6 resultaten


ID: 304792 | Landschappelijk element

Landweg langs de Fonteinbeek

Neerrepen (Tongeren)
Deze onverharde landweg is reeds afgebeeld op de topografische kaart van Vandermaelen (ca. 1854). De weg is in het westen zeer smal, deels beperkt tot een voetpad. In het oosten is het pad een landweg waar landbouwvoertuigen gebruik van maken. Langs dit deel van het pad staan vele meidoornstruiken, een overblijfsel van een meidoornhaag die een groot deel van het pad begeleidden.


ID: 305769 | Landschappelijk geheel

Altenbroek en Voervallei met omgeving

's Gravenvoeren, Sint-Martens-Voeren (Voeren)
Het landschap omvat de vallei van de Veurs vanaf Krindaal en de vallei van de Voer van Sint-Martens-Voeren tot aan de westelijke staatsgrens met Nederland. Het volledige gebied van Altenbroek en het omgeving van het Hoogbos vormen de noordelijke grens. De valleigraslanden en de aanpalende grasland- en graftenrijke hellingsgronden vormen een belangrijke component binnen het landschap. De aanpalende (beboste) hellingen en plateaus hebben een samenhang met de valleien. Het landschap bevat een grote dichtheid aan punt- en lijnvorminge landschapselementen zoals houtkanten, solitaire bomen, veekeringshagen van geschoren meidoorn en holle wegen. De valleien en hellingen worden gekenmerkt door een hoge dichtheid aan historische permanente graslanden, soms met hoogstamboomgaard en vaak begrensd door houtkanten op graften of meidoornhagen. Verspreid in het landschap liggen gebouwen met erfgoedwaar


ID: 135384 | Landschappelijk geheel

Gulpvallei met omgeving

Remersdaal, Teuven (Voeren)
De Vallei van de Gulp ligt in het oosten van Voeren. De waterloop de Gulp meandert tussen graslanden. De vallei ligt aan de voet van hellingbossen op Nuropperberg en Teuvenerberg. Op het plateau is er open akkerland en grasland. De kleinschalige dorpskern van Teuven en het kasteel van Obsinnich bevinden zich op de linker oever, de abdij en watermolen van Sinnich liggen op de rechter oever. Het spoorwegviaduct uit WOI bevindt zich op de lijn Tongeren-Aken.


ID: 304380 | Landschappelijk element

Holle weg naar voorde op de Gulp

Teuven (Voeren)
In het centrum van Nurop leidt een asfaltweg naar beneden naar de vallei van de Gulp. De weg steekt de beek over en slingert als onverharde weg omhoog naar de beboste Nuropperberg. Deze bosweg komt uit bij de Gieveldstraat vlakbij de gelijknamige Hoeve Gieveld. Deze weg vormt de historische verbinding tussen het gehucht Nurop en de ontginningshoeve Gieveld en passeerde via een voorde of doorwaadbare plaats de beek de Gulp.


ID: 304286 | Landschappelijk element

Voetweg langs de Voer tussen Vitschen en Schophem

Meulenberg, Schophem (Voeren)
Van bij het kruispunt aan de watermolen van Vitschen loopt langs de Villa Frésar een aarden wegel tussen weilanden richting de Voer. Via een voetgangersbrugje steekt het pad de Voer over en volgt de beek langs tuinpercelen van het gehucht Ketten. De weg doorkruist hier de bedding van de Voer en is een historisch wad. Het pad steekt nogmaals de Voer over en blijft evenwijdig lopen met de beek. De weg volgt de bosrand van Schophemerheide en komt uit in het gehucht Shophem bij een gesloten hoeve waarna het pad verderloopt richting de Voer. Ten oosten van Schophem is er een wad, waarbij het wegtracé de Voerbedding enkele tientallen meters kruist.


ID: 304797 | Landschappelijk element

Holle weg naar Teuvenbeek

Teuven-Dorp (Voeren)
In Teuven leidt van op de hoofdweg Teuven-Dorp een zijweg ter hoogte van een historische hoeve, nu Herberg Moeder de Gans, naar beneden. De asfaltweg gaat over in een onverhard relict van een holle weg tussen twee weilanden. De weg liep oorspronkelijk het plateau af naar de Teuvenbeek en liep een stuk door de beekbedding. Deze weg vormt een relict van de hoofdweg van Teuven naar Sinnich die aanvankelijk een bocht maakte langs enkele hoeves om vervolgens de Teuvenbeek over te steken op een doorwaadbare plek. In de tweede helft van de 19de eeuw wordt de weg naar Sinnich rechtgetrokken en geraakt de afgesneden bocht in onbruik. Het oorspronkelijke tracé is nog herkenbaar in het reliëf en in de perceelsgrenzen en wordt gemarkeerd door een houtkant op het talud. Op het talud bevindt zich bronwerking.