erfgoedobject

Céphée

varend element
ID: 99056   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/99056

Juridische gevolgen

  • is aangeduid als vastgesteld varend erfgoed Walenschip Céphée
    Deze vaststelling is geldig sinds 16-06-2017

  • is aangeduid als beschermd monument Walenschip Céphée
    Deze bescherming is geldig sinds 03-03-1994

  • is deel van de aanduiding als vastgesteld bouwkundig erfgoed Maritiem park
    Deze vaststelling is geldig sinds 29-03-2019

Beschrijving

Geschiedenis van het vaartuig: Het houten binnenvaartschip Céphée werd in 1937 gebouwd op de scheepswerf Prévost frères et Blond in Merville (Frankrijk). Het is een zogenaamd walenschip (ook Waal, walenbak of Doornikenaar genoemd), een type vrachtschip met balkvormige romp zonder kiel. Deze vrij lichte constructies hadden een groot laadvermogen en waren bestemd om gejaagd of gesleept te worden. De meeste walenschepen hadden midscheeps een ingebouwde roef, die aanvankelijk als paardenstal werd gebruikt. Indien de schipper geen paard bezat, dan moest hij beroep doen op een voerman die het schip met zijn paard voorttrok. Soms joegen de schipper of zijn vrouw de schepen voor kleine afstanden. Bij gunstige wind kon een zeiltuig worden gehesen. In 1906 bestond de Belgische vloot binnenschepen voor ongeveer 50% uit walenschepen. Het type kwam veel voor tot in de jaren 1930. De motorisering en de schaalvergroting van de binnenvaart zorgden voor het verdwijnen van de Walenschepen in het midden van de 20ste eeuw. Bovendien geraakten de houten walenschepen snel beschadigd door de nieuwe mechanische laad- en lostoestellen.

De Cephée werd in 1979 door de binnenvaartreder L. Somers gekocht voor het Museum Rijn- en Binnenvaart vzw met de bedoeling het schip als drijvend museumschip in het Willemdok te bewaren. Omdat de conservering van het schip een onmogelijke opgave bleek voor de vzw, werd het vaartuig aangeboden aan de vzw De Vrienden van het Nationaal Scheepvaartmuseum. De vrienden kochten de Céphée en boden het vaartuig aan de stad Antwerpen aan voor de verzameling van het Nationaal Scheepvaartmuseum. In de zitting van 3 juli 1984 aanvaardde de Gemeenteraad de Cephée in volle eigendom.

Op 5 oktober 1984 zette de Brabo, een zelfvarende hijsbok van 800 ton van het Havenbedrijf, het walenschip op zijn plaats in het maritiem park van het voormalige Nationaal Scheepvaartmuseum (vandaag het Museum aan de Stroom). De collectie bestaat uit onder meer binnenschepen, vissersschepen, schoolschepen, bijboten en vaartuigen uit de pleziervaart.

Het walenschip Céphée werd beschermd als monument bij besluit van 3 maart 1994. Het vaartuig is de laatste nog in oorspronkelijke staat bewaarde houten Waal in Vlaanderen.

Huidige eigenaar: De stad Antwerpen sinds 3 juli 1984.

Bouwjaar: 1937.

Werf: Prévost frères et Blond in Merville (Frankrijk).

Functie: Vrachtvervoer.

Vaargebied: De Céphée voer op de kanalen en rivieren in België.

Vracht: Bulkgoederen zoals graan of steenkool.

Beschrijving romp, constructie en opbouw: Walenschepen waren stompe, balkvormige schepen met een plat vlak. Ze werden vierkant gebouwd om het laadvermogen dat door de sluizen kon worden geschut te maximaliseren. De walenschepen werden gebruikelijk in hout gebouwd. Bij de Céphée zijn echter een aantal elementen zoals de knieën, een aantal liggers en de kimmen, in staal uitgevoerd. Het meest typische kenmerk van de romp van de Walenschepen zijn de zware knevels of de moustache (het boeghout) op de voorsteven die ongeveer 75 cm onder het boeisel liepen tot even op de zijwanden. Die beschermden het schip bij aanvaringen. Een ander typisch kenmerk was een midscheeps ingebouwde roef die als paardenstal werd gebruikt. Later werd de roef vaak ingericht als woning voor de schipper en zijn gezin. De schepen hadden ronde luiken. De oudste walen hadden een trapeziumvormig roer. Na verloop van tijd werd dit roer kleiner maar uitgerust met een ophaalbaar verlengstuk, de stuurplank of lunette genoemd.

Tonnage: 396 ton netto ton (laadvermogen).

Tuigage: De walenschepen werden gebruikelijk gesleept, maar konden op gunstige koersen een primitief zeil opzetten. De mast is aanwezig samen met het beslag. De jaaguitrusting en het touwwerk is nog volledig.

Motor: Het sleepschip de Céphée werd nooit gemotoriseerd.

Uitrusting: De bolders en de lier zijn nog aanwezig, evenals de volledige luikenkap. Ook andere elementen van de uitrusting zoals de lenspompen zijn nog aanwezig.

Interieur: Toegang tot het achteronder via een koekoek. Het achteronder was het verblijf van een eventuele matroos of de kinderen. De centrale roef van de Céphée werd gebruikt als verblijf van de schipper en zijn gezin. Het art deco-interieur is volledig aanwezig, maar sterk aangetast door schimmel, zwammen en houtwormen. Het vooronder werd door de schipper als atelier gebruikt. De pié werd aanvankelijk gebruikt voor een paard. Nadien werd de pié als waslokaal gebruikt. In het tabernakel werd het jaaggerei, de touwen, de zeilen, de kolenvoorraad en ander dekmateriaal bewaard.

  • Fiche MAS walenschip Céphée
  • Houten walenschip Céphée. Inspectierapport 60003/2008/VE. Monumentenwacht varend Erfgoed, 2008.
  • SEGHERS M. en DE BOCK R. 1962: Schepen op de Schelde: binnenvaartuigen en vissersschepen op de Schelde omstreeks 1900, Antwerpen.
  • DE VOS A. 1984: Het Walenschip Céphée voor het NSM, in: Cultureel Jaarboek, 16-18.
  • HIMLER A. 1985 (januari): Oude binnenschepen als museumstukken, in: Koninklijke Havenwerktuigen, 14-15.
  • SCHUTTEN G.J. 2007: Verdwenen schepen. De houten kleine beroepsvaartuigen, vrachtvaarders en vissersschepen uit de Lage Landen, Zutphen.

Bron     : -
Auteurs :  Van Dijck, Maarten
Datum  : 2013


Relaties

  • Is deel van
    Maritiem park

Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2020: Céphée [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/99056 (Geraadpleegd op 27-05-2020)