erfgoedobject

Klooster en school Onze-Lieve-Vrouw van Troost

bouwkundig element
ID
90986
URI
https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/90986

Juridische gevolgen

Beschrijving

Klooster en school Onze-Lieve-Vrouw van Troost. Hoofdklooster van de Zusters van Liefde van Kortemark. De gebouwen gaan terug op die van een voormalig hospitaal gebouwd vanaf 1858-1859. De hoofdvleugel aan de straat dateert van 1892 (zie jaarsteen). De geschiedenis van dit klooster hangt samen met deze van het OCMW-rusthuis verderop in de Hospitaalstraat. De directeurswoning van het klooster aan de overzijde van de straat maakt deel uit van de site.

Geschiedenis van de orde en van de site

In 1833 wordt door de gemeente Kortemark in een oude hoeve een tehuis voor bejaarden, wezen en verlaten kinderen gesticht. Dit initiatief vloeit voort uit een testamentaire beschikking van landbouwer Pieter-Maximiliaan De Vloo: hij schenkt aan de dis van Kortemark een huis en landerijen om er een hospitaal - voor het verzorgen en bijstaan van ouderlingen, wezen, verlaten kinderen en zieken - te stichten. Ook dient er een devotiekapel gebouwd te worden met gedenkplaat met voorgeschreven tekst. De Zusters van Vincentius à Paulo uit de Handzamestraat bedienen aanvankelijk dit gesticht (een aantal zusters zouden er aanvankelijk gewoond hebben), en krijgen daar in 1841 ook officiële erkenning voor. Ten gevolge van een conflict verlaten de zusters het gesticht in 1848. Een aantal zusters keren op aandringen van de pastoor terug en stichten in 1849 een nieuwe congregatie, de Zusters van Liefde. Deze zusters nemen hun intrek in het reeds bestaande oudemannenhuis (akkoord tussen pastoor Lampe, de Commissie van het ouderlingengesticht en het Armensbestuur).

Volgens literatuur bouwt pastoor Lampe in 1859 aan de overkant van de straat, tegenover het oudemannenhuis, een hospitaal (de kern van de huidige gebouwen) dat hij nadien schenkt aan de Zusters van Liefde. De zusters verhuizen naar dit hospitaal en zijn voor hun huisvesting niet langer afhankelijk van het Armenbestuur. Dit komt overeen met de mutatie van 1858: eigenaar Anna Verhaeghe (en consoorten), religieuze te Kortemark bouwt het hospitaal nieuw op. Een omwalling zonder bebouwing ten noorden van dit hospitaal wordt hierbij gedempt. Bij de mutatie van 1877 wordt het hospitaal uitgebreid. In 1891 wordt het hospitaal nog eens uitgebreid, weliswaar blijft het aan de straatzijde een vrij kort gebouw dat nog niet tot aan de Processiestraat reikt. In de mutatie van 1894 wordt het hospitaal uitgebreid, voor het eerst op het hoekperceel aan de Processiestraat. Hierbij komt het huidige, lange hoofdvolume aan de Hospitaalstraat tot stand (zie jaarsteen 1892). Circa 1895 wordt aan de overzijde van de straat de directeurswoning van het klooster gebouwd.

Aan het einde van de 19de eeuw wordt in het hospitaal voor wezen gezorgd en verblijven er begoede en dus betalende ouderlingen, zogenaamde 'tafeliersters'. Deze nieuwe activiteiten nopen tot uitbreiding van klooster en hospitaal. Tevens verzorgen de zusters een ziekendienst aan huis (onder meer voor pokken en typhus), een dienst die zich in de loop van de jaren uitbreidt tot de hele provincie en zelfs tot het Noorden van Frankrijk (reeds in de jaren 1860). In 1951 wordt de dienst vervangen door het Wit-Gele Kruis. Bijhuizen van het klooster worden onder meer gesticht in Dadizele (1860), Aartrijke (1864), Hoogstade (1876), Watou (1877) en Handzame (1892). Bij de mutatie van 1899 uitbreiding van het hospitaal met vrijstaand, smal volume - haaks op de Hospitaalstraat. In 1904 bouw van de kapel, toegewijd aan de Heilige Joannes Berchmans en van twee verbindingsvleugels tussen de kapel en het hospitaal. De vroegere kapel wordt nu gebruikt als klaslokaal.

In juli 1917 worden de zusters, de wezen en de 'tafeliersters' door de Duitsers uit het klooster gedreven, ze vinden een onderkomen bij de Zusters van Liefde in Eeklo. Ook de zusters en de ouderlingen van het gesticht ondergaan hetzelfde lot. De kostbaarheden van het klooster worden in Brugge ondergebracht. De kapel wordt door de Duitsers als paardenstal ingericht. Door obusinslagen worden de meeste brandglazen en een deel van het dak vernietigd. In april 1919 terugkeer naar het moederklooster, na herstellingen. De kapel krijgt nieuwe glasramen in 1924. In 1931 uitbreiding van de gebouwen en afbraak van een achteringelegen volume. Bij de mutatie van 1940 wordt het smal volume haaks op de Hospitaalstraat afgebroken en vervangen door het huidige volume.

In 1963 wordt een volume onder plat dak aangebouwd haaks op de kapel. Bij de mutatie van 1966 wordt in de omringende tuinen onder meer een serre afgebroken.

Herinrichting van de kapel in 1966 en in 1998. In een hoek van het ommuurde domein wordt in 1984 een kapel gebouwd. De spitse dakconstructie met leien bedekt is afkomstig van het oude dak van een afgebroken vleugel.

In 1967 verlaten de laatste 'tafeliersters' het hospitaal. De vrijgekomen ruimte wordt ingepalmd door de opleiding sanitaire helpsters, een afdeling van Onze-Lieve-Vrouw van Troost. In 1980, 1982 en 1989 wordt bijgebouwd voor de school. In 1993 fusie van de school met het Margareta-Maria-Instituut.

In 1976 oprichting van Rust- en Verzorgingstehuis "Godtsvelde". De nieuwe Camilluskapel wordt voorzien van de oude Maria-klok van het moederklooster. Vanaf 1993 werken de zusters en het OCMW-rusthuis niet langer samen.

Beschrijving

Uitgestrekte site met onder meer U-vormige hoofdvleugel (1892), kapel (1904) en ommuurde tuin ten noorden tot aan de Processiestraat. Neogotische stijlkenmerken.

Aan de straat, hoofdvleugel van circa 1892, zie jaarsteen, U-vormige uitbouw aan de achterzijde. Smalle voortuin met laag muurtje tussen postamenten met blauwhardstenen bekroning (wellicht verlaagd). Langgestrekt volume van zeventien traveeën en twee bouwlagen onder zadeldak (leien). Ritmering van deze gevel door de vensternissen, de verjongende steunberen met versnijdingen, de dakkapellen met uitgewerkt windbord, en door twee vooruitspringende risalieten oplopend in een trapgevel. Rode verankerde baksteenbouw met gebruik van felrode baksteen voor de vensteromlijstingen, gebruik van blauwe hardsteen voor sierelementen en vensterkozijnen. U-vormige uitbouw, ten noorden met klokkentoren onder schilddak met vorstkam.

Kruiskozijnen verdiept in een spitsboognis. Sierlijk uitgewerkt portaal in een blauwhardstenen omlijsting met zuiltjes boven dito sokkel met sierlijk uitgewerkte jaarsteen "JAAR O.H. J.C. 1892", geflankeerd door twee kloosterkozijnen. Het bovenlicht van het portaal is verdiept en loopt op in een spitse beeldnis, met beeld van Maria met kind. De beeldnis is afgeboord door een blauwhardstenen druiplijst 'steunend' op hoofdjes en met bekronende kruisbloem. Heti interieur is grotendeels gerenoveerd. In de ontvangstkamer, bewaarde bepleisterde moerbalken voorzien van emblemen.

Ten zuiden van de hoofdvleugel, (klassen)vleugel volgens het kadaster gebouwd in 1940, doch ten dele met dezelfde stijlkenmerken voor de getrapte zijgevel en dito materiaalgebruik. Deze vleugel is haaks ingeplant op de Hospitaalstraat. Lange voorgevel met uitbouw van over de bouwlagen oplopende portaalerker en ritmerende muurvakken met rechthoekige muuropeningen (vernieuwd houtwerk). Boven het portaal, Heilig Hartbeeld. Aansluitende lage aanbouw met ritmerende muurvakken, onder platte daken, met onder meer garages.

Ten oosten van de hoofdvleugel, kapel van 1904, toegewijd aan de Heilige Joannes Berchmans. Verankerde roodbakstenen kapel met schip van vijf traveeën, transept met rechte sluiting, en koor van twee traveeën en driezijdige sluiting. Leien zadeldak geritmeerd door dakkapellen onder tentdak, dakruiter, aandak met dekstenen en topbekroning in blauwe hardsteen. Tegen de puntgevel, traptorentje onder tentdakje. Ritmerende verjongende steunberen met versnijdingen, spitsbogige muuropeningen.

Interieur onder houten spitstongewelf. Vlakke witgeschilderde bepleisterde wanden met een grijsgeschilderde pilaster per travee. In het koor spitsboogvensters met maaswerk in blauwe hardsteen en gebrandschilderde glas-in-loodinvulling boven telkens drie blindnissen en een plint in blauwe hardsteen, geritmeerd door roodgeschilderde colonetten. Gerenoveerd in 1999 door architect Luc Glorieux (Oostende).

Ten noorden, naar de Processiestraat toe, grote ommuurde tuin, deze ommuring met ritmerende muurvakken is deels vervangen door een haag tussen de hoofdvleugel en de Processiestraat, wel is een rondboogpoortje bewaard. Tuin met rode beuken.

  • Kadasterarchief West-Vlaanderen, 207: Mutatieschetsen, Kortemark,1858/7, 1877/13, 1891/6, 1894/11, 1899/14, 1904/10, 1931/25, 1940/15, 1963/32, 1966/47, 1980/56, 1982/59, 1989/1.
  • CASTELEIN L., Zusters van Liefde, in Jaarboek van de heemkundige kring "Crekel Beke", Kortemark, 2001, p. 135-209.
  • Mijn dorp in het Krekedal. Handzame-Kortemark-Werken-Zarren, Kortemark-Handzame, 1978, s.p. (iconografie)
  • VERHAEGHE M., Uit het verleden van Kortemark, Brugge, 1953, p. 178-180.
  • WERBROUCK M., DEMAREE J. e.a., De Grote Oorlog in het Krekedal Deel II 1917-1920, in Jaarboek van de heemkundige kring "Crekel Beke", Kortemark, 2000, p. 40 (iconografie).

Bron     : Vanneste P., Baert S. & Creyf S., Inventaris van het bouwkundig erfgoed, Provincie West-Vlaanderen, Gemeente Kortemark, Deel I: Deelgemeente Kortemark en Handzame, Deel II: Deelgemeenten Werken en Zarren, Bouwen door de eeuwen heen in Vlaanderen WVL42, (onuitgegeven werkdocumenten).
Auteurs :  Baert, Sofie, Vanneste, Pol
Datum  :


Relaties


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2021: Klooster en school Onze-Lieve-Vrouw van Troost [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/90986 (Geraadpleegd op )