Het archeologisch vooronderzoek werd uitgevoerd als een uitgesteld proefsleuvenonderzoek. Binnen het projectgebied werden parallelle proefsleuven van ca. 2 m breed aangelegd, hoofdzakelijk oost‐west georiënteerd en met een gemiddelde tussenafstand van ca. 15 m. De sleuven werden machinaal uitgegraven met een tandeloze graafbak tot op het archeologisch relevante niveau. Aanvullend werden kijkvensters aangelegd ter verfijning van sporenconcentraties en ter controle van schijnbaar lege zones.
Alle relevante archeologische sporen werden opgeschaafd, geregistreerd en beschreven; geselecteerde sporen werden gecoupeerd. Daarnaast werden bodemprofielen opgemeten en gedocumenteerd om de bodemopbouw en bewaringstoestand te beoordelen. Vondsten werden contextueel ingezameld en aanvullend werd metaaldetectie ingezet ter ondersteuning van de interpretatie, met name voor Romeinse en WO‐I‐contexten. Deze methodiek liet toe betrouwbare uitspraken te doen over de aanwezigheid, aard, datering en bewaring van de archeologische resten en vormde de basis voor de evaluatie van het noodzakelijk vervolgonderzoek.
Auteurs: De Raymaeker, Annelies
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Studiebureau Archeologie
Bron: DE RAYMAEKER A. 2025: Nota: Het archeologisch vooronderzoek aan het Beigemveld (fase 2) te Grimbergen, Tienen.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: