erfgoedobject

Bon Crédit

varend element
ID: 99059   URI: https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/99059

Juridische gevolgen

Beschrijving

Geschiedenis van het vaartuig: De Bon Crédit is een spits, een soort vrachtschip van circa 38,5 meter dat tussen ongeveer 1890 en 1970 beeldbepalend was op onze kanalen. In de jaren 1960 bestond de Belgische binnenvaartvloot voor 60% uit spitsen. Aanvankelijk werden de schepen gejaagd of gesleept. Rond 1945 verdrong de gemotoriseerde spits de sleepspits. Van de groep sleepspitsen blijven vandaag vrijwel geen gave exemplaren meer over, met uitzondering van de Bon Crédit en de Mon Désir. Op de Bon Crédit zijn de mastkast, het centrale woongedeelte, het houten roer en een deel van de houten luikenkap nog aanwezig. Het schip werd nooit gemotoriseerd, wat uitzonderlijk is.

De spits was het voornaamste type van vrachtschip op de binnenwateren van onze streken tussen ongeveer 1890 en 1970. De eerste veertig jaar werden de spitsen gejaagd door de schippersfamilie, professionele boottrekkers, een muilezel of paard. Vanaf de jaren 1920 werden gemotoriseerde spitsen gebouwd, die evenwel pas na de Tweede Wereldoorlog de sleepspitsen verdrongen. Het schip werd vooral op Belgische werven gebouwd, maar ook in Frankrijk en later Nederland liepen spitsen van stapel. Hoewel het geografische zwaartepunt van de spits in Frankrijk en België lag, was het type ook goed vertegenwoordigd op de Nederlandse en Duitse kanalen. De grote geografische verspreiding van de spits was te danken aan de afmetingen die toelieten om door de meeste West-Europese sluizen te versassen. De afmetingen van de spits (circa 38,5 m op 5,05 m) waren aangepast aan de Franse Freycinet-sluizen (40 m x 5,20 m x 2 m). Er wordt dan ook courant naar de “achtendertiger” verwezen, de “spitsenmaat”.

De Bon Crédit werd in 1898 gebouwd voor de schippers Isidore en Ed. Lammens, die in Gent gedomicilieerd waren. Het schip werd op een werf in Baasrode gebouwd, maar het is onduidelijk om welke werf het gaat. Isidore Lammens was voorheen eigenaar van een in hout gebouwde walenschip. Dat schip droeg dezelfde naam als de latere stalen ‘Bon Crédit’. Het walenschip was in 1881 in Merville gebouwd. De houten ‘Bon Crédit’ mat 34,69 m bij 4,98 m. Bij de grootste inzinking had het schip een laadvermogen van 292 ton. Lammens verkocht dit schip aan Cornelis Bogers uit Antwerpen toen hij de stalen Bon Crédit liet bouwen. Later was een zekere D. Antheunis eigenaar van de stalen Bon Crédit. Sinds vele jaren wordt het schip als een opslagplaats gebruikt. Dit is de reden waarom het schip authentiek is gebleven.

De Bon Crédit werd op 28 mei 2013 als varend erfgoed beschermd. Het schip is een voorbeeld van de ontwikkeling die het gesleepte vrachtvervoer. Het schip is bovendien één van de oudste en meest gave voorbeelden van de overgangsfase tussen de houten vrachtschepen en de ijzer- en staalbouw. Meerdere elementen zoals de centrale schipperswoning, het lunetteroer en de brede vormen verwijzen naar de oudere types zoals de houten walen. De bouw en afmetingen van de sleepspitsen zijn gelieerd aan de bouw van de nieuwe kanalen en bijhorende sluiscomplexen vanaf het begin van de negentiende eeuw. De Bon Crédit is voorts nauw verbonden met de industriële revolutie. België was het eerste land op het Europese continent waar de industriële revolutie zich voltrok. Nieuwe materialen (welijzer en later staal), energiebronnen (steenkool en cokes) en schaalvergroting karakteriseerden die ontwikkeling en vonden hun weg naar de scheepsbouwsector. De oudere types vaartuigen verdwenen uit de vaart door de snelle technologische ontwikkeling. De Bon Crédit is een voorbeeld van het nieuwe type binnenvrachtschepen die de oudere types verdrongen. Het schip is eveneens een getuige van de harde werkomstandigheden van de schippers en hun familie.

Eigenaars: De Bon Crédit werd in 1898 gebouwd voor de schippers Isidore en Ed. Lammens. Later werd een zekere D. Antheunis eigenaar van het schip. Vandaag is er een particuliere eigenaar.

Bouwjaar: 1898.

Werf: Gebouwd op één van de werven in Baasrode.

Functie: De Bon Crédit is als vrachtschip gebouwd. Vandaag fungeert het schip als magazijn. Er wordt momenteel gewerkt aan een sociale en erfgoed gerelateerde herbestemming voor het schip.

Vaargebied: De kanalen van België, Noord-Frankrijk en Nederland.

Vracht: Bulkgoederen zoals steenkool en graan.

Beschrijving romp, constructie en opbouw: De Bon Crédit werd in staal gebouwd. De platen werden met klinknagels aan de spanten en elkaar bevestigd. De geklonken constructie is goed zichtbaar in het ruim.

De spits had een balkvormige romp met rechte stevens. Spitsen hebben, in tegenstelling tot rondere Nederlandse vrachtschepen zoals de luxemotors, rechthoekige kimmen, dat wil zeggen dat de verbinding tussen het vlak en de wand met een rechthoekig hoekijzer werd uitgevoerd. Het voorschip is kort gebogen en de kop afgeplat. Het achterschip is vol en rond gebouwd.

De meest gebruikelijke locatie bij spitsen voor de woning was in het achteronder. In de eerste generatie spitsen werden echter ook exemplaren gebouwd waarbij, zoals bij de walenschepen, een roef in het midden van het schip werd ingebouwd. De Bon Crédit in Gent is een voorbeeld van dit overgangstype. In het achteronder kon gewoond of gewerkt worden. In het vooronder was een tweede woonruimte die door eventuele matrozen of de kinderen werd gebruikt. Het voor- en achteronder waren van het ruim afgesloten door een waterdicht schot.

Het vrachtruim werd opgehoogd door een opstaande rand, den of dennenboom genoemd. Dit stond toe om een grotere vracht mee te nemen. De den voorkwam ook dat het water in het ruim liep via de lage, smalle gangboorden die het voor- en achterschip met elkaar verboden. Het ruim zelf werd afgedekt door ronde houten luiken die dwars over het ruim werden gelegd. De luiken werden tot vlak tegen elkaar geschoven. Onder de kier lag telkens een goot die voor de afwatering zorgde. De ronde luiken werden door een scheerbalk ondersteund. De luiken werden afgedekt met een zwaar dekkleed, dat de vracht tegen de elementen moest beschermen. Op de Bon Crédit zijn nog enkele van de originele houten luiken aanwezig, evenals de aanhechtingspunten voor het dekkleed.

De schipper stond op de Bon Crédit op de achterplecht aan de helmstok blootgesteld aan de elementen. Het grote houten roer met lunette is typisch voor de sleepspitsen. Omdat sleepschepen weinig gang maakten en de rompvorm niet geschikt was voor manoeuvres werd de oppervlakte van het roer onder water zo groot mogelijk gemaakt om enige efficiëntie bij het sturen te bekomen. Aanvankelijk was dit op de houten walen een breed roer in trapeziumvorm. Om in de sluizen te passen werd het roer plat tegen de achtersteven gezet. Het roer kon bijgevolg niet breder zijn dan de helft van de romp, dus 2,5 meter. Dit leverde nog niet voldoende hefboomkracht op, wat leidde tot de ontwikkeling van een ophaalbaar verlengstuk van het roer, de zogenaamde “lunette” of “stuurplank” (in het Frans rallonge of volet genoemd). Uitgeklapt kon het roer van een sleepschip zo 4 tot 5 meter lang zijn. Het roer werd rechtstreeks bediend met een helmstok. Daardoor was een gesloten stuurhuis niet mogelijk.

Tonnage: grootst toegelaten waterverplaatsing 358,714 m³.

Tuigage: Bij een gunstige ruime wind kon een primitief zeil worden bijgezet, indien de bomenrijen langs de kanalen dit niet verhinderden. Van dat zeil is vandaag geen spoor meer op het schip. De Bon Crédit werd meestal gejaagd met de jaagmast. De mast diende om de jaagkabel te geleiden. Voor de mast werd een naaldboom gebruikt met een rechte stam en weinig vertakkingen. Om onder de bruggen door te kunnen varen was die mast neerlaatbaar. Het meest gebruikelijke systeem op de sleepspitsen was dat de mastvoet doorliep tot in het ruim. Tussen de kokerstukken bevond zich een spil om de mast te laten kantelen. De mastkast van de Bon Crédit is nog aanwezig.

Motor: De Bon Crédit werd nooit gemotoriseerd.

Uitrusting: Van de vaste dekuitrusting zijn slechts enkele elementen bewaard zoals de zware bolders voor de meertouwen (later kabels).

  • Meetbrief van de Bon Crédit.
  • DE GROOT H. 1989: Volaan Vooruit. Binnenvaart van opdrukker tot duwboot, Alkmaar.
  • VAN KONIJNENBURG E. 1913: De scheepsbouw van af zijn oorsprong, Brussel.
  • SEGHERS M. en DE BOCK R. 1962: Schepen op de Schelde: binnenvaartuigen en vissersschepen op de Schelde omstreeks 1900, Antwerpen.
  • VAN WALLE W.-P. 1938; La navigation intérieure en Belgique, Brussel.
  • DEHEM A. 1901: Etude sur le materiel de navigation intérieure circulant en Belgique: sur les transformations qu’il subit et les types definitifs, Annales des travaux publics en Belgique, dl. 58, 2de serie, vol. VI, 4de aflevering, 482-638.

Bron     : -
Auteurs : Van Dijck, Maarten
Datum  : 2013


Je kan deze pagina citeren als: Agentschap Onroerend Erfgoed 2019: Bon Crédit [online] https://id.erfgoed.net/erfgoedobjecten/99059 (Geraadpleegd op 24-05-2019)