Gebeurtenis

Vooronderzoek Mol Ringlaan

verkennend archeologisch booronderzoek, archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem
ID: 1072230   URI: https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1072230

Beschrijving

Het archeologische booronderzoek kende twee onderzoeksfases. In de eerste fase werden verkennende archeologische boringen geplaatst. Deze boringen werden geplaatst op locaties waar een bewaarde paleobodem aanwezig was en dus een verwachting voor intacte steentijdsites was. De boringen werden geplaatst in een verspringend driehoeksgrid met een afstand van 10 m tussen de raaien en 12 meter tussen de boringen in een raai. De tweede fase betrof een waarderend booronderzoek. Dit booronderzoek werd uitgevoerd in de zones waar tijdens het verkennende
booronderzoek positieve waarden voor artefacten uit de vroege prehistorie (steentijd) werden aangetroffen. De waarderende boringen dienen geplaatst te worden rondom elke verkennende archeologische boring waarin één of meerdere artefacten uit de steentijd, en van duidelijke menselijke oorsprong, zijn aangetroffen. Op deze locaties werden extra boringen geplaatst in een verspringend driehoeksgrid van 5 m tussen de raaien en 6 m tussen de boringen in een raai.

Binnen het plangebied werden 12 proefsleuven aangelegd met een noord-zuid oriëntatie. Op deze manier werd er 573 meter proefsleuven aangelegd wat overeen komt met 1.146 m² onderzochte oppervlakte. Dit kwam overeen met ca. 11,5% van de totale oppervlakte.

Bron     : Van Bavel J., Wijnen J., Adriaensen J. & Verrijckt J. 2020: Nota Mol, Ringlaan: Verslag van Resultaten, Rapport Nr. 0366. Beerse: J. Verrijckt bvba.
Auteurs :  J. Verrijckt bvba
Datum  : 14-09-2020

Bronnen

Bron: VAN BAVEL J., WIJNEN J., ADRIAENSEN J., VERRIJCKT J. 2020: Nota Mol, Ringlaan: Verslag van Resultaten, Rapport Nr. 0366. Beerse: J. Verrijckt bvba.
Type: literatuur
Datum: 2020
Toelichting: https://id.erfgoed.net/archeologie/notas/15286


Bekijk gerelateerde waarnemingen

Ringlaan (Mol)
Het verkennend booronderzoek leverde geen relevante vondsten op. Tijdens het proefsleuvenonderzoek zijn er antropogene sporen aangetroffen die terug te brengen zijn tot perceelsgreppels van het projectgebied. De meeste sporen kunnen gedateerd worden in het midden van de 18de eeuw. Voor de sporen die niet gerelateerd kunnen worden aan historisch kaartmateriaal is datering niet mogelijk. Er waren namelijk geen vondsten aanwezig om een datering te bepalen.