213 resultaten
ID: 135248 | Landschappelijk geheel

Heusden (Destelbergen), Laarne (Laarne)
Het gebied beslaat delen van de gemeenten Destelbergen en Laarne. Het is ontstaan door de Vlaamse Vallei en de aanwezigheid van verschillende riviersystemen van de Schelde. Het gebied is ruwweg in twee delen op te splitsen. In het noordelijkste deel van het gebied ligt de Damvallei. De zuidoostelijke hoek van deze vallei is tegenwoordig door autosnelwegen afgesneden van de rest van de Damvallei. Dit afgesneden deel staat bekend als 'De Hauw’ en is een laaggelegen, moerassig gebied waar ooit de Schelde stroomde. Ten zuiden en zuidoosten van '‘De Hauw’' strekt zich een cultuurlandschap uit rond de historische hoeven 'Kattenheye' en 'Schalieveld'. Dit landschap wordt doorkruist door de depressies van de Kolkbeek en de Maanbeek. Deze depressies, die waarschijnlijk dateren uit de laatste ijstijd, zijn relicten van de vlechtende Schelde, zijn wellicht tussen de 29.000 en 14.700 jaar oud, zo niet ouder.
ID: 300291 | Landschappelijk geheel

Deurne, Molenstede, Schaffen (Diest), Tessenderlo (Tessenderlo-Ham)
Dit gebied ligt aan de rand van het Kempisch plateau, de zogenaamde Zuiderkempen, waar, gevoed door water uit het Kempisch plateau, verschillende beekvalleien ingesneden zijn. Het grootste deel van het gebied wordt gevormd door één van deze beekvalleien, met enkele parallelle waterlopen. In de beekvallei zijn ook enkel vennen aanwezig, nu veelal droogliggend. Buiten de vallei liggen enkele ijzerzandsteenheuvels met groeves waar de stenen gewonnen werden. De bebouwing concentreert zich op de hogere gronden buiten de vallei. Een groot deel van het gebied is ontgonnen in de tweede helft van de 18de eeuw. Een opvallend landschapselement zijn de schansen, opgericht in de periode van de Tachtigjarige Oorlog om de plattelandsbevolking te beschermen tegen plundering en geweld. Op enkele plekken zijn deze schansen nog te herkennen in het landschap.
ID: 135137 | Landschappelijk geheel

Beerst, Diksmuide, Kaaskerke, Keiem, Stuivekenskerke (Diksmuide)
Dit gebied omvat de Ijzervallei tussen Diksmuide en Stuivekenskerke met aansluitend enkele waardevolle graslandcomplexen en de historische kern van Stuivekenskerke. De Handzamevaart is één van de grotere zijbeken en mondt ter hoogte van Diksmuide in de Ijzer uit. De gekanaliseerde en rechtgetrokken Ijzer stroomafwaarts van Diksmuide heeft zeer lang onder invloed van de zee gelegen en is pas vanaf de middeleeuwen bedijkt geweest wat ontginning van aangrenzende gronden mogelijk maakte. In de ondergrond treft veenlagen aan die bedekt zijn door sedimenten van de latere overstromingsfasen. De Ijzer is langs weerszijden bedijkt maar vertoont nog een bochtig verloop met enkele meanders. De dijken dateren waarschijnlijk uit de 11de eeuw en worden her en der geaccentueerd door bomenrijen. De Ijzertoren en een voormalige maalderij vormen een opvallende bakens in de wijde omgeving.
ID: 135145 | Landschappelijk geheel

Diksmuide, Nieuwkapelle, Sint-Jacobs-Kapelle, Woumen (Diksmuide), Merkem (Houthulst), Noordschote, Pollinkhove, Reninge (Lo-Reninge), Oostvleteren (Vleteren)
Dit gebied omvat de brede Ijzervallei tussen Elzendamme en Woumen alsook een deel van de Lovaart nabij Pollinkhove met overgang naar het plateau van Izenberge en het benedenpand van het Kanaal Ieper-Ijzer nabij het voormalige Fort De Knocke. De Ijzerbroeken zijn gevormd door landurige getijdenwerking van de Noordzee. De Ijzer tussen Elzendamme en Diksmuide is sinds de middeleeuwen rechtgetrokken en gekanaliseerd om de scheepvaart mogelijk te maken. Momenteel kunnen de Ijzerbroeken aan de rechteroever nog steeds periodisch overstromen waarbij de Ijzer zijn zogenaamde winterbedding inneemt. De broeken liggen vrijwel volledig onder grasland en kennen een dicht ontwateringsnetwerk. Verder komt binnen het gebied nog het dijkgehucht Fintele, het dorp Pollinkhove en de grote Blankaartvijver met bijhorend kasteeldomein voor.
ID: 135086 | Landschappelijk geheel

Dilbeek, Groot-Bijgaarden (Dilbeek)
Dit gebied strekt zich uit ten noorden van Dilbeek en omvat het Sint-Alenapark, de Wolfsputten en de Sint-Wivina-abdij, de Benedictinessenabdij omstreeks 1125 gesticht als priorij afhankelijk van de abdij van Affligem. Het complex omvat nog een aantal waardevolle abdijgebouwen en typische ingrediënten van een kloostertuin. De Wolfsputten danken hun ontstaan aan de ontginning van de kalkhoudende, fijnkorrelige Lediaan zandsteen. Verder omvat het gebied ook het Sint-Alenapark, begin 18de eeuw tegen de terreinhelling aangelegd.
ID: 301162 | Landschappelijk element

Lanklaar (Dilsen-Stokkem), Vucht (Maasmechelen)
Op het voormalige mijnterrein van Eisden liggen vier mijnterrils: de Lange Terril, de Rode Terril en de Tweelingterrils. De zeer droge en doorlatende bodem vormt voor planten en dieren een bijzondere biotoop. Daarenboven vormen de steengruishopen ook nu nog belangrijke herkennings- en oriëntatiepunten in het landschap met een panoramisch zicht op de groene omgeving.
ID: 135227 | Landschappelijk geheel

Eeklo (Eeklo), Oostwinkel, Waarschoot (Lievegem)
In de 13de eeuw werden de turf- en veengronden in Het Leen ontgonnen. Uit het veen werd in de Altenahoeve van het Sint-Janshospitaal zout gewonnen en via de zoutweg door de Leenbossen naar Gent vervoerd. Het Goed te Breebroek is een site met walgracht die teruggaat tot de 13de-eeuwse ontginningen. In de 18de eeuw liet gravin Maria-Theresia in 'Het Leen’ bossen aanplanten en kilometers sloten graven. Op de hogere stukken tussen de sloten in werden bomen aangeplant. In 1937 werd het domein door de Belgische staat ingericht als munitieopslagplaats. De door het leger aangelegde betonbanen in het bos doen nu dienst als wandelpaden. De vele vijvers zijn een resultaat van graafwerken voor het oprichten van aarden wallen bij munitiedepots. Het huidige provinciaal domein ‘Het Leen’ is grotendeels bebost met gemengd loofhout.
ID: 135001 | Landschappelijk geheel

Essen (Essen), Kalmthout (Kalmthout)
In het gevarieerde gebied De Nol werd van de 14de tot de 18de eeuw turf gewonnen. Enkele grachten en beken zijn daar nog een overblijfsel van: ze waren vroeger in gebruik als turfvaart, om de turf af te voeren. Het ven van De Nol bleef na de ontginning van het veen als plas over. Het ven heeft een hoge natuurwaarde.
ID: 135043 | Landschappelijk geheel

Geel (Geel), Eindhout, Varendonk, Veerle (Laakdal)
Dit gebied betreft een mooi gesloten valleilandschap, bepaald door de sterk meanderende loop van de Grote Nete in het noorden (Zammels Broek) en de Laak in het zuiden (Trichelbroek), met een landduin tussen beiden. De reliëf- en vochtgradiënt tussen de landduin en lager gelegen alluviale vlakten zorgt voor een gevarieerde vegetatie. De alluviale gronden langsheen de Grote Nete worden van oudsher gebruikt als graasland voor het vee en als hooiland in de zomer en zijn opgedeeld in langgerekte percelen. Het Trichelbroek wordt gekenmerkt door een kleinschalig agrarisch landschap rijk aan hagen en houtkanten. De aanwezigheid van een aantal oudere hoeves, waardevol klein bouwkundig erfgoed en talrijke kleine landschapselementen vervolledigen het landelijk karakter van dit gebied.
ID: 135044 | Landschappelijk geheel

Geel (Geel), Mol (Mol)
Dit gebied is gelegen net ten oosten van Geel. De vallei van de nog sterk meanderende Molse Nete kent een gaaf bewaard beemdenlandschap dat wordt gekenmerkt door weilanden opgedeeld in langwerpige percelen, die nog grotendeels begrensd zijn door lijnvormige aanplantingen die het geheel een eerder gesloten karakter geven. Langs de noordelijke oever komen talrijke plassen en vijvers voor, ontstaan door de ontginning van veen en turf in de tweede helft van de 19de eeuw. Ook het wegenpatroon bleef mooi bewaard. In de iets hoger gelegen noordwestelijk hoek is er een duidelijke overgang naar grootschaliger landbouwgebied. De afwisseling in vegetatiestructuur, gecombineerd met talrijke overgangssituaties van nat naar droog, resulteert in een rijke flora. De talrijke open waters maken het gebied ook interessant voor aan water gebonden fauna.