erfgoedobject

Hostens Molen

bouwkundig element
ID: 90566   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/90566

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld bouwkundig erfgoed Hostens Molen
    Deze vaststelling is geldig sinds 14-09-2009

  • is aangeduid als beschermd monument Windmolen Hostens Molen
    Deze bescherming is geldig sinds 17-03-1949

Beschrijving

Hostens Molen, een bakstenen stellingmolen van 1856-1857, gaat terug op een bergmolen van 1774, die op zijn beurt een staakmolen verving. De molen - 400 meter ten westen van de kerk - is achterin gelegen ten noorden van de Kruiswegestraat. De oprit naar de molen loopt tussen twee lage dorpswoningen (Kruiswegestraat nummers 4 en 6). De vroegere olie- en korenwindmolen is enkel nog ingericht als korenmolen.

Historiek

Vóór 1774 is er reeds sprake van een houten windmolen op deze plaats. Het betrof een vrije molen zonder heerlijke rechten. In 1774 verving Vincent Scheere de staakmolen door een bakstenen molen op molenberg. Op een plan van 1807 is deze stenen molen reeds aangeduid. De verkeerde intekening als staakmolen op het primitief kadasterplan (rond 1830) werd in 1865 rechtgezet. Bij de molen hoorde een eveneens achterin gelegen molenaarswoning. Rond 1830 was er nog geen bebouwing aan de straat.

Griffier en olieslager Jan-Baptist Vincent was vanaf 1834 eigenaar. In 1849 ging de molen via huwelijk over naar molenaar Ferdinand Hoste. Beide eigenaars lieten hun sporen na in de naamgeving van de molen. Op de Vandermaelenkaart (rond 1850) is de molen immers aangeduid als "Moulin St. Vincent". De huidige benaming verwijst dan weer naar de familie Hoste die in 1849 haar intrede deed. Rond 1855 kwam de windvang van de bergmolen in het gedrang door de verhoging van de kloostergebouwen. Daarop verhoogde Hoste de molenromp in 1856-1857 tot een stellingmolen. Hierbij werd ook de molenberg afgegraven. Rond 1865 werd tussen de molen en de woning een magazijn gebouwd. Rond 1879 werden de woning en de gebouwen rond de molen uitgebreid. Rond 1885 volgde nogmaals een vergroting van de omgevende gebouwen. Van 1885 tot 1910 was er een stoommachine om op windstille dagen te malen. Na de afbraak van de molenaarswoning (1909) werden molen en magazijn in 1910 kadastraal verenigd. Deze bouwgeschiedenis resulteerde in een stellingmolen met op de begane grond (ter hoogte van de afgegraven berg) aanbouwen onder pannen zadeldaken. Vermoedelijk bevond de ingang tot de molen zich in deze aanbouwen.

In 1909 en opnieuw in 1911 werden de wieken zwaar beschadigd door blikseminslag. Vanaf 1924 was de molenaarsfamilie Verstraete, tot dan uitbater van de nu verdwenen Poekemolen (Poekestraat, Ruiselede), eigenaar van de molen. In 1937 verwierf Raymond Hoste, afstammeling van een molenaarsfamilie, de molen en was er molenaar tot 1955. Net vóór 1940 kwam er ook een elektrische aandrijving van de molen. Bij de bevrijding op 8 september 1944 liep de molen zware schade op. In 1949 werd de kollergang van de oliemolen (begane grond) verwijderd. Grote herstellingswerken werden uitgevoerd in 1956-1959. De molen werd op de binnenroede verdekkerd, op de buitenroede halfverdekkerd (Nederlands wiekverbeteringssysteem van A.J. Dekker). Daarna werd er tot de definitieve stillegging in 1965 nog sporadisch gemalen. In de daaropvolgende jaren onderging de molen meerdere herstellingen, onder meer aan de houten gaanderij, de ramen, de deuren en het luiwerk. Het gemeentebestuur, eigenaar vanaf 1997, liet de molen in 1999-2001 restaureren. Hierbij werd de verdekkering opnieuw aangebracht. De lage gebouwen tegen de molenromp werden gesloopt en vervangen door een lage nieuwbouw in rood geschilderde baksteen onder gebogen dak (ontwerp ingenieur-architect Freddy De Schacht, Ruiselede). De oostzijde fungeert als toegang tot de molen, de westzijde als vergaderzaal en tentoonstellingsruimte. Op deze wijze kreeg de maalvaardige molen een nevenbestemming.

