49 resultaten


ID: 135375 | Landschappelijk geheel

Grote Nete van Zammel tot Zoerle, Beeltjens en de depressie van Goor-Asbroek

Geel (Geel), Herselt (Herselt), Westmeerbeek (Hulshout), Varendonk (Laakdal), Westerlo (Westerlo)
De ankerplaats, gelegen in de Zuiderkempen omvat de vallei van Grote Nete en haar fossiele bedding, met ten noorden een beboste paraboolduin met heiderelicten en de historische kern van Westerlo en ten zuiden een ijzerzandsteenheuvel. Dit sterk gevarieerde landschap toont een mooi en coherent geheel tussen het quasi natuurlijke valleilandschap, meer ingerichte natuur- en cultuurlandschappen zoals de door dreven gekenmerkte bossen, het kasteel de Merode met omringend geometrisch en landschappelijk park, het agrarisch landschap rondom de Kaaibeekhoeve en het Riet met voormalige vloeiweidestelsel en het stedelijk landschap van Westerlo met 17de-eeuwse linde op een driehoekig marktplein omgeven door 19de-eeuwse burgerwoningen, kerk en dekenij.


ID: 135198 | Landschappelijk geheel

Oude Durmearm en Sombeke

Hamme (Hamme), Elversele (Temse), Waasmunster (Waasmunster)
Dit gebied ligt ten oosten van Waasmunster. De Durmevallei heeft er, in tegenstelling tot de Scheldevallei, zijn open karakter grotendeels bewaard. Kleine populierenaanplanten en elzenbosjes zijn verspreid aanwezig tussen de weiden, vooral tegen het Wase cuestafront. De vier kilometer lange Oude Durmearm werd bij de rechttrekking van 1934-1935 afgesneden.


ID: 300246 | Landschappelijk geheel

Vijvergebied tussen Laambeek en Slangebeek

Kuringen, Stokrooie (Hasselt), Zolder (Heusden-Zolder), Zonhoven (Zonhoven)
De ankerplaats wordt gekenmerkt door moerassen, heide, hooiland en bos en een aaneenschakeling van vijvers genaamd de Wijers. De afwisseling van landduinen en vochtige depressies versterkt het uitgesproken reliëf. De vijvers worden hoofdzakelijk gevoed door de Slangebeek, Roosterbeek en Laambeek, die een evenwijdig verloop hebben en een zuidwestelijke oriëntatie. Een netwerk van dijkjes, sloten en sluizen getuigt nog van het economisch belang van de viskweek in de beekvalleien.


ID: 300250 | Landschappelijk geheel

Valleien van Dommel- en Bollisserbeek tussen Peer, Hechtel-Eksel, Overpelt en Neerpelt

Eksel (Hechtel-Eksel), Peer (Peer), Neerpelt, Overpelt (Pelt)
Het brongebied van Dommel, Bollisserbeek en Peerderloop bevindt zich op de noordelijke rand van het Kempisch Plateau. De Dommel heeft een typisch en erg gaaf bewaard venig beekdal waar later in de veenuitgravingen talrijke visvijvers werden aangelegd. De oorspronkelijk bevloeide graslanden zijn vaak verruigd en nu gekenmerkt door elzenbroekbos. In de beekvallei zijn nog een aantal onderslagmolens bewaard en de omgeving wordt gekenmerkt door houtkanten, bomenrijen en sloten als perceelsscheiding. Verspreid in de beekvallei liggen talrijke voorbeelden van voornamelijk 19de-eeuwse, langgestrekte hoeven als restanten van de traditionele bebouwing. In de omgeving van de oude woonkernen komen uitgestrekte plaggenbodems voor. Naast de karakteristieke Maria-kapelletjes bij vrijwel elk kruispunt, zijn er enkele grote kapellen die teruggaan tot de 8ste eeuw.


ID: 300004 | Landschappelijk element

Het Goor

Dennendijk (Hulshout)
Het Goor is een gebied met zeldzame vegetaties en een regelmatig dijken- en grachtenpatroon dat herinnert aan de turfontginning tijdens de 18de en 19de eeuw.


ID: 135056 | Landschappelijk geheel

Ontginningslandschap De Maatjes

Kalmthout (Kalmthout), Wuustwezel (Wuustwezel)
De ankerplaats De Maatjes maakte eertijds deel uit van een uitgestrekt heidegebied. Vanaf de 14de eeuw startte onder impuls van de abdij van Tongerlo een grootschalige turfwinning. De relicten van deze turfwinning zijn een belangrijk kenmerk van de ankerplaats, met onder andere de moerassen van De Maatjes en Den Helder. Vanaf de 19de eeuw werden de hoger gelegen gronden ontwaterd en omgezet in cultuurgrond. Belangrijk zijn de kleinschalige landschapsstructuur, de talrijke lineaire landschapselementen en het structuurrijke grasland. Dankzij de afwezigheid van storende elementen kenmerkt de ankerplaats zich door een ongestoorde horizon.


ID: 300010 | Landschappelijk element

De Maatjes (Den Helder)

Vissersstraat (Kalmthout)
De Maatjes bestaan uit een afwisseling van rietvelden en vochtige weilanden. In dit gebied komen nog relicten van turfwinning voor.


ID: 134080 | Landschappelijk geheel

Torfbroek en Ter Bronnen

Ahornbomenlaan, Eekhoornlaan, Egellaan, Fazantendal, Glimwormlaan, Kasteellaan, Lentelaan, Meerlaan, Neerstraat, Patrijzenlaan, Ter Bronnenlaan, Van Bellinghenlaan, Visserijlaan (Kampenhout)
Het natuurreservaat Torfbroek, Ter Bronnen (Zoet Water) en de verkaveling 'Les Eaux Vives' vormen historisch gezien één geheel van circa 130 hectare. Over het hele gebied komen relicten voor van de poging in de jaren 1930 om het Torfbroek tot een elitaire 'cité-jardin' om te vormen.


ID: 135037 | Landschappelijk geheel

Vallei van de Kleine Kaliebeek

Lichtaart, Tielen (Kasterlee), Turnhout (Turnhout)
De valleien van de Kleine Kaliebeek en de Roeikensloop vormen, samen met de hoger gelegen ontginningen, een bijzonder goed bewaard relict van het oude Kempische cultuurlandschap. Op de hogere gronden verwijzen talrijke kleine landschapselementen en plaggenbodems vandaag naar dit vroegere landbouwgebruik. In de 19de eeuw werd in de vallei van de Kleine Kaliebeek en de Roeikensloop veel turf en moerasijzererts gewonnen. De plassen die daar het resultaat van waren, zijn nu vaak omgevormd tot vijvers. Het landschapsbeeld en de esthetische waarde van deze ankerplaats wordt bepaald door de kleinschaligheid en diversiteit (ruigten, broekbos en extensieve weilandjes, doorweven met houtwallen, bomenrijen, waterlopen en een deels onverhard wegennet). De ankerplaats staat in scherp contrast met het omgevende intensieve landbouwgebied.


ID: 135114 | Landschappelijk geheel

Broekelei

Keerbergen (Keerbergen)
De Broekelei, gelegen tussen Keerbergen en Rijmenam, ten noorden van de Dijle, is een paleomeander, gevormd door de Dijle. Sinds de 12de eeuw was de abdij van Grimbergen de belangrijkste grondbezitter. Twee zandige ophogingen, donken (Duivebergen en Kerkebergen), liggen in of net buiten de meander. De dalweg van de meander bestaat uit zeer natte kleibodems, waarop de mens aanvankelijk een beemdenlandschap ontwikkelde, dat in de 20ste eeuw voor de oprukkende populierenteelt plaats moest ruimen.