Tijdens het proefputtenonderzoek werd afgeweken van het voorgestelde proefputtenplan. De proefputten werden allen ietwat gedraaid qua oriëntatie. Verder werden de proefputten ietwat verschoven, hoewel de voorziene locatie nog steeds grofweg overeenkomt. Deze beperkte verschuivingen werden gedaan omwille van de auto’s die, ondanks het parkeerverbod, nog steeds op het terrein geparkeerd stonden. Verder werd geopteerd de proefputten ruimer te maken dan aanvankelijk voorzien, zodoende er een beter inzicht verkregen kan worden in de eventuele aanwezige sporen. Het percentage dat werd vooropgesteld voor de proefputten (3 x 3m) in de archeologienota (6,8%) bleek namelijk niet te kloppen. Zo werd er in totaal een oppervlakte van 56 m2 onderzocht door middel van proefputten, wat neerkomt op 4,25% van de totale te onderzoeken oppervlakte (1320 m2). Ondanks het lagere percentage, leverden de proefputten voldoende inzicht in de aan- of afwezigheid van een archeologische site en de impact van de geplande werken op de archeologische ondergrond. Hierbij varieerden de oppervlaktes van de proefputten van 11 tot 17 m2 per proefput in plaats van de voorziene 9 m2.
Tijdens het verdiepen werd evenwel voorzien in metaaldetectie door een CTE-deskundige (ADEDE), aangezien een vorige eigenaar ooit sprak van een vliegtuigbom ter hoogte van de locatie en hieromtrent geen onnodige risico’s genomen konden worden. Er werden geen explosieven aangetroffen. Dit geldt enkel voor de onderzochte oppervlakte.
Op basis van de resultaten van het uitgevoerde proefputtenonderzoek en de beperkte impact van de geplande werken op het archeologisch niveau wordt geconcludeerd dat verder archeologisch onderzoek niet noodzakelijk is. Het archeologisch niveau blijft grotendeels onaangeroerd en kan behouden blijven in situ, mits uitvoering van de werken volgens het voorziene programma van maatregelen.