Het archeologisch vooronderzoek bestond uit een landschappelijk bodemonderzoek en een proefsleuvenonderzoek. Het landschappelijk bodemonderzoek werd uitgevoerd aan de hand van manuele boringen met een Edelmanboor, geplaatst volgens een verspringend driehoeksgrid, met als doel inzicht te verwerven in de bodemopbouw en de bewaringstoestand van het bodemarchief. Aansluitend werd een machinaal proefsleuvenonderzoek uitgevoerd, waarbij 7 proefsleuven strategisch over het terrein werden aangelegd.