Na de melding van de toevalsvondst werden de plannen aangepast, zodat alle aanwezige archeologische sporen in de bodem behouden konden blijven en er geen erfgoed vernield zou worden voor de herinrichting van het Archeopark. Dit hield in dat de graafwerken op verschillende plaatsen beperkt werden tot de teelaarde, terwijl aanvankelijk een afgraving tot meer dan een meter diepte werd voorzien. De vrijgekomen sporen en structuren werden wel geregistreerd in vlak, maar niet verder opgegraven. Na registratie in vlak werden alle sporen en structuren vervolgens opnieuw afgedekt met een laagje teelaarde om verdere erosie te vermijden.
Auteurs: De Decker, Sam
Datum:
De tekst wordt ter beschikking gesteld door: Agentschap Onroerend Erfgoed (AOE)
Bron: https://id.erfgoed.net/dossiers/257212
Type: toevalsvondst (archeologieportaal)
Datum: