Op de historische kaarten blijft het onderzoeksterrein onbebouwd en als akkerland of weiland in gebruik. Enkel op een paar veldslagkaarten is te zien dat het terrein op verschillende slagveld nabij Maastricht lag. Ter hoogte van fase 3 werden verschillende sporen onderzocht. De veldoven en nabijgelegen stookkuil werden volledig opgegraven, net zoals alle kuilen en paalkuilen in het noordelijke deel van het onderzoeksgebied. Hier werden geen structuren in herkend en werden bij het couperen en opgraven helaas geen extra vondsten aangetroffen.
Wel interessant is de militaire gracht met redan. Uit de vulling van de gracht werden ca. tien metaalvondsten gehaald. Het proefsleuvenonderzoek wijst daar op de aanwezigheid van een archeologische site. Na afloop van het vooronderzoek was dan ook voldoende info bekend over het kennispotentieel. Verder onderzoek is dan ook noodzakelijk. Het proefsleuvenonderzoek heeft een vindplaats met een hoog potentieel op kennisvermeerdering aan het licht gebracht. Het gaat op het eerste zicht om een deel van het slagveld nabij Maastricht (1673), al blijft het natuurlijk ook uitkijken naar archeologische sporen en vondsten van andere veldslagen (zoals de Slag bij Lafelt van 1747). De vindplaats kan ten gevolge van de geplande bodemingrepen niet in situ bewaard blijven. De bodemingrepen, die in het onderzoeksgebied gepland zijn, gaan over het algemeen voldoende diep om eventueel aanwezige sporen te raken of vergraven. Ter hoogte van fase 3, wordt een deel van de militaire gracht en redan volledig opgegraven. Aan de oostzijde van de gracht wordt bijkomend 40 m aangelegd, dit om eventueel nabijgelegen sporen bij het militaire smidsvuurtje aan te treffen. In totaal wordt voorgesteld om een vlakdekkende opgraving van ca. 3870 m2 uit te voeren.
De afgebakende zone (ca. 3870 m2) dient vlakdekkend opgegraven te worden. Tevens dient tijdens het aanleggen op een eerste vlak (VL1, ca. 20 cm onder het maaiveld) een metaaldetectie uitgevoerd te worden. Daarna kan het archeologische vlak (VL2) aangelegd worden. Het archeologische vlak alsook de storthopen dienen met een metaaldetector gecontroleerd te worden. Er wordt getracht om tijdens de opgraving drie coupes te zetten op de militaire gracht, zodat de opbouw fatsoenlijk en representatief geregistreerd kan worden. Hierbij is het belangrijk dat de vulling laag per laag verwijderd wordt en per laag onderzocht wordt door middel van metaaldetectie. Hierbij dienen ook stalen genomen te worden. Bij de aanleg van de beide vlakken dient overal extra aandacht te worden geschonken aan het kunnen voorkomen van militaire structuren of botmateriaal (zowel menselijk als dierlijk)
Bron: Wesemael E., Vanaenrode W., Steegmans J. 2022: Prospectie met ingreep in de bodem in het kader van leemontginning te Kesselt, Aron-Rapport 1122.
Auteurs: Wesemael, Elke
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ARON bvba
Bron: Wesemael E., Vanaenrode W., Steegmans J. 2022: Prospectie met ingreep in de bodem in het kader van leemontginning te Kesselt, Aron-Rapport 1122.
Type: literatuur
Datum: