Gebeurtenis

Meerhout, Jaagpad

sleuvenonderzoek, archeologisch vooronderzoek met ingreep in de bodem, landschappelijk booronderzoek
ID: 1072341   URI: https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1072341

Beschrijving

Tijdens het landschappelijk booronderzoek werden 12 boringen uitgevoerd in een verspringend grid verspreid over het projectgebied. De boringen werden handmatig uitgevoerd met een edelman-boor 10cm tot op de onderliggende moederbodem (ca. 1,0m-mv, max. 2,0m-mv). Samengevat kan men stellen dat er in het projectgebied een slecht tot matig bewaarde bodemopbouw is aangetroffen. Oude intacte A – of E - horizonten zijn niet aangetroffen en bijgevolg wordt de kans op de aanwezigheid van goed bewaarde steentijdsites zeer laag ingeschat. Tijdens het proefsleuvenonderzoek werden 16 werkputten en 3 extra kijkvensters aangelegd. In totaal werd 992 m2 of 12,93 % van het projectgebied onderzocht. Het aangelegde archeologische niveau (vlak 1) bevond zich tussen 21,19 m en 21,62 m TAW. Dit is grotendeels ca. 30 cm tot 50 cm onder het huidige maaiveld. Als aanvulling op het landschappelijk bodemonderzoek zijn 8 profielputten aangelegd. De profielen tonen in de onderzijde een zandige fluviatiel gevormde moederbodem bestaande uit herwerkt tertiair materiaal. Hierboven bevindt zich een pakket grijze tot grijsgroene zandige klei dat zich onder invloed van cryoturbatie tot diep in de zandige C – horizont doorgedrongen is. Hierboven bevindt zich een ijzer B – horizont die zich gevormd heeft in zeer natte / moerassige omstandigheden. De 10 waargenomen sporen (kuilen, greppels en spit- of paalsporen) zijn alle van zeer recente aard en hebben geen relevante archeologische waarde.

Bron     : DEVROE A., BERVOETS G. & ALAERTS W. 2020: Nota: verslag van resultaten Meerhout, Jaagpad, Koersel.
Auteurs :  Devroe, Annika
Datum  : 29-09-2020

Bronnen

Bron: DEVROE A., BERVOETS G. & ALAERTS W. 2020: Nota: verslag van resultaten Meerhout, Jaagpad, Koersel.
Type: literatuur
Datum: 2020


Bekijk gerelateerde waarnemingen

Jaagpad (Meerhout)
Naar aanleiding van geplande werken met bodemingreep werd de projectzone onderworpen aan een landschappelijk booronderzoek gevolgd door een proefsleuvenonderzoek. Beide onderzoeken leverden geen relevante archeologische sporen op. Het proefsleuvenonderzoek bracht enkel sporen uit de 19de en 20ste eeuw aan het licht.