Verspreid over het onderzoeksgebied zijn 5 proefputten aangelegd, met een totale oppervlakte van 247,39 m2, ofwel 13,06 % van de te onderzoeken zone. De gemiddelde diepte van de werkputten was 1,30 m onder het maaiveld, wat overeenstemt met 12,19 tot 12,52 m +TAW. De bodemprofielen konden geregistreerd worden tot aan de grondwatertafel, op 1,40 tot 1,60 m onder het maaiveld. De dieperliggende bodemopbouw is onderzocht door middel van gutsboringen met een diameter van 3 cm en dit tot op een diepte van maximaal 3,91 m onder het maaiveld, ofwel 9,73 m +TAW.
Auteurs: Debruyne, Sofie
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: REYNS N. 2025: Nota. Wervik - Speiestraat, Rapporten All-Archeo bv 2230, Bornem.
Type: nota (archeologieportaal)
Datum: