Gebeurtenis

Opgraving Achttiende Oogstwal - Elfde Novemberwal

archeologische opgravingen
ID
1072494
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1072494

Beschrijving

De opgraving werd (met onderbrekingen) uitgevoerd door Aron bvba tussen 4 maart en 23 mei 2019. De volledige zone van de parkeergarage werd onderzocht. Twee Romeinse waterputten die nog dieper reikten dan de bodemplaat van de parkeergarage konden omwille van veiligheids- en stabiliteitsredenen niet opgegraven worden en zijn nu nog in situ aanwezig onder deze bodemplaat.

Er werden machinaal vijf archeologische vlakken aangelegd over de volledige oppervlakte. Dit gebeurde met een 21 ton kraan met een platte bak. In vlak 4 werd bijkomend plaatselijk handmatig verdiept (VL 4b). Centraal in de werkput en in het zuidelijk gedeelte werd nog een zesde vlak aangelegd, om de aflijningen van de aangetroffen sporen duidelijker leesbaar te maken. De laatste archeologische vlakken 5 en 6 bevonden zich op een diepte van respectievelijk 3,50 m onder het nulpunt (= 94,4 m TAW) en 4,10 m onder het nulpunt (= 93,8 m TAW). De volledige bouwput waarin de uitgraving van de ondergrondse niveaus zou gebeuren, had een omvang van ca. 935 m². De plaatsing van de beton- en berlinerwanden met een verstoring van ca. twee meter breed maakte dat het eerste vlak een oppervlakte had van ca. 720 m², dat geleidelijk groter werd tot ca. 845 m² in vlak 3. Na het steken van de bijkomende betonwand en diepere berlinerwanden verkleinde de oppervlakte van de laatste vlakken tot ca. 675 m². In het midden van de noordoostelijke zijde van de werkput (straatkant) bevond zich een schuin talud voor de open afrit van de kraan. Het talud werd na aanleg van vlak 3 in drie vlakken afgegraven en geregistreerd, corresponderend met de niveaus van de eerste drie vlakken. Voor vlakken 4 t.e.m. 6 werd steeds getracht de oppervlakte van het talud tot een minimum te beperken. Na aanleg van het laatste vlak werd het talud ook grotendeels opgeschoven om ook hier de onderliggende sporen te kunnen registreren. Binnen de werkput werden verschillende recentere verstoringen aangetroffen, veroorzaakt door funderingen of nutsleidingen of kelders van gebouwen die tot voor kort op het terrein stonden (gearceerd op plannen). Alle vlakken werden volledig handmatig opgeschoond. Alle sporen werden geregistreerd en alle sporen uit het laatste archeologisch vlak werden gecoupeerd, conform CGP 14.4. en CGP 14.7. Door het registreren van diverse profielen van de sleuven die uitgegraven werden voor het plaatsen van de damwanden, kon een beeld gevormd worden van de algemene bodemopbouw. In samenspraak met de bouwheer werd overeengekomen dat alle sporen over hun volledige diepte mochten gecoupeerd worden. Twee waterputten konden echter niet volledig onderzocht worden. Deze werden in het laatste vlak nog 1,5 m machinaal verdiept, waarna ze handmatig tot ca. 2,5 m onder het vlak werden gecoupeerd (tot op 91,3 m TAW). Volgens het Programma van Maatregelen dienden waterputten die dieper dan de beoogde verstoringsdiepte gaan volledig onderzocht te worden, echter met in
acht neming van de nodige veiligheidsmaatregelen. De getrapte coupe die daarvoor in dit geval zou moeten worden gezet, met inachtneming van de veiligheidsvoorschriften, was te groot in oppervlakte, wat dan weer niet mogelijk was omdat op deze diepte geen beschoeiing meer aanwezig was en omdat de waterputten te dichttegen nog bestaande gebouwen gelegen waren.

Auteurs :  ARON
Datum  : 20-10-2020

Bronnen

Bron: DE WINTER N. & P. REYGEL 2020: Eindverslag Tongeren Achttiende-Oogstwal / Elfde-Novemberwal, Tongeren.
Type: literatuur
Datum: 2020


Bekijk gerelateerde waarnemingen

Achttiende - Oogstwal 6, 10 (Tongeren)
Het onderzoeksgebied was in de Romeinse periode nog net binnen de 2de-eeuwse Romeinse stad gelegen, maar het lag zeker buiten de 4de-eeuwse stadskern. Het was ook vlak tegen de middeleeuwse stadswal gelegen die uit de 13de eeuw dateert. De vroegste vondsten zijn Avauciamunten uit het loopniveau dat dateert van het moment dat de stad werd gesticht. Bij deze fase hoort ook een greppel. In het zuiden van de site werd een Romeinse pottenbakkersoven aangetroffen waarin reducerend aardewerk en terra nigra geproduceerd werd. In de buurt van de oven werden 2 waterputten aangetroffen. Verder zijn er nog rituele deposities herkend. In een van de uitgraafkuilen van een paal werd een scherf in terra sigillata gevonden met een militaire scène, uitgehakt uit een versierde kom. Ook deze paalkuilen konden niet vastgesteld worden in het zuiden van de werkput. In een andere kuil werd op de bodem een volledige beker in gebronsd aardewerk neergezet.Daarnaast werden in de kuil fragmenten van een gezichtspot aangetroffen (waaruit enkel de afbeelding van het gezicht werd gehakt), een haarnaald in de vorm van een hand die een parel vasthoudt, en resten van varken en gevogelte. Na het eerste kwart van de 2de eeuw lijkt er op de site niet veel activiteit meer te hebben plaatsgevonden. Mogelijk is dat in verband te brengen met het bouwen van de 2de-eeuwse stadsomwalling. Aan de oostelijke rand van de werkput werd plaatselijk een dunne kiezellaag vastgesteld. Het aardewerk uit de kiezellaag dateert uit de 2 de eeuw. De laag werd geïnterpreteerd als een verhard pad. Mogelijk was het een pad langs de 2de -eeuwse stadsomwalling.