Beschrijving

Het huidige uitzicht van de bakstenen stellingmolen dateert grotendeels van 1856-1857, toen ook de molenberg afgegraven werd. In de romp zijn er bouwsporen van de dichtgemaakte oorspronkelijke ingang (te hoog geplaatst na afgraven berg) en wellicht ook van getoogde venstertjes. De gehele molenromp, ook de ‘nieuwe’ benedenverdieping, kreeg bij de verhoging rondboogvensters. Het onderste deel van de molen (tot en met de eerste zolder - baksteenformaat 22-23 x 11 x 5-6 cm) gaat terug op de bergmolen van 1774. Boven elkaar geplaatste muuropeningen kenmerken deze oude kern. Daarboven zijn de muuropeningen geschrankt geplaatst, typisch voor jongere molenrompen (kleiner baksteenformaat 21 x 10 x 5 cm). De molen lijkt doorheen haar bouwgeschiedenis niet steeds witgeschilderd te zijn geweest. In de iconografie valt de omlijsting van de rondboogvensters in rode baksteen op. Bij de restauratie rond de eeuwwisseling werd opnieuw gekozen voor het witkalken van de molen (met weglating van het rode accent rond de vensters). Bovenaan (onder de kap) is er een borstwering met stellinggaten.

De molen heeft een houten stelling (dwarsliggers, schuine schoren, planken en balustrade) en een vlucht van 24 meter met geklinknagelde binnen- (verdekkerd) en buitenroede (halfverdekkerd). De gebroken kap met twee wolfseinden en windwijzer is gedekt met houten of kunstleien. Het kruiwerk bestaat uit de staartbalk, de lange en de korte spruiten, de lange en korte schoren en het ijzeren kruiwiel. De rondbogige muuropeningen zijn ingevuld met geschilderde houten schuiframen met grote roedeverdeling en kruisindeling. De deur ter hoogte van de stelling is gevat in een geriemde omlijsting (geschilderde houten deur met opgeklampt kader en beplanking).

Binneninrichting. Op de benedenverdieping is er een haverpletter en een builmolen. Op de eerste zolder drijven conische kamwielen de haverpletter aan. De tweede zolder of maalzolder bevindt zich ter hoogte van de stelling. Op de derde zolder of steenzolder bevinden zich twee maalgangen. Het spoorwiel rond de houten koningsspil telt 38 kammen, de kamwielen zestien en negentien. Op het klauwijzer (kamwiel met zestien kammen) zijn er opschriften "PDL" en het jaartal "1785". De ijzeren band van de samengestelde loper van de andere maalstoel draagt het jaartal "1752". Boven de vierde zolder situeert zich de kapzolder. De kap draait op een zetelkap en Engels rollenkruiwerk. Het vangwiel telt vijftig kammen, het kamwiel 29.

  • Archief Ruimtelijke Ordening West-Vlaanderen - Onroerend Erfgoed, Archiefnummer W/00689.
  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207: Mutatieschetsen, Ruiselede, 1865/99, 1879/76, 1885/8, 1909/18, 1910/18.
  • Rijksarchief Brugge, Frans Fonds, nummer 2706.
  • BRAET M. 2001: Familie Constant en Jules Verstraete, Oud Ruysselede. Heemkundig Tijdschrift Doomkerke, Kruiskerke, Ruiselede 18.3, 99.
  • BRAET M. 2001: Familie Vincent en Hostes Molen, Oud Ruysselede. Heemkundig Tijdschrift Doomkerke, Kruiskerke, Ruiselede 18.2, 67-71.
  • BRAET M. 2006: Rusleda 900 jaar. Een kroniek 1106-2006, Oud Ruysselede. Heemkundig Tijdschrift Doomkerke, Kruiskerke, Ruiselede 23.4, 205, 235.
  • BRAET M. 1999: "Zwart Goed" en hun kopers te Ruiselede, Oud Ruysselede. Heemkundig Tijdschrift Doomkerke, Kruiskerke, Ruiselede 16.3, 142.
  • CORNILLY J. 2001: Monumentaal West-Vlaanderen, deel 1, Brugge, 206.
  • DEGUFFROY G. 1997: Ruiseleeds Molenrepertorium, Oud Ruysselede. Heemkundig Tijdschrift Doomkerke, Kruiskerke, Ruiselede 14.2, 56-63.
  • DEGUFFROY G., DEPREDOMME J. 1993: Ruiseleedse plaatsnamen, Oud Ruysselede. Heemkundig Tijdschrift Doomkerke, Kruiskerke, Ruiselede 10.4, 174.
  • DEVYT C. 1966: Westvlaamse Windmolens – Inventaris volgens de toestand op 1 januari 1965, Brugge, 105.
  • DE VLIEGHER L. 1984: De molens in West-Vlaanderen, Kunstpatrimonium van West-Vlaanderen, deel 9, Tielt-Weesp, 354-355.

Auteurs :  Van Vlaenderen, Patricia, Vanneste, Pol, Vranckx, Martien
Datum  : 2020


Relaties

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Hostens Molen [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/90566 (Geraadpleegd op 03-12-2020)