Gebeurtenis

Opgraving Vlasstraat

archeologische opgravingen
ID
1072690
URI
https://id.erfgoed.net/gebeurtenissen/1072690

Beschrijving

De zone die werd aangelegd voor het waarderend testvakkenonderzoek, inclusief de bufferzone, besloeg in totaal ca. 241 m². Ten opzichte van het geselecteerde terrein werd ca. 10,6 % gewaardeerd. Aangezien het telkens om twee niveaus van 10 cm per testvak ging, werd er in totaal ca. 2,6 m³ grond uitgeschept, gezeefd en geanalyseerd op steentijdvondsten. Aan de hand van deze methode werd een oppervlakte van in totaal 25,5 m² onderzocht, en dit over een diepte van 20 cm. De vondstverwerking viel in een aantal stappen uiteen: splitsen, invoeren, waarderen en specialistisch
onderzoek. De eerste drie stappen behoren tot de basisverwerking. De basisverwerking vond plaats tijdens en onmiddellijk na het afronden van het veldwerk. Voor het invoeren van de zeefresiduen is gebruik gemaakt van een Acces-database specifiek ontworpen voor steentijdonderzoek. Dit zorgt voor een consequente en veilige registratie van data en een grote gebruiksvriendelijkheid in functie van het gehele onderzoekstraject. Hierin zijn de
verschillende materiaalcategorieën ingevoerd op basis van aantallen en/of gewichten, specifieke informatie i.v.m. de aard/fragmentatie/verbranding van de vondsten werd in deze stap nog niet opgenomen.
Vervolgens zijn de vondsten gewaardeerd door een vuursteenspecialist. Hierbij is gelet op
volgende zaken:
• Aantal artefacten per gridcel (vak van 50 x 50 x 10 cm)
• Typologische samenstelling: chip, afslag, (micro)kling, brokstuk, potlid, vorstafslag, knol,
werktuigen, kerfrest, verfrissing, kern
• Grondstof (vuursteen, Wommersomkwartsiet, Tienenkwartsiet, ftaniet of andere)
• Verbrand/niet-verbrand
• Indien verbrand: verbrandingsgraad (licht/matig/zwaar)
• Opmerkingen bv. ‘twijfelachtig’
• Aanwezigheid pseudoartefacten
De lithische artefacten zijn beschreven volgens vorm/typologie (bv. afslag, microkling, brokstuk,…), grondstof (vuursteen, ftaniet, kwartsiet) en verbrandingsgraad (niet verbrand, licht verbrand, matig verbrand, zwaar verbrand). Hierbij zijn de artefacten kleiner dan 10 mm (met uitzondering van werktuigfragmenten of technische elementen), afslagen, (micro)klingen, brokstukken en potlids in bulk beschreven per gridcel (=zeefvak van 50 x 50 x 10 cm). Het overige lithisch materiaal (werktuigen, werktuigafval, kernen en verfrissingsmateriaal) is individueel beschreven. Hierbij is de basisbeschrijving beperkt tot hoofdtype, subtype, grondstof, aard cortex, cortexpercentage en verbrandingsgraad. Dit analyseniveau is van belang voor het inzicht in de typo-chronologische variabiliteit en een technologische studie.

Er zijn 320 individuele vondstnummers uitgedeeld tijdens de steentijdopgraving, voor het aangetroffen vondstmateriaal en de monstername. Tijdens het veldwerk is de monstername beperkt gebleven tot het slaan van een brede pollenbak in de westelijke profielwand (t.h.v. de podzolbodem) ten behoeve van eventueel micromorfologisch onderzoek.

Haardkuilen zijn niet aangetroffen en aldus ook niet bemonsterd. De aanwezigheid en de exacte positie van een latente oppervlaktehaard viel tijdens het veldwerk slechts moeilijk te bepalen. Als gevolg daarvan zijn tijdens de opgraving geen gerichte 1L-monsters genomen. Tijdens het splitsen van de zeefresiduen bleken de aangetroffen macroresten zich grotendeels te beperken tot fragmenten van verkoolde hazelnootdoppen. Gecalcineerd bot of andere macroresten komen nauwelijks of niet voor. Deze vondsten zijn dan ook niet ter waardering aan een specialist overgedragen. De spreiding van de hazelnootdoppen is iets ruimer dan de veronderstelde oppervlaktehaard. Vier fragmenten hazelnoot zijn geselecteerd voor een radiokooldatering.

Auteurs :  BAAC bvba Vlaanderen
Datum  : 06-11-2020

Bronnen

Bron: DEPAEPE I., Y. PERDAEN, I. WOLTINGE & T. NUYTS 2020: Eindverslag Opgraving Lommel Vlasstraat, Gent.
Type: literatuur
Datum: 2020


Relaties


Bekijk gerelateerde waarnemingen

Vlasstraat (Lommel)
Door de afdekking is de site goed bewaard. Iets meer dan een kwart van de silexvondsten (ca. 27 %) is verbrand. Deze verbrande artefacten clusteren sterk en vormen naar alle waarschijnlijkheid de neerslag van een min of meer centraal gelegen haard. In deze haard is ook een beperkte hoeveelheid bot en hazelnootdoppen aangetroffen. Vooral het vroeg-mesolithicum is goed vertegenwoordigd in het vondstmateriaal.