pannen). Dubbelhuis van drie traveeën met muuropeningen onder betonnen lateien; schuiframen.

Ten noordoosten van de molen, maalderij gebouwd in 1922-1923, uitgebreid en verhoogd in het tweede kwart van de 20ste eeuw. Gekoppelde baksteenbouw onder zadeldak met muuropeningen onder betonnen lateien, schuifpoorten en -laaddeuren. Bijgebouwen in dezelfde bouwtrant ten noord- en westzijde van de molen. Op achterliggend weiland ten noorden van het molenerf, de zogenaamde Kleine Herentmolen, gebouwd in 1979-1983 als maalvaardig schaalmodel van een staakmolen met open voet op bakstenen teerlingen. Korenmolen met houten gevlucht van 12 meter; één steenkoppel met diameter van circa 0,90 meter. In voortuin aan zuidzijde van het molenaarshuis, nog kleiner schaalmodel van houten staakmolen met open voet.

  • Archief Ruimtelijke Ordening West-Vlaabderen, Onroerend Erfgoed, W/00676, DW000163.
  • Administratie Ruimtelijke Ordening, Huisvesting en Monumenten en Landschappen, Landschapsatlas, 2001, OC GIS-Vlaanderen.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207 : Mutatieschetsen, Meulebeke, Afdeling 2, 1843/10, 1895/11, 1903/60, 1919/17, 1941/39, 1942/32, 1943/18, 1946/46, 1950/40, 1973/60.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 212 : Kadastrale legger, Meulebeke, Afdeling 2, artikels 380, 383/2, 829, 1918, 2690, 4426.
  • BAERT G., Van aubergien, lantsherberghskens en brandewijnhuysen te Meulebeke, in De Roede van Tielt, 18.4, 1987, p. 91, 96.
  • CASTELEIN I., Herentmolen in glorie hersteld, in Het Nieuwsblad, 19 januari 2006.
  • CORNILLY J., Monumentaal West-Vlaanderen. Beschermde monumenten en landschappen in de provincie West-Vlaanderen. Deel I Arrondissementen Ieper, Kortrijk, Roeselare, Tielt, Brugge, 2001, p. 158.
  • DEMEDTS L., Kroniek van Marialoop, Oostrozebeke, 2000, p. 12-14.
  • DENEWET L.; GOEMINNE L., Molenmakers in Vlaanderen. Het werkboek van Coussée uit Meulebeke, in Molenecho's Vlaams tijdschrift voor molinologie, 22.3-4, 1994, p. 255-257.
  • DENEWET L., Onderhoudswerken aan de Herentmolen te Meulebeke, in Werkgroep West-Vlaamse molens, 21.4, 2005, p. 180-181.
  • DENEWET L., Rapport. Dertig jaar molenzorg in het Tieltse molenland, in Molenecho's Vlaams tijdschrift voor molinologie, 31.1, 2003, p. 22.
  • DEVLIEGHER L., De molens in West-Vlaanderen, in Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 9, Tielt, 1984, p. 314-315.
  • DEVYT C., Westvlaamse windmolens, Brugge, 1966, p. 96.
  • Gaverspad, brochure wandelroutes, Meulebeke, s.d., p. 4.
  • GERMONPREZ R., Het boek van Meulebeke, Meulebeke, 1982, p. 252-253, 256.
  • HOUTHOOFD G.; DENEWET L.; BAERT G., De windmolens van Meulebeke, Meulebeke, 1994, p. 13-16, 31.
  • Hulstveldepad, brochure wandelroutes, Meulebeke, 1979, p. 8.
  • MAES F., Toponymie van Meulebeke t.e.m. 1700, onuitgegeven licentiaatsverhandeling, Universiteit Gent, 1998-1999, p. 45, 61.
  • Marialoop-pad, brochure wandelroutes, Meulebeke, s.d., p. 13-14.
  • Gemeente Meulebeke

Bron: Callaert G. met medewerking van Boone B. & Moeykens S. 2008: Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Meulebeke, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL38, (onuitgegeven werkdocumenten).

Auteurs: Callaert, Gonda

Datum tekst: 2008

Relaties

maakt deel uit van Gentstraat

Gentstraat (Meulebeke)

Logo Onroerend Erfgoed

Deze site is een realisatie van Onroerend Erfgoed, een agentschap van de Vlaamse Overheid dat onroerend erfgoed in Vlaanderen inventariseert, onderzoekt, beschermt, beheert en de ontsluiting ervan stimuleert.