5892 resultaten
ID: 304235 | Landschappelijk element

Kinkenberg (Voeren)
Van bij de Onze-Lieve-Vrouwkapel in het centrum slingert een weg noordwaarts de Kinkenberg op. De holle weg kruist een tweede holle weg ter hoogte van de Kapel Denisekrüske en leidt verder de helling op langs de Wijnantsgrebbe richting het Hoogbos. De onverharde weg loopt tussen weilanden en boomgaarden begrensd door meidoornhagen met essenhakhout en opgaande es en kers. Er is steenslag toegevoegd om erosie tegen te gaan. Op het plateau is de weg minder diep ingesneden en omgeven door uitgestrekte akkerpercelen. Deze weg vormt de historische verbinding tussen het dorp en de hoger gelegen landbouwpercelen op het plateau. Hiervoor ging de voorkeur uit naar de kortste weg die het best begaanbaar was met paard en kar. De naam Kinkenberg verwijst mogelijk naar het gebruik van deze route voor de graanhandel tussen dorpen en steden.
ID: 86302 | Bouwkundig element

Hoekstraat 1 (Deerlijk)
Hoeve " 't Klaverhof", recente naam die verwijst naar een jaarsteen met klavermotief. Historische hoeve met laat 18de-eeuws en 19de-eeuws gebouwenbestand, oorspronkelijk in leen gehouden van de heerlijkheid Houfstraete. Ten oosten van de hoeve loopt de Kasselrijbeek, voorheen Vichtebeek genaamd, die de grens vormt met Waregem en Vichte (Anzegem). Site vermoedelijk ontstaan met de ontginning van het Feretwoud in de loop van de 13de eeuw. De noordoosthoek of het gebied Keelis werd in leen gegeven aan de familie van Gheest, zij verkavelden dit deel en vestigden er verschillende kleine hoeves onder meer het thans verdwenen "Goed te Keelis" en "'t Klaverhof".
ID: 304600 | Landschappelijk element

Oostkamp (Oostkamp)
Tegenover een historische hoeve leidt een onverharde dreef noordwaarts. Deze Ravenbosdreef is langs weerszijden beplant met een rij opgaande populieren en leidt recht naar enkele grote percelen akkerland. Van op de weg zijn er open zichten op de omliggende boerderijen en de Grote Linde. De dreef maakt hier een hoek van 90 graden naar het oosten om vervolgens opnieuw af te buigen naar het noorden. De Ravenbosdreef vormt de administratieve grens tussen de gemeenten Oostkamp en Beernem. De dreef volgt de historische perceelsgrens tussen de cultuurgronden aansluitend bij het Blauw Kasteel en de onontgonnen heide van het 'Beverouts Veldt'. De aanleg van de dreef dateert van na de in cultuur name van de uitgestrekte heide toen hier een uitgebreid netwerk van dreven werd voorzien, wat ook het rechte karakter van de weg verklaart.
ID: 27291 | Bouwkundig element

Pamelekerkplein (Oudenaarde)
Bouw van de kerk aangevat in 1234 aan de oostzijde met koor, kooromgang en kruisingspijlers onder leiding van de oudst bij naam vermelde bouwmeester in Vlaanderen, Arnold van Binche. Kort erna oprichting van toren en transept en vermoedelijk eind 13de eeuw bouw van schip. Overwelven van schip en transept in de periode 1502-16. De plattegrond ontvouwt een basilicale kerk met een driebeukig schip en twee zijkapellen, rond traptorentje en koor met vijfzijdige apsis en kooromgang, sacristieën tegen zuidtranseptarm. Opheffing van het omringend kerkhof in 1784 en inrichting als parkje.
ID: 19422 | Bouwkundig element

Lange Violettestraat 65 (Gent)
Midden jaren zeventig werd het scholencomplex Nieuwe Bosch uitgebreid aan de Lange Violettestraat met een brutalistisch gebouw naar plannen van de architecten Francis Serck en Patrick Van Den Broecke
ID: 302231 | Landschappelijk element

Vechmaal (Heers)
De Patrijnenkuil is een amfitheatervormige depressie die deel uitmaakt van een complex steengroeven in Vechmaal. Hoewel dit bij de Patrijnenkuil in het huidige landschap minder uitgesproken is, vormen ze een relict van de winning van Maastrichtersteen, tauw en mergel, die vooral tijdens de 15de-16de eeuw plaats vond. De Patrijnenkuil is een hoefijzervormig talud met een hoogte van circa 10 meter, ze kent een hoge vegetatiekundige waarde. Het toponiem van de Patrijnenkuil (foutief weergegeven als Patrijzenkuil op de topografische kaart van 1930) is afkomstig van “poterijne cuijlen” (van pottenbakkerij). Deze naam wordt voor het eerst vermeld in 1788, daarvoor was de site bekend als “Truyerkuylen”, naar Sint-Geertrui, die vereerd werd te Vechmaal. Ze werd ook “Ketel” genoemd, naar de uitgeholde vorm van de depressie.
ID: 201180 | Bouwkundig element

Hazegrasstraat 100 (Knokke-Heist)
De badplaatsen Duinbergen (1901) en Het Zoute (1908-1909) worden ontwikkeld in het begin van de 20ste eeuw op initiatief van respectievelijk de "Société Anonyme de Duinbergen" en de "Société Anonyme Compagnie Immobilière Le Zoute". Zo worden Duinbergen en Het Zoute als typische "tuinbadplaatsen" uitgebouwd met uitgesproken pittoresk en -vooral wat Het Zoute betreft- residentieel karakter. In het interbellum, wordt de villabouw er in hoog tempo verder gezet. Dit leidt reeds vóór 1928 in Het Zoute tot de aangevoelde noodzaak het afvalwater te zuiveren met dien verstande dat dit als een staaltje van progressief technologisch- en milieudenken moet worden beschouwd. Het gaat hier namelijk over één van de eerste waterzuiveringsstations voor afvalwater in Europa en het oudste van het land. Het waterzuiveringsstation werd al vóór W.O. I door Ir Putzeys gepland. In 1928 nam het ge
ID: 81041 | Bouwkundig element

Twee Molensstraat 23-25 (Zwevegem)
De Houten Molen of Mortiersmolen is een staakmolen uit het einde van de 18de eeuw of het begin van de 19de eeuw. De driezoldermolen met gesloten molenvoet is ingeplant op een molenberg. De verdekkerde wieken wijzen op de poging in het interbellum om windmolens efficiënter te maken. De naam Mortiersmolen verwijst naar de familie Dumortier die van 1888 tot 1958 de molen bemaalde. De Houten Molen vormt samen met de Stenen Molen nog de enige getuige van het tiental molens dat Zwevegem ooit telde. Het gietijzeren hek tussen dito hekpijlers, waarlangs het oorspronkelijke molenerf kon betreden worden, is bewaard.
ID: 135338 | Landschappelijk geheel

Kinrooi, Ophoven (Kinrooi), Maaseik, Neeroeteren (Maaseik)
Het domein Jagersborg is gelegen op de grens tussen Maaseik en Neeroeteren. Het landschap behoort geomorfologisch tot het dekzandgebied ten noorden van Maaseik. Tot midden 19de eeuw nog maakte het gebied deel uit van een uitgestrekte heide- en moerasvlakte tussen de Itterbeek en de Bosbeek. Het gevarieerde landschap werd in de toenmalige landbouweconomie geëxploiteerd door begrazing met vee, het winnen van plaggen, strooisel en turf en het kappen van hout. Ten noorden tegen de Itterbeek kwamen wellicht reeds vroeger beemden voor, in gebruik als vochtig hooi- en weiland. In 1849 werd de hoeve Jagersborg gebouwd, die haar naam zou geven aan het bijhorende domein. Het is een gesloten hoeve van 1849, met boerenburgerhuis, schuur, stal en recente aanbouwsels tegen de achtergevel, die tijdelijk ook als herberg fungeerde.
ID: 210030 | Bouwkundig element

Zeedijkweg 23 (Zedelgem)
De naam "Hof ter Pierlapont" wordt pas op het einde van de 20ste eeuw aan de huidige nrs. 23 en 23A gegeven. Heden uitgebaat als kijkboerderij en hoevehotel. Voor het eerst vermeld als "Pierilpont" in 1435. Er is dan reeds sprake van een hofstede. In 1820 wordt aan de westzijde van de Zeedijkweg, aan de overkant van het neerhof, een nieuwe hoeve opgetrokken (zie nr. 20). Circa 1890 wordt een nieuw woonhuis opgetrokken, met de nok parallel aan de straat. Tot op dat ogenblik bestaat de bebouwing uit een woonhuis met parallel daaraan een landgebouw, beiden dwars op de straat. Woonhuis van circa 1890 evenwijdig aan de straat. Dubbelhuis in bruine, verankerde baksteen onder zadeldak (Vlaamse pannen), links een opkamertravee. Ovenhuisje rechts van het woonhuis en landgebouwen aangepast in functie van het huidig gebruik.