Gebeurtenis

Bree Meinestraat

archeologische opgravingen
ID: 1072551   URI: https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1072551

Beschrijving

Op het volledige terrein (oppervlakte: 516 m2) wordt een vlakdekkende opgraving uitgevoerd tussen 10 en 19 september 2018.


Het niet voorafgaand plaatsen van de funderingen dwingt de opgraving tot het voorzien van een bufferzone aan de projectgrens van enkele meters (zeker in het oosten en westen) voor de stabiliteit. Deze bufferzone zou, gelet op de beperkte omvang van het projectgebied, een onaanvaardbaar hoog aandeel van de op te graven zone niet beschikbaar maken voor onderzoek. Bovendien zouden diepere sporen zoals waterputten dan pas onderzocht kunnen worden na het plaatsen van de funderingen op de projectgrens (met bijkomende extra kosten en tijd). Bijkomend zou dit potentiele stabiliteitsproblemen kunnen veroorzaken bij huisnummer 25, ten oosten van het projectgebied. Gelet op de relatief moeilijke en/of slechte samenhang van de aangetroffen vloeren en muren op het eerste archeologisch vlak dienen deze omzichtig te worden onderzocht om te voorkomen dat een machinale verwijdering meer zou verwijderen dan enkel het losliggend puin en de teelaarde. Er zijn meerdere archeologische vlakken aanwezig. Dit zijn er in de praktijk minstens twee, en mogelijk drie (afhankelijk of er op het tweede archeologisch vlak vloeren of loopvlakken aanwezig zijn). Een eerste vlak is vlak onder de teelaarde aanwezig op een diepte van 5-10 cm. Binnen dit vlak zijn er dieperliggende vloeren aanwezig die 20 cm lager te situeren zijn. Een tweede archeologisch vlak werd vastgesteld vanaf 50 cm onder het maaiveld. Dit betreft de bovenkant van een stratigrafische oudere muur die steunt op de moederbodem. De moederbodem, het derde archeologisch vlak, is op een diepte van ongeveer 110 - 130 cm. aanwezig. De archeologische opgraving wordt enkel uitgevoerd in omstandigheden die toelaten om de handelingen uit de Code van Goede Praktijk uit te voeren op de wijze zoals ze daarin beschreven zijn en die bovendien geen schade veroorzaken aan archeologische sporen of vondsten. Er worden maatregelen genomen om overlast door regen- en of grondwater tegen te gaan. Voorafgaand aan het
onderzoek wordt het peil van de grondwatertafel bepaald. Waterputten en andere diepe sporen worden met bemaling opgegraven indien de onderkant van de sporen zich meer dan 30 cm onder de huidige grondwatertafel bevindt. Om hierover uitsluitsel te krijgen, wordt de diepte door middel van
een grondboor bepaald. Bij de plaatsing van bemaling wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de aanwezigheid van het bodemarchief en de op te graven zones.

Auteurs :  Studiebureau Archeologie
Datum  : 23-10-2020

Bronnen

Bron: YPERMAN W. & L. DINGENS 2020: Eindverslag: De archeologische opgraving aan de Meinestraat te Bree, Tienen.
Type: literatuur
Datum: 2020