Het archeologisch traject bestond uit een bureauonderzoek met landschappelijke en historische analyse, gevolgd door een landschappelijk bodemonderzoek via boringen. Aansluitend werd een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd om de bodemopbouw en eventuele archeologische sporen te toetsen. Daarnaast werd beperkte metaaldetectie op het maaiveld toegepast en werd gebruikgemaakt van luchtfoto-interpretatie.
Auteurs: Milis, Sander Datum: De tekst wordt ter beschikking gesteld door: ABO NV