Resultaten erfgoedobjecten

< Ga naar zoekformulier

Resultaten erfgoedobjecten

63 resultaten


ID: 135255 | Landschappelijk geheel

Jekervallei tussen Tongeren en Mal

Mal, Nerem, Tongeren, Vreren (Tongeren-Borgloon)
Ten zuiden van Blaar, tussen Tongeren en Mal, bevindt zich het Park van de Oostelijke Jeker, gelegen in de vallei van de Jeker met natte, alluviale gronden. Behalve de natuurlijke, veelal gekanaliseerde waterlopen zijn er nog talloze waterlopen die niet behoren tot het natuurlijke stoomstelsel. Deze werden aangelegd om het gebied te ontwateren. Het alluvium wordt gedraineerd door ontelbare ontwateringsgrachten die op hun beurt uitmonden in kleine kanaaltjes zoals de Vloedgracht, de Fluwijnensloot en de Flotsbeek. Het landschap van de Jekervallei wordt gekenmerkt door een afwisseling van hooilanden, drassige terreinen, moerassen en rietkragen, dit alles omzoomd door hoogstamboomgaarden, struwelen van els of wilg en populieren. De historische percelering is er grotendeels herkenbaar. In de vallei zijn verder de Blaarmolen en het kasteel Scherpenberg gelegen.


ID: 307750 | Landschappelijk geheel

Sombekebroek

Waasmunster (Waasmunster)
Het landschappelijk geheel ‘Sombekebroek’ omvat de voormalige polder Sombekebroek alsook delen van de voormalige polder Weymeerbroek. Het wordt in het oosten en het noorden begrensd door de oude spoorweg Sint-Niklaas-Dendermonde, in het zuiden door de Durme en in het westen door de wijk Wareslage. Het gebied bestond sinds de late middeleeuwen overwegend uit hooilanden (in de streek meersen genaamd) die ’s winters bevloeid werden met het slibrijke water van de Durme.


ID: 300182 | Landschappelijk geheel

Het Vinne

Zoutleeuw (Zoutleeuw)
Het Vinne is een natuurlijke depressie, nagenoeg volledig omsloten door hellingen. Slechts op één plaats in het westen is de helling doorbroken en staat de Vinnedepressie via een smalle uitlaat in verbinding met de Getevallei. Op het breedste punt is het Vinne 1600m, op het smalste punt 900m. Een combinatie van de landbouwcrisis van de jaren 1840 en een negatieve perceptie ten aanzien van stilstaand water (mogelijke verzamelplaats van ziekteoverbrengende organismen) heeft ertoe geleid dat men in 1841 begon met de drooglegging van het enige natuurlijke meer van Vlaanderen. Er werd een pompgemaal aangelegd om het meer droog te leggen. In 2000 werd echter besloten het meer weer zijn “natuurlijke” aanzien terug te geven waardoor er nu terug een moerassig natuurgebied is